Het moet allemaal beter, erkende minister Van der Steur tijdens het debat gisteravond over de aanslagen in Brussel. Politiek theater van de bovenste plank. Maar legde de Kamer met haar zelfkritiek de vinger wel op de zere plek?

Aan de ingrediënten raken we bijna gewend: een woedende Geert Wilders die ‘grenzen dicht’ roept, uiterst kritische oppositieleiders die pijnlijke vragen stellen, coalitiepartijen die stilzitten en hopen dat de bui overwaait en een opzichtig schutterende Ard van der Steur, minister van Veiligheid en Justitie, die weer geen antwoord heeft.

Ziehier de samenvatting van het debat gisteravond in de Tweede Kamer over de dodelijke aanslagen in Brussel van vorige week. Uiteindelijk ging het vooral over de steken die Nederland mogelijk had laten vallen. Hadden wij kunnen voorkomen dat Ibrahim el Bakraoui zichzelf zou opblazen in de vertrekhal van vliegveld Zaventem?

De veroordeelde crimineel El Bakraoui was in juli in Turkije aangehouden en had te kennen gegeven naar Nederland uitgezet te willen worden. Zoiets gebeurde vaker, meestal ging het om mensen die met de strijd in Syrië in verband gebracht konden worden. De Turken meldden de uitzetting op een speciale website voor diplomatieke post, maar belden niet even, zoals volgens de minister gebruikelijk was. Harde afspraken hierover bestaan niet, erkende Van der Steur. Dat moet beter. Toen Nederland om opheldering vroeg was El Bakraoui de douane op Schiphol al gepasseerd.

De tweede merkwaardige gebeurtenis vond plaats op 16 maart, een week vóór de aanslagen. Volgens de minister meldde de Amerikaanse FBI aan Nederland dat El Bakraoui en zijn broer Khalid door België werden gezocht. Uit contacten met de Zuiderburen een dag later bleek dat de autoriteiten aldaar ze als ‘geradicaliseerd’ bestempelden. Indien de verdachte in Nederland ‘aangetroffen’ werd, zou Nederland hem aanhouden. Ongeloof bij de Kamer. Waarom is Nederland niet actiever op zoek gegaan naar de vermeende terrorist? Omdat de Belgen daar niet om hadden gevraagd, zei de minister. Maar waarom dacht de minister zelf dat de FBI juist Nederland hierover had getipt? Misschien omdat de Amerikanen wisten dat hij maanden eerder in Nederland was geland? Hadden we er geen rekening mee moeten houden dat El Bakraoui nog steeds in Nederland was? De minister wist het allemaal niet en beloofde opnieuw het allemaal nog eens uit te gaan zoeken. Vanochtend kwam al de eerste rectificatie: de tip kwam niet van de FBI maar van de politie in New York.

Politiek theater van de bovenste plank. Toch is het de vraag of de Kamer met de zelfkritiek echt de vinger op de zere plek legt. Deze week analyseren (€) Nederlandse terrorisme-experts in Vrij Nederland de aanslagen. Zowel Edwin Bakker (Universiteit Leiden) als Bibi van Ginkel (Instituut Clingendael) wijzen op België als zwakke schakel in de internationale terrorismebestrijding. Het land heeft twee keer zoveel Syriëgangers als Nederland en geeft de helft uit aan veiligheid. Belgische gezagsdragers werken elkaar tegen en door gebrekkige contacten in wijken als Molenbeek komt er veel te weinig informatie naar boven. De experts zijn bang dat de politiek weer in de oude reflex schiet door vooral te hameren op betere internationale samenwerking. Terwijl het echte probleem om diplomatieke redenen weggestopt wordt: ‘Als die informatie er niet is, kun je hem ook niet delen,’ aldus Bakker.

Geheel ongegrond bleek die zorg gisteravond niet. Van der Steur liet nog eens weten dat Europol inschat dat er 5000 mensen uit Europa naar het strijdgebied zijn getrokken. Bij de helft weten we niet eens om wie het gaat. ‘Dat schept geen vertrouwen’, reageerde D66-leider Pechtold eufemistisch.