In onze nieuwe rubriek, De Grote Vraag, vragen wij kenners hun mening te geven. Deze maand: welke Amerikaanse president is het meest onderschat?
Frans Verhagen, auteur van Alle presidenten van Amerika en Founding Fathers:
‘James Polk (1845-1849) was een zeer effectieve president. Bij zijn aantreden beloofde hij slechts één termijn te blijven en in die tijd de nationale schatkist op orde te brengen, de invoertarieven te verlagen, Oregon en Texas toe te voegen aan de VS en Californië te veroveren op Mexico. Het valt te betwisten of al die doelen gerechtvaardigd waren, maar hij heeft ze wél bereikt. Al je beloften waarmaken en op tijd wegwezen: dat zouden meer presidenten moeten doen.’
Jan Postma, Amerika-watcher, BNR Nieuwsradio:
‘Lyndon Johnson (1963-1969) zat ingeklemd tussen twee iconen. Hij was president na John F. Kennedy, en vóór de door Watergate besmeurde Richard Nixon. Maar Johnson maakte het verschil in moeilijke tijden. Hij zorgde voor baanbrekende wetten op het gebied van burgerrechten en sociale zekerheid. Zijn Great Society drukt ook vandaag de dag nog een stempel op Amerika.’

Willem Post, Amerika-deskundige Instituut Clingendael, schrijver van De spiegel van Amerika:
‘Jimmy Carter (1977-1981) is collectief als totaal mislukt beoordeeld. Tijdens zijn presidentschap was er werkloosheid, inflatie, een slappe buitenlandpolitiek en de eindeloze gijzeling van Amerikanen in Teheran. Maar een democratie is niets waard als niets overblijft van integriteit, zoals opkomen voor mensenrechten. Puur persoonlijke integriteit ook. Geen president scoort dan zo hoog als Carter die ook nog een vredesakkoord sloot met Egypte en Israël. Juist als contrast met de huidige presidentskandidaten die vastkleven aan schandalen en leugens, is Carter een lichtpunt.’
Ruth Oldenziel, amerikanist, hoogleraar Technische Universiteit Eindhoven:
‘Dwight Eisenhower (1953-1961) wordt gezien als de do nothing-president. Maar hij was een goede manager die delegeerde en achter de schermen veel bereikte. Na een lange heerschappij van de Democraten beperkte deze Republikein de bevoegdheden van de president om zo de balans te herstellen tussen de uitvoerende, wetgevende en rechtelijke macht. Bovendien creëerde Eisenhower het Advanced Research Projects Agency, dat onschatbare waarde had voor het ontstaan van internet.’

Victor Vlam, Amerikakenner, voerde campagne voor Obama:
‘Lyndon Johnson (1963-1969) wordt overschaduwd door zijn vermoorde voorganger John F. Kennedy en verantwoordelijk gehouden voor de Vietnamoorlog. Maar dankzij Johnson zijn er destijds zeer controversiële wetten aangenomen die zwarte Amerikanen volwaardige burgerrechten gaven. Kennedy lukte het niet om die door het Congres te loodsen.’
Michael Persson, correspondent VS, de Volkskrant:
‘Dwight Eisenhower (1953-1961) wordt verafschuwd door huidige Republikeinen, en dat is eigenlijk al een goed teken. Hij is de meest gematigde Republikeinse president van de afgelopen eeuw. Stopte met de Korea-oorlog. Was een anticommunist maar verzette zich tegen de hysterische communistenjacht van McCarthy. Geen man van vergezichten, maar een pragmatische aanvoerder van stapsgewijze vooruitgang. Dat heet al gauw saai. Zou rechts Amerika best weer kunnen gebruiken.’

Sara Polak, assistant professor American Studies, Universiteit Leiden:
‘Andrew Jackson (1829-1837) verliest binnenkort zijn prominente plaats op het 20-dollarbiljet. Hij is in ongenade gevallen, onder meer omdat hij slaven had, zoals veel negentiende-eeuwse presidenten. Maar Jackson was cruciaal in de ontwikkeling van de Amerikaanse democratische cultuur. De Founding Fathers die de grondwet schreven, gaven het kiesrecht alleen aan een rijke elite. Jackson breidde de macht en de democratische cultuur uit tot vrijwel alle witte mannen.’
En wie grappig wil zijn, noemt William Henry Harrison (4 maart tot 4 april 1841): hij overleed een maand na zijn inauguratie.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.