Veel commotie over de platheid van de pers. Maar de grenzen tussen roddelpers en de rest zijn allang vervaagd.
Eerst was er alom gemor over de berichtgeving rond CDA-staatssecretaris Jack de Vries. Nadat zijn buitenechtelijke verhuizing was uitgelekt, trad de voormalige spindoctor af. Belangrijkste opgegeven reden: ‘de voortgaande publicitaire druk’.
De commotie was nog niet geluwd of De Telegraaf kreeg de volle laag, vanwege een interviewtje met de enige overlevende van de vliegtuigramp in Tripoli, grote foto erbij. Schandelijk, vond menigeen. Beneden alle peil. Zouden fatsoenlijke kranten nóóit hebben geplaatst.
En vrijdag verscheen het eerste nummer van het roddelblad Binnenhof, gewijd aan de Haagse politicus als mens. Weer was de ophef groot. Een nieuw dieptepunt, hoorde ik, in de vaderlandse journalistiek. Maar ja, een rubriek als deze schept verplichtingen. Dus in de dichtstbijzijnde bladenwinkel pakte ik, als een dominee die porno koopt, eerst twee andere tijdschriften uit de rekken, in de hoop Binnenhof ertussen te kunnen smokkelen. Helaas, het blad was nergens te vinden. Op gedempte toon informeerde ik ernaar bij de kassa, waarbij ik nog nét wist in te slikken dat het ‘voor m’n werk’ was. ‘Natuurlijk!’ riep de caissière enthousiast door de winkel. ‘U bedoelt dat nieuwe roddelblaadje over Den Haag!’
– Gedempt vroeg ik de caissière om de ‘Binnenhof’
Thuis maakte de gêne snel plaats voor hilariteit. Tjonge, jonge. Komt dit uit de boezem van het ooit zo gerespecteerde opinieweekblad HP/De Tijd? Liefst 146 pagina’s met ‘geheime relaties’, rookgewoonten, drinkgelagen, kledingrecensies, aanbevolen diëten, woonpaleisjes, budgetproblemen – alleen zijn nu eens niet Oranjetelgen of televisiehelden de klos, maar onze gekozen volksvertegenwoordigers. Verder is het allemaal al eens eerder vertoond, zelfs de veelbesproken dieptereportage over de afvalverwerking ten huize van de families Rouvoet en Pechtold. Andere tijden interviewde in 2003 een voormalig Privé-journalist. Begin jaren tachtig had hij de vuilniszakken van prinses Irene gejat en de inhoud over zijn keukenvloer uitgespreid, teneinde informatie te vergaren over haar vermeende liefdesaffaire met een kapitein ter zee. De oogst: de prinses bleek een uitgesproken voorkeur te hebben voor Roodmerk van Douwe Egberts.
Natuurlijk, precedenten maken het recente speurwerk van Binnenhof niet minder onsmakelijk, helemaal niet als je er zelf het slachtoffer van blijkt te zijn. Begrijpelijkerwijs maande D66-leider Alexander Pechtold de journalistiek maandag in de Volkskrant tot ‘respect voor ieders privacy’, tot ‘verantwoordelijkheid’ en ‘zelfbeheersing’. NRC Handelsblad schreef diezelfde dag in zijn hoofdredactioneel commentaar dat hiermee ‘geen enkel redelijk publiek doel’ was gediend en sprak van ‘een stuitende beginselloosheid’ bij de bedenker van het plan, Jan Dijkgraaf.
Helemaal juist. Maar zal het helpen?
In 1974 kwam het weekblad Story op de markt. Niet veel later volgde de lancering van Privé, geesteskind van Henk van der Meyden. Beide gossipbladen wisten onmiddellijk spectaculaire oplagen te halen. Toch besteedt het vuistdikke handboek Journalistiek in Nederland 1850-2000 welgeteld één pagina aan de geboorte van het fenomeen (‘wankele feitelijke betrouwbaarheid’, ‘opgeklopte verhaaltjes’, ‘conservatief moralisme’). Ten onrechte. Want daarna kroop de geest langzaam uit de fles en zou het in medialand nooit meer zo worden als het was. Zonder het wegbereidend werk van deze bladen had nu geen nette krant durven schrijven over de hormoonhuishouding van Jack de Vries, was het jochie in Tripoli gewoon met rust gelaten en had de hoofdredacteur van Binnenhof nergens zendtijd gekregen. De grenzen tussen roddelpers en de rest zijn allang vervaagd. De grote boze wolf loopt allang in de bovenwereld rond. En die zal niet meer verdwijnen.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.