Reis door Saoedi-Arabië

Op uitnodiging van de konink­lijke familie reizen we een week door Saoedi-Arabië, waar we worden rondgeleid door een met Prada bezonnebrilde kleindochter van koning Abdullah om ‘modern en ondernemend SA met eigen ogen te zien’. Ik weet niet of de recente nieuwsberichten over Al-Qaida in ‘the Kingdom’ er iets mee van doen hebben, maar we verplaatsen ons in een gepantserde Mercedes 500 met koninklijk logo op de deur, bewaking voorin en meerdere nerveuze volgauto’s. We bezoeken plekken waar de Saoediërs trots op zijn: in het ziekenhuis waar Siamese tweelingen chirurgisch worden gescheiden praat ik met de straatarme Soedanese vader van de zojuist door de dokter gescheiden baby’s. Op de gang veel foto’s van een stralende koning Abdullah te midden van een kleurrijke regenboog aan ex-Siamese tweelingen die dankzij de ‘generosity of the Kingdom’ een beter – en gescheiden – leven leiden.

Hoogtepunt van de reis is de ontmoeting met prins Sultan, thans hoofd toerisme, ooit aan boord van de spaceshuttle Discovery in 1985 ‘the first Saudi in space’. Op de NASA-website staat hij in de categorie payload specialist net als onze Wubbo Ockels. Gevraagd of er toerisme is in het Koninkrijk geeft hij een diplomatiek antwoord dat erop neerkomt dat het land wellicht niet klaar is voor de horde beslipperde toeristen die ‘even het Kingdom willen aandoen’. Ik denk aan Venetië, Florence en mijn eigen Manhattan en kan hem geen ongelijk geven, te meer daar de Saoediërs vinden dat de verantwoordelijkheid op hen rust om in stijl zorg te dragen voor Mekka en Medina – de twee heiligste plekken in de islam.

Natuurlijk bezoeken we de plaatselijke Applebee’s (‘America’s neighborhood restaurant’). In het Amerikaanse heartland is er langs iedere Interstate een te vinden en ik vind er blindelings mijn weg, want ze zijn allemaal volstrekt identiek. Het menu bevat goedkope gezelligheid in de vorm van mierzoete slushy Margarita’s en Blue Curaçao’s. Gelegen naast de lokale Starbucks hangt dit exemplaar vol met foto’s van jaren vijftig Americana: Elvis, Marilyn Monroe et cetera, en natuurlijk Saoediës eigen astronaut: prins Sultan, trots in blauwe NASA-outfit.

Gesprekken met Saoediërs gaan na enige tijd onveranderlijk over 9/11 en de verkilling van de vriendschap tussen de Verenigde Staten en the Kingdom nadien. Als bekend kwamen vijftien van de negentien terroristen die dag uit dit land en in de Applebee’s vertelt een Saoediër mij dat de ‘15 of the 19’ hier ‘net zoveel schade hebben aangericht als in de Verenigde Staten’. Uiteraard hebben we het over Irak – het onderwerp is moeilijk te vermijden in dit buurland – en over Bush’ promotie van regionale democratie. Bij wijze van conclusie stelt mijn Applebee-filosoof: ‘Just because we want your Applebee’s doesn’t mean we like your democracy.’

Michiel Vos

Wedstrijdroeien met één arm

‘C5, C6, C7,’ zegt Paul de Jong. Het klinkt als een vitaminepreparaat, maar dat is het niet. Paul praat over drie zenuwbanden op zijn schouder. Met wortel en al werden ze uit zijn ruggenmerg gerukt toen hij bijna acht jaar geleden een ernstig brommerongeluk kreeg. Sindsdien is één van zijn armen gereduceerd tot een dun, verlamd sliertje.

‘C5, C6, C7.’ Martin Lauriks herhaalt de formule. Zesentwintig jaar geleden stond hij ’s nachts langs de snelweg te liften. Het was mistig. Hij werd geschept door een vrachtwagen en was bijna dood. Sindsdien mist hij exact dezelfde drie zenuwen als Paul. Met één verschil: bij Martin zit de verlamming in zijn linkerarm, bij Paul op rechts. Ze zijn elkaars spiegelbeeld.

We staan aan de kop van de Bosbaan in het Amsterdamse Bos – het mekka van roeiend Nederland. Paul (24) en Martin (48) hebben zojuist een twee-zonder uit het boothuis getild en naast het vlot te water gelaten. Vier keer per week zitten ze met zijn tweeën in die boot: Martin op bakboord, Paul aan stuurboord. Samen, zou je kunnen zeggen, vormen ze één roeier. ‘De Siamese skiffeur’ worden ze door hun collega-roeiers genoemd.

‘Ik roei niet alleen omdat ik het leuk vind en om prijzen te winnen,’ zegt Paul. ‘Sport is voor mij ook vooral pijnbestrijding. Sinds mijn ongeluk ben ik geen seconde zonder pijn geweest.’

‘Een gevoel dat je moeilijk kunt beschrijven,’ zegt Martin. ‘Fantoompijn, hoewel mijn arm er nog aan zit.’

Paul: ‘Soms slaap ik een paar nachten achter elkaar niet. Zonder goede lichamelijke conditie kom je de dagen ertussen niet door.’

Vier keer deden Paul en Martin mee aan het WK voor invalide roeiers. Ze werden respectievelijk tweede, tweede, derde en tweede. In september gaan ze weer. Maar bovenal willen ze volgend jaar goud winnen op de Paralympics in Peking, in een gemengde vier met twee vrouwelijke roeiers. De ‘dames’, zoals Paul en Martin ze consequent noemen, zijn ook lichamelijk beperkt: de een heeft een lichte vorm van open rug, de ander mist een been. Met zijn vieren trainen ze ook nog eens vier keer in de week.

Paul en Martin hijsen zich in hun boot. Straks, onder de douche, laten ze elkaar zoals altijd grappend hun ‘spierballen’ zien: de handvol spiertjes in hun bovenarm die het nog doen, en die hevig te keer gaan na de inspanning te water. Maar eerst moeten ze trainen. ‘Het enige gevaarlijke,’ zegt Martin terwijl hij zijn lamme arm met een band aan zijn riem vastsnoert, ‘is dit. Als we omslaan, heb ik geen kracht om mijn arm los te maken. Dan verbrijzel ik hem waarschijnlijk. Maar dat ­risico moeten we maar nemen op weg naar Peking.’

Thijs Niemantsverdriet

Proost tegen aids

Het was weer een bijzondere avond, zou Gert-Jan Dröge hebben gezegd. En ie-der-een was er. Prinses Mabel en prins Friso, Wouter Bos, Rita Verdonk en niet te vergeten voormalig Tros-coryfee Tineke Verburg en zanger Ronnie Tober. Duizend man zijn er uitgenodigd voor dit grootste, best georganiseerde megafestijn van Nederland dat is opgezet door grote bedrijven, hotels en restaurants, die samen met het Aidsfonds geld bij elkaar willen krijgen voor het goede doel. De genodigden zitten aan ronde tafels en worden bediend door vrijwilligers.

Wat opvalt, is de enorme hoeveelheid drank die wordt geschonken. Een cocktail bij binnenkomst, roze champagne en daarna blijven de obers de wijn maar bijschenken. Op grote schermen zijn films te zien over aids-slachtoffers in Afrika, de aanwezigen worden opgeroepen een ­donatie te doen voor een nieuw ­ziekenhuis. Vierhonderd euro voor een vierkante meter en voor tweehonderdvijftigduizend euro kun je een hele verdieping kopen. Karin Bloemen zweept de aanwezigen op mee te doen aan de loterij waarmee een Smart Cabriolet is te winnen. Bekende Nederlanders lopen met de loten langs de tafels (‘Goed nieuws mensen, Ada Kok is los!’)

Als de drank eenmaal in de man is, wordt er tussen de gangpaden gedanst. Ben Cramer en de Diva’s (Marga Bult en Maggie McNeal) kunnen op veel enthousiasme rekenen, net als Edsilia Rombley. Harry Mens staat op de dansvloer naast Louise Schiffmacher, de eega van tattoo-koning Henk. Het is kortom een dolle boel.

Af en toe gaat er gejuich op als Jong Oranje scoort tegen Jong Servië, het wedstrijdverloop wordt op een groot scherm getoond.

Achter in de zaal liggen boeken waarin mensen een bod kunnen uitbrengen op een gouden sieraad, een auto of een zangles door – jawel – Karin Bloemen. Het is een silent auction, dus niet met een veilingmeester en een hamer, maar door een naam en bedrag in het boek te zetten. De spreekstalmeester laat verschillende keren weten dat het geweldig gaat met de veiling. Maar als ik om een uur of halftwaalf het pand verlaat, zijn er nog maar twee mensen die op de zangles van La Bloemen hebben geboden. De organisatie laat weten dat er 780.000 euro is opgehaald, bijna een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar.

Harm Ede Botje

Kogels door de klok

Een van de bekendste Amsterdamse gebouwen is het bastion De Bazel aan de Vijzelstraat, vernoemd naar zijn architect K.P.C. de Bazel. Het staat al zes jaar leeg. Alleen tijdens de Open Monumentendagen was het mogelijk een kijkje te nemen in het gebouw met zijn afwerende buitenkant. In september krijgt het gebouw een nieuwe functie. Het was aanvankelijk het hoofdkwartier van de Nederlandsche Handel-Maatschappij, daarna van haar opvolger ABN-Amro. Over twee maanden is ‘De Bazel’ het nieuwe domein van het stadsarchief van Amsterdam. Nu was er alvast een rondleiding voor de pers. Een mooie gelegenheid om eens poolshoogte te gaan nemen. Tenslotte is het gebouw van de kluizen in de kelder tot de bovenste verdieping een monument. Hoe heeft de vorige bewoner het interieur achtergelaten?

De lichtval in de centrale binnenhal is om te zoenen. ‘En de zon schijnt niet eens,’ zegt een gids. Hij vertelt dat de ABN-Amro dit effect had ‘verruïneerd’, door halverwege tussen de gigantische daklichten en de prachtige vloer een betonnen tussenvloer aan te brengen. Die is nu gelukkig gesloopt. Zoveel mogelijk is geprobeerd het immense pand in de originele staat terug te brengen. ‘We geven het gebouw zijn ziel terug.’ Daar is men nog druk mee bezig. De uitleg van de trotse architecten die het restaureren op zich hebben genomen, wordt regelmatig begeleid door daverende hamerslagen. Zijn er nog vragen? Ja. ‘Wat gebeurde er met dit gebouw tijdens de oorlog?’ wil iemand weten. ‘De directie is er letterlijk uitgeschoten,’ zegt voorlichter André Hirs.

Op de derde verdieping bevinden zich de in authentieke staat teruggebrachte directievertrekken. In een daarvan hangt een bijzondere klok. Met de originele kogelgaten van toen. De directeur van het stads­archief, Jan Boomgaard, vertelt: ‘In 1943 werd een RAF-toestel boven Amsterdam neergeschoten. Het stortte neer naast de Munt. Goed gemikt, vonden de Amsterdammers gniffelend, want vlak daarnaast zat een Luftwaffegruppe.

De volgende dag vorderden de Duitsers uit represaille het gebouw De Bazel. De directie stribbelde tegen. Maar de Duitse generaal trok zijn pistool en schoot op de klok. Eerst op de zes. Toen, dreigend, op de één. “Jullie hebben één dag.” De volgende dag was het bastion ontruimd.’

Martje Breedt Bruyn