Veel nieuwswaardigs zit er niet in de jaarlijks terugkerende eindexamens. Welbeschouwd zijn ze alleen opwindend als je zelf tot de kandidaten behoort dan wel je huis deelt met een lid van de doelgroep.

Een jaar geleden rond deze tijd leverden de eindexamens eindelijk eens écht nieuws op, toen een clubje leerlingen van de islamitische schoolgemeenschap Ibn Ghaldoun zijn nieuwsgierigheid naar de opgaven niet had kunnen bedwingen.

Het was een uitzondering. Normaal gesproken is er journalistiek gezien geen eer te behalen aan de jaarlijks terugkerende eindexamens. Zo’n tweehonderdduizend leerlingen gaan op voor het moment suprême. Veertien dagen later zijn ze klaar. Weer veertien dagen later volgt de uitslag. Heel veel nieuwswaardigs zit er niet in. Welbeschouwd zijn ze alleen opwindend als je zelf tot de kandidaten behoort dan wel je huis deelt met een lid van de doelgroep. Toch zien onderwijsredacties het als hun plicht er elke meimaand ruimschoots aandacht aan te besteden. En als bij afspraak staat de menselijke invalshoek bij hen voorop. Het heeft een geheel eigen genre opgeleverd: de eindexamenjournalistiek.Sommige kranten kiezen voor de korte reportage, waarbij termen als ‘zwoegen’, ‘opperste concentratie’ en ‘doodse stilte’ zelden ontbreken (‘Om klokslag half vijf loopt Guusje lachend de zaal uit’). Andere brengen portretjes van kandidaten, foto erbij, over hoe ze ervoor staan en hoe het ging (‘Aan de laatste twee vragen ben ik niet toegekomen’). Ook populair is het dubbelinterview met kandidaat en ouder (‘Michiel is niet echt een academische denker zoals zijn broer’), of met kandidaat en docent (‘Vergeleken met voorgaande jaren was het een gemiddeld examen’). En altijd is er wel een krant die op het lumineuze idee komt een volwassene terug te sturen naar zijn oude school teneinde een examenvak over te doen (‘Nog precies dezelfde zweetlucht in de gymzaal; wel hangen de baskets 20 cm hoger!’).

Termen als 'zwoegen', 'opperste concentratie'  en 'doodse stilte' ontbreken zelden. Foto: Marcel van den Bergh
Termen als ‘zwoegen’, ‘opperste concentratie’ en ‘doodse stilte’ ontbreken zelden. Foto: Marcel van den Bergh

Vaste prik in het genre is ook de berichtgeving over de klachtenregen die het Landelijk Aktie Komitee Scholieren (LAKS), heeft ontvangen. Deze door het ministerie gesubsidieerde organisatie dook dit seizoen trouwens opmerkelijk vroeg op. Half april al berichtte nu.nl dat van alle klachten die het LAKS jaarlijks ontvangt ‘slechts 20 procent’ komt van vmbo’ers. Dus daar, zei een bestuurslid, moest verandering in komen. Het was van een logica die me bijna vrolijk maakte. Nog aandoenlijker was het bericht dat NRC Handelsblad afgelopen vrijdag bracht. Op pagina 2 meldde de krant dat het gebruik van bètablokkers op doktersrecept tijdens de eindexamenperiode met zeventig procent toeneemt. Kleine tegenvaller: ‘Voorgaande jaren was hetzelfde patroon te zien.’ Kleine meevaller: experts en onderzoekers ontvingen wél ‘signalen’ dat scholieren in examentijd stimulerende medicatie tot zich nemen buiten de dokter om. Alleen: ‘We weten niet hoeveel er in het illegale circuit omgaat.’ Nieuws maken waar geen nieuws bestaat – het is het genre op z’n best.