Het was een ironisch, bijna dadaïstisch moment toen Toine Donk en Daniël van der Meer eind 2011 besloten om hun literaire tijdschrift Das Magazin te noemen. Die ironie zag je ook in ‘de roversbende’ die ze zichzelf noemde en in de uit de lucht geplukte namen van de afdelingen van het tijdschrift: Recidieven, Vrij spel, De kultuurkamer. Dat er luchtig gedaan werd over hoge en lage cultuur zag je in het eerste nummer aan de titel van de bijdrage van de Amerikaan Chad Harbach: ’The Intellectual Situation or Heineken vs. Budweiser’. En aan de babbelbriefwisseling tussen Daan Heerma van Voss en cabaretier Jaap van der Wal. Het proza van Joost de Vries had ook zijn groteske kanten. En dan het lichtelijk onzinnige thema van elk nummer: De aanval, Het gebod, De affaire, Het kapitaal, Het jong. De prachtige vormgeving zat vol grafische spot.
Kortom, geen gebrek aan frisse wind. In vorm en inhoud werd hier plezier gemaakt. Na elf nummers waren er niet alleen een tijdschrift, een Das Magazin Festival, een Zomerkamp, Leesclubs en vijf keer per jaar Literaturfest-avonden. Daarop werd, ‘niet gehinderd door enige kennis van zaken’, over literatuur gepraat.
Das Magazin doet niet, zoals gebruikelijk in de literatuur, aan een ‘poëticale afrekening’ tegen de vorige generatie
Dat je tegenwoordig geen twee stappen meer kunt zetten zonder gevolgd te worden door een wetenschapper blijkt uit het nieuwe nummer van Spiegel der Letteren, het officiële tijdschrift van de neerlandici. Dat gaat over ‘Literaire fancultuur in Nederland’. Das Magazin wordt daarin met de prachtigste wetenschappelijke begrippen te lijf gegaan door Thomas Vaessens en Lara Delissen. Zij bestudeerden de ‘zelfpresentatie’ in de ‘parateksten’ van de redactie, dat wil zeggen in de teksten waarin ze zelf iets over het tijdschrift zeggen of oproepen abonnee te worden. Dat gebeurde met opzet zelden. Vaessens en Delissen noemen Das Magazin een ‘community’ omdat het meer is geworden dan een tijdschrift. Een community, alsof het om een geloofsgemeenschap gaat.
Hoe vreemd het ook is om het met dit wetenschappelijke geschut over dit ‘opgetogen’, informele tijdschrift te hebben, er komt toch iets uit. Bijvoorbeeld dat Das Magazin niet, zoals gebruikelijk in de literatuur, aan een ‘poëticale afrekening’ tegen de vorige generatie doet. In het eerste nummer stond geen ‘beginselverklaring’ waarin uiteen werd gezet waar ze zich tegen afzetten en waar ze zich sterk voor zouden gaan maken.
Ook zouden we volgens Vaessens en Delissen in Das Magazin de terugkeer van het ‘heteronome schrijverschap’ meemaken, een schrijverschap dat zich niet afzet tegen de maatschappij (zoals de autonome schrijver), maar zich dienstbaar opstelt en zich een geïntegreerd onderdeel van de samenleving voelt. En Das Magazin zou zich van de ‘fanpraktijk’ bedienen door ‘laagdrempelig’ te zijn en contact te zoeken met zijn lezers en bezoekers, de ‘consumenten’. Vaessens en Delissen vergelijken dat met de manier waarop tijdschriften als Voetbal International, Cosmogirl, Vriendin of Psychologie Magazine online ‘communities’ hebben: ‘Net als in de commerciële tijdschriftenbranche, waar dit soort activiteiten deel uitmaken van nieuwe verdienmodellen, heeft de community bij Das Magazin óók een commerciële functie’, schrijven Vaessens en Delissen. Dat lijkt mij iets te enthousiast geconcludeerd: Das Magazin heeft wel een website en een e-mailadres, maar geen online ‘community’. Meer dan e-mailen en twitteren is niet mogelijk.
Vaessens en Delissen willen met hun community-format een wig drijven tussen Das Magazin en de andere literaire tijdschriften
De redactie van Das Magazin heeft niet voor een bepaalde stroming, richting of poëtica gekozen, vandaar dat deze uiteenlopende schrijvers er in terecht kunnen. Je zou de Magazijngeneratie ook de After Everything-generatie kunnen noemen. Net als in de kunstwereld is het tijdperk waarin steeds nieuwe stromingen opdoken kennelijk voorbij: we hebben ze in de twintigste eeuw allemaal gehad, zowel in de kunst als in de literatuur. In de literatuur is diversificatie dominant geworden.
Vaessens en Delissen willen, zonder ze te noemen, met hun community-format een wig drijven tussen Das Magazin en de andere literaire tijdschriften. Tirade, Hollands Maandblad, De Revisor, De Gids zouden bezig zijn voor de literatuurgeschiedenis te schrijven en niet voor lezers. Dat zouden in vergelijking met Das Magazin nu in zichzelf gekeerde tijdschriften zijn. Ze zouden hun lezers op afstand houden en niet ‘als deelnemer aan de literaire cultuur’ aanspreken. Dat Das Magazin meer contact heeft en zoekt met zijn lezers via Literaturfest, het Festival, en de Leesclubs is onmiskenbaar, maar zo erg onderscheidend is dat niet. Hollands Maandblad, Tirade, De Gids en De Revisor hebben hun eigen manier om de lezer aan te spreken en aan zich te binden. Ook daarin duiken regelmatig de namen van schrijvers uit de Magazijngeneratie op. Zo vrijzinnig is de hedendaagse literatuur.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.