Door overmatig en veelvuldig onterecht gebruik heeft de wet van Godwin zijn waarde verloren. Het enige dat we nog kunnen doen is ‘bakkeleien over wie er hitlerder is, en wie het allerHitlerst.’
In 1989, toen computers nog zo groot waren als een gemiddeld elektriciteitshuisje, lang voordat Wim Kok met zijn muis over een beeldscherm veegde teneinde dat onwillige pokkeding aan de praat te krijgen, had Mike Godwin al de beroemde wet geformuleerd die luidt dat elke online-discussie vroeg of laat eindigt met een vergelijking met Hitler of de nazi’s. Donald Trump was nog lekker torens en casino’s aan het bouwen en Geert Wilders woonde gezellig in de multiculturele Utrechtse wijk Kanaleneiland, waar sommige van zijn Turkse buurtgenoten hem best een geschikte peer vonden. Wie kwam er toen in godsnaam in aanmerking voor een Hitler-vergelijking? Rudi Völler? Modern Talking?
1989! Ik vond het nogal een eye-opener, die wellicht meer zei over de aard van het internet dan over de voors en tegens van vergelijkingen met de boosaardigste dictator uit de wereldgeschiedenis. Of nou ja, uit ónze wereldgeschiedenis dan. ‘Godwin!’ roepen werd de pavlovreactie van de rechtsmens wanneer iemand ter linkerzijde een zin formuleerde waarin de woorden ‘jaren’ en ‘dertig’ voorkwamen, maar vreemd genoeg hadden ze er bij GeenStijl en De Telegraaf dan weer geen moeite mee om met Mao- of Stalinvergelijkingen te smijten, en werd Nijmegen vanwege haar linkse stadsbestuur tijdenlang aangeduid als ‘Havana aan de Waal’. Terwijl die Fidel Castro… enfin, u snapt waar ik heen wil. Los daarvan: in Amsterdam zit nog altijd een geinig keramiekzaakje dat zich Pols Potten noemt – vrij naar de griezel die IN DE JAREN ZEVENTIG anderhalf tot twee miljoen Cambodjanen over de kling joeg. Nee, het taboe gold Hitler en zijn nazi-makkers, en niemand anders.
Iedereen is Hitler, den totalen Godwin is bereikt en de vergelijking is simpelweg stuk
Inmiddels leeft Godwins wet ook buiten het internet en is het verschijnsel gaandeweg gemorpht in een mondiale jij-bak. Beweren sommigen dat Wilders fascistoïde trekjes vertoont, dan kaatst hij terug met zijn ‘islamofascisme’ – waaruit volgt dat wie niet schreeuwt om minder Marokkanen feitelijk een landverrader is. Martin Bosma betoogde een heel boek lang dat Hitler een socialist was – waaruit volgt dat elke SP- of PvdA-stemmer vanzelf een nazaat van NSB’ers is. Volgens Erdogan zijn alle Nederlanders fascisten, terwijl veel Nederlanders het juist weer passend zouden vinden als de Turkse leider bij de volgende scheerbeurt zijn snor zou terugbrengen tot een klein rechthoekje. En Donald Trump grijpt niet naar Godwins wet wanneer zijn woorden en daden langs de fascistische meetlat worden gelegd, nee, hij vraagt zich gewoon zelf af of-ie godbetert in ‘Nazi Germany’ terecht is gekomen. Want… ach nee, laat maar.
Samenvattend: iedereen is Hitler, den totalen Godwin is bereikt en de vergelijking is simpelweg stuk. Eventueel kunnen we nog bakkeleien over de vraag wie er Hitlerder is, en wie het allerHitlerst, maar nooit zal er iemand zijn vinger opsteken en zeggen: ‘Oké, oké, bij nader inzien was ik inderdaad wat Hitlerig bezig.’ In een tijd waarin politieke leiders plannen ontvouwen waarvan de geschiedenis ze had kunnen leren dat ze dat beter konden laten, is dat best lastig. Maar misschien kunnen we ook gewoon besluiten dat die leiders eng genoeg zijn van zichzelf en hun ideeën bestrijden zonder er telkens een middelmatige kunstschilder met flatulentie bij te willen slepen.
Lees ook: Geestelijk vader Mike Godwin is not amused over hoe zijn wet wordt toegepast. ‘PVV’ers leggen het debat lam met mijn wet.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.