Een inval in het Shell-hoofdkantoor, twee voormalige agenten van de Britse geheime dienst MI6 die voor Shell onderhandelingen voerden met een corrupte Nigeriaanse ex-minister van oliezaken, een Russische oud-ambassadeur als tussenpersoon die bij de FBI zijn verhaal doet, een nu voortvluchtige Nigeriaanse oud-minister van Justitie, miljoenen aan kickbacks voor medewerkers van de Italiaanse oliemaatschappij Eni, tassen vol Nigeriaanse Naira’s die verdeeld werden onder politici en zakenmensen. Het lijken ingrediënten voor een spannende thriller, maar het is allemaal echt gebeurd.

Het is het verhaal over een grote corruptiezaak bij de aankoop van een olieveld in de Golf van Guinee. Op het hoofdkantoor van Koninklijke Shell in Den Haag creëerde het concern een papieren werkelijkheid. Door de top van het bedrijf werden constructies uitgedokterd en goedgekeurd om een olieveld in handen te krijgen van een corrupte ex-olieminister, constructies die niet voldeden aan de eigen business principles en in strijd lijken met de wet.

Er is eerder gepubliceerd over de corrupte praktijken rond de aankoop van het olieveld in Nigeria, ook door de Nederlandse media. Maar Vrij Nederland kreeg onlangs het complete dossier in handen dat door de Italiaanse justitie is aangelegd: een harde schijf met negen gigabyte informatie – duizenden pagina’s interne e-mails, rapporten en afgeluisterde gesprekken.

Tijdens een rechtszaak in Londen, eind vorig jaar, stelde de huidige Nigeriaanse regering dat sprake is geweest van ‘een corrupte overeenkomst met een olieconsortium’ van Shell en Eni. De Italiaanse openbare aanklager Fabio De Pasquale verzocht eerder dit jaar de Italiaanse rechter om vijf hoge Eni-functionarissen en vier oud-Shell-medewerkers te vervolgen. ‘Het is duidelijk dat Shell een cruciale rol heeft gespeeld in criminele activiteiten,’ schreef De Pasquale op 15 oktober 2015 aan zijn Nederlandse collega’s, en: ‘de belangrijkste beslissingen werden op het hoofdkantoor in Den Haag genomen’. Shell heeft zich altijd op het standpunt gesteld dat áls er al corrupte betalingen zijn gedaan, dat is gebeurd buiten haar medeweten of controle en dat er dus geen aanleiding is om Shell of Shell-medewerkers te vervolgen. Het is de vraag of die stelling houdbaar zal blijken.

Brievenbusfirma

OPL 245 is een stuk zee in de Golf van Guinee ten zuiden van de Niger Delta; 1945 vierkante kilometer, bijna zo groot als de provincie Noord-Holland, met dieptes tot 2400 meter. Onder de zeebodem ligt een oliemeer met een geschatte omvang van 9 miljard vaten en de duizelingwekkende waarde van 450 miljard dollar – tegen de huidige olieprijs.

Voormalig olieminister Dan Etete. Foto: Heinz-Peter Bader/Reuters/ANP

Dan Etete, olieminister tijdens het wrede en corrupte regime van generaal Sani Abacha, wees blok OPL 245 op 29 april 1998 toe aan het vijf dagen daarvoor opgerichte bedrijfje Malabu Oil & Gas Ltd. Dat bedrijf stond op naam van Mohamed Sani, schuilnaam van een zoon van dictator Abacha, en Hassan Hindu, de echtgenote van een handlanger van Etete. En dan was er ook nog een zekere Kweku Amafagha, wat later een schuilnaam bleek van Etete zelf. Malabu – een brievenbusfirma – betaalde destijds slechts twee miljoen dollar voor het zeer olierijke blok. De deal ging in tegen alle wetten en regels van de Nigeriaanse overheid. Na de dood van dictator Abacha verdween Mohamed Sani uit de boeken en had Etete dus volledige controle over het bedrijf. In maart 2001 bereikte Malabu een akkoord met Shell, waarbij Malabu zestig procent van de aandelen in handen hield en Shell de rechten kreeg om olie te gaan winnen. Etete, inmiddels geen minister meer, onderhandelde daarbij namens Malabu.

Mr. Corruption

In juli 2001 nam de nieuwe – democratisch gekozen – Nigeriaanse regering onder leiding van Olusegun Obasanjo, een verklaard tegenstander van zijn voorganger Abacha, de vergunning weer af van Etete. Shell kreeg in december 2003 tegen betaling van 210 miljoen dollar de rechten op exploitatie van OPL 245 exclusief in handen. Etete vocht die beslissing aan en werd na jaren juridische strijd in 2006 opnieuw de volledige eigenaar. Inmiddels lijkt duidelijk dat er daarbij sprake was van vuil spel: de toenmalige minister van Justitie Bayo Ojo zou er volgens FBI-onderzoek tien miljoen dollar voor hebben ontvangen.

Justitie-minister Mohammed Adoke. Foto: Heinz-Peter Bader/Reuters/ANP

Etete ging in 2006 opnieuw de boer op met OPL 245 en sprak onder andere met Gazprom en de Chinese nationale oliemaatschappij CNOC, maar dat liep op niets uit doordat Shell de rechten op het olieveld bleef claimen.

Vanaf 2009 onderhandelde Etete dus opnieuw met Shell, nu in combinatie met de Italiaanse oliemaatschappij Eni. Etete werkte nauw samen met president Goodluck Jonathan en met de minister van Justitie Mohammed Adoke. De drie mannen kenden elkaar goed: vóór Jonathan de politiek in ging, was hij leraar en gaf hij privéles aan de kinderen van Etete. Adoke was volgens de ouddiplomaat Ednan Agaev in een interview met de FBI in een vorig leven de advocaat van Etete, iets wat Adoke zelf in een reactie aan Vrij Nederland ontkent.

‘Mr. Corruption’ Aliyu Mai Sango Abubakar. Foto: Heinz-Peter Bader/Reuters/ANP

Uiteindelijk werden op 29 april 2011 verschillende overeenkomsten getekend tussen de Nigeriaanse overheid, Malabu, Shell en het Italiaanse Eni, waarbij 1,3 miljard dollar werd betaald voor OPL 245. Van dat bedrag ging niet meer dan 210 miljoen dollar naar de Nigeriaanse staat. De rest, 1,092 miljard dollar, werd door de Nigeriaanse overheid gestort op verschillende rekeningen, die allemaal onder controle stonden van Etete. 523 miljoen werd doorgesluisd naar verschillende bedrijven van Aliyu Abubakar, die in Nigeria bekend staat als ‘Mr. Corruption’ en bewoner is van een kolossaal hagelwit stadspaleis in Abuja. Hij zou er volgens de Italiaanse onderzoekers voor hebben gezorgd dat topmensen van Eni hun kickbacks kregen en hij sluisde geld door naar Nigeriaanse politici als de voormalige ministers Adoke en Bayo Ojo. Een deel van het geld werd gewisseld in lokale Naira en letterlijk met sporttassen tegelijk naar buiten gedragen. In het dossier dat Vrij Nederland heeft ingezien, zit een ‘stroomschema’ dat laat zien wat er van het geld is gekocht: kantoorgebouwen in de Nigeriaanse hoofdstad Abuja, een shopping mall in Dubai, vijf Mercedessen in de c-klasse, twee Range Rovers en drie Chevrolet-busjes, een gepantserde Cadillac en een Global Jet Bombardier Vision 6000 van 56,7 miljoen dollar.

Samenzwering

In Nigeria – waar de huidige president Muhammadu Buhari een offensief tegen corruptie is begonnen – proberen ze nu de gelden die nog traceerbaar zijn terug te krijgen. Zo loopt in Groot-Brittannië een rechtszaak over 85 miljoen dollar die daar op een rekening is bevroren – onderdeel van het geld dat Shell en Eni betaalden aan Malabu. De Nigeriaanse staat stelt dat sprake is van ‘een complot’ om haar rechtmatig toekomende gelden te onthouden. Etete zou als ambtenaar illegaal staatsbezittingen in handen hebben gekregen en de contracten die Shell en Eni in 2011 sloten, zouden niet meer zijn dan ‘camouflage’ om geld ‘om te leiden’ naar Etete.

In Nigeria zijn inmiddels rechtszaken begonnen waar Etete, Adoke en anderen terechtstaan wegens corruptie en witwasserij. De enige die (nog) niet wordt vervolgd, is voormalig president Goodluck Jonathan, hoewel volgens het Italiaanse onderzoek wel vaststaat dat de eerdergenoemde Mr. Corruption Aliyu Abubakar een frontman was van Jonathan.

Vrij Nederland kreeg het complete dossier in handen – duizenden pagina’s interne e-mails, rapporten en afgeluisterde gesprekken.

Ook Shell en de voormalig directeur in het land, de Nederlander Ralph Wetzels, staan in Nigeria in de beklaagdenbank wegens het ‘corrupt verstrekken van 801 miljoen dollar’ aan Etete. Hiermee zouden het bedrijf en Wetzels zich volgens de Nigeriaanse openbare aanklager schuldig hebben gemaakt aan ‘samenzwering tot het plegen van corruptie’.

Een oogje dicht

De zaak kwam aan het rollen doordat tussenpersonen die namens Dan Etete bemiddelden met Shell en Eni niet betaald kregen. Op 21 mei 2013 legde de voormalige Russische ambassadeur Ednan Agaev in de Verenigde Staten een verklaring af tegenover de FBI die in het dossier is terug te vinden. Het geeft een mooi inkijkje in de inner circle van Nigeria, waar iedereen elkaar kent en baantjes aan elkaar worden toegeschoven. Agaev leerde als ambassadeur in Colombia de Nigeriaanse president Obasanjo kennen, die daar op bezoek was. Ze raakten bevriend en Agaev kwam ook in contact met veiligheidsadviseur en oud-minister van Defensie generaal Aliyu Gusau, al jaren een spin in het web van de Nigeriaanse politiek.

‘Etete, Adoke en anderen staan terecht wegens corruptie en witwasserij.’

Het was Gusau die aan Agaev – inmiddels ambassadeur-af en advocaat in Moskou – vroeg of hij namens Etete met Shell zou willen onderhandelen over OPL 245. Volgens Agaev was met Etete afgesproken dat hij voor zijn adviseurswerk een bedrag van 65 miljoen euro zou krijgen. Maar nadat de deal op 29 april 2011 werd gesloten, liet Etete weten dat er niets overschoot omdat Nigeriaanse politici eerst moesten worden afbetaald. Agaev was not amused en startte een arbitragezaak in de VS. Hij vertelde zijn ondervragers dat hij namens Etete tussen 2009 en 2011 verschillende gesprekken voerde met vertegenwoordigers van Shell en Eni. Al snel werd hem duidelijk dat Peter Robinson, vicepresident sub-Sahara Afrika voor Shell, ‘Etete haatte en hem niet vertrouwde’.

Agaev concludeerde dat er zonder hulp van de Nigeriaanse overheid nooit een deal zou komen. Daarop vroeg Etete de Nigeriaanse minister van Justitie Mohammed Adoke om hulp. ‘Etete wilde OPL 245 verkopen en vroeg Adoke of de Nigeriaanse staat als een buffer wilde optreden tussen hem en Shell en Eni,’ aldus Agaev. Aan de Nigeriaanse kant was dus een kongsi die een doorbraak mogelijk maakte. Probleem was dat bij Shell, maar vooral bij Eni (waarover zo meteen meer) bezwaren bestonden tegen Etete. Gezien zijn reputatie deden ze liever niet rechtstreeks zaken met hem, stelt Agaev. Hij stelde de medewerkers van Eni daarom voor om het geld via een ‘derdenrekening’ aan de Nigeriaanse overheid over te maken. Vervolgens zouden Nigeriaanse functionarissen het geld dan doorsluizen naar Etete. En dat is precies wat gebeurde.

Gevraagd of ze bij Shell konden weten dat het geld via de Nigeriaanse overheid zou eindigen bij Malabu en Etete, antwoordde Agaev zijn FBI-ondervragers: ‘Natuurlijk wisten ze dat. Shell wilde niet rechtstreeks zakendoen met Etete, maar voelde zich wel comfortabel met overmaking van het geld op de rekening van de Nigeriaanse regering. De top van Shell kneep een oogje dicht en wilde geen enkel contact met Etete.’

Tien miljoen smeergeld

Een andere tussenpersoon, de Nigeriaanse zakenman Emeka Obi, werd in december 2009 door Agaev geïntroduceerd in Etetes kolossale villa in Abuja. Obi beweerde dat hem 215 miljoen dollar was beloofd, maar ook hij kon naar zijn centen fluiten. In 2013 begon Obi een rechtszaak in Londen waarbij tal van details over de zaak geopenbaard werden. Zo stelde Obi dat hij met mensen binnen Eni afspraken had gemaakt om miljoenen dollars terug naar Italië te laten vloeien als kickback. Deze beschuldiging werd overgenomen door de Italiaanse justitie, die stelt dat de CEO van Eni, Claudio Descalzi, en andere Eni-functionarissen in het complot zaten.

Malcolm Brinded. Foto: BHP.

De Italiaanse onderzoekers spraken in juli 2014 met Eni-manager Vincenzo Armanna over Obi en kickbacks, corrupt geld dat aan Etete was uitbetaald maar volgens afspraak weer terugbetaald zou worden aan individuele medewerkers van Eni. Bij Roberto Casula, directeur van Eni in Nigeria, werd 50 miljoen euro afgeleverd, zo stelt de Italiaanse justitie. Armanna vertelde dat Obi in Nigeria werd gezien als ‘de man die tweehonderd miljoen dollar zou krijgen’ om de kickbacks uit te betalen aan de Eni-medewerkers. Armanna voelde zich daar onzeker over. ‘Ik realiseerde me dat ik risico’s liep,’ zei hij tegen zijn ondervragers. Hij vertelde ook dat hij over de corrupte praktijken had gesproken met Nike Olafimihan, hoofd van de juridische afdeling van Shell Nigeria, die openlijk had meegedacht over mogelijke smeergeldbetalingen. ‘Je kunt die tweehonderd miljoen niet op die manier krijgen,’ had zij volgens Armanna gezegd. ‘Als je het wilt doen, moet je het anders doen en verwacht niet dat wij bij Shell dat gaan betalen.’ Armanna voegde daaraan toe dat Olafimihan waarschijnlijk zo goed geïnformeerd was omdat ze familie is van voormalig advocaat-generaal en Minister van Justitie Bayo Ojo, die nu wordt vervolgd wegens het ontvangen van tien miljoen smeergeld. Een Eni-medewerker heeft volgens de verklaring van Armanna openlijk over mogelijke corruptie gesproken met een Shell-jurist, en daar is verder – voor zover te zien is in de e-mails uit de dossiers – intern geen enkele melding van gemaakt.

Dertig FIOD-rechercheurs vielen het hoofdkantoor van Shell binnen.

De rechtszaak in Londen trok de aandacht van anticorruptieorganisaties Global Witness, The Corner House en het Italiaanse Re:Common. Zij stelden vragen aan Shell en Eni, en deden aangifte van corruptie bij de Italiaanse justitie.

Mrs. E.

In de vroege ochtend van 17 februari 2016 vielen op verzoek van de Italiaanse justitie dertig FIOD-rechercheurs samen met dertig Italiaanse collega’s het hoofdkantoor van Shell binnen voor een huiszoeking. In de directievertrekken werden 1800 pagina’s documenten en e-mails in beslag genomen.

Ben van Beurden. De Shell-top wist dat het ging om het olieveld van een corrupte ex-olieminister. Foto: Shell.

Uit die e-mails werd in april van dit jaar al volop geciteerd in een rapport van de organisatie Global Witness en in artikelen van onder meer Buzzfeed, de Italiaanse krant Il Sole 24 Ore en de New York Times. Het beeld dat uit deze publicaties naar voren kwam, was vernietigend. Bij Shell wisten ze blijkens de e-mails heel goed dat Etete corrupt was. De ex-olieminister zou veel belang hebben bij een akkoord, omdat hij ‘een hele reeks van belanghebbenden heeft met wie hij moet afrekenen’, aldus een in Nigeria gestationeerde Shell-medewerker die zijn e-mail eindigde met de opmerking dat OPL 245 een ‘big apple’ was waarvan ze zich ‘niet konden veroorloven die te verliezen’.

Voormalig MI6-medewerker John Copleston, die door Shell was ingehuurd, meldde op 5 januari 2009 dat hij ‘my Delta man’ had gesproken, een lokale bron. Die had van de vrouw van Etete (‘mrs. E’) te horen gekregen dat haar echtgenoot van de 300 miljoen die hem op dat moment blijkbaar in het vooruitzicht waren gesteld maar 40 miljoen zelf zou kunnen houden: ‘De rest is nodig om mensen af te betalen’.

Simon Henry. Deel van de Shell-top. Foto: Shell.

Ook schreef Copleston dat ‘aanzienlijke inkomsten naar GLJ (Goodluck Jonathan)’ zouden stromen. Hij schreef ook dat ‘het heel moeilijk zal worden om aan de verwachtingen van de chief te voldoen als het gaat om de hoeveelheid cash die Shell op tafel kan leggen. (…) Hierover moet Peter (Peter Robinson, destijds vicedirecteur Afrika van Shell – red.) praten met Den Haag en terugkomen met een getal.’ Copleston benadrukte dat de verhoudingen op persoonlijk niveau goed waren. ‘Veel lunches en veel gekoelde champagne,’ schreef hij. ‘Deze keer onderhandelen we face to face, een hele verbetering in plaats van via tussenpersonen.’

Afgeluisterd

Op de dag van de inval bij Shell werd de CEO van het bedrijf Ben van Beurden afgeluisterd door de Nederlandse politie. In een uitgelekt gesprek met CFO Simon Henry had hij het over ‘niet behulpzame e-mails’ van onder meer Copleston die speculeerden over ‘wie wat betaald zou krijgen’. Van Beurden deed ze af als ‘cafépraat’, wat hij ‘stom’ noemde. Ook leek het hem beter als de inval niet aan de aandeelhouders zou worden gemeld. ‘Het laatste wat je natuurlijk wilt, is een verzoek om een mededeling te doen aan de beurs als er niets anders te zeggen is dan dat we zijn gevraagd (door justitie) om informatie te verschaffen.’ Hij zei tegen CFO Henry tegen de autoriteiten ‘vrijwillig niet meer te zeggen dan wat wordt gevraagd’.

Tegenover groepen als Global Witness en journalisten kon Shell nu niet meer ontkennen dat er lang rechtstreeks met Etete was onderhandeld. In The New York Times zei een woordvoerder op 10 april van dit jaar: ‘In de loop van de tijd werd steeds duidelijker dat Etete betrokken was bij Malabu en dat een akkoord de enige manier was om uit de impasse te komen, of we het nou leuk vonden of niet.’ Ook zei de woordvoerder dat Shell ervan op de hoogte was dat de Nigeriaanse overheid Malabu zou compenseren. Een typisch staaltje damage control, maar nog steeds niet het hele verhaal. Uit de duizenden e-mails die de Nederlandse FIOD deelde met hun Italiaanse collega’s blijkt dat Shell-juristen en andere medewerkers actief aanstuurden op een deal waarbij Etete de eindontvanger zou zijn van de miljoenen. De architecten van die overeenkomst met Etete zaten op het hoofdkantoor in Den Haag. Daar waren ze meer bezig met andere oliemaatschapijen die óók achter ‘big apple’ OPL 245 aan zaten dan met integer zakendoen. ‘We moeten snel handelen omdat de wolven rondcirkelen,’ schreef de nummer drie bij Shell Malcolm Brinded op 11 oktober 2010 aan Peter Robinson, directeur van Sub Sahara Afrika.

Witwaspraktijken

Shell-medewerkers wisten dus heel goed dat hun betalingen in corrupte handen zouden komen. Hoe is het dan mogelijk dat Shell, dat zich toch laat voorstaan op het naleven van business principles en anti-corruptiecodes, toch zaken doet met een man als Etete? Uit het dossier waar Vrij Nederland inzage in had, blijkt dat Shell-medewerkers al lange tijd wisten dat daar grote risico’s aan verbonden waren. Op 16 juni 2004 – in die periode waren Shell en Etete in een juridisch conflict verwikkeld over OPL 245 – schreef de in Nigeria gestationeerde jurist Guus Klusener in een e-mail onder het kopje ‘privileged and confidential’ dat Etete en andere belanghebbenden van het bedrijf Malabu voorwerp waren van internationale onderzoeken naar ‘witwasserij en andere illegale activiteiten’. Klusener waarschuwde ervoor dat zakendoen met een bedrijf als Malabu ‘ertoe zou kunnen leiden dat we serieuze kwesties krijgen met onze eigen business principles’.

In november 2007 veroordeelde een Franse rechter Dan Etete in hoger beroep bij verstek tot een gevangenisstraf van drie jaar en een boete van 300.000 euro wegens witwaspraktijken. De reactie bij Shell was niet: wegwezen, met deze man kunnen we geen zakendoen.

Een van de grote problemen bij de zakelijke relaties met Malabu was dat uit de bij de Nigeriaanse Kamer van Koophandel gedeponeerde stukken niet duidelijk werd wie nou precies de eigenaar was. Stukken ontbraken en er was sprake van schuilnamen. Met wie hadden Shell en Eni nou van doen?

Dat die gebrekkige documentatie tot problemen kon leiden, bleek in januari 2011 toen Sani Mohammed Abacha, de zoon van dictator Abacha en voormalig aandeelhouder van Malabu, zich opeens meldde. Hij wilde een aandeel in de verkoopsom, beweerde onrechtmatig door Etete uit Malabu te zijn gezet en begon een rechtszaak. ‘Het kan aanvullende reputatieschade opleveren als zijn naam in de publiciteit opduikt,’ schreef CFO Simon Henry op 21 januari 2011. Dus opnieuw: geen bedenkingen over de deal als zodanig, maar zorgen over reputatieschade.

In de staatskas

Wat opvalt in de e-mailwisselingen tussen de juristen en de top van Shell in Nederland en Nigeria is dat nooit écht lijkt te zijn uitgezocht hoe Malabu opereerde en wie Etete nou precies was, terwijl dat op grond van de eigen Code of Conduct wel had moeten gebeuren. In een niet gedateerd document met als onderwerp ‘due diligence Malabu’ wordt in de eerste zin uitdrukkelijk gesteld dat het boekenonderzoek wordt beperkt tot de vraag wie de eigenaar was van het bedrijf, een onderzoek dus bij de lokale Kamer van Koophandel. Nergens in het stuk en in de honderden e-mails wordt gerept van de noodzaak van onderzoek naar mogelijke risico’s van corrupte praktijken. Nooit wordt ook de vraag gesteld of een deal met Malabu wel mag volgens het Nigeriaanse recht. Op grond van lokale wetgeving moeten immers alle opbrengsten van de olieverkoop in de staatskas vloeien. Had Shell zich niet moeten afvragen hoe Etete in 1998 tijdens zijn ministerschap überhaupt ooit eigenaar had kunnen worden van OPL 245? En werd die vraag niet nog pregnanter nadat in oktober 2009 presidentieel adviseur Emmanuel Egbogah tijdens een gesprek met Shell-medewerkers zei dat ‘het beschamend was voor de Nigeriaanse regering dat een minister een blok aan zichzelf had toegewezen’?

De handelswijze van Shell valt des te meer op omdat het bedrijf al onder verscherpt toezicht stond van de Amerikaanse autoriteiten vanwege een andere Nigeriaanse corruptiezaak. Extra voorzichtigheid was dus geboden. Jurist Keith Ruddock schreef op 29 december 2010 dat het, gezien dat verscherpte toezicht, verstandig zou zijn om Peter Rees (destijds de hoogste juridische man van Shell) na zijn terugkeer van vakantie volledig te informeren ‘om er zo zeker van te zijn dat hij volledig aan boord is’.

Alternatieve structuur

Waar Shell vooral bezig was om oplossingen te vinden om zaken te kunnen doen met Etete en Malabu, lag dat bij de Italiaanse oliemaatschappij Eni wat anders. Uit ‘een chronologie van de gebeurtenissen’ die nadat de deal was gesloten in augustus 2011 werd gemaakt, blijkt dat de anticorruptieafdeling van Eni herhaaldelijk intervenieerde. Op 17 november 2010 meldde de unit dat als zou blijken dat Dan Etete inderdaad de eigenaar bleek dat ‘een imagoprobleem zou kunnen opleveren’. De zorgen bij ENI werden groter toen de zoon van dictator Abacha in januari 2011 opdook.

Maar bij Shell vonden ze een oplossing. Peter Robinson meldde ‘een alternatieve structuur’ te hebben uitgewerkt die neerkwam op de eerder door adviseur Agaev gesuggereerde tweetrapsraket: een betaling aan de Nigeriaanse staat, die dan werd doorbetaald aan Malabu/Etete. Al snel kwam het akkoord van de top in de Haag. ‘Ik kan bevestigen dat het voorstel de steun heeft van Peter Voser, Simon (Henry) en Peter Rees,’ schreef Malcolm Brinded op 22 januari 2011.

Het was beschamend dat een minister een olieblok aan zichzelf had toegewezen.

Toen moest Eni nog worden overtuigd. ‘Gisteren hebben Peter (Robinson, vice president van Shell Sub Sahara Africa) en ik lang gesproken met Roberto (Ca-sula, Eni-directeur in Nigeria), waarbij we het vooral over OPL 245 hebben gehad,’ schreef German Burmeister van Shell Nigeria in een e-mail op 12 maart 2011, zes weken voordat de deal tot stand kwam. Volgens Burmeister vertelde Casula dat de onduidelijkheden over het papierwerk van Malabu ertoe hadden geleid dat er ‘een verergerd negatief effect’ was ontstaan in de ‘risicoperceptie van de hele transactie’. Het was Eni’s ‘hottest topic’, zo berichtte hij terug aan Den Haag.

Uiteindelijk ging Eni om. Op 31 maart 2011 schreef Shell-directeur Peter Robinson vanuit Nigeria aan zijn collega’s dat ‘de draai bij Eni in de laatste 24 uur diepgaand is geweest’. Er was een garantie gegeven dat ‘voor morgenochtend een overeenkomst kan worden gesloten’. Vier dagen later meldde Shell-jurist Guus Klusener dat Eni had besloten ‘het aan Shell over te laten’ hoe de kwesties met de Nigeriaanse overheid en Malabu moesten worden opgelost.

Daarna ging het snel. In het dossier zit een verhoor van Mr. Corruption Aliyu Abubakar, waarin hij vertelt dat ‘ergens in 2011’, dat moet de bijeenkomst op 14 april zijn geweest waarover in Shell-mails wordt gerept, een gesprek heeft plaats gevonden in de villa van Dan Etete in Lagos. Hij beschrijft dat er ‘elf witte mensen’ van Shell en ‘vijf witte mensen van Eni’ aanwezig waren, en verder de minister van Justitie Mohammed Adoke en vertegenwoordigers van Malabu. ‘Hier is afgesproken de betalingen via de Nigeriaanse staat te laten verlopen vanwege achterdocht en onenigheid tussen Malabu aan de ene kant en Shell en Eni aan de andere kant.’ Adoke ontkent in een reactie aanwezig te zijn geweest tijdens de ontmoeting in het huis van Etete, en stelt dat alle ontmoetingen ‘in de aanwezigheid van alle partijen en hun raadslieden plaatsvonden in het kantoor van het Federale Ministerie van Justitie en nergens anders’.

Na de ontmoeting was alles rond. Peter Robinson schreef dat alle partijen hun initialen hebben gezet op de verschillende documenten, óók de vertegenwoordigers van Malabu. Aan het slot complimenteerde Robinson ‘onze juridische afdeling’ die ‘geweldig werk’ had geleverd. Ironisch, want wat de Shell-juristen vooral hadden gedaan, na daarvoor te hebben gewaarschuwd, was zich in bochten wringen om een papieren werkelijkheid te creëren en zo een deal te laten lukken waarbij hun eigen business principles met voeten werden getreden.

Op onwettige wijze

In februari dit jaar diende officier van justitie De Pasquale bij de Italiaanse rechter een verzoek in tot vervolging wegens corrupte praktijken van Shell en Eni. Hij stelt daarin dat 1,1 miljard dollar op onwettige wijze is beland bij Dan Etete, die op zijn beurt smeergeld heeft betaald aan president Goodluck Jonathan, olieminister Diezani Alison-Madueke en minister van Justitie Mohammed Adoke. Ook zou 50 miljoen dollar als kickbacks zijn betaald aan Eni- en Shell-medewerkers. Eni als bedrijf en elf individuele medewerkers, onder wie CEO Claudio Descalzi, moeten wat De Pasquale betreft worden vervolgd. Ook Shell staat in de beklaagdenbank, evenals de voormalige MI6-agenten John Copleston en Guy Colegate en oud-directeuren Peter Robinson en Malcolm Brinded. Die laatste is onlangs teruggetreden bij zijn nieuwe werkgever Billiton, ‘wegens de voortgaande justitie-onderzoeken in Italië’. Wel is Brinded nog steeds voorzitter van de Shell Foundation. Of het echt tot vervolging komt, moet de rechter nog beslissen.

In Nigeria is ondertussen de rechtszaak begonnen tegen onder meer Shell en de voormalige directeur van Shell Nigeria, de Nederlander Ralph Wetzels (maar inmiddels ook weer uitgesteld omdat de gedaagde niet kwamen opdagen). De voormalige minister van Justitie Mohammed Adoke is volgens berichten inmiddels voortvluchtig, iets wat hij zelf in een reactie aan Vrij Nederland ontkent. Hij stelt dat ‘hij niet voortvluchtig is, dat hij onschuldig is en in het belang van Nigeria heeft gehandeld’. Ook Dan Etete is onvindbaar, hij houdt zich naar verluidt op in Dubai.

Shell creëerde een papieren werkelijkheid om zo de deal te laten lukken.

De Nigeriaanse rechter heeft Shell en Eni al in januari van dit jaar opgedragen de rechten op exploitatie van OPL 245 tijdelijk terug te geven aan de Nigeriaanse overheid. In Nigeria begon het onderzoekscollectief HEDA Resource Centre een petitie om de exploitatievergunning definitief te ontnemen aan Shell en Eni. ‘Uit onderzoek blijkt duidelijk dat Etete OPL 245 op onwettige wijze heeft verkregen. En Shell en Eni zijn willens en wetens met hem in zee gegaan,’ zegt Suraju Olanrewaju van het HEDA Resource Centre. ‘De olierijkdom van Nigeria moet niet voorbehouden zijn aan een kleine elite, maar ten goede komen aan het hele Nigeriaanse volk.’ Olanrewaju roept de Nederlandse autoriteiten op om Shell te vervolgen. ‘We verwachten van Nederland, het land waar Shell haar hoofdkantoor heeft, een diepgaand onderzoek en een daaropvolgende vervolging.’ Op dit moment loopt een onderzoek bij het OM. Zodra dat is afgerond, zal een beslissing over vervolging worden genomen, aldus een woordvoerder.

Shel laat in een reactie op vragen weten niet op details te kunnen ingaan omdat de zaak in onderzoek is.

Op 28 november 2017 is de tekst van dit artikel aangepast na reactie van Mohamed Adoke naar aanleiding van feitelijke onjuistheden.