Liever luisteren dan lezen? Lou-Anna Druyvesteyn heeft het stuk ingesproken.

Het zal de beroemdste boekenkast uit de wereldliteratuur zijn, in elk geval de meest iconische: de kast die als draaideur het Achterhuis afschermde van het pand Prinsengracht 263. Vader Otto Frank had het pand op nummer 263 gehuurd sinds 1941, daarvoor zat zijn bedrijf Opekta aan het Singel. ‘Papa heeft het druk op kantoor, hij gaat nu gauw verhuizen want op het Singel is het voor hem te klein. Nu gaat hij op de Prinsengracht wonen, ik ga hem heel erg vaak van de tram halen,’ schrijft Anne in het voorjaar van 1941 in een brief aan haar oma.

Die brief werd voor het eerst gepubliceerd in het Verzameld Werk van Anne Frank, dat nu in een goedkope editie opnieuw verschijnt. Dit Verzameld Werk bevat behalve het dagboek en ander al bekend proza van Anne ook haar brieven aan familieleden, haar versjes in andermans poëziealbums en het ‘Egypteboek’ dat nog niet eerder in druk was verschenen. Het is niet van de hand van Anne zelf, maar bevat tekstfragmenten van anderen over Egypte, Mesopotamië en Griekse mythologie. Anne knipte die uit en stelde er een ‘geschiedenisboek’ uit samen. Het toont maar weer eens wat voor een bijzonder leergierig en slim meisje Anne was.

De boekenkast was een cruciaal element in de constructie van deze onderduikgeschiedenis, met haar rampzalige einde.

Dat ze heel veel gelezen heeft tijdens de onderduikperiode is bekend, het dagboek getuigt daarvan.

De boeken werden geleend bij de bibliotheek door Miep Gies, die de onderduikers in het Achterhuis hielp en ervoor zorgde dat het dagboek van Anne Frank bewaard bleef.

Ze stonden niet in de beroemde draaideur-boekenkast, want die was bedoeld voor het kantoor. Daar stonden ordners in. De boekenkast was een cruciaal element in de constructie van deze onderduikgeschiedenis, met haar rampzalige einde. De kast zat met scharnieren vast aan een deur, en daarachter bevond zich de echte deur. De twee deuren zaten stevig aan elkaar vast met een haakje.

Victor Kugler, vervangend directeur van Otepka.
de boekenkast als poort naar de hel

Je kunt tal van metaforen op deze deur loslaten: de boekenkast als poort naar de hel, maar ook als toegang tot de literaire wereld voor het werk van Anne. De Anne Frankkunde heeft dit onderwerp nog niet aangepakt. Wat we lezen in de vele studies over het Achterhuis, is dat de kast werd getimmerd door Johan Voskuijl, magazijnchef van de firma en de vader van Bep Voskuijl, een van de helpers van de onderduikers in het Achterhuis. Anne schrijft er het volgende over:

‘Onze schuilplaats is nu pas een echte schuilplaats geworden. Mijnheer Kugler vond het namelijk beter om voor onze toegangsdeur een kast te plaatsen […], maar dan natuurlijk een kast die draaibaar is en die als een deur opengaat. Mijnheer Voskuijl heeft het geval getimmerd.’

Het idee om met een boekenkast de toegang tot een kamer te verbergen, was niet nieuw. Je vindt zulke deuren wel eens in paleizen.

De kast was dus speciaal voor dit doel gemaakt en het idee kwam van Victor Kugler, Voskuijl voerde het uit. Maar waar had Kugler, die Otto Frank als directeur tijdens de onderduik verving, het idee vandaan?

Het idee om met een boekenkast de toegang tot een kamer te verbergen, was niet nieuw. Je vindt zulke deuren wel eens in paleizen. Een hele mooie is te zien in het paleis in het Franse Compiègne, waar zowel Lodewijk de 14e als Napoleon hebben geresideerd. In de bibliotheek daar bevindt zich een kast die een deur naar de slaapkamer verbergt. Ook in Nederland zijn er voorbeelden van, maar wel minder spectaculair. De voormalige buitenplaats De Hartekamp te Heemstede heeft er een, en ook de bibliotheek van het Oud-Katholiek Seminarie in Amersfoort zit verscholen achter een deur met, in dit geval, nepboeken, want overduidelijk geschilderd.

Wel erg mooi trouwens.

Het lijkt niet waarschijnlijk dat Kugler aan deze voorbeelden heeft gedacht. Kwam een draaiende boekenkastdeur in alledaagse woningen voor?

Johan Voskuijl, magazijnchef van de firma.
de boekenmolen

Welke boekenkast je in een woning kon aantreffen, was sterk afhankelijk van het milieu van de bewoner. In luxewoningen stonden in voorbije eeuwen al prachtige boekenkasten van bewerkt eikenhout, vaak voorzien van een lapje aan de planken tegen het stof dat zich anders op de rijen boeken zou gaan verzamelen. Er waren natuurlijk nog geen stofzuigers. Een boekenkast was zelden voorzien van dichte deuren, men wilde immers zijn collectie laten zien.

Maar je ziet wel schuifdeurtjes opduiken, voorzien van ‘tandlatten’ (een soort rails). Ook glas of gaas in de deuren kwam voor. Een draaibaar model bestond ook, de boekenmolen, ontworpen aan het begin van de negentiende eeuw. Eind negentiende eeuw kwam de mahoniehouten etagère in de mode, een subtiel en tamelijk ‘open’ kastje. Het werd gezien als iets voor de damessalon. Vrouwen kochten inmiddels zelf hun boeken, dat was in de achttiende eeuw nog uitzonderlijk.

https://www.vn.nl/product/vn-geschiedenisspecial-2019/

Aan het begin van de twintigste eeuw, zo valt op te maken uit meubelvakboekjes, was het type ‘kabinet’ in trek. Dat was een lage boekenkast met een uitstekend blad zoals bij een schoorsteenmantel, waarop je nog een pendule of ander ornament kon zetten.

Zo’n boekenkast als camouflage duikt opvallend genoeg juist kort voor de Tweede Wereldoorlog op in de populaire cultuur.

In de eerste helft van de twintigste eeuw werd volop geëxperimenteerd met nieuwe ontwerpen en afwijkende modellen. Kugler zal zich niet door de experimentele designers hebben laten inspireren, zijn ‘boekenkastontwerp’ is feitelijk een open kast, zonder al te veel opsmuk.

Zo’n boekenkast als camouflage duikt opvallend genoeg juist kort voor de Tweede Wereldoorlog op in de populaire cultuur. In diverse kranten en tijdschriften van voor de oorlog zijn spotprenten en mopjes te vinden over geheime bergplaatsen achter een boekenkast. In 1937 konden de lezers van diverse kranten grinniken om een tekening waarvan de clou is dat de heer des huizes zijn drankvoorraad achter de boekenkast verstopt. En in De Telegraaf stond een aflevering van de strip Goofy waarin ook gezinspeeld werd op een verborgen ruimte achter de boekenkast.

Maar het meest opvallend in dit verband is een uitgebreid artikel in het vakblad voor de boekhandel uit 1940 over nieuwe trends op het gebied van boekenkasten. In ‘Het boek in onze woning’ schetst auteur Van der Bom onder meer een boekenkast die achter de met boeken gevulde draaideur nog een kast verbergt. ‘Het stelt nogal hooge eischen aan het geraamte van de kast en de stevigheid van de scharnieren waaraan bij het openen een heele boekenvracht komt te hangen. Het is dan ook een noodoplossing,’ aldus het artikel dat er een foto bij plaatste.

Anne Frank, schrijver in de dop.
erg geheimzinnig

Van Kugler weten we dat hij vrijwel dagelijks kranten en tijdschriften naar het Achterhuis bracht, en dat hij Anne stimuleerde om van fruitkistjes een eigen boekenkastje te fabriceren. Waarom hij juist in de zomer van 1942 voorstelde Het Achterhuis met een geheime deur af te schermen, legt Anne Frank zelf uit, op 14 augustus 1942:

‘Het wordt hier nu erg geheimzinnig, mijnh. Kugler was bang dat ze misschien hier komen om naar verstopte fietsen te kijken, en daarom wilde hij dat de deur naar ons verblijf gekamoufleerd werd.’

Inderdaad was 1942 een jaar waarin de berichten over fietsendiefstal hun hoogtepunt bereiken. Dat is te zien in Delpher, de digitale krantencollectie van de Koninklijke Bibliotheek. Je kunt daar met een druk op de knop een grafiek maken van de berichtgeving over gestolen fietsen. Het hoogtepunt in de grafiek betreft het jaar 1942.

Als je op het adres Prinsengracht 263 zoekt, dan tref je een vermelding aan van de verkoop van het huis in 1940, daar wordt in de advertentie ook al het ‘Achterhuis’ genoemd.

Je kunt er nog meer interessante details opzoeken, die ten tijde van bijvoorbeeld de publicatie van de biografie van Anne Frank door Carol Ann Lee (1998), nog niet of heel moeilijk traceerbaar waren. Als je bijvoorbeeld op het adres Prinsengracht 263 zoekt, dan tref je een vermelding aan van de verkoop van het huis in 1940, daar wordt in de advertentie ook al het ‘Achterhuis’ genoemd. Ook opvallend: het echtpaar Gies plaatste een advertentie waarin ze een tweedehands fototoestel te koop vroegen, een Plaubel Makina, in 1943. Het is mogelijk dat ze dit voor Otto Frank regelden, hij was een verwoed amateurfotograaf.

inventiviteit en bedrijvigheid op de Prinsengracht

De Prinsengracht had (ook nu nog), in vergelijking met de andere grachten, op de kade veel bedrijfjes en ondernemingen. Links naast het achterhuis was theehandel Keg gevestigd, rechts een meubelmakerij, en daarnaast een confectie-atelier, de Gebr. Etmans. In dat confectieatelier was in het najaar van 1941 nog ingebroken, lezen we in de krant, waarbij een ‘partij japonnen en velours-chiffon-stof’ gestolen was.

In dat jaar woonde de familie Frank nog op het Merwedeplein (tegenover de joodse goochelaar Ben Ali Libi uit het bekende gedicht van Willem Wilmink), maar Otto Frank had al wel zijn bedrijf naar de Prinsengracht verhuisd. Naast dat naaiatelier zat ‘Harmonia’, een nog altijd bestaande spiritistenvereniging. Deze club had een eigen ‘medium’ en dat was mevrouw Van Hal. In 1940 hield men daar nog een ‘bloemenseance’ en moesten de deelnemers bloemen meebrengen, zoals de advertentie onthult. En de vereniging hield er ‘avondwijdingen’ en ‘ochtendwijdingen’.

Tegenover het Achterhuis zat een heuse fakir, die hypnoses uitvoerde (Fakir Ali Kaka) en daarmee ‘zaken’ kon oplossen.

Aan de andere kant, op nummer 271, zat een ‘handlijndeskundige’, die consult aan huis gaf à fl 1,50. En tegenover het Achterhuis zat een heuse fakir, die hypnoses uitvoerde (Fakir Ali Kaka) en daarmee ‘zaken’ kon oplossen. Hij adverteerde slechts twee keer, dus we weten niet of hij er nog zat in 1942. De meubelmakerij op nummer 261 wordt genoemd in de secundaire literatuur maar er is geen advertentie of ander spoor van te vinden. Aan inventiviteit en bedrijvigheid was op de Prinsengracht dus geen gebrek.

Op die fatale dag, 4 augustus 1944, kwam de Sicherheitsdienst het pand aan de Prinsengracht binnen. Victor Kugler moest de mannen rondleiden. Eenmaal bij de boekenkast gekomen, duwden de agenten tegen de kast die niet meegaf. Daarop begon een grondige inspectie. De haak werd gevonden, de draaideur zwaaide open en de onderduikers werden ontdekt.

Nu is de boekenkast een van de meest attractieve onderdelen van het Achterhuis, dat jaarlijks door meer dan een miljoen mensen wordt bezocht. De meubelindustrie lijkt hierop in te haken, je kunt bij de luxe firma Het kabinet een boekenkast kopen, genaamd ‘Anne’.

Anne Frank, Verzameld werk, Prome­theus, 712 p., geïllustreerd, €30,-