Een ‘vergeten’ FIOD-document toont aan dat de crimineel met wie Fred Teeven als officier van justitie een deal sloot, over bijna 22 miljoen guldens drugsgeld beschikte. Dat is, zacht uitgedrukt, meer dan die twee miljoen waar tóen van werd gesproken.

De Fiscale Inlichtingen- en Opsporingsdienst traceerde in 1994 een ‘wederrechtelijk verkregen voordeel’ van 21.682.063 gulden bij de veroordeelde drugshandelaar Cees H., verspreid over Zwitserse, Luxemburgse en Nederlandse bankrekeningen. Zes jaar later sloot de Nederlandse staat een deal met H. in de veronderstelling dat hij over slechts twéé miljoen gulden beschikte. Dat blijkt uit de heruitgave van het boek De jacht op crimineel geld, die vandaag verschijnt.

Fragment van het FIOD-document.

Afgelopen maart trad minister Ivo Opstelten van Veiligheid en Justitie af, samen met zijn staatssecretaris Fred Teeven. Opstelten had de Tweede Kamer verkeerd voorgelicht over de deal met Cees H. uit 2000, die Teeven indertijd als officier van justitie had gesloten. De minister beweerde dat de drugsbaron slechts twee miljoen gulden had mogen houden. Uiteindelijk kreeg H. via de rekening van het OM een bedrag van 4.710.627,18 gulden overgemaakt. Dat geld was afkomstig van Luxemburgse bankrekeningen waar de Nederlandse staat beslag op had laten leggen, bleek uit onderzoek (hier en hier) van het televisieprogramma Nieuwsuur.

Dus niet twee, niet vijf, maar bijna 22 miljoen gulden winst uit drugshandel.

Uit het nu opgedoken Fiod-document wordt duidelijk dat de hasjhandelaar in 1994 over bijna het vijfvoudige beschikte, waarbij de rechercheurs dat vermogen koppelen aan zijn criminele handel. Dus niet twee, niet vijf, maar bijna 22 miljoen gulden winst uit drugshandel. Het is onduidelijk waarom het OM nooit verdere stappen heeft ondernomen om dat geld af te pakken. Volgens betrokkenen is het Fiod-onderzoek ‘in de vergetelheid’ geraakt.

Als tegenprestatie betaalde Cees H. in 2000 een ‘boete’ van 750.000 gulden. Daarmee kocht hij verdere vervolging af in het strafrechtelijk financieel onderzoek. Zo kreeg hij niet alleen de beslagen miljoenen uit Luxemburg terug, maar werd zijn hele criminele vermogen de facto ‘gewit’.

Parallel aan de ontnemingsschikking kreeg H. ook gratie. Terwijl hij formeel alleen maar over het geld onderhandelde, regelde de gedetineerde crimineel onder de tafel, in twee zogenaamde sideletters met Teeven, dat hij 2,5 jaar eerder vrij zou komen. Hij kreeg anderhalf jaar gratie voor een veroordeling uit 1984 wegens cokehandel en een jaar strafvermindering voor de poging om in 1994 met gebruik van explosieven uit de Bijlmerbajes te ontsnappen. De boete van 40.000 gulden die de rechter Cees H. oplegde voor die poging is naar verluid nooit betaald.

Deze week verschijnt het rapport van de commissie Oosting, die het afgelopen halfjaar de totstandkoming van de Teeven-deal onderzocht én de wijze waarop de bewindslieden in 2014 over het ‘bonnetje’ struikelden. Voor Teeven was het meteen al duidelijk. ‘Met die deal is niets mis’, zei de staatssecretaris bij zijn aftreden. ‘Dat is gebeurd voor volk en vaderland.’

Feit is dat Cees H. er een ruime oudedagsvoorziening aan heeft overgehouden. Eind 2013 zei de beroepscrimineel dat hij ‘een normaal leven’ leidt. Toch werd H. ’s naam de afgelopen jaren meerdere keren in verband gebracht met beruchte onderwereldspelers: in het liquidatieonderzoek uit 2007 vertelde kroongetuige Peter la Serpe aan zijn verhoorders dat H. een drugslijn had overgenomen van een andere crimineel. En in een recente grote drugszaak dook vorig jaar het volgende proces-verbaal op van de Criminele Inlichtingen Eenheid (CIE) uit 2010: ‘Ferenc J. en Fred D. maken deel uit van een groepering die handelt in cocaïne. De “leiding” is in handen van Cees H.. H. handelt al jaren in cocaïne, beschikt over goede contacten in Colombia en Venezuela en is in staat om partijen cocaïne rechtstreeks vanuit Zuid-Amerika te importeren.’ In datzelfde jaar wordt Cees H. door de recherche gezien op Aruba en op Schiphol, waarbij hij ontmoetingen heeft met andere verdachte personen. De genoemde Ferenc J. is inmiddels veroordeeld voor de handel in coke en wordt in 2015 vervolgd in een ontnemingsprocedure, waarin het OM een bedrag van 51 miljoen euro eist.

Een jaar na de observaties in 2010 krijgt de CIE opnieuw een tip: ‘Cees H. en zijn partner Bryan J. hebben via de lijn van een Amsterdamse groepering de afgelopen jaren honderden kilo’s cocaïne ingevoerd. Op deze lijn werd de cocaïne middels zeiljachten vanuit Venezuela naar Nederland verscheept.’

Het roept de vraag op of Teeven in 2000 ‘herstartkapitaal’ gaf aan een recidiverende crimineel. Het zijn slechts observaties en geanonimiseerde beweringen – ze vormen geen hard bewijs dat Cees H. nog steeds actief in de verboden handel zit – maar het geeft de opmerking van diezelfde Teeven vijftien jaar later over ‘volk en vaderland’ een rare bijsmaak.