Stel, Eva Jinek was een verhouding begonnen met topadvocaat Victor Koppe. Had ze dan moeten terugtreden?

Twee redenen gaf Eva Jinek vorige week op voor haar terugtreden als anchorwoman van Nieuwsuur. De hoofdredacteur had laten weten haar verhouding met een fameuze topadvocaat ‘onwenselijk’ te vinden. ‘Daarnaast lijkt op de redactie van het programma onvoldoende draagvlak te bestaan voor mij als presentator vanwege die relatie.’ Onder deze omstandigheden, verklaarde ze, ‘kan en wil ik niet werken’.

 

Het was de term ‘onvoldoende draagvlak’ die de fantasie onmiddellijk op hol deed slaan. Kennelijk heeft de meerderheid der redacteuren de vrouw laten merken dat zij een grens overschreed. Maar hoe? Openlijk? Bij de koffieautomaat? Via een stille peiling per e-mail? Door te sissen tegen de chef dat dit toch echt niet door de beugel kon?

Ik ken de sfeer op deze Hilversumse redactie niet, maar die op enkele geestverwante redacties wel. En ik vermoed zomaar dat geen collega ervan wakker had gelegen als Jinek een verhouding was begonnen met pakweg Victor Koppe, de jurist die Volkert van der G. tot zijn clientèle mag rekenen. Of met Michiel Pestman, de advocaat die zo enthousiast zijn tanden zet in de zaak-Wilders. Ik denk zomaar dat haar collega’s dan de schouders hadden opgehaald. Of misschien zelfs zouden hinten op de voordelen van zo’n interessant contact.

Jinek was zo onbezonnen om erotische betrekkingen aan te knopen met de nogal glamoureuze, nogal gladde, nogal rechtse strafpleiter Bram Moszkowicz. En dus ontwaakte het journalistieke geweten uit een diepe slaap. En dus smolt het redactionele draagvlak sneller dan de ijskap op de Noordpool.

Vanzelfsprekend werd de boodschap anders naar buiten gebracht. Zo’n privérelatie tussen een topadvocaat en een journaliste, zei hoofdredacteur Carel Kuyl gewichtig in Het Parool, ‘leidt tot vermenging en is niet verstandig’.

Hoezo? Elke journalist – tenzij hij zich op de virtuele hei heeft teruggetrokken – krijgt met het dilemma te maken. Je zwager is middelpunt van een smakelijke rel, je broer bekleedt een politiek gevoelige positie, van de achterbuurvrouw hoor je geheimen die je lezers in extase zouden brengen, en het personage dat je moet interviewen is iemand met wie je toevallig hebt geknikkerd. Telkens weer dien je te besluiten wat je doet met die twee zielen in de borst. Maar een beetje journalist zal er te allen tijde voor waken dat hij die loyaliteit verstrengelt. Dat is hij verplicht aan het medium waarvoor hij werkt, aan zijn eigen geloofwaardigheid, aan zijn beroepseer.

Stel, de dekselse strafpleiter had bij Nieuwsuur moeten aanschuiven, en stel, zijn liefje deed net die avond dienst. Natuurlijk was een interview potsierlijk geweest. Maar zij had haar presentatiebeurt kunnen ruilen. Waarom werd die simpele oplossing op voorhand uitgesloten? Waarom twijfelde Jineks baas op voorhand aan haar professionele verstand?

Er zijn genoeg voorbeelden van journalistieke heren die beroemdheden beminden. De een deed het met een heuse prinses, de ander met een Kamerlid, de derde met een topsporter. Bij mijn weten heeft geen van hen om die reden ooit één carrièrestap teruggedaan – ook al hadden de betreffende collega’s daar wellicht nog zo op gehoopt. Mannen worden geacht eigenstandige wezens te zijn, die moeiteloos hun vakmanschap behouden als ze hun hart verliezen. Bij vrouwen ligt dat blijkbaar héél anders.

Maar dit soort mild seksisme komt altijd van twee kanten. De ene partij doet het, de andere laat het gebeuren. Eva Jinek had Carel Kuyl alle hoeken van het Mediapark moeten laten zien. n