Zingen Mark!

‘In deze koude tijden moet Rutte de mensen in het hart raken’

Het werd ze niet gemakkelijk gemaakt, de VVD’ers die in Krasnapolsky bijeen waren om zestig jaar VVD te vieren. In het middagprogramma had de organisatie de ene na de andere progressieve liberaal geprogrammeerd. De Vlaamse Europarlementariër Annemie Neyts centreerde haar speech zelfs rond het thema ‘visumvrij verkeer’. Ze was diep verontwaardigd, zei ze, dat inwoners van de Balkan met meer gemak naar West-Europa konden reizen toen ze nog onder het communistische juk leefden, dan nu.

Stilte in de zaal.

En ze herinnerde iedereen er nog even aan: ‘Een echte liberale partij toont “intellectuele integriteit”.’ Het is belangrijk, zei ze, de angst achter ons te laten. ‘Wij moeten de bekommernissen van de mensen niet versterken.’ Liberalen, vertelde Neyts, waren ‘vooruitstrevend’ en ‘progressief’.

Stilte.

Alleen een grapje van Neyts over het recente verlies van de Vlaamse zusterpartij VLD kon op lichte bijval rekenen.

Henk Vonhoff sloot naadloos op haar speech aan door opnieuw de woorden files, belastingen, veiligheid en immigratie feilloos te ontwijken in zijn overzicht van zestig jaar VVD. De partij, ‘dat is de constante in haar geschiedenis’ is ‘de drager van de vooruitgang’. Bolkestein kreeg in Vonhoffs filmoverzicht minder woorden toebedeeld dan Ed Nijpels. De tekst op het spandoek bij een verkiezings­bijeenkomst met Ed Nijpels deed bijna prehistorisch aan: ‘VVD is gewoon jezelf zijn’.

De huis-tuin-en-keuken­sociologie van ‘trend­watcher’ Adjiedj Bakas maakte veel goed. ‘Misschien gek om van een Surinamer te horen, maar we moeten gewoon met zijn allen harder gaan werken!’

Bevrijdend gelach.

We waren weer thuis. Daarna kwam Bos nog voorbij als ‘premier van Allahstan’, waarschuwde Bakas voor de Chinese dreiging en werden de Antillen aan Chávez weggegeven.

Nu Mark Rutte nog, zal Bakas hebben gedacht. Als ziener eindigde hij met een filmpje waarin een broodnodige transformatie van Mark Rutte. Want: ‘Mark moet in deze koude tijden van globalisering een verhaal vertellen dat de mensen in het hart raakt’. Plotseling zien we de Engelse Idols-winnaar Paul Potts op het scherm, de inmiddels beroemde handelaar in mobieltjes met ­scheve tanden en een onaanzienlijk uiterlijk. Bakas: ‘Je zou hem direct aan de subsidietepel willen leggen.’ Dan zien we hoe Potts de Idols-jury aan zijn voeten krijgt met zijn vertolking van de aria ‘Nessun dorma’, uit Puccini’s Turandot. Alleen heeft Bakas op Paul Potts nek nu heel ingenieus het frisse hoofd van Mark Rutte gemonteerd. Pay-off van reclameman Bakas: ‘Mark gaat ze omver blazen!’

Pieter van Os

Schop uit het sneeuwduister

‘Jullie zijn in Holland tegen ons gelovigen, hè’

In Holland, geheel onverwacht. De dood als regisseur in het bestaan der levenden, bestaat daar eigenlijk een theorie over? Omdat er zowel katholiek, protestants als joods bloed in mijn aderen vloeit (weer zo’n vraag: kun je bloed eigenlijk wel aan een geloof koppelen?) heb ik althans met de uiterlijkheden van het begraven van dierbaren en geliefden geen moeite. De afgelopen jaren had ik een strippenkaart op de dood. Maar in de regen van Bergen loop ik met kletsnatte ogen van de Roomse kerk naar het etablissement voor de koffietafel, waar – geheel in de geest van de exuberante overledene – de stemmen allengs luider worden door de alcohol. Het echte prijzen van de dode begint pas in Amsterdam. Ik zit er alleen aan een cafétafeltje en kom er een groot schrijver tegen. ‘Hé, ik heb nog een fles wodka voor je!’ De grote schrijver glimlacht: ‘Morgen om zes uur?’ En zo zit ik er de volgende dag weer. Het leven gaat door. Na een avondje drinken en roddelen, lees ik ’s anderendaags Wilders verweren in de Volkskrant. Over die film. Ik ben van mening (Nabokov) dat een mengeling van politiek en kunst al snel verwordt tot ideologische troep. Toch is de gehele klassieke Russische literatuur – bijvoorbeeld ­– op te vatten als een exegese in maatschappelijke betrokkenheid. Zelf maakte ik destijds de fout een roman te schrijven over het Nederland van Fortuyn, waar ik niet woonde maar dat ik vanuit Moskou met verbijstering gadesloeg. Een roman is polyfoon; ik werd getorpedeerd door sommigen die dachten dat ik mijn eigen sentimenten had verstopt in enkele personages. Wat een domme mensen. Ik lees in de trein met instemming enkele van Wilders’ verweren. Jazeker, het leven in de polders is hypocriet. Maar terug in Moskou heb ik te maken met een feit dat me aangaat. De Azerische en Tsjetsjeense jongens op mijn binnenplaats met de moskee – ik ben hier al jaren ‘de Hollander’ – houden me aan. ‘Zeg, wat is dat daar in Holland? Jullie zijn daar allemaal tegen ons gelovigen, hè?’ De zegen van het internet. Ik krijg uit het sneeuwduister een vieze schop tegen mijn linkerscheenbeen. Niet heel erg, maar de blauwe plek is een feit. En ik voel me thans zwaar kut. Zouden de Nederlandse rechters betrouwbaar zijn, dan had ik die Wilders volgens het juridische leerstuk der causaliteit wellicht in de tang kunnen nemen. Wederom ben ik met walging vervuld, maar nee – hierover geen romans meer.

Pieter Waterdrinker

Kafka-marathon

‘We willen de arme Franz afhelpen van de clichés rond zijn persoon’

Het was alweer de tweede Brusselse voorleesmarathon gewijd aan een schrijver die, tot schande van de dames en heren in Stockholm, nooit de Nobelprijs voor de Literatuur heeft mogen ontvangen. Twee jaar geleden organiseerde de literaire organisatie Passa Porta in haar boekhandel in de Rue Dansaert een hommage aan Jorge Luis Borges. Dit jaar was het de fatalistische klerk uit Praag Franz Kafka die de postume honneurs in ontvangst mocht nemen. Honderd auteurs, vertalers, Kafka-freaks en eenvoudige liefhebbers, lazen voor in het Nederlands, Frans, Duits, Tsjechisch en Arabisch. Vrijwel het complete oeuvre kwam aan bod. De meeste voorlezers eerbiedigden de muisbleke en klinisch depressieve verzekeringsagent van het Boheems Instituut voor Arbeidsongevallenverzekeringen, door voor te lezen met een sonore, kurkdroge of hortende stem die zelfs kinderen met ADHD moeiteloos in slaap zou kunnen wiegen.

Een van de bekende Vlamingen onder de voorlezers was Vincent van Quickenborne, ex-staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, die – onder het motto ‘Eenvoud Maakt Macht’ – zijn overheidswebsite destijds www.kafka.be noemde. Ik citeer van de frontpage: ‘Kafka schrijft over de onmacht van de burger tegenover de almacht van een ongenaakbare, arrogante overheid die weinig of geen voeling heeft met de realiteit. Herkenbaar? Natuurlijk. Want ook bij ons zijn er absurde regeltjes, procedures die alleen bedoeld lijken om ons het leven zuur te maken, onbegrijpelijke formulieren, voorschriften waarvan niemand meer weet waar ze voor dienen – als ze ooit ergens voor hebben gediend. Kortom, kafkaiaanse toestanden. Daar willen wij wat aan doen.’ Organisatrice Brigitte Neervoort: ‘Iedereen kent de naam Kafka, maar daar houdt het vaak op. Het is zijn oeuvre dat we met dit initiatief centraal willen stellen. Opzet is ook de arme Franz wat van de ?clichés rond zijn persoon af te ?helpen. Zo wordt vaak gezegd dat hij geheel en al uit doemdenken bestond en geen zin voor humor had.’ Op humor was het ook tijdens de elf uur durende marathon lang wachten. Alleen de jonge Brusselse schrijver Thomas Gunzig (aangekondigd als de Franstalige Tom Lanoye) maakte aan het slot indruk met een droogkomisch requisitoir in tien punten van zijn literaire held. Een geslaagde evocatie waarin de schrijver, hevig gesticulerend, eindelijk ook de lachers op zijn hand kreeg. Want na deze sombere hoogmis zou je bijna vergeten dat het bij leven miskende genie tijdens het voorlezen van zijn sombere verhalen aan vrienden?regelmatig moest bulderen van het lachen om zijn eigen gitzwarte Jiddische humor.

Serge van Duijnhoven

Een zeer kort verhaal

A.L. Snijders: ‘Hoe open je een boek van jezelf?’

Woorden vinden voor de presentatie van het boek van een vriend gaat hem goed af. Bij het verschijnen van Tommy Wieringa’s reisverhalen Ik was nooit in Isfahaan sprak hij zelfs zo gloedvol, dat hij de aandacht trok van Robert Ammerlaan, de directeur van uitgeverij De Bezige Bij. Belt u eens voor een afspraak, zei Ammerlaan. Na veel aandringen van Tommy Wieringa deed de schrijver A.L. Snijders (1937) dat uiteindelijk, met een contract – het eerste van zijn leven – als gevolg. Nu staat Snijders in boekhandel Athenaeum in Amsterdam. Hij moet iets zeggen bij de presentatie van zijn boek Heimelijke vreugde. Het is een bundeling van columns die Snijders in de jaren negentig schreef, vergezeld van begeleidende ‘brieven aan de hoofdredacteur’. Een en al mooie zinnen. ‘Hoe open je een boek van jezelf?’ zegt hij. ‘Geen idee. Daar bestaat geen handleiding voor. Mijn uitgangspunt was: stel het bedenken van wat je gaat zeggen zo lang mogelijk uit. Dat deed ik. Op weg hiernaartoe dacht ik: als ik aankom bij de deur van de boekwinkel staat daar vast een zwerver, die iets opmerkelijks tegen me zegt, en daar ga ik het dan over hebben.’ Helaas, er stond geen zwerver. ‘Ik kan natuurlijk altijd terugvallen op mijn ijzersterke reserve, mooie zinnen uit de literatuur die ik uit mijn hoofd ken.’ Maar dat was niet nodig, het toeval snelde hem te hulp. Verrast luistert het publiek naar een kleine geschiedenis die in alles overeenkomt met Snijders’ spe­cialiteit: een ZKV, een Zeer Kort Verhaal. Vorig jaar verscheen daar een bundeling van onder de titel Belangrijk is dat ik niet aan lezers denk. ‘Een half uur voor we op weg gingen naar Amsterdam,’ vertelt Snijders, ‘kwam de post­auto langs. Die bracht een grote envelop, dichtgeplakt met fietsenplakband, alsof de afzender een rijwielhersteller was. Zo’n envelop herken ik meteen, die komt van de schilder Jan M. Verburg. Er zat een brief in waarin hij schreef dat hij vandaag niet op deze bijeenkomst kon zijn. Maar er zat nóg iets in. Op de laatste dag van 2007 schreef ik een ZKV getiteld “Visioen”. Daarin gaat het over engelen, de zee en een kampement van ontheemden. Daar heeft Verburg een illustratie bij gemaakt.’ Ontroerd laat Snijders de tekening zien. Een passend slot voor zijn toespraak.

Martje Breedt Bruyn