De commissie Oosting oordeelt ongemeen hard: ministerie en het OM hebben er – toen en nu – een zootje van gemaakt.
Een puinhoop. De keurige Marten Oosting zegt het uiteraard wat netter aan het einde van zijn rapport, maar de boodschap is duidelijk: ‘De Onderzoekscommissie ontkomt niet aan het oordeel dat de ontnemingsschikking de toets van de kritiek niet kan doorstaan, zowel naar de inhoud, als uit oogpunt van totstandkoming en afwikkeling.’
1. Het voorspel
Toen het OM in 1994 meende dat Cees H. ruim driehonderd miljoen euro zou moeten betalen over zijn drugstransporten, schoot dat de rechtbank in het verkeerde keelgat. De speurders moesten hun werk beter doen. Dat deed de FIOD in opdracht van Fred Teeven. Ze vonden een kleine 22 miljoen gulden drugswinst bij de veroordeelde hasjhandelaar. Oosting vraagt zich af waarom het OM toen niet heeft doorgepakt. ‘De leiding van het arrondissementsparket Amsterdam is hier duidelijk tekort geschoten.’
Zes jaar later ging de top van het OM akkoord met de Teeven-deal. Maar het College van Procureurs-generaal heeft haar huiswerk toen niet gedaan, concludeert de commissie. Ze hebben domweg de onderliggende stukken niet opgevraagd. Over Dato Steenhuis, die indertijd binnen het College verantwoordelijk was voor het afpakbeleid, meldt het rapport dat ‘niet [is] gebleken dat Steenhuis […] een actieve inbreng heeft gehad.’ De OM-top heeft alleen mondeling contact gehad met Teevens’ Amsterdamse bazen Hans Vrakking en Ben Swagerman.
Om hun besluit toch een beetje cachet te geven, vroegen de procureurs-generaal nog wel advies aan het Bureau Ontnemingen Openbaar Ministerie (BOOM), dat in de praktijk achter crimineel geld aanjoeg. Die BOOM-rekenaars noemden in hun advies een – volstrekt verkeerd – bedrag van twee miljoen gulden dat nog op Luxemburgse bankrekeningen van H. zou staan, maar ze zeiden ook dat er vermoedelijk veel meer te halen viel. Die laatste opmerking legde het college naast zich neer. Ze weten genoeg: twee miljoen gulden was een acceptabel bedrag. Als Cees H. een boete zou krijgen van 7,5 ton hield de crimineel ‘maar’ 1,25 miljoen gulden over.
De OM-bazen hadden daarnaast ook nog eens verzuimd om te checken of de Belastingdienst een rol zou krijgen bij de schikking, hoewel ze dat in eerste instantie wel hadden geëist. Pas later zou blijken hoe in de uiteindelijke deal de fiscus volledig buiten spel werd gezet door Teeven en Swagerman. Het oordeel van Oosting? ‘Aldus kan niet worden gesproken van een adequate en werkelijk kritische toets’.
En daarmee is het slagveld nog niet compleet. Het college was ook nog eens in het ongewisse gelaten over de gratietoezeggingen die waren gedaan aan Cees H. Hij mocht maar liefst 2,5 jaar eerder zijn cel verlaten. Sterker nog, freewheeler Fred Teeven schortte in maart 2000 eigenhandig de straf op die Cees H. nog moest uitzitten voor een gewelddadige uitbraakpoging. Oosting: ‘Al het voorgaande overziende, vertoont de procesgang rond de behandeling en goedkeuring door het college van de vooringenomen ontnemingsschikking een aantal duidelijke tekortkomingen.’
2. De deal
De crimineel kocht zijn financiële vrijheid door een boete te betalen van 750.000 gulden. Dan zou de staat hem niet meer vervolgen. Volstrekt buiten alle proportie, oordeelt de commissie. Het OM had veel beter moeten kijken wat er nog te halen viel bij de drugshandelaar, en dat had met de kennis van 1994 (het Fiod-document) veel meer kunnen zijn: bijna 22 miljoen. Maar dat stuk is domweg ‘vergeten’. Oosting zegt het heel netjes: ‘De balans tussen het schikkingsbedrag en het aan H. gelaten vermogen komt de Onderzoekscommissie dan ook onevenredig voor.’ Daarnaast zien de onderzoekers ‘geen enkele rechtvaardiging’ in het bewust de Belastingdienst buiten spel zetten, zoals in een aparte paragraaf werd vastgelegd in de Teeven-deal. ‘Voor een goed functioneren van de overheid dient dergelijk informatie niet te worden afgeschermd.’
Over hoe gunstig de deal in feite was voor Cees H. heeft de commissie nog een mooi voorbeeld opgetekend. Jaren na de schikking, op 6 mei 2004, werd bij beroepscrimineel Koos R. een koffertje met geld gevonden, met daarin 91.260 euro aan contanten. Een kleine maand later, op 1 juni van dat jaar, meldde advocaat Jan-Hein Kuijpers zich bij de politie met het verhaal dat het geld van zijn cliënt Cees H. was en dat het afkomstig was uit een schikking. In de daaropvolgende rechtszaak betoogde de drugshandelaar dat hij in Torremolinos woonde en dat het geld van een eerder bevroren Zwitserse bankrekening kwam. De rechters gaven Cees H. gelijk: hij kreeg zijn geld terug.
3. De naweeën
In 2002 kwam de deal voor het eerst in opspraak, via een uitzending van het tv-programma Reporter. De Tweede Kamer stelde vragen en de toenmalige justitieminister Benk Korthals deed in 2002 voorkomen dat de financiële schikking met Cees H. niets van doen had met de korting op zijn gevangenisstraf. Toch liepen die twee trajecten in feite parallel aan elkaar, schrijft Oosting. Maar dat hield het Amsterdamse parket lange tijd voor zichzelf. het was wel zo netjes geweest van Teeven en Swagerman als ze hadden gecheckt of de gratieverzoeken van hogerhand zouden worden gesteund, menen de onderzoekers.
En hoe kwam minister Korthals er in 2002 toch bij dat er van Cees H. maar een bedrag van twee miljoen gulden was bevroren? Opnieuw krijgt het College van pg’s de zwarte piet: dat heeft de minister uit een document dat is opgestuurd door de top van het OM. Helemaal fout, maar niemand op het ministerie nam indertijd de moeite om het verder uit te zoeken. Korthals wist het brandje te blussen en de deal ging weer in de kast.
Tot 2014. Toen rakelde Nieuwsuur-verslaggever Bas Haan de affaire op. Weer reageerde Den Haag als een konijn in de koplampen, constateert de onderzoekscommissie. ‘De uitzending van Nieuwsuur en het debat in de Tweede Kamer lieten de indruk achter van een onwetend Openbaar Ministerie, in de persoon van oud-(ontnemings)procureur-generaal Steenhuis, en een minister van Veiligheid en Justitie die in de – later door hemzelf ruiterlijk toegegeven – fout ging door tegen ambtelijk advies in zelf te gaan rekenen en onjuiste bedragen te noemen ten aan zien van de ontnemingsschikking met H.’
Daar lag de kiem voor de latere valpartij van Opstelten en Teeven. Toch had de onthulling van Nieuwsuur geen probleem hoeven te zijn, concludeert Oosting. Als de ambtenaren bij het OM en op het ministerie toen tenminste eens goed waren gaan zoeken. Dat is – opnieuw – niet gebeurd. De politieke en ambtelijke leiding heeft ‘grote moeite’ gehad om de juiste feitelijke informatie te vergaren, oordelen de rapporteurs. En de informatievoorziening tussen het OM en het ministerie van Veiligheid en Justitie ‘heeft de nodige haperingen vertoond.’
Daarbij is het voor de onderzoekscommissie een raadsel dat minister Opstelten koos voor oud-procureur-generaal Henk van Brummen als degene die de Teeven-deal moest onderzoeken. Van Brummen was de spreekwoordelijke slager die het eigen vlees keurde en daarbij steken liet vallen. ‘Als Van Brummen […] de betaalgegevens en het proces-verbaal van de Fiod van 15 december 1994 zou hebben aangetroffen, zou dat de hele kwestie vanaf dan een andere wending hebben gegeven.’ Kortom, de oud-pg is ‘onvoldoende grondig’ te werk gegaan.
Onzorgvuldig, haperend, tekortgeschoten. Het zijn slecht enkele van de vele kritische en negatieve oordelen die Oosting cum suis vellen. Ze doen vervolgens nog een handvol aanbevelingen. Zorg er voor dat in de toekomst schikkingen in alle openheid worden gemaakt en laat zo’n deal toetsen door een onafhankelijke rechter. En mocht het toch weer fout lopen, stel dan vooral een onafhankelijke onderzoeker aan. Verder adviseert de commissie toch vooral het ministerie van Veiligheid en Justitie én het OM om een beetje helder met elkaar te communiceren. Dat kan veel ellende besparen, bijvoorbeeld de val van een minister.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.