Feuilleton
Al een week koopt Betty bij de Lidl. Kookt ze haar vriesvak leeg. Gebruikt ze de vacuvin die ze van haar moeder gekregen had. Dat was lachen, toen: wie doet er nu een week over een fles wijn? Nou ik dus, nu. Wacht ze tot de krant haar facturen betaalt. Telefoon. Als je aan de duivel denkt…
‘Dag Theo.’
‘Betty. Luister. Die laatste “Betty serveert” die je hebt ingeleverd…’ Nu gaat hij zeggen: die kan natuurlijk echt niet.
‘…die kan natuurlijk echt niet. Dit is al het tweede zuinige recept op rij. Dit is een chique krant, Betty, met vermogende abonnees, en die willen niet na een recept voor pompoensoep een recept voor bonenschotel met restjes lezen.’
‘Maar Theo, restjes zijn helemaal hot, hip en happening. De hele Delicious gaat over kliekjes deze maand. En Marjoleine de Vos deed er vorige week twee pagina’s over in NRC.’
‘Marjoleine de Vos?’
‘Ja, Marjoleine de Vos.’ Daar is-ie wel gevoelig voor, Marjoleine de Vos.
‘Ja maar bónen, schat, moet dat nou?’
Ik ben je schat niet. ‘Ben je nog niet naar De Vrek van Molière geweest, zoals iedereen? De vrek googelt “goedkoop recept” als hij vrienden te eten krijgt. Resultaat: bonen. Dus het is ook nog cultureel verantwoord. En onder culitweeps is er op het moment een bonenestafette.’
‘Culitweeps?’
‘Stond ook in NRC. ’t Is crisis. De mensen willen creatief met weinig!’
‘Jíj wil creatief met weinig!’
‘Ja, omdat de krant mijn facturen te laat betaalt!’
‘Gooi maar wat kaviaar over die bonen, schat. Of een kliekje truffel.’
‘Wat jij wil, Theo, wat jij wil.’
Hoe brei ik dit recept weer recht, denkt Betty. Misschien moet ze niet zo rechtlijnig zijn. Marjoleine de Vos schreef na haar pleidooi voor restverwerking ook een recept waaraan je na het koken een halve sinaasappel, een halve bos koriander, een gemberwortel min 1 centimeter en drie bosuitjes overhoudt. Ik moet trouwens stoppen met Theo zo van repliek te dienen. Het is toch crisis. In deze tijden kan het van het ene op het andere moment afgelopen zijn, weet ze. Je bent presidentsvrouw en eindigt eenzaam barend in een Frans ziekenhuis. Je bent een asielzoekersvriendelijke burgemeester en eindigt excuses stamelend tegen Wilders. Je bent een hip lesbisch stel met een boeiend leven en eindigt in de fotoserie ‘Potten met poezen’. Je bent dictator en eindigt dood en kaal in een rioolbuis…
Betty zet haar computer aan. ‘Truffel maakt witte bonen chic,’ tikt ze. Vooruit dan maar. Ik kan het niet uitproberen, maar het is vast lekker.
Telefoon. Daar heb je ’t al. ‘Betty, met Theo. Schat, ik heb nog even nagedacht, en het lijkt me dat jij toe bent aan een stukje nieuwe uitdaging elders en dat we bij de krant op zoek gaan naar een jonge hippe vrouw met een frisse blik die goed aansluit op deze nieuwemediatijd.’
‘Hee, met Floor. Lééf je nog?’
Goddank. ‘Nog net. Hoezo?’ Ik verwaarloos mijn vriendinnen.
‘Ik had iets gepost op Facebook en je reageerde niet, schat.’
‘O god, ik kijk nooit op Facebook. Ik heb er tien vrienden, waarvan zeven vage kennissen. Mijn foto staat er niet eens op. Als het niet zo ingewikkeld was om het op te heffen, zou ik dat allang gedaan hebben.’
‘Héél onprofessioneel, meisje. Maar hoe ís het met je?’
‘Lang bij David geweest. En griep gehad.’
‘Mmm… Verpleegd door die romantische droompianist van je?’
‘Nee, daar is David niet goed in. Als ik ziek ben, ga ik naar huis.’
‘O?’
Is dat raar? Het klinkt niet raar als ik het denk, maar wel als ik het zeg.
‘Ben je beter? Gaan we even een hapje eten om je op te vrolijken.’
‘Nee, ik heb niks. Ik heb echt niks. Ik ben blut. Maar ik heb hier een overheerlijke bonenschotel, als je wilt.’
‘Bonen? Ben je gek? We gaan wel naar Ron Blaauw. Ik trakteer.’
‘Heb je geld teveel of zo?’
‘Nee, maar Visa wel. Schat, we moeten nu genieten. Morgen kunnen we wel dood zijn.’
‘Jij bent de wandelende oorzaak van de schuldencrisis, weet je dat?’
‘Wie dan leeft, eet nu kreeft.’
Anderhalf uur later nipt Betty voorzichtig aan een glas champagne. Floor, blonder dan ooit, stralend en verdacht rimpelloos, zegt ‘schat’ tegen driekwart van de clientèle – iedereen schijnt elkaar hier te kennen. Het eten is heerlijk, Floor is gul en vrolijk als altijd. Kan dit wel? Hoor ik hierbij? En waarom niet eigenlijk? Ik ben hier toch? De zesgangenmenu’s, de goede wijn, het goud aan de armen van de dames, de zorgeloosheid: alles ademt overvloed, nergens ziet Betty een spoor van crisis of schaarste. Ze dansen op de vulkaan. ‘Iemand moet toch het geld uitgeven in deze tijden,’ hoort ze een man in zo’n blauw overhemd met een witte kraag zeggen.
‘Geniet je wel een beetje?’ vraagt Floor bezorgd.
Een tafel verderop schuift een vrouw met Frans gemanicuurde harsnagels na twee hapjes haar dessert opzij en buigt zich lachend naar haar gezelschap over. Kliekjes, denkt Betty. Kliekjes.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.