Media
tijdgeestduiders mogen nogal graag betogen dat sport in het algemeen en voetbal in het bijzonder ‘eigenlijk’ een moderne vorm van religie is. Zo zei socioloog Ruud Stokvis afgelopen zaterdag in dagblad Trouw: ‘Het gevoel in een stadion is niet anders dan dat in een kerk.’ En: ‘Het gaat in beide gevallen om het gevoel dat je samen opgaat in een groter geheel, in een gemeenschap, en om het besef van onderlinge verbondenheid.’
Als dat klopt, dan behoor ik tot een religieuze minderheid. Die nog rap lijkt te slinken ook. De kwestie ligt bij mij tamelijk simpel: het is niet dat ik voetbal haat, ik word er niet warm of koud van. Ben, zeg maar, in dezen meer agnost dan atheïst. Maar net als echte religieuze minderheden hebben wij het heus niet makkelijk, hoor! Zeker niet in zo’n maand dat alle media in het teken staan van het WK. In de kranten gaat het dan bijna over niets anders, bij de radio is het al net zo, en de televisie kunnen wij maar beter helemaal vermijden. De ene zender is er geheel aan gewijd, bij de andere domineert de gedachte dat voetbalonverschilligen automatisch thrillerliefhebbers zijn. Hoezo?
Van tevoren leek het trouwens alsof het dit keer wel los zou lopen. Als ik de kenners om me heen moest geloven, maakte het Nederlands elftal weinig kans op overwinningen. Mooi, dacht ik nog. Waait de oranjehysterie tenminste vlotjes over. Toen vrijdagavond tot vijfmaal toe gejuich door mijn open balkondeuren naar binnen golfde, begreep ik dat het anders zou gaan. Toen ik een blik op mijn timeline wierp ook. Twitteraars die normaal gesproken de ene na de andere bijdehante gedachte met hun volgers delen, kwamen nu niet verder dan wat gestamel met veel vlaggetjes, hoofdletters en uitroeptekens.
De volgende dag worstelde ik me door de zaterdagkranten heen, die ook maar één ding aan het hoofd leken te hebben (‘1-5 Oranje verrast vriend en vijand’, ‘Droomstart Oranje’, ‘Goal, goal, goal, goal, goal!’). Niet zonder hoop zette ik die avond het Achtuurjournaal aan. Genoemde wedstrijd was per slot niet langer dat je zegt van een brandende actualiteit. Dus zou de aandacht, dacht ik, eindelijk kunnen gaan naar zaken die werkelijk nieuwswaardig zijn. De afgrijselijke opmars van de islamfascisten in Irak bijvoorbeeld.
Verkeerd gedacht. In zijn oneindige wijsheid achtte het belangrijkste nieuwsmedium van dit land het nodig om te openen met ‘de verpletterende zege’ van de avond ervoor. Liefst vijf lange minuten werden eraan gewijd, tijdens welke wij voornamelijk twee verslaggevers genietend zagen bladeren door buitenlandse kranten. De bloedlinke ontwikkelingen in Irak werden vervolgens in drie minuten afgehandeld.
Ik wilde een kleine scheldtirade beginnen. Maar wist dat het vloeken in de kerk zou zijn.
Vrij Nederland 21 juni 2014
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.