De terreurgroep van Osama bin Laden heeft miljoenen verdiend met de handel in bloeddiamanten uit Sierra Leone. Een van de tussenpersonen, Aziz Nassour, profiteerde daar ruimschoots van. Hij is dezelfde Libanese zakenman die er, samen met nog enkele anderen, van werd verdacht de ABN Amro in Amsterdam te hebben opgelicht voor ruim vierenzestig miljoen dollar. Een VN-reconstructie.
Een noot vooraf: na publicatie van dit artikel bleek dat de bronnen waarop onderzoeksjournalist Douglas Farah zich baseerde, ondeugdelijk zijn. Hier vertelt Marian Husken er meer over.
‘Diamonds are a girl’s best friend’ – maar ook terroristen, zoals Osama bin Laden, houden van deze kostbare edelstenen. Met diamanten kun je wapens, explosieven en chemicaliën aanschaffen en drugs verhandelen. Ze zijn een handige financiële levensader voor een rebellenleger of een terreurnetwerk als Al Qaeda. Meteen na 11 september 2001 zijn wereldwijd hun vermeende banktegoeden bevroren. Uit een zojuist verschenen rapport van de Verenigde Naties blijkt dat beslag is gelegd op 103,8 miljoen dollar van islamitische ‘welzijnsorganisaties’. De helft van dit bedrag wordt toegeschreven aan Al Qaeda. Deze terreurgroep heeft alleen meer bronnen van inkomsten. Zoals de in- en verkoop van illegale diamanten.
Vanaf 1998 slaagden naaste medewerkers van Bin Laden erin miljoenen te verdienen met de handel in ‘bloeddiamanten’ uit Sierra Leone. De topterroristen – ze staan op de FBI-lijst van ’22 most wanted men’ – kochten de ruwe stenen ver onder de marktwaarde, om ze in Europa met grote winsten van de hand te doen. Een van de centrale figuren bij de verkoop van Al Qaeda-diamanten is de Libanese zakenman Aziz Nassour. Hij is een telg uit een omvangrijke familie die handelt in alles wat los en vast zit, inclusief diamanten. Nassour heeft een aantal bedrijfjes, waaronder – tot voor kort – een firma die gevestigd was in het Antwerpse diamantkwartier. Hij is ook in Nederland geen onbekende. Leden van de familie Nassour werden er in de jaren negentig van verdacht dat zij de ABN Amro in Amsterdam hadden opgelicht voor ruim vierenzestig miljoen dollar.
Sarphatistraat
Nassours familie maakte vanaf midden jaren tachtig gebruik van een geheime coderekening bij het ‘diamantfiliaal’ van de ABN Amro aan de Amsterdamse Sarphatistraat. De Nassours kozen de ABN Amro uit omdat de rekeningen anoniem waren en de bank al sinds de jaren zeventig wereldwijd de grootste kredietverstrekker in de diamantindustrie is. Ze waren dan ook niet de enige Antwerpse handelaren in edelstenen die de weg naar Amsterdam vonden.
Halverwege de jaren negentig ontstond bij het filiaal aan de Sarphatistraat een enorm schandaal. Bij een intern onderzoek was gebleken dat in totaal honderdtachtig miljoen gulden was verdwenen. Vier bankemployés werden als schuldigen aangewezen. Maar in december 2001 stelden de rechters vast dat de werknemers niet veel viel te verwijten. Het geld werd nooit teruggevonden. Twee verdachten werden vrijgesproken, de anderen kregen een kleine werkstraf.
Volgens de ABN Amro-werknemers waren de echte schurken de ‘anonieme’ rekeninghouders geweest, onder wie de Nassours. In opdracht van hun cliënten hadden de ABN’ers aan de Sarphatistraat astronomische bedragen van de ene rekening naar de andere gesluisd. Dat blijkt uit strafdossiers. Diamanthandelaren noch andere rekeninghouders hoefden zich bekend te maken. De accountantmanagers herkenden hen aan hun stem en alleen het noemen van een nummer was genoeg om zeer grote bedragen van rekening te laten wisselen. Dat gebeurde dan onder de cryptische vermelding ‘from one of our clients’.
De cliënten die het creatiefst gebruik hadden gemaakt van hun coderekening waren de Nassours. De ABN Amro-medewerkers beloonden hun kredietaanvragen keer op keer. Het was niet voor niets dat de familie van Aziz zoveel vertrouwen kreeg. De employés was verteld dat ze in het bezit waren van een belangrijk onderpand: hun diamanten, en in het bijzonder een gigantisch duivenei van 261 karaat, afkomstig uit de binnenlanden van Congo. De waarde van de reuzenedelsteen werd geschat op vijfentwintig miljoen dollar. De Nassours hadden de steen verzekerd voor zo’n honderd miljoen dollar. De assurantiemaatschappij had daarvoor wel geëist dat de diamant goed beveiligd moest worden. De firma ging akkoord met de keuze van de Nassours: de kluis van de ABN aan de Amsterdamse Sarphatistraat.
Later, tijdens het justitiële onderzoek, bleek curieus genoeg dat de steen daar nooit had gelegen en dat de managers louter op de mooie praatjes van de Libanezen en hun werknemers waren afgegaan.
De Nassours vertelden, aldus de Amsterdamse accountmanagers, dat ze hun pronkstuk wilden verkopen aan de sultan van Katar. Maar daarvoor moest eerst de neef van de oliesjeik worden ‘bewerkt’ en beloond. Het geld moest gestort worden op Londense tussenrekeningen. Ook om andere zakelijke redenen moesten er via Londen – en daarna naar elders in de wereld – bedragen worden overgemaakt. Ruim zevenhonderdduizend dollar werd bijvoorbeeld geboekt op een rekening met de intrigerende referentie ‘imam overseas’.
Toen de betrokken rekeninghouders (schoonfamilie) later door de politie werden ondervraagd waar dit geld was terechtgekomen, bleven ze het antwoord schuldig. Een begunstigde die miljoenen op zijn conto kreeg bijgeschreven, zei letterlijk: ‘Ik moet u zeggen dat ik wel vaker geld ontvang dat door een ander is gestort. Als ik van u geld te goed heb en iemand anders stort het, ziet u een andere naam staan.’
De ABN Amro-accountmanagers waren intussen knap zenuwachtig geworden. Ze hadden, om de Libanese diamanthandelaren te vriend te houden, stiekem geld geleend van andere coderekeninghouders. Ze stopten het ene gat met het andere en hadden gedacht dat het wel goed zat met de Nassours. Maar de schuld aan de bank liep inmiddels in de miljoenen.
Een van de ABN Amro-werknemers zocht daarom de Nassours op in Beiroet (‘op eigen kosten’). Hij sprak daar met Aziz en zijn broer Khalil over zijn zorgen. Vervolgens ging hij in Antwerpen nogmaals bij Khalil Nassour langs. De bankemployé keerde enigszins gerustgesteld terug met een schuldbekentenis voor zijn ‘schaduwboekhouding’ en een zakje ‘diamanten’, waarvan de waarde later door een deskundige op zo’n vijfhonderd gulden werd geschat. Opnieuw was hij dus bij de neus genomen.
Aziz Nassour zelf werd nooit door de Vlaamse of Nederlandse politie over de geldtransacties gehoord, hoewel hij indertijd regelmatig in Antwerpen werd gesignaleerd. Andere leden van de uitgebreide clan werden wel op verzoek van de Nederlandse opsporingsambtenaren in België ondervraagd. Maar ook zij hielden zich van den domme over de verdwenen miljoenen.
De banden met Al Qaeda
Douglas Farah, een zeer goed ingevoerde journalist van The Washington Post, had de wereldprimeur. Hij meldde op 2 november 2001 dat Bin Ladens Al Qaeda-strijders hun kas spekten met de illegale verkoop van diamanten. Afgelopen week bracht ook een speciale commissie van de Verenigde Naties een rapport uit over de financiële bronnen van Al Qaeda. Ook zij vreest dat de terroristen geld verdienden met de in- en verkoop van illegale edelstenen.
Maar Farah was vorig jaar al verder met zijn onderzoek. Hij vond uit dat het ging om diamanten uit Sierra Leone. En wie was een van de opkopers van de diamanten en zorgde ervoor dat ze in de bovenwereld terechtkwamen? Aziz Nassour.
Farah beriep zich voor zijn informatie op bronnen bij Amerikaanse en Europese inlichtingendiensten. Al Qaeda had verwacht dat na de aanslagen haar kapitaal zou worden geblokkeerd. En wat is er in dat geval handiger dan zulke waardevolle stenen achter de hand te hebben: diamanten kun je makkelijk smokkelen. Detectiepoortjes gaan niet af als je er met edelstenen doorheen loopt. Honden ruiken ze niet.
Afgelopen zomer waren er volgens Farah plotseling veel meer diamanten op de wereldmarkt verhandeld dan voorheen. Een goed ingevoerde handelaar bevestigde Farahs verhaal tegenover persbureau Reuters: ‘De weken voor de aanslag was iemand volop stenen aan het kopen. De prijzen stegen met zo’n dertig procent.’
Ook de Oostenrijkse econoom Friedrich Schneider signaleerde deze nieuwe inkomstenbron voor Bin Laden en zijn terroristische organisatie. Schneider, die al jarenlang de geheime financieringsfondsen van burgeroorlogen onderzoekt, zei voor de Duitse televisie: ‘Al Qaeda beschikt in Afrika over een goed netwerk van terreurcellen.’ Ook legde Schneider uit hoe makkelijk het is om via de illegale diamanthandel geld wit te wassen.
Deskundigen van de Verenigde Naties hadden afgelopen jaren rapporten uitgebracht over de lucratieve smokkel van ‘bloeddiamanten’ (ruwe stenen uit conflictgebieden) en het ontduiken van de door de VN uitgeroepen importverboden. Afrikaanse krijgsheren en corrupte overheden verkochten diamanten om hun gewelddadige strijd te financieren. In landen als Sierra Leone, Liberia, Angola en Kongo vonden onoorbare praktijken plaats. Met het aannemen van een resolutie wilden de Verenige Naties dat er maatregelen werden getroffen tegen verdachte handelaren, politici en rebellen. Ze werden bestempeld tot persona non grata in deze regio. En welke bekende diamanthandelaar komen we op de recentste zwarte lijst van de VN tegen? Juist: Aziz Nassour.
De wolven
Aziz Nassour was volgens The Washington Post de rechterhand van de Senegalees Ibrahim Bah, spin in het web van de diamanthandel tussen Sierra Leone en leden van terroristische organisaties als Hezbollah en Al Qaeda. Hij had van oudsher goede contacten in het fundamentalistische milieu.
Ibrahim Bah vocht begin jaren tachtig, evenals Osama bin Laden, tegen het Sovjetleger in Afghanistan. Hij kreeg eerder een militaire training in kampen in Libië. Aan de zijde van Hezbollah streed hij tegen de Israëliërs. Eind jaren tachtig keerde Bah terug naar West-Afrika om de rebellen in Liberia en Sierra Leone te helpen bij hun strijd tegen de machthebbers. Uit die tijd stammen zijn nauwe banden met de huidige Liberiaanse president Charles Taylor en Foday Sankoh, de oprichter van het gevreesde RUF (Revolutionary United Front) in Sierra Leone.
Sankohs mannen maken al vier jaar lang de dienst uit in de diamantmijnen. Na het recente bestand tussen rebellen en regering werden meer diamanten gewonnen dan ooit tevoren. Volgens VN-onderzoekers verkocht het RUF in 1999 voor zo’n vijfenzeventig miljoen dollar aan ‘bloeddiamanten’, waarvan ze zo’n tien procent in eigen zak staken. De Liberiaanse president Charles Taylor en ‘makelaar’ Ibrahim Bah zouden volgens de VN meedelen in de winst.
De contacten tussen Bah, Nassour en zijn Antwerpse zakenvriend Samih Ossailly enerzijds en Al Qaeda anderzijds verliepen via Bin Ladens topadviseur Abdullah Ahmed Abdullah. De mannen ontmoetten elkaar drie jaar geleden in de Liberiaanse hoofdstad Monrovia, en later in Sierra Leone. In aanwezigheid van Bah beloofden de RUF-rebellen zaken te doen met de Al Qaeda-man (al wisten zij op dat moment niet dat hij in die hoedanigheid contact met hen zocht). Een paar weken later werden andere Al Qaeda-leden, Ahmed Khaldan Ghailani en Fazul Abdulla Mohammed, in Liberia gesignaleerd. (Zowel Abdullah als Ghailani en Mohammed staan op dit moment op de lijst van meest gezochte terroristen die de Verenigde Staten hebben opgesteld.)
De getrouwen van Bin Laden ontvingen in ruil voor zesenzestigduizend dollar een zakje met ruwe diamanten van RUF-commandant Sam Bockerie, alias De Muskiet. Bah, Ossailly en Nassour werden voor hun bemiddeling bij deze ‘Al Qaeda’-transacties goed beloond. De zaken gingen zo voorspoedig dat de handelaren in januari 2000 zelfs samen een huis huurden in Monrovia.
Volgens insiders opereerde Aziz Nassour in die periode onder de codenaam Alpha Zulu. Hij zou in direct contact staan met de Al Qaeda-leden Ghailani en Fazul en ook met de RUF-rebellen. Hij vroeg hun de diamantproductie op te voeren. ‘Generaal Bah had Nassour naar Monrovia gestuurd om met ons daarover te praten omdat het erg belangrijk was,’ vertelde een lokale anonieme bron The Washington Post.
Vaststaat dat Aziz Nassour bemiddelde tussen RUF en Al Qaeda. Maar hij zou de terroristen ook nog op een andere manier geholpen kunnen hebben. Via zijn Antwerpse netwerk zou hij ook ruwe diamanten hebben kunnen laten bewerken. Het is in ieder geval zeker dat een paar maanden voor de aanslagen in New York de diamantmarkt in België werd overspoeld met stenen uit Sierra Leone.
Het verhandelen van smokkeldiamanten is niet makkelijk. Als de Hoge Raad van de Diamant erachter komt dat haar leden tegen de beroepscode handelen, worden ze meteen uit het gilde van diamantbewerkers en -handelaren gestoten. Maar naast de vele eerlijke handelaren in Antwerpen zijn er altijd ‘wolven’ die bereid zijn om ook ‘niet koosjere’ stenen te slijpen en te verhandelen. Met deze ‘onderzeeërs’ kunnen namelijk superwinsten worden gemaakt.
Het is daarbij wel oppassen geblazen.
In Antwerpen hadden ze eind vorig jaar ook The Washington Post gelezen en begonnen journalisten te graven naar de activiteiten van Aziz Nassour. De woordvoerder van de Hoge Raad, Youri Steverleynck, reageerde in De Standaard enigszins aangebrand toen hij door verslaggevers geconfronteerd werd met de verhalen over de Libanees. Het was allemaal onzin. Hij kende geen Nassour, althans, die naam kwam niet voor op de ledenlijst van de Diamantbeurs. Vervolgens confronteerden de journalisten van Mao-magazine – een internetkrant die veel justitieschandalen ontrafelt – hem met zijn eigen Kompass Diamonds Belgium 1999. In deze editie van het handboek van handelaren stond A. Nassour nog wel vermeld. Dat was voor Steverleynck meteen reden om nader onderzoek te doen ‘want de legale diamanthandel doet er alles aan om zijn blazoen zuiver te houden’.
Steverleynck, afgelopen week: ‘De naam van Nassour kwamen we uiteindelijk tegen in 1999, in een slapende vennootschap. We zagen, toen we nog dieper spitten, dat hij zo’n tien jaar geleden nog wel veel handelde. We zijn vervolgens naar een onafhankelijke instantie gestapt, het parket in Antwerpen, met het verzoek hiernaar te kijken. Ook de Artesia-bank was gealarmeerd door de berichtgeving in de media. Het is een gerenommeerde instelling met, net als de ABN Amro, een diamantdivisie. Toen Artesia de naam van Nassour tegenkwam bij enkele, vermoedelijk dubieuze, geldtransacties, zijn ook die gemeld bij justitie.’
Een brief van ABN Amro
De partij die voorlopig met de grootste strop blijft zitten in het verhaal rond Nassour is de ABN Amro-bank. De schuld bij het diamantfiliaal aan de Sarpatistraat moest als niet invorderbaar worden afgeboekt. Naar aanleiding van de verdwenen miljoenen werd de dienstverlening aan particulieren wel gereorganiseerd.
Het liefst wilde de ABN Amro nooit meer iets over dit schandaal horen. Maar vorig jaar verscheen een kritisch rapport over het verband tussen de handel in bloeddiamanten uit conflictgebieden zoals Sierra Leone en de rol van financiële instellingen daarbij. Het onderzoek werd gedaan door het Nederlands Instituut voor Zuidelijk Afrika (NiZa) en de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemeningen (Somo). Ook in dit rapport werd ingegaan op de financieringsmogelijkheden die het bankfiliaal aan de Sarphatistraat bood aan diamanthandelaren en de fraude die dat teweegbracht.
Peter Gross – hoofd van de International Diamond Division in de Antwerpse Pelikaanstraat die ook alle andere ABN Amro-kantoren in de wereld van advies moet voorzien over de financiering van diamanten – was hier niet gelukkig mee. Die Amsterdamse afdeling heeft niets van doen met waar wij ons mee bezighouden, zei hij in een reactie op dat rapport. ‘Wij doen zaken met grote firma’s. Illegale en conflictdiamanten vormen maar een klein deel van de handel en voor zover wij weten houden onze cliënten zich daar niet mee bezig.’ ABN Amro stuurde wel een brief aan haar rekeninghouders waarin staat dat de instelling ‘verwacht’ dat de cliënten zich ‘niet met illegale handel bezighouden’.
Jochem van de Laarschot, woordvoerder ABN Amro in Amsterdam, benadrukt dat de diamanthandel een kleine wereld is. ‘Iedereen kent elkaar en heeft er belang bij om de zaken zuiver te houden. Om de illegale handel tegen te gaan, wordt er tegenwoordig gewerkt met herkomstcertificaten.’
Maar waterdicht is het systeem blijkbaar nog niet, gezien de vermoedens die de VN nu uitspreekt over de illegale diamantenhandel van Al Qaeda. De wereldwijd opererende banken beschikken bovendien niet over een gemeenschappelijke zwarte lijst van cliënten met wie geen zaken moeten worden gedaan. De ‘wolven’ kunnen dus makkelijk van de ene financiële instelling naar de andere overstappen.
Tweedehands auto’s
Hoe is het de hoofdfiguren van dit verhaal verder verlopen?
Diamantmakelaar Ibrahim Bah werd eind vorig jaar door journalisten van Associated Press opgespoord. Hij verbleef in de hoofdstad van Burkina Fasso, Ouagadougou, en speelde de vermoorde onschuld. Bloeddiamanten? Nooit van gehoord. RUF-rebellen? Kende hij niet. Bin Ladens Al Qaeda? Nooit contact mee gehad. Hij was bezig een zaak in tweedehands auto’s op te zetten, om veiligheidsredenen wilde hij niet zeggen waar.
Volgens rapporten van een commissie van experts van de VN uit april en november 2001 is Nassour actief in de Rwandese stad Kigali en ook in het Kongolese Kisangani, waar hij bekend staat als ‘handelaar in conflictdiamanten’. Het familiebedrijf Diamonds For Ever in Antwerpen is failliet.
Aziz Nassour verblijft op dit moment in Beiroet. We hebben hem om commentaar gevraagd via de voicemail van zijn Belgische gsm. Maar tot nu toe heeft hij niet teruggebeld. Niet zo verwonderlijk, want het Antwerpse parket heeft inmiddels zijn maatje Samih Ossailly opgepakt. Die zit al drie maanden in voorarrest. Woensdag 21 mei nam het openbaar ministerie in Antwerpen bij de Artesia-bank belastende documenten over Nassours zakendoen in beslag.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.