De gesprekken van de dag, volgens de redactie. Vandaag: bedelen wordt verboden en kerken worden gesloopt. En de politiek koopt een aflaat.

Bij de bushalte Janskerkhof in Utrecht weet ik dat ik kan rekenen op een praatje met een dakloze. Een blonde vrouw van tegen de veertig, nooit opdringerig, vriendelijk en praatgraag. Zaterdag ontbrak voor het eerst de stapel Straatnieuws onder haar arm. Ik hengelde desondanks in mijn portemonnee naar munten om haar te geven, vergeefs, en sputterde het cliché: ‘Nee, sorry. Ik heb alleen een pinpas.’ Een diepe zucht ontsnapte via de barsten in haar masker: ‘Geen munten. Dat dacht ik al. Niemand koopt nog Straatnieuws. We worden allemaal bedelaars. En ik was best een goede verkoper. Echt waar!’ Ik knikte.

Shit. Je zou er bijna twintig euro voor pinnen en bij de HEMA een enkel haarspeldje afrekenen. Met Straatnieuws voelt een dakloze zich een verkoper. De sterverkoper onderaan de trappen bij Hoog Catharijne werd ooit ontdekt en promoveerde tot huis-aan-huis salesman van hippe stofzuigers. Zonder krantje is het bedelen. Zo keldert je waardigheid parallel aan de verkoopcijfers.

Detailhandel Nederland wil een verbod op bedelen in alle winkelstraten. Dat was er al tot 1995, toen gemeenten besloten dat het niet meer nodig was. Gek, want al snel begonnen steden hun bedelaars op eigen houtje af te straffen. Een van de weinige plaatsen waar het verbod officieel nog niet geldt, is Utrecht: de stad waar veruit het meest geklaagd wordt over het gebedel.

Winkeliers vinden het onaangenaam, die ijsberende klantenfluisteraars bij de etalage. Het winkelend publiek voelt zich af en toe bedreigd, zegt de woordvoerder van Detailhandel Nederland in de Volkskrant. Cijfers over de overlast heeft ze niet. ‘Het wordt door winkeliers als een probleem ervaren.’ Punt. ‘Zelfs als er nu geen problemen zijn, kunnen die in de toekomst nog komen.’ Aha. ‘En het ziet er ook niet aantrekkelijk uit in het straatbeeld.’ Touché. Het is een akelig gezicht, armoe aan de oppervlakte. Wil je in alle rust je vakantiegeld over de balk smijten bij de Manfield (failliet?), de Van Dalen (failliet?), de V&D (…), of Cora Kemperman (failliet), komt er zo’n flets type met panfluit en zo’n opgehouden handje jou confronteren met van alles.

Vroeger – en nog, in vakantielanden – verzamelden de bedelaars zich op de trappen van de kerk. ‘Loop maar langs, Roos,’ zei mijn moeder. ‘Je kunt ze niet helpen. Of nou ja, in ieder geval niet allemaal.’ Ik liep langs met een gezicht waar ‘stoïcisme voor beginners’ op af te lezen was. Binnen kirde mijn vader over de Romaanse boogjes, zochten mijn broer en zus naar smerige relikwieën, keek Jezus me bestraffend aan en bedelde ik bij mijn moeder om vijftig cent om mijn schuldgevoel met een kaarsje af te kopen.

In Nederland staan kerken leeg, steeds meer in rap tempo: alleen al het aartsbisdom Utrecht zal in twintig jaar tijd van 200 naar ongeveer 30 kerken gaan, voorspelde aartsbisschop Eijk. Staan ze niet leeg, wonen er vaak van die types die het glas in lood combineren met IKEA en de IJ-Hallen. Kleedje over de graven op de vloer, Jezus een geinig hoedje op en wachten op VT Wonen of Volkskrant Magazine. ‘De overheid moet het onder ogen zien: de meeste leegstaande kerken kunnen niet worden gered,’ staat in Trouw. ‘Het onderhouden van verlaten godshuizen is zo ontzettend duur dat gemeenten en het Rijk moeten selecteren.’ Sommige kerken krijgen subsidie om in leven te blijven, andere zullen aan hun lot worden overgelaten of worden gesloopt.

Maandag nog hielden Gert-Jan Segers (ChristenUnie) en Alexander Pechtold (D66) een pleidooi voor het behoud van de kerken in Nederland. Schoon, vindt Kerkelijk Waardebeheer, maar schijn: ‘Den Haag kan waarschijnlijk niet zo veel voor de kerken betekenen. Een paar jaar geleden heeft dat de verantwoordelijkheid voor erfgoed juist naar de gemeenten geschoven. En die hebben veel te weinig geld.’

Het lijkt op een moderne aflaat. Bundel publiekelijk krachten, hoe ‘ingewikkeld’ ook, roep het streven van de daken en laat de praktijk even links liggen. Segers steekt een kaarsje op, Pechtold maakt vrienden.

Ze hadden even geen munten in Den Haag, maar wel tijd voor een praatje.