Luieren in de zon én uw geest verrijken. Speciaal voor Vrij Nederland tippen dertien autoriteiten de fijnste boeken die recent in hun vakgebied verschenen. Klik op de plaatjes voor de boekrecensies.

Internationale betrekkingen Biologie Geschiedenis Gender- en etniciteitsstudies
Kunstgeschiedenis Theologie Natuurwetenschappen Letterkunde
Cultuurfilosofie Psychologie Milieuwetenschappen Communicatiewetenschappen
Economie    

Internationale betrekkingen

Jan Melissen
Hoogleraar diplomatie en hoofd van Clingendaels Diplomatic Studies Programme

Kishore Mahbubani, The New Asian Hemisphere, The Persues Book Group, 2008, € 23,-

‘Kishore Mahbubani is een scholar diplomat, een combinatie die je niet vaak tegenkomt. Omdat hij een scholar, een wetenschapper is, onderbouwt hij zijn betoog met boekenkennis, maar de diplomaat in hem houdt de realiteit scherp in de gaten. In dit boek wil hij de egocentrische westerlingen wakker schudden. In Azië wonen verreweg de meeste mensen, het is economisch zeer in opkomst en voor je het weet zal die economische macht zich ook vertalen in politieke macht.

Daar zitten wij Europeanen dan met onze zeer beperkte blik. Volgens Mahbubani zitten de VN nog helemaal vastgebakken aan de machtsverhoudingen van na 1945.
Het is volgens hem echter de hoogste tijd de verschuiving van het politieke zwaartepunt naar het Oosten serieus te gaan nemen, zowel binnen de wereldorganisatie als daarbuiten.

Illustratief is dat het toonaangevende tijdschrift Foreign Affairs het artikel dat op dit boek is gebaseerd helemaal achterin heeft geplaatst. Mahbubani stelt dat westerlingen zich blindstaren op een wereld die niet meer bestaat, terwijl de opkomst van Azië grote impact zal hebben op de internationale politiek.

Hij kijkt naar onze morele waarden door zijn eigen bril. Goed, een land als China is niet democratisch, de burgers hebben geen politieke vrijheden. Maar vrijheid betekent niet voor iedereen hetzelfde. Dat mensen in China nu vrij kunnen bewegen, gaan wonen en werken waar ze willen, dat is ook vrijheid. Meisjes die in een fabriek gaan werken emanciperen, omdat ze onafhankelijk zijn. Natuurlijk zal een nieuwe middenklasse ook ooit politieke macht gaan op­eisen. Maar verschillende vormen van vrijheid zijn al duidelijk zichtbaar.

In Azië gaat het steeds beter. De bevolking merkt dat ook, is optimistisch. Dat optimisme vindt je niet in Europa. Mahbubani’s boek is opgebouwd als een Amerikaans betoog, maar laat de wereld door Aziatische ogen zien. Dat doet Mahbubani overtuigend.
Het boek geeft te denken over onze plaats in de wereld. Iedere westerling zou dit boek eigenlijk moeten lezen om zijn eigen kijk op de wereld eens flink uit te dagen.’


Biologie

Willem de Vos
Hoogleraar microbiologie,
Wageningen Universiteit

National Academy of Sciences, Science, Evolution and Creationism, The National Academies Press en gratis te downloaden op www.nap.edu‘

De National Academy of Sciences geeft op z’n website allerlei leuke non-fictieboeken uit voor een groot publiek. Het zijn controversiële onderwerpen die ze benaderen op een wetenschappelijk verantwoorde manier. Af en toe werk ik er ook voor.

De nieuwste uitgave is Science, Evolution and Creationism. In de Verenigde Staten is dat een heel belangrijk onderwerp, omdat er een sterke lobby is om kinderen alleen nog maar het scheppingsverhaal te onderwijzen. Dit boek laat zien waarom dat onverantwoord is, en beargumenteert de evolutietheorie met feiten. Er wordt geen negatief oordeel gegeven over religie, maar er wordt wel gezegd dat dingen als creationisme en intelligent design niet wetenschappelijk aangetoond zijn.

In het boek komen verschillende kerkelijke opinieleiders aan het woord, van dominee tot rabbijn. Daarom is het voor ons ook een introductie in de verschillende kerken in Amerika. Al die leiders leggen uit waarom en hoe zij de evolutieleer met hun geloof kunnen verenigen. Ook in Nederland is dit onderwerp nu weer relevant, omdat er twee christelijke partijen in het kabinet zitten. Dit boek laat zien dat geloof weliswaar geen wetenschap is, maar dat het wel kan samengaan met wetenschappelijke inzichten.’


Geschiedenis

Judith Pollmann Hoogleraar geschiedenis en cultuur van de Republiek der Verenigde Nederlanden, bijzondere leerstoel namens de Stichting Legatum Perizonianum, Universiteit Leiden

Benjamin J. Kaplan, Divided by Faith. Religious Conflict and the Practice of Toleration in Early Modern Europe, Harvard University Press, 2008, € 34,50

‘Veel mensen denken dat religieuze minderheden, zoals moslims, alleen in de Nederlandse samenleving kunnen integreren als ze minder serieus gaan geloven. Verlichting is het toverwoord. Kaplan laat in het boek Divided by Faith zien hoe ook fundamentalisten vreedzaam met andersdenkenden kunnen samenleven.

Hij sleept je mee naar elke denkbare hoek van het vroegmoderne Europa, voor de Verlichting. Daar vind je katholieken, orthodoxen, joden en protestanten die in verschillende combinaties met elkaar samenleven. Niemand vond dat ideaal en er kwam vaak geweld van, maar, zegt Kaplan, toch weer veel minder vaak dan je zou verwachten.

De vroegmoderne staten van Europa krijgen dat op twee verschillende manieren voor elkaar: óf ze houden de fictie in stand dat iedereen dezelfde religie aanhangt, maar gedogen in de praktijk ook de minderheden, óf ze delen de samenleving radicaal in tweeën. Bij die laatste variant verlopen de levens van de beide groepen bijna geheel gescheiden – maar dat kan alleen als alle potentiële geschillen worden afgedekt door regelgeving en arbitrage. Dat betekent wel dat beide groepen vrij en openlijk hun religie mogen belijden, wat in de eerste vorm niet kan.

Divided by Faith biedt een heel andere kijk op de geschiedenis van minderhedenproblematiek. Beide vormen bieden een vreedzame oplossing zonder Verlichting. Mensen hoeven helemaal niet in tolerantie te geloven voordat ze op tolerante wijze met elkaar kunnen samenleven. Kaplan is een prima schrijver, en de vele voorbeelden uit allerlei Europese landen maken het boek erg afwisselend. Iedere historicus droomt ervan voor een groot publiek te kunnen schrijven. Kaplan slaagt daar heel goed in.’


Gender- en etniciteits-studies

Gloria Wekker Hoogleraar gender en etniciteit aan het Instituut Media- en Cultuurwetenschappen en directeur van het expertisecentrum Gender, Etniciteit en Multiculturaliteit aan de Universiteit Utrecht

T.F. Earle en K.J.P.Lowe
(redactie), Black Africans in Renaissance Europe, Cambridge University Press, 2005, € 107,–

‘De aanwezigheid van zwarte Afrikanen in Europa in de Renais­sance is een tot laat in de twintigste eeuw vrijwel verwaarloosd terrein gebleven. Dat is niet vanwege een gebrek aan bronnen, zoals het prachtige Black Africans in Renaissance Europe, met zijn indrukwekkende studies van schilderijen en andere visuele en tekstuele artefacten waarin zwarten voorkomen, laat zien.

Dat gebrek aan aandacht heeft onder meer te maken met het in stand willen houden van een dominant beeld van Europa als een “wit” continent, waaraan de slavenhandel en slavernij op miraculeuze wijze voorbij zouden zijn gegaan.

De eerste grote groep Afrika­nen, zo’n 250 personen, zette voet aan wal in Lagos, in de Algarve in 1444. Terwijl de lokale bevolking vrij van het werk gekregen heeft om de vrijwel naakte stoet gade te slaan, schreeuwen de Afrikanen van ellende wanneer ze gescheiden worden van hun
familieleden. Dergelijke bloedstollende taferelen, die we alleen kenden van de slavenhandel in de “Nieuwe Wereld”, zullen ook in het Europese culturele archief een plaats moeten vinden.

Een scala aan onderwerpen passeert de revue in de zestien essays in dit boek, waarin vooral Zuid-Europa – Italië, Spanje en Portugal – centraal staat: hoe er in sjablonen van “civilisatie versus barbarij” tegen het Zelf en de eerste “zwarte Europeanen” werd aangekeken; welke stereotypen over hen de ronde deden, die zich in de loop van de tijd verhardden tot bevroren beelden; en hoe het als goede grap werd beschouwd om zwarten namen als “De Wit” te geven.’


Natuurwetenschappen

Joep Lange
Hoogleraar interne geneeskunde aan het AMC Amsterdam

Robbert Dijkgraaf, Blikwisselingen, Bert Bakker, 2008, € 19,95

‘Van nature ben ik in ongeveer alles geïnteresseerd. Probleem is dat ik vrij langzaam lees en dat ik ook nog veel fictie lees, of, in alle eerlijkheid, probeer te lezen. Door een professionele “koerswijziging” ging de non-fictie de laatste jaren vooral over Afrika, ontwikkelingshulp, gezondheidssystemen en economie. Voorop staat voor mij dat een boek “substantie” en “stijl” moet hebben; dat het inhoud heeft waar ik iets van kan leren en dat het goed geschreven is. Dat laatste is voor mij cruciaal. Als het niet goed geschreven is, haak ik af, al is het nog zo relevant.

Robbert Dijkgraaf kan fantastisch schrijven. Als hij Amerikaan was, dan zou hij zeker bestsellerauteur zijn. De teksten uit Blikwisselingen openen de ogen voor het plezier van de natuur­wetenschappen. Dijkgraaf schrijft telkens op een nieuwe en verrassende manier over een grote verscheidenheid aan onderwerpen. En laat op die manier de essentie van wetenschap zien: er is niet één manier van kijken, je kunt de wereld op verschillende manieren benaderen.

Blikwisselingen dus. Het mooiste verhaal is ‘De kip in New York’. Hij beschrijft een groep antropologen die aan leden van een primitieve stam in Papua Nieuw-Guinea filmbeelden van New York laat zien. De stamleden, mensen die nog nooit met iets westers waren geconfronteerd, kregen een uur lang beelden van wolkenkrabbers en mensenmassa’s te zien. Op de vraag wat ze het afgelopen uur gezien hadden, zeiden ze: een kip. Dat was het enige wat ze kenden.

Mensen begrijpen de wereld in hun eigen taal. Dijkgraaf verbindt dit met wetenschap. Wetenschap is voor veel mensen iets wat ze niet begrijpen, wat ze nog nooit hebben gezien. De uitdaging is hoe je wetenschap moet delen met het grote publiek. Maar het probleem van de kip is eenieders probleem. “Men ziet wat men weet.” Voor een wetenschapper is dat dodelijk, maar voor de maatschappij uiteindelijk ook. Mensen als Rita Verdonk proberen de kip tot norm te verheffen.’


Kunstgeschiedenis

Rob Zwijnenberg Hoogleraar theorie van de moderne beeldende kunst, in het bijzonder van de relatie tussen kunst en natuurwetenschap, aan de Universiteit Leiden

Sian Ede (red.), Strange and Charmed: Science and the Contemporary Visual Arts, met een voorwoord van A.S. Byatt, Calouste Gulbenkian Foundation, 2000, € 17,99

‘Strange and Charmed gaat over projecten waarin kunstenaars samenwerkten met wetenschappers. Zij verbeeldden het onderzoek en maakten er kunst van: installaties, schilderijen, noem maar op. De kunstenaars gaven een extra dimensie aan het onderzoek, voegden de emotionele, ethische kant toe.

Het is goed geschreven en prachtig vormgegeven. Bedoeld voor een groot publiek en toch interessant. Veel boeken over kunst blijven toch een beetje hangen in: kijk eens, o wat mooi! Dit boek gaat veel verder dan dat. Het is eigenlijk een boek over de democratisering van wetenschap.

De impact van natuurwetenschappelijk onderzoek op ons leven is gigantisch, maar het onderzoek is ook zo complex dat we er heel moeilijk zelf kennis van kunnen nemen. De kunstenaars in de twintig projecten in Strange and Charmed doen dat als het ware voor ons. Zo helpen ze door kennis te verspreiden het publieke debat over ethische en morele kanten van wetenschap. Ik vind dat er veel meer debat zou moeten zijn in Nederland over wetenschappelijk onderzoek, en dan vooral over de levenswetenschappen.

Maar om daar goed over te discussiëren, is de materie vaak toch te taai. Zodra er een kunstwerk gemaakt wordt over het onderzoek, voegt dat het menselijke vanzelf toe. Een voorbeeld daarvan is de kunstenaar die samenwerkt met een neuroloog. De zus van de kunstenaar heeft de aandoening die het onderwerp is van de studie van de neuroloog. Het is direct dichtbij, zowel voor de kunstenaar zelf als voor zijn publiek.

In Groot-Brittannië is veel geld beschikbaar voor de popularisering van wetenschap. Ik vind dat er in Nederland veel te weinig ruimte is voor dit soort initiatieven. Iedereen roept maar wat bij discussies over levenswetenschappen, niet gehinderd door enige kennis van zaken. Kunstenaars kunnen de kennis aan de man brengen bij een groot publiek. In een samenleving waarin de wetenschap zoveel invloed heeft, is dat hard nodig.’


Theologie

Erik Borgman Hoogleraar systematische theologie aan de Universiteit van Tilburg, onlangs in Vrij Nederland uitgeroepen tot een van de twaalf grootste intellectuelen van Nederland

Karl Barth, De brief aan de Romeinen, 2008, Boom, € 65,–

‘Lezen is in zekere zin mijn werk en het lezen van theologie en filosofie loopt als vanzelf ook over in mijn vrije tijd. De brief aan de Romeinen van de Zwitserse protestantse theoloog Karl Barth raad ik iedereen aan. Van dit meesterwerk uit 1922 publiceerde uitgeverij Boom onlangs voor het eerst een Nederlandse editie. Vertaler is Mark Wildschut, die bijvoorbeeld ook werk van Friedrich Nietzsche vertaalde. Dit maakt de tekst ook literair een genot.

Barths boek is een commentaar op Paulus’ brief aan de Romeinen die deel uitmaakt van het Nieuwe Testament. Hij weet de tijdgeest te vatten van direct na de Eerste Wereldoorlog, waarin de beschaving zoals Europa die tot dan toe dacht te kennen volgens velen ten einde was.

Barth profileert zich als criticus van de religie, in naam van de christelijke God. Religie is volgens Barth de menselijke gerichtheid op wat ons overstijgt, wat absoluut is, waarvan wij afhankelijk zijn. Probleem is dat dit verlangen wordt opgehangen aan een concreet beeld van God, een stelsel van religieuze of filosofische stellingen, een visie op het goede leven. Zo raakt religie met zichzelf in strijd en wordt niet het absolute op de troon gezet, maar zetten mensen zichzelf op de troon.

Dat wat Jezus Christus verkondigt en belichaamt, ligt volgens Barth niet in het verlengde van wat mensen in onze cultuur waardevol vinden. Het christendom is niet een systeem van waarheden dat christenen in hun bezit hebben. Het geloof in Jezus de Gekruisigde doorbreekt de zekerheden van zowel de kerk als de cultuur.

Dit boek laat zien wat religie werkelijk is en doet. Het gaat hier niet om voor of tegen religie, de brief aan de Romeinen maakt zichtbaar dat in de religie wezenlijke zaken worden bediscussieerd. In een tijd van verwarring rondom religie zou iedereen die zich als weldenkend beschouwt dit boek moeten lezen.’


Letterkunde

Joep Leerssen
Hoogleraar moderne Europese
letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam

Rüdiger Safranski, Romantik: Eine deutsche Affäre, Hanser Verlag, 2007, € 29,90

‘Een fascinerend relaas van filos­oof Safranski over de invloed van het romantische denken en het romantische zelfbeeld in de Duitse geschiedenis. De romantische ideeën uit Duitsland hebben heel Europa beïnvloed. Het is dus een historisch verhaal van pan-Europese relevantie.

Safranski geeft een nieuwe visie op de verhouding tussen de cultuur van de negentiende eeuw en de politiek van de twintigste eeuw. Wat we weten over de Roman­tiek, ligt vooral in het
literaire: het natuurgevoel, de lyriek, de hogere emoties. Wat we weten van de politiek, zochten we vooral in de Realpolitik: Bismarck, Hitler, Adenauer, Kohl.

Safranski laat zien hoe die twee verbonden zijn. De romantiek ontketende een nieuw intellectueel klimaat, dat de Duitsers hebben geïnternaliseerd als natio­naal zelfbeeld en dat veel politieke besluitvorming heeft aangestuurd. En nu nog steeds.

Sinds 1989 staan in Europa de begrippen “cultuur” en “identiteit” weer in het centrum van de politiek. Op die culturele identity politics ligt een hypotheek, die stamt uit de Romantiek. Safranski vult die holle ruimte op met dit prachtige boek. Het biedt kleurrijke tijdsbeelden en een leerzame achteruitkijkspiegel voor de huidige situatie. Eine deutsche Affäre leest als een roman en is wetenschappelijk sterk onderlegd.’


Cultuurfilosofie

Judith Vega Universitair docent sociale en politieke filosofie aan de Rijks­universiteit Groningen, schreef ‘Isabelle de Charrière en de kritiek van de Verlichting’

Anja Reenders, Versteende welvaart. Amsterdamse School op het Groninger Hoogeland, Noordboek, 2007, € 16,50.

‘Heerlijk kijk- en leesboek over de architectuur van de Amsterdamse School uit de jaren twintig en dertig in Groningen, stad en provincie. Het credo van de School is dat het gebouw als Gesamtkunstwerk is, gevels en interieurs zijn even belangrijk. Het boekje geeft een vroeg voorbeeld van migratie van vormentaal, lang voordat de globalisering ons met dat soort fusions vertrouwd maakte.

Amsterdam blijkt zowaar in Gro­ning­en te liggen, en trouwens, ik vond zelfs Amsterdamse School-gebouwen in Tokio! De Amsterdamse School kon omarmd worden door het sociaal-democratische gemeentebestuur, en door de hereboeren. Esthetiek voor alle klassen. Kom daar nog eens om, in deze tijd van treurige flatgebouwen voor de lagere klassen, vinexwijken voor de middenklassen en designarchitectuur voor de happy few.

De Amsterdamse School werd een stijl voor gewone woningbouw, publieke gebouwen zoals scholen en gemeentehuizen, en, in Groningen, voor de kapitale villa’s van rijke hereboeren. Architec­tuur die grote sociale betekenis had in de volkshuisvesting én de rijken gelegenheid gaf hun geld in culturele zin te investeren. Je zou het kapitaal bijna een paar dingen vergeven. De specifiek-Groningse rode baksteen voegt nog een speciaal tintje toe aan de bekende kleurenrijkdom. Soms verdenk ik de fotografe ervan gebouwen en interieurs gephotoshopt te hebben – dit is architectuur zoals de fantasie haar wil.

Het boek geeft ook wandeltochten en fietsroutes langs een en ander. Wat zou je nog op het strand zoeken? Het voorspelbare, commer­ciële, eendimensionale van onze huidige beeldcultuur krijgt een flinke uitdaging in deze herinnering aan visueel plezier, het plezier in kijken naar de omgeving. De Amsterdamse School staat voor het plezier in kijken naar details, onverwachte lijnen, bijzonder lichtspel, de individuele decoratie. Dat hoort ook een beschrijving van de democratie te zijn. Democratie kan heel mooi zijn.’


Psychologie

Ap Dijksterhuis Hoogleraar sociale psychologie te Nijmegen en schrijver van de bestseller ‘Het slimme onbewuste’ (Bert Bakker, 2007)

Daniel Gilbert, Stuiten op geluk, Bert Bakker, 2006, € 22,-

‘Ik ken de schrijver persoonlijk en ik heb het boek toen het nog in manuscriptvorm was in één ruk uitgelezen. Zijn stijl is licht en hij heeft weinig woorden nodig.

Stuiten op geluk laat zien dat wij ontzettend hard bezig zijn gelukkig te worden en daar nog aardig in slagen ook, maar helemaal niet in de gaten hebben hoe. We zijn erg slecht in het voorspellen van hoe onze toekomst eruit ziet. Mensen overschatten bijvoorbeeld enorm hun emotionele reactie als er een partner overlijdt. Veel sneller dan gedacht zijn ze terug op hun normale geluksniveau. Ze weten slecht wat hen ongelukkig maakt. Iedereen zal zeggen dat wie een maand in het ziekenhuis moet liggen slechter af is dan wie er een paar dagen doorbrengt. Maar meestal vinden de mensen die er maar drie dagen hebben gelegen het juist erger.

Stuiten op geluk doorstaat zeker de toets van de wetenschappelijke kritiek. In een populair-wetenschappelijk boek kun je natuurlijk niet altijd even genuanceerd zijn. Je hebt niet de ruimte precies te vermelden dat een fenomeen geldig is onder omstandigheden a, b, en c, maar onder d net niet. Dat is niet erg. Zolang je ook maar vakpublicaties blijft schrijven.

Het is nu veel en veel meer geaccepteerd populair-wetenschappelijk bezig te zijn dan vijftien jaar geleden, in de tijd van Piet Vroon. Misschien dat ze achter je rug commentaar geven, maar ik krijg vooral complimenten van collega’s. Het bezorgt je juist publiek aanzien. Daniel Gilbert wordt nu regelmatig door de New York Times gevraagd om zijn visie te geven.

De boodschap van mijn eigen boek Het slimme onbewuste en dat van Gilbert sluiten mooi op elkaar aan. In allebei staat centraal hoe slecht mensen zichzelf kennen. De kern van mijn boek is dat onbewuste processen enorm belangrijk zijn. Gilbert spitst dat toe op geluk. Het is geen zelfhulpboek, er staan geen lijstjes in, je moet het er zelf uithalen. Maar dat we onbewust en bij toeval op geluk stuiten, wil nog niet zeggen dat we er niets aan kunnen doen. Als je weet dat de verleiding om je ongelukkig te eten sterker is dan jezelf, kun je gewoon zorgen dat er geen lekkere dingen in de koelkast liggen.’


Milieuwetenschappen

Pim Martens
Hoogleraar duurzame ontwikkeling in Maastricht

Ervin Laszlo, Het chaospunt. De wereld op een tweesprong, Ankh-Hermes, 2006, € 19,50

‘Drie jaar geleden debatteerde ik met Ervin Laszlo, de Hongaarse wetenschapper en filosoof. Ik was zesendertig, hij tweeënzeventig. Wat me trof, is dat hij alles relateerde aan zijn directe omgeving, aan zijn familie en kinderen. Hij daalt vanuit de wetenschap af naar het gewone leven.

Laszlo was een goede pianist, hij ging pas later studeren. Hij was lid van de Club van Rome en richtte in 1993 de Club van Boedapest op, die zoekt naar nieuwe waarden en een nieuw bewustzijn om de problemen van de eenentwintigste eeuw aan te pakken.

Zijn boeken lopen van redelijk academisch tot meer filosofisch. Het laatste dat ik las, is Het chaospunt. Hij combineert er sys­teemdynamica en een meer filosofische benadering in. Het is vrij makkelijk geschreven. Zijn boodschap is dat we op een tweesprong staan. Of we slaan de goede weg in richting duurzaamheid, of we laten de vervuiling en de vernietiging van de planeet ontaarden. We hebben het zelf in handen, de kunst is om handig van de chaostheorie gebruik te maken. Je wil systemen niet te chaotisch maken, maar ook niet te vastgeroest. In de praktijk is het ontzettend lastig de middenweg te vinden. Maar zaak is in elk geval diversiteit niet te snel af te kappen en een breed scala aan duurzame oplossingen een kans te geven.

In toekomstverkenningen onderscheiden we vaak vier scenario’s langs twee assen: mondiaal versus regionaal en de nadruk op economische groei versus het accent op sociale en milieuaspecten. Mondialisering die gepaard gaat met aandacht voor milieu en samenleving blijkt het meest duurzaam. Dat zorgt voor meer gelijkheid, een redelijke economische ontwikkeling en tempering van de milieuproblemen. We staan echt op een kritisch punt, zegt Laszlo. Als we niet oppassen, lopen klimaatverandering, luchtverontreiniging en infectieziekten uit de hand. Economische groei mag niet langer de enige leidraad zijn. It’s sustainable development, stupid.’


Communicatiewetenschappen

Mark Deuze
Hoogleraar journalistiek en nieuwe media aan de Universiteit van Leiden en de Universiteit van Indiana (VS)

Zygmunt Bauman, Liquid Times: Living in An Age of Uncertainty, 2007, Blackwell Publishers,
€ 13,99

Liquid times is een erg toegankelijk boek van de Poolse denker Zygmunt Bauman. Niet te dik, lekker snel. Perfect voor op het strand.

Bauman legt met zijn werk een vinger op de pols van de huidige tijd. Wat er allemaal net onder de oppervlakte suddert. Hij legt uit wat het betekent om te overleven in een tijd van volstrekte onzekerheid. Als gewoon mens word je dagelijks geconfronteerd met informatie over dramatische problemen als klimaatverandering, terrorisme, wereldwijde migratie. Maar je kunt er tegelijkertijd helemaal niets aan doen – zelfs de overheid is hierin impotent. Iedereen voelt die grote onzekerheid.

Zelfs als je aan mensen met een vaste baan of een vaste relatie vraagt hoe ze zich voelen, dan denken ze dat het allemaal morgen voorbij kan zijn. Onzekerheid beheerst ieders leven. Bauman maakt inzichtelijk wat het verband is tussen je eigen onzekerheid en die van de omgeving door zich vooral te concentreren op de manier waarop we, in plaats van met zijn allen er daadwerkelijk iets aan te doen, voor oplossingen vluchten richting markt en media.

Op de markt worden we uitsluitend als individu aangesproken, en in de media is dat ook steeds meer het geval – zeker online. Daardoor verdwijnen de laatste sociale verbanden uit de samenleving, en dat schept weer nieuwe onzekerheid. Baumans boodschap is misschien niet altijd even plezierig, maar hij is een van de weinige eigentijdse denkers die je echt in staat stellen de wereld en je eigen rol daarin op nieuwe manieren te zien, je het gevoel geven dat het ergens over gaat.

Na het lezen van een paragraaf zie ik weer allemaal nieuwe verbanden die ik daarvoor niet zag. Dat komt niet in de laatste plaats omdat het schrijfplezier van de pagina’s druipt. Bauman gebruikt veel alliteraties en woordgrapjes, sleept zijn voorbeelden uit van alles en nog wat: boeken, muziek, televisie. Heerlijk. En je begrijpt het. Geen jargon, maar indrukwekkende vergezichten gebracht met een bevlogenheid en passie die je zelfs bij de jongste filosofen nog maar weinig aantreft.’


Economie

Wendy Janssens Onderzoeker aan de faculteit economie van de Vrije Universiteit in Amsterdam, won vorig jaar de Societal Impact Award van de VU en de AIID/Wereldbankprijs voor haar proefschrift over ontwikkelingshulp in India.

Paul Collier, The Bottom Billion. Why the Poorest Countries are Failing and what Can Be Done About it, Oxford University Press, 2007, € 26,95

‘Eigenlijk heb ik dit boek nog niet helemaal uit, maar ik wil het toch graag noemen. Het is een goed, helder geschreven relevant verhaal vanuit politiek en economisch perspectief over de allerarmste ontwikkelingslanden. Landen die niet zoals India en China de goede kant op gaan, maar die echt in een hopeloze situatie zitten.

Dat gaat om ongeveer een miljard mensen in vijftig landen, veelal in Afrika met een laag bevolkingsaantal. Omdat het in deze landen zo gevaarlijk, corrupt en uitzichtloos is, zijn ontwikkelingsorganisaties vaak huiverig om juist hier te werken. Collier brengt heel knap een lijn aan in allerlei verschillende onderzoeken naar de oorzaken van de deplorabele toestand in die landen, en hij beschrijft de valkuilen waar ze in vastzitten, zoals burgeroorlog, slecht bestuur en ongunstige geografische ligging.

Vervolgens betoogt Collier op wat voor manier wij hulp kunnen bieden. Niet alleen met ontwikkelingshulp, maar ook, en dat is onder ontwikkelingswerkers nogal controversieel, door meer humanitaire interventies en door de economische groei te stimuleren. Ook beschrijft hij mogelijke internationale verdragen en zegt hij hoe we kunnen omgaan met opbrengsten van grondstoffen. Het boek geeft inzicht, suggesties, en een hoop stof tot nadenken.

In mijn proefschrift evalueer ik de effectiviteit van ontwikkelingshulp op langere termijn. Dat is dus niet alleen kijken of dat schooltje er komt, maar ook of de kinderen beter leren. The Bottom Billion gaat nog een stap verder, Collier trekt de agenda breder dan hulp alleen. Ook op individueel niveau kun je als westerse kiezer en consument best wat doen, zo maakt het al uit op wie je stemt, omdat niet elke partij zich bijvoorbeeld inzet voor internationale verdragen.

Hij probeert niet zozeer te beschrijven hoe verschrikkelijk het is in die aller­armste gebieden. Dit boek is vooral interessant voor mensen die daar al van overtuigd zijn, die begaan zijn met het lot van mensen in de armste ontwikkelingslanden, en die willen begrijpen wat nou precies de problemen zijn en hoe wij zelf vanuit hier kunnen bijdragen aan een oplossing.’