Liever luisteren dan lezen? Laat Jasper Veenstra je dit verhaal voorlezen.

Vorig jaar werkte ik een tijdje als barista in een café-coworking, vlakbij het Canal Saint-Martin, in een buurt in Parijs waar Afrikaanse kappers en belwinkels in gestaag tempo worden vervangen door stijlvolle cocktailbars en yoga-studio’s. Het was een fris vormgegeven zaak, met veel hout, zwarte designstoelen en een enkele hangplant. Elke week schreef ik met een witte stift op de muur van welke Ethiopische plantage de bonen die we gebruikten voor onze filterkoffie afkomstig waren.

Klanten die hier een tijdje wilden verpozen met hun laptop, moesten bij de kassa inchecken, waarna er een klein tellertje naast hun naam ging lopen.

Voor een gedeelte was het dus een gewoon café, waar vooral mensen kwamen om koffie mee te nemen of om snel een stuk quiche te eten op het terras. Achterin was een ruimte met een lange tafel, voorzien van stopcontacten. Klanten die daar een tijdje wilden verpozen met hun laptop moesten bij de kassa inchecken, waarna er een klein tellertje naast hun naam ging lopen. Als ze weer weggingen kon ik zo precies berekenen hoeveel ze moesten betalen – vier euro per uur, af te ronden op het kwartier.

Genoeg mensen voor wie thuiswerken geen optie is

Af en toe zorgde die gemengde functie voor wat frictie – soms zat er voorin de zaak iemand opzichtig hard te lachen om de grappen van een zakenrelatie, waardoor iedereen zonder geluiddempende koptelefoon verstoord opkeek, of moest ik proberen de draadloze printer aan de praat te krijgen terwijl er een dienblad vol cappuccino’s stond af te koelen. Maar los daarvan leek het een succesvol concept. Niet alleen waren er veel vaste klanten, die elke dag vijf minuten voor openingstijd voor de deur stonden met een laptop onder hun arm, ook openden er steeds meer soortgelijke kantoorcafés in de buurt. In heel Frankrijk zijn er nu ongeveer zeshonderd coworkings, berichtte het agentschap Bureaux A Partager; dat is tien keer meer dan in 2012. Voor een plek in een gedeelde ruimte betaal je gemiddeld 313 euro per maand.

Dat le coworking zo populair is in Parijs en omstreken, is op zich niet verwonderlijk. Er zijn hier genoeg mensen voor wie thuiswerken nauwelijks een optie is, aangezien hun thuis bestaat uit een bedbank en een kookplaatje onder een schuin zinken dak in een slecht geventileerde zolderkamer van tien vierkante meter. En zomaar in een café gaan zitten kan ook niet, want de meeste Parijse horecagelegenheden werken nog volgens een rigide ritme van lunch en diner– het is niet de bedoeling dat je daar tussen twaalf en drie uur ’s middags een tafeltje bezet houdt met een kop lauwe thee en alleen je laptop als gezelschap.

coworking

Bibliotheken hebben vaak zeer beperkte openingstijden (een bibliotheek die pas om twee uur ’s middags opent is niet uitzonderlijk) of ze zijn voorbehouden aan studenten. Voor de openbare bibliotheek in het Centre Pompidou, die elke dag tot tien uur ’s avonds open is, staat vaak zo’n lange rij dat ze er waarschuwingsbordjes met de gemiddelde wachttijd hebben ophangen, net als in de Efteling.

Uit het kantoor ontsnapt

Maar coworking is geen Frans bedenksel. Ruim dertien jaar was het de Amerikaanse programmeur Brad Neuberg die de eerste coworking-ruimte organiseerde, waarbij hij het streepje tussen co en working wegliet. Neuberg, op dat moment op een onbestendig punt in zijn carrière, verlangde ernaar de onafhankelijkheid van het freelancerschap te combineren met de structuur en de gezelligheid van het kantoorleven. Door een ruimte te creëren waar hij kon werken met gelijkgestemde zelfstandigen naast zich, hoopte hij op meer productiviteit, creativiteit en een uitwisseling van ideeën. Op zijn blog schrijft Neuberg over coworking als een beweging, een heldhaftige poging om gemotiveerde individuen te bevrijden uit de benauwende hiërarchie van een kantoorgebouw.

In Europa opende rond diezelfde tijd Sankt Oberholz, aan de Rosenthaler Platz in Berlijn. Het café, dat al snel bekend kwam te staan als de blauwdruk van een hipsterverzamelplaats, biedt naast kwaliteitskoffie en een stabiele WiFi-verbinding diverse af te huren kantoorruimtes aan. Net als Neubeurg, nemen ook de mensen achter Sankt Oberholz het concept coworking erg serieus: ‘We see ourselves as priests of the power of the possible. Our prayer: the heterotopia of place and space’ staat er op hun website, waarbij het woord ‘heterotopia’ linkt naar een Wikipediapagina waarop Michel Foucaults filosofische concept (een plek waarin andere plekken worden gespiegeld en vervormd) wordt uitgelegd.

Overspannen in een hangmat

Collectief, samenwerking, ideeën uitwisselen, heterotopia. Het klinkt allemaal erg mooi, en erg vaag. In de werkelijkheid is de ideologische kracht van de coworking natuurlijk beperkt. Wie weleens in een groot opgezette coworking-ruimte als WeWork of Spaces heeft gezeten, weet dat er amper sprake is van samenwerking of gemeenschapsgevoel. De zelfstandigen die er een stoel en een stukje tafel huren, zijn niet betrokken bij de organisatie of het onderhoud van het gebouw. Hun aanwezigheid daar is maar tijdelijk, en wat ze er doen is willekeurig. Een succesvolle ontmoeting met een andere zelfstandige lijkt eerder een gelukkig toeval dan een logische consequentie van de coworkconstructie. Coworking is wellicht vooral een innovatieve en efficiënte manier om ruimte in de stad uit te baten.

En daarbij: als je arbeid uit het kantoor haalt, sijpelt vervolgens het privéleven in. Forbes interviewde een ondernemer in Miami, die haar werk bij voorkeur in een hangmat verricht. Ze is erg te spreken over haar onconventionele methode, maar geeft toe dat het romantischer klinkt dan het is. ‘Het kan moeilijk zijn,’ zegt ze, ‘maar zolang je maar constant presteert, lukt het wel.’

coworking

Dat idee laat zich misschien nog wel het beste aflezen in het overmatig gebruikte stockfotocliché van een van bovenaf gefotografeerde laptop op een houten tafel, met een kunstig ingeschonken koffie verkeerd ernaast (google op ‘work’ en ‘coffee’ en je vindt hier honderden variaties op). ‘Kijk,’ zegt die foto, ‘dit is geen werken, dit is genieten.’ Het werk wordt verheerlijkt door te doen alsof het niet bestaat, maar daardoor is het een beetje onduidelijk wanneer je er nou eens mee op kunt houden.

Co-alles

Het vakblad Architects’ Journal vroeg laatst een aantal architecten om de toekomst van het kantoor te voorspellen. Blijft het coworken onverminderd populair, en bestaat de traditionele kantoorruimte over twintig jaar nog?

Het opvallendste en verontrustendste antwoord komt van architect J-J Lorraine, medeoprichter van het bureau Morrow+Lorraine. Hij denkt dat de succesvolle co-working slechts een bescheiden begin is van een totale omslag in hoe we ruimte gebruiken. Niet alleen kantoorruimte, maar vrijwel alles zou zich in de ‘co-’formule kunnen laten duwen, van scholen tot restaurants en gezondheidszorg. ‘De vastgoedmarkt zal moeten veranderen van een markt die ruimte verkoopt in een markt die diensten verkoopt,’ voorspelt hij.

In het kielzog van de co-working doet in de grote steden de co-living zijn intrede, blijmoedig aangeprezen als dé uitkomst voor bemiddelde millennials die zich graag wentelen in luxe maar aan bezit weinig hechten.

Iets dergelijks lijkt zich inderdaad al te ontwikkelen in populaire grote steden: in het kielzog van de co-working doet de co-living daar zijn intrede, blijmoedig aangeprezen als dé uitkomst voor bemiddelde millennials die zich graag wentelen in luxe maar aan bezit weinig hechten. Het meest uitzinnige voorbeeld hiervan de podshare in Los Angeles, waar ‘podastrians’ voor vijftig dollar per nacht in een opgedirkt stapelbed kunnen slapen – ‘the future is acces, not ownership’ vermelden ze trots op hun website.

Begeerlijke vierkante centimeters

Ergens in april ging ik bij mijn oude werkplek langs, voor een gratis koffie en om te vragen of de sapblender nog steeds zoveel problemen gaf. Daarna liep ik een stukje langs het kanaal, in noordelijke richting, waar ik al snel een ander verschijnsel tegenkwam dat in rap tempo het stadsgezicht van Parijs aan het veranderen is. Aan de rand van het water stonden talloze tenten opgesteld, een bontgekleurde verzameling van Quecha-vouwtentjes en zelf geknutselde constructies van vuilniszakken en pallets. Tussen de tentdoeken hing een enkele waslijn met rijtje schommelende sokken eraan. Onder de blauwe lucht en met de zon weerspiegelend in het water, was het bijna een vrolijk gezicht.

coworking

De bewoners van deze provisorische camping zijn voornamelijk jonge mannen uit Afrika, die een weinig hoopgevende asielaanvraag aan het afwachten zijn. Dat kan maanden duren, zo niet jaren. Soms zorgt de gemeente voor een aantal minimale voorzieningen, zoals een chemisch toilet of een provisorische douche, maar daar blijft het bij. Er braken regelmatig ruzies uit, want ‘elke vierkante centimeter is een object van begeerte’, aldus de directeur van liefdadigheidsinstelling France Terre d’Asile in het gratis metrokrantje 20 Minutes. Er zijn twee mannen in het donkere kanaalwater gevallen en verdronken.

Sinds de beruchte jungle bij Calais is geëvacueerd in 2015, duiken dit soort kampen met een hardnekkige regelmaat op in Parijs. Ze blijven over het algemeen een aantal maanden staan, totdat de tentjes op een grote hoop worden gegooid door de gemeentereinigingsdienst en hun bewoners per bus worden afgevoerd naar de volgende fase van hun onbestendige toekomst. Omwonenden reageren vaak opgelaten. Ze zijn bang voor ziektes en drugshandel, en vrezen dat het imago van de hoofdstad erop achteruit gaat. Het is inderdaad niet moeilijk te zien hoe de overvolle oevers geloofwaardigheid verlenen aan de woorden van president Macron, die vorig jaar tijdens een bezoek aan een gaarkeuken stelde dat Frankrijk ‘niet alle misère in de wereld kan opvangen’.

coworking

Doorgewinterde drugsverslaafden

En het zijn niet alleen jonge migranten uit Afrika die zichtbaar in de Parijse publieke ruimte bivakkeren. In heel de stad kom je op straat tentjes, slaapzakken en matrassen tegen die een tijdelijk thuis markeren. De daklozen vormen een groot en gevarieerd gezelschap.

Er zijn beroepsbedelende Roma-families, die zich met versufte kinderen in hun armen een weg door de metro’s banen of zich met een mottig konijntje voor hun voeten naast een geldautomaat hebben geïnstalleerd. Er zijn doorgewinterde drugverslaafden, verwarde mensen die in de leegte prevelen over het onrecht dat ze is aangedaan, klassieke clochards die bedachtzaam op een bankje zitten met een pak rode wijn naast zich of die als zeesterren uitgespreid liggen in de warme lucht die opstijgt uit metroroosters in de grond.

Hoeveel daklozen er precies zijn in Frankrijk is niet helemaal duidelijk. Wel weten we dat het aantal tussen 2003 en 2013 met vijftig procent toenam.

Hoeveel daklozen er precies zijn in Frankrijk is niet helemaal duidelijk, want het is vijf jaar geleden sinds de laatste officiële cijfers van het INSEE verschenen. Wel weten we dat het aantal tussen 2003 en 2013 met vijftig procent toenam, en dat de helft van de daklozen zich in Île-de-France ophouden. Begin dit jaar, op een kille februarinacht, telde een grote groep vrijwilligers in Parijs bijna drieduizend mensen die buiten aan het overnachten waren. De stichting Les Morts de la Rue houdt bij hoeveel van hen jaarlijks dood gevonden worden – in 2017 waren dat er 510, in augustus 2018 zijn het er vooralsnog 212. ‘Au moins’, voegt de stichting voorzichtig aan die cijfers toe, ‘tenminste’, want ze gaan ervan uit dat er ook sterfgevallen zijn die aan hun aandacht ontsnappen.

Dakloosheid is natuurlijk geen gevolg van coworkingcafés, maar nu de straten steeds voller lijken te raken met tentjes en slapende mensenlichamen en steeds meer cafés een bordje met een uurtarief buiten hangen, is het lastig om door Parijs te lopen zonder de indruk te krijgen van een stille strijd om ruimte in de stad.

coworking

Geprivilegieerde activiteit

Op zich is in Parijs het idee dat je betaalt voor het voorrecht om in de stad te zijn niet nieuw. Anders dan andere hoofdsteden, wordt ‘je bevinden in Parijs’ al tientallen jaren gezien als een bijzondere en geprivilegieerde activiteit waar mensen maar al te graag geld voor over hebben. In de meeste cafés betaal je daardoor meer naar gelang de duur en de locatie van je bezoek: aan de bar betaal je vaak veel minder dan op het terras, zeker als je vanaf dat terras het topje van de Eiffeltoren boven de daken kunt zien uitsteken.

Maar al lijkt die constructie niet zo sympathiek of toegankelijk, daarbinnen is er wel plaats voor iedereen. De argeloze bezoeker wordt een beetje uitgebuit, maar voor de lokale bevolking blijft er zo een prima bestaan mogelijk in de schaduw: ook in poenerige visrestaurants waar gouden kroonluchters aan het plafond hangen en de obers nooit glimlachen, kun je doorgaans voor iets meer dan een euro een kopje koffie krijgen aan de bar.

Coworking is een manier om efficiënt gebruik te maken van ruimte, maar het is bovenal een voortreffelijke manier om bepaalde mensen buiten te sluiten.

Juist omdat de co-beweging ondersteund wordt door op het eerste gezicht egalitaire, progressieve idealen (er is geen sprake van bezit, alles wordt gedeeld) – iets wat weerspiegeld wordt in simpel, uitgekleed interieurdesign – lijkt het open, maar juist het tegendeel is waar. De co-idylle is alleen toegankelijk voor mensen die per uur meer verdienen dan het uurtarief van de ruimte waarin ze zich bevinden. Wie wil mee doen aan het grootstedelijk leven, moet elke minuut van de dag productief zijn, om zo zijn of haar plaats steeds opnieuw weer te veroveren- het tellertje naast je naam loopt door. Het is een manier om efficiënt gebruik te maken van ruimte, maar het is bovenal een voortreffelijke manier om bepaalde mensen buiten te sluiten.

Het is ongetwijfeld de moeite waard om na te denken over de co-functionaliteit van gebouwen, maar niet zonder te onderkennen dat het gevaren met zich meebrengt. In de co-idylle kan elke vierkante centimeter binnen de stadsmuren te gelde worden gemaakt, waardoor ruimte en beschutting een voorrecht worden dat veel mensen zich niet meer kunnen veroorloven.