Als je erop staat, ben je de sigaar. Je kunt niet bij je geld en niemand mag zaken met je doen. De Sanctielijst moet terroristen financieel verlammen. Maar werkt-ie? Wie bepaalt wanneer je erop komt? En vooral: wie haalt je eraf?

Bliep, bliep, blieeep. Uit de sleuf van de geldautomaat glijdt een stapeltje biljetten. Ibrahim kijkt er verbaasd en achterdochtig naar. Het apparaat werkt gewoon! Hij was vergeten dat de machine geluidjes maakt, hij wist niet meer hoe het voelt om je eigen geld te pinnen. Meer dan een jaar heeft de Amsterdamse jongeman niet zelf over zijn bankrekening kunnen beschikken. Ibrahim kwam in 2014 op de ‘nationale terrorismelijst’ te staan. Sta je daarop, dan ben je financieel verlamd. Je tegoeden worden bevroren en personen of instanties die zaken met je doen, kunnen worden vervolgd. ‘Je maakt geen onderdeel meer uit van de samenleving,’ zegt Ibrahim. ‘Je wordt er echt uitgekickt.’

In hun hart treffen

Raak terroristen waar je kunt, is het devies van hun bestrijders. Zonder geld zijn ze machteloos. Vandaar dat in de politiek voortdurend de roep klinkt om de financiering van terrorisme aan te pakken. En zo ontstonden de lijsten met personen en organisaties waarmee niemand meer zaken mag doen. Want zo zou je de kwaadwillenden in hun hart treffen. De Verenigde Naties hebben zo’n lijst, de Europese Unie heeft er een. En ook Nederland kent met de ‘Sanctieregeling terrorisme’ sinds 2007 een nationale lijst met namen van vermeende terroristen die openbaar worden gemaakt in de Staatscourant. In januari meldde minister Koenders van Buitenlandse Zaken dat die lijst, waar nu zo’n veertig namen op staan, verder moet groeien. ‘Het kabinet wil de inzet van deze maatregel verder intensiveren,’ schreef hij aan de Kamer.

Rond die terrorismelijst bestaat echter nogal wat onduidelijkheid. Hoe kom je precies op die lijst? Hoe kom je er weer af? En heeft een lijst met namen eigenlijk wel enig effect?

Wegsluizen

Het lijkt zo eenvoudig als je de kinderlijke minibrochure op internet aanklikt. De overheid doet onderzoek, neemt een besluit en voor je het weet sta je op de lijst en zijn al je tegoeden bevroren. Simpele cartoons, een helder proces, geen speld tussen te krijgen. Maar in werkelijkheid gaat er achter de samenstelling van de Nederlandse terrorismelijst een heel circus schuil, ontdekte Vrij Nederland. En dat circus draait vooral op de ‘Apenrots’ in Den Haag – het ministerie van Buitenlandse Zaken. Daar komt iedere maand in het diepste geheim een club ambtenaren bijeen om volgens een speciaal ‘protocol’ onder vast voorzitterschap van een hoge ambtenaar van dit ministerie te spreken over verdachte Nederlanders. Het Openbaar Ministerie en de AIVD schuiven aan om kandidaten aan te dragen. Maar aan tafel zit ook het ministerie van Financiën voor de uitvoering, terrorismecoördinator NCTV en de speciale Finance Intelligence Unit (FIU) die zich bezighoudt met ‘ongebruikelijke transacties’ in de financiële wereld.
Dat clubje nam vorig jaar een besluit over Ibrahim. Thuis in Amsterdam kreeg hij daarop een brief met een kopie van de Staatscourant. Hij stond op de terrorismelijst, luidde de boodschap. Volledige naam, geboorteplaats en -datum, openbaar gemaakt voor iedereen. Een aankondiging vooraf geven ze niet, want er moet sprake zijn van een verrassingseffect. Het is natuurlijk niet de bedoeling dat een terrorist even snel zijn geld kan wegsluizen naar een andere rekening.

Een uitkering

Kort tevoren was Ibrahim in België in hoger beroep veroordeeld voor plannen om deel te nemen aan de jihad in een ver strijdgebied. Hij kreeg vijf jaar gevangenisstraf, ook al zegt hij onschuldig te zijn. Omdat zijn advocaat cassatie instelde, hoefde Ibrahim niet meteen de cel in. ‘Ik wist wel van de lijst, dat had een cipier op de Terrorisme Afdeling van de gevangenis me al verteld. Maar toen ik de brief kreeg, ben ik gaan googelen wat ik allemaal niet meer mocht.’ Pinnen durfde Ibrahim niet meer, bang dat de automaat meteen zijn kaart zou inslikken. Als noodmaatregel kocht hij met cash geld een prepaid-creditcard bij GWK, dat ging moeiteloos. Maar zijn beginnende onderneming in de autobranche kon hij wel vergeten. Ibrahim schreef zich uit bij de vof die hij had opgericht, want ook zijn compagnon kon zijn creditcard niet meer gebruiken. Omdat hij niet meer kon werken, vroeg hij bij de gemeente een uitkering aan. ‘De dame van de Dienst Werk en Uitkering begon een heel verhaal over mijn sollicitatieplicht. Ik heb haar toen maar even onderbroken en gezegd dat ik niet kon werken omdat ik op de terrorismelijst stond. Ze schrok zich een ongeluk. “U hoort nog van me,” zei ze.’
Prompt ontving Ibrahim een uitkering. Er was alleen één probleem: hij kon er niet bij. Via de post kreeg de veroordeelde ‘jihadist’ intussen allerlei slecht nieuws: dat zijn scooterverzekering was opgezegd, dat hij zijn huis uit moest omdat hij zijn huur niet betaalde. Dat moest Ibrahim regelen bij de gemeente die dergelijke vaste lasten op zijn uitkering ging inhouden en voor hem betaalde. Voor levensonderhoud vroeg zijn advocaat bij het ministerie van Financiën een gedeeltelijke ‘ontheffing’ van de bevriezing aan, daar zijn vaste regels voor. Elke maand mocht hij bij zijn ABN Amro-filiaal in Amsterdam-West 300 euro in contanten ophalen. Ook hier de inmiddels bekende schrikreactie toen Ibrahim zei dat hij op de terrorismelijst stond. Geregeld lag de toestemming van hogerhand nog niet bij de bank of moest hij ineens naar een ander filiaal. Vooral de eerste maanden had Ibrahim het er behoorlijk moeilijk mee. ‘Je voelt je een outlaw. Eigenlijk verdwijn je uit de samenleving. Wat voor nut heeft zo’n maatregel dan?’

Illustratie: Gijs Kast
Vreemde keuzes

Het kabinet gelooft er heilig in. Dit jaar voegden de drie verantwoordelijke ministers (Buitenlandse Zaken, Financiën en Justitie) tot dusver negentien nieuwe namen toe op de Nederlandse terrorismelijst. De ‘intensivering’ van de regeling die minister Koenders aankondigde, lijkt in volle gang. Veel van de nieuw bevroren boosdoeners zijn betrokkenen in het grote jihadproces, waarin dezer weken ronselaars en jihadstrijders uit de Haagse Schilderswijk terechtstaan.

Dat is te volgen. Maar wie de lijst nauwkeuriger bestudeert, ontdekt veel vreemde keuzes en inconsequenties. Het ligt voor de hand dat tegoeden worden bevroren van moslimextremisten die naar Syrië of Irak vertrekken om daar te strijden. Het moet ze immers niet te gemakkelijk worden gemaakt om aan geld te komen voor de aanschaf van wapens. Volgens de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid NCTV zijn er meer dan tweehonderd Nederlanders naar die strijdgebieden afgereisd. Daarvan zijn er zo’n vijfenzeventig terug of dood, dus nog zeker honderdvijfentwintig ter plaatse. Waarom staan er dan maar pakweg twintig Syriëgangers op de lijst? Waarom kwam ‘fighting journalist’ Soufiane Zerguit in maart op de lijst na een verblijf van ruim een jaar in Syrië? Terwijl de ministers de tegoeden van zijn ‘broeder’ Noureddin B. pas tweeënhalf jaar na diens vertrek bevroren? En waarom staan er strijders op de lijst die vermoedelijk al lang en breed dood en begraven zijn, zoals Driss D.?

Een nadere toelichting kunnen de betrokken ministeries niet geven. De gronden voor de beslissingen worden niet openbaar gemaakt, om reden van ‘privacy’. Terwijl de terroristen wel met volledige naam, geboortedatum en soms adres in de Staatscourant verschijnen. De burger moet immers weten met wie hij geen zaken mag doen.

Je voelt je een outlaw. Eigenlijk verdwijn je uit de samenleving. Wat voor nut heeft zo’n maatregel dan?

Onnavolgbaar

Vreemder wellicht nog is het gesteld met de vermeende terroristen die zich in Nederland bevinden. Op de lijst staat Mohamed A. uit Delft, die in juni werd veroordeeld tot vier jaar cel wegens deelname aan de strijd in Syrië. Maar zijn naamgenoot Mohammed G. ontbreekt. Die werd schuldig bevonden aan het maken van jihadplannen, kreeg geen celstraf wegens ontoerekeningsvatbaarheid en doet sindsdien onophoudelijk pogingen naar het strijdgebied af te reizen. Ook de keuzes voor de jihadisten uit de Haagse Schilderswijk hebben iets onnavolgbaars: waarom staat de jonge prediker Oussama C. wel op de lijst en hoofdverdachte Abu Moussa niet? Beiden hielden zich volgens het strafdossier bezig met het inzamelen van geld.

‘Het is inderdaad onduidelijk waarom iemand op de lijst komt of niet,’ zegt advocate Marieke van Eik die onder meer Ibrahim bijstond. ‘Je krijgt wel een motivering, maar daar staat niet heel veel in. In het geval van Ibrahim was het zijn Belgische veroordeling.’ Van Eik stond ook een aantal Tamils bij die op de lijst kwamen omdat ze lid zouden zijn van de verboden Tamiltijgers. ‘Daarover was nog veel minder informatie.’ De advocate vindt het vreemd dat mensen in de gevangenis ook op de lijst komen. ‘Wat is daarvan het nut? Een gedetineerde heeft helemaal geen toegang tot zijn rekening. Dat is dus disproportioneel.’

Bevriezingsoverleg

Strafpleiter Bart Nooitgedagt hielp in het verleden onder andere leden van de zogenaamde Hofstadgroep rond Mohammed B., de moordenaar van Theo van Gogh. ‘Er waren ook totaal geen aanwijzingen dat die jongens beschikten over grote bedragen, of van geldstromen naar het buitenland. Het was destijds een beetje een speeltuin voor de ambtenaren die daarmee zonder veel toezicht konden experimenteren. Dan wilden ze niet dat familie geld op de rekening van de gevangenis zette, terwijl ze daar hoogstens postzegels voor kochten om hun familie te schrijven.’

Een speeltuin is het niet, verzekeren ons betrokkenen bij het ‘bevriezingsoverleg’. Maar tijdens de maandelijkse bijeenkomsten om kandidaten voor te dragen wordt niet met vaste criteria gewerkt. Er is sprake van ‘een beeld’ dat oprijst uit de vertrouwelijke informatie op basis waarvan de ministers uiteindelijk een beslissing nemen. Er moeten echte harde aanwijzingen liggen, enkel hearsay is onvoldoende. Daarnaast kijken de verantwoordelijken wel degelijk zo goed mogelijk naar de rechtstatelijke beginselen, verzekeren de insiders. Maar ook zij kunnen niet ontkennen dat de lijst vol inconsequenties zit.

Niet genoeg capaciteit

Een van de oorzaken van die relatieve willekeur is dat het bevriezingsoverleg afhankelijk is van de namen die door de AIVD of het Openbaar Ministerie worden aangedragen. En daar kunnen die instanties zo hun heel eigen belangen bij hebben. Beide instanties willen niet nader ingaan op hun afwegingen. Volgens het protocol is Buitenlandse Zaken na een voorgenomen beslissing wel verplicht zich ervan te ‘vergewissen’ dat de keuze juist is. Daartoe krijgt een ambtenaar van dat ministerie toegang tot de onderliggende stukken bij OM of AIVD. Ook daar is sprake van een bottleneck, zeggen betrokkenen: er is eenvoudigweg niet genoeg capaciteit om die tijdrovende onderzoeken meteen te doen als een kandidaat is aangedragen. Soms is een zaak ‘onder de rechter’ en blijkt het dossier fysiek niet in Den Haag te raadplegen.

Dat vergewissen verloopt bovendien aantoonbaar niet altijd goed. Ibrahim moest dit voorjaar van de lijst worden geschrapt na een uitzonderlijk en vernietigend oordeel van de rechtbank in Amsterdam. Volgens de rechters hadden de samenstellers van de terrorismelijst zich uitsluitend gebaseerd op zijn Belgische veroordeling, die inmiddels in cassatie was vernietigd. Terwijl als gevolg van de ‘zeer verstrekkende gevolgen’ van plaatsing op de terrorismelijst ‘een vergaande, actieve onderzoeks- en vergaringsplicht’ rust op de Nederlandse staat. Het besluit om Ibrahim op die lijst te zetten, was dus niet genomen op ‘een voldoende solide feitelijke grondslag’ en was ‘niet deugdelijk gemotiveerd,’ concludeerde de rechtbank.

Integrale aanpak

Maar nog afgezien van de vraag of de juiste mensen op de lijst terecht komen: heeft de sanctie wel het beoogde effect? Wordt het terrorisme inderdaad in het hart getroffen? Betrokkenen bij de samenstelling zeggen dat alle beetjes helpen, dat alle terrorismemaatregelen bij elkaar effect sorteren: de ‘integrale aanpak jihadisme’, zoals dat in Den Haag heet. Dat er vooral moet worden gewerkt om al die verschillende maatregelen op elkaar te laten aansluiten. En inderdaad wordt af en toe een arrestatie verricht. Zoals in het geval van de broers van de bekende Syriëgangers Hatim R. en Abdelkarim el A., van wie de laatste een ‘bekende Nederlander’ werd toen hij in een video, staand voor de puinhopen van Aleppo, Nederland bedreigde.

Beide broers waren zo onvoorzichtig geweest om geld over te maken. De Arnhemmer Youssef el A. zorgde ervoor dat zijn broer Abdelkarim 7.350 euro in handen kreeg. En het lukte Sulaymaan R. uit Dordrecht om een kleine 17.000 euro over te maken naar broer Hatim in het strijdgebied. Inmiddels staan beide jihadstrijders op de terrorismelijst, maar dat was nog niet zo toen ze het geld uit Nederland kregen. Dat is ook niet per se nodig, want de financiering van terrorisme is sowieso bij wet verboden. De lijst dient vooral als extra waarschuwing voor derden en als leidraad voor banken, verzekeraars en andere financiële dienstverleners.

In het geval van Youssef el A. was er een melding van de bank binnengekomen bij de FIU, die de betaling meldde bij het Openbaar Ministerie. ‘Blijkbaar duurt zo’n verwerking lang,’ zegt advocaat Serge Weening. ‘De betalingen dateren van 2013 en mijn cliënt is pas in 2015 aangehouden.’ Youssef moet zich volgend jaar voor de rechter verantwoorden, maar voor zijn raadsman is de verdedigingslijn nu al duidelijk. ‘Je zou wel gek zijn als je als familielid géén geld stuurt. Ik zou dat ook voor mijn familie doen als die onder die omstandigheden verkeert. Daarbij is helemaal niet gezegd dat je terrorisme steunt. Mijn cliënt wilde domweg zijn broer in Syrië helpen, want die heeft ’s avond ook gewoon eten nodig, en die moet ook ergens wonen.’

Familie of niet, wie geld overmaakt riskeert een gevangenisstraf. Maar wat zegt deze zaak nu over de werkelijkheid van terrorismefinanciering? Wie het een beetje slim aanpakt en het reguliere bankverkeer links laat liggen, hoeft weinig te vrezen. Neem Ibrahim. De Amsterdammer vertelt dat hij terwijl hij op de sanctielijst stond, gewoon op vakantie naar Thailand kon. Een vriend kocht met cash een ticket en hijzelf verlengde zijn inmiddels verlopen paspoort. Voor zijn verblijf daar nam Ibrahim baar geld mee. Dat kan dus ook als je over terroristische motieven beschikt.

Een tas vol geld

Uit het omvangrijke vertrouwelijke strafdossier in de Context-zaak naar jihadisten in de Schilderswijk – in handen van Vrij Nederland – blijkt dat geldstromen doorgaans veel schimmiger verlopen dan met een naam op de terrorismelijst kan worden voorkomen. Hoofdverdachte Abu Moussa zamelde geld in voor moslimgevangenen via zijn stichting Intisaar. Het was echter niet de naam van de stichting waarop de belletjes bij de bank gingen rinkelen, maar de omschrijving bij een betaling die een medewerker van ING Bank de wenkbrauwen deed fronsen: ‘Behind Bars Syrië’ stond er bij een overboeking naar een Turkse rekening. De bank lichtte de FIU in en ING hief de rekening op nadat Abu Moussa ‘onvoldoende opening van zaken’ gaf.

Maar meestal is het geld nog veel moeilijker traceerbaar omdat betalingen in contanten plaatsvinden. ‘Tja, wat mensen op de straathoek allemaal cash doen, daar is natuurlijk weinig zicht op,’ zegt advocaat Vasco Groeneveld, die een vermeende terrorist op de lijst bijstond. De Haagse broeders organiseerden bijvoorbeeld benefietavonden voor humanitaire doelen als ‘een ambulance’ voor Syrië. Inzamelingen gebeurden in cash en de politie kon niet de vinger krijgen achter de precieze bestemming van het geld. Het lijkt erop dat ingezameld geld via allerlei routes gewoon naar Syrië werd gebracht. Belgische broeders brachten een tas vol geld naar meisjes in Den Haag die naar Syrië gingen om met een jihadist te trouwen.

In eigen zak

In maart 2013 arresteerde de Griekse politie Abu Moussa en Soufiane Z. bij de grens met Turkije. Niet omdat ze op een terrorismelijst stonden, maar omdat ze zich op verboden militair terrein bevonden. Ze hadden duizenden euro’s op zak. Een paar maanden later reed de politie twee jongens uit Arnhem bij Kleef in Duitsland van de weg, onder wie een andere broer van de eerder genoemde Yoessef el A. In hun bagage bevonden zich survivalspullen, bivakmutsen en geld, veel geld. Een mooie vangst, maar daarbij had de terrorismelijst geen rol gespeeld. Het was dankzij de AIVD dat de politie precies wist wanneer ze zouden vertrekken.

Ook bij de verdeling onder de strijdende jihadisten in Syrië en Irak draait het voornamelijk om contant geld. In juli 2013 had de Zoetermeerse prediker Mohammed T. alias Abu Bashir een bedrag van vijfduizend euro verzameld, blijkt uit afgeluisterde telefoongesprekken. In het grensgebied van Turkije en Syrië verdelen twee koeriers – Hicham el O. en Saleh Eddine A. – het bedrag cash onder strijders in porties van een paar honderd euro. De afspraak is dat de broeders die ‘met niks daar zijn gekomen’ het meeste krijgen. Dat lijkt niet helemaal goed te gaan, de verdeling leidt tot fikse ruzie. Jihadstrijder Anis Z. belt zijn broer Soufiane – op dat moment nog in Nederland – ziedend op: ‘Die geld was voor euh Hollanders,’ roept hij in de hoorn: ‘hij heeft ook aan een Belg gegeven, die heeft er helemaal niks mee te maken, alleen omdat het zijn vriend is.’ Anis (destijds Jahbat al Nusra, nu IS) beschuldigt de koeriers er bovendien van geld in eigen zak te hebben gestoken: ‘Achie, ze hebben allebei twee dikke jeeps!’

Schimmige transacties

Toch kun je ook met cash of andere schimmige transacties tegen de lamp lopen. Want hoe je het ook doet, je blijft strafbaar als je een gekende terrorist of terroristische organisatie geld stuurt. Interessant is de zaak van de Turkse Burcu T., die als eerste werd veroordeeld als gevolg van een overtreding van de sanctiewet. De Amsterdamse werd in maart 2012 aangehouden omdat ze tot vier keer toe geld had gestuurd naar de Islamic Jihad Union (IJU) en de Deutsche Taliban Mujahideen (DTM), twee aan de Taliban gelieerde terroristische organisaties, opererend op de grens van Afghanistan en Pakistan. Die organisaties staan op de terrorismelijsten van de EU en de VN.
Dat het geld afkomstig was van Burcu bleek uit aantekeningen die in Afghanistan werden gevonden op het lichaam van de gedode leider van DTM, tevens de man met wie ze zou trouwen. Burcu had het geld via Western Union overgemaakt naar een contact in Turkije, die op zijn beurt zorgde dat de bedragen bij haar vriendje in Pakistan terechtkwamen via het systeem van hawala bankieren (daarbij wordt het geld elders uitbetaald via vertrouwenspersonen, zonder dat het fysiek of giraal wordt overgemaakt).
Kort na haar aanhouding in 2012 kwam Burcu zelf op de Nederlandse Terrorismelijst te staan. De Amsterdamse wachtte haar proces niet af en verdween richting Turkije. Volgens een bron bij het OM is ze inmiddels van daaruit afgereisd naar het strijdgebied in Syrië. Afgelopen zomer veroordeelde de rechtbank in Rotterdam haar bij verstek tot een half jaar gevangenisstraf.

Zelfvoorzienend

De zaak tegen Burcu laat zien dat overtreding van de Sanctiewet tot een veroordeling kan leiden. Maar de pakkans lijkt niet bijster groot. Bovendien zijn er ook fundamentelere twijfels over het nut van de terrorismelijst. Want hoe wordt dat terrorisme feitelijk gefinancierd? In de eerder genoemde brief van minister Koenders staat het gewoon opgeschreven: ‘Volgens een recent VN-rapport is ISIS grotendeels zelfvoorzienend. ISIS heeft inkomsten uit diverse bronnen, waaronder de verkoop van olie, losgeld, afpersingen en diefstal, de verkoop van antiquiteiten.’ In kringen van Nederlandse terrorismebestrijders heerst de opvatting dat de terrorismelijst ‘vooral voor de bühne’ is. ‘De politiek kan zo laten zien: kijk maar, we doen er alles aan,’ zo valt te horen. Maar als je echt iets tegen de financiering van terrorisme wilt doen, zou je de olie-inkomsten van IS moeten aanpakken. Het is zelfs de vraag of de sanctielijst niet juist een negatief effect heeft. Advocaat Nooitgedagt: ‘Natuurlijk, je ziet dat families geld overmaken naar Syrië en je ziet geldkoeriers optreden. Maar als je dit aanpakt met zo’n lijst, jaag je die jongens juist verder ondergronds. Ze kunnen immers geen kant meer op. En dan ben je het zicht op die geldstroompjes helemaal kwijt.’

De gevolgen voor de betrokkenen zijn evenwel groot, zegt Ibrahim: ‘Wie mijn naam op google intikt, ziet onmiddellijk dat ik op de terrorismelijst ben geplaatst. Wat zullen mijn toekomstige werkgevers denken? Dat ik er inmiddels weer vanaf ben, ziet niemand.’

Om reden van privacy is de naam Ibrahim gefingeerd.

Terrorismelijsten

Naast de Nationale Terrorismelijst is er ook een lijst van de EU en een van de Verenigde Naties. Op de Europese lijst staan Mohammed B. en de Hofstadgroep, op die van de VN staat alleen een Nederlandse stichting. Minister Koenders kondigde in januari aan dat het kabinet personen zal aandragen voor de VN-lijst. Daar is het nog niet van gekomen. Naar verluidt is er één geval in voorbereiding, maar is nog niet besloten of er een voordracht plaats zal vinden.

Beleidsmakers voeren intussen discussie over een betere onderlinge afstemming van die verschillende lijsten. Er is wat voor te zeggen alle ‘terroristen’ op nationale lijsten ook internationaal te signaleren. Jihadisme is immers een grensoverschrijdend probleem. Maar daartegen bestaat weerstand omdat nationale overheden zoals de Nederlandse dan hun grip kwijtraken op de te noemen namen.

Ronselen, opruiing

In de Haagse jihadzaak staan op dit moment 8 mannen en 1 vrouw terecht, van wie enkelen ook op de Nationale Terrorismelijst staan. De verdachten worden vervolgd voor onder meer ronselen, opruiing en deelname aan een criminele organisatie ‘met terroristisch oogmerk’. Naar verwachting zal de rechtbank begin december een oordeel vellen. VN legde eerder de hand op het vertrouwelijke onderzoeksdossier.