Feuilleton
aar vader oogt jong en vrolijk, in T-shirt en spijkerbroek. Haar moeder straalt als een filmster in haar uitbundig gebloemde jurk. Maar Betty fronst. Wie heeft die foto genomen? Ik weet het niet meer. Een jaar of dertien, veertien is ze. Een leuk, links gezin op een demonstratie in Amsterdam. Ze draagt een geel T-shirt met een lachend oranje zonnetje en de tekst ‘Atoomenergie? Nee bedankt’. Ze hadden ook zo’n reuzensticker op de ouwe eend: ‘Atomkraft? Nej tak’ – om duistere redenen was het nog cooler in het Deens.
David werpt een blik op de foto. ‘Wow, Myparentswereawesome-punt-nl! Maar jij… Was je boos?’
‘Nee, tobberig, geloof ik. Bang voor de atoombom.’ Bang voor borsten. Bang voor jongens. Bang voor de populaire meisjes in de klas. Bang voor het leven.
‘Moet je horen,’ zegt David. Hij houdt de krant omhoog. ‘Kunstenaar Anselm Kiefer wil een kerncentrale kopen. Hij vindt kernenergie een “mythische kwaliteit” hebben. Hij zou ook kunst in de reactorruimte willen maken, die bezoekers in verband met de straling maar kort mogen bekijken. Wat vind jij daar nou van?’
‘Kunst staat boven en onder en naast de moraal, vind ik.’ Slap antwoord. ‘Ik hou niet van Kiefer. Een aansteller.’ Die megalomane schilderijen van lood, aarde, verf. En afgelopen zomer die stomme dorre zonnebloemen in het Rijksmuseum, zogenaamd een verwijzing naar ‘De Nachtwacht’. Hij is zesenzestig, moet die man niet met pensioen?
Betty zet Kiefer op haar lijstje ‘Voor’.
‘Nej tak!’ was haar eerste gedachte toen Jonas haar, na haar vraag om een lucratieve commerciële opdracht, voorstelde wervende teksten te schrijven voor een energiebedrijf dat kernenergie aan de gewone man wil brengen. Jonas’ reclamebureau GreedForGreen doet zaken met klanten die groene, ecologisch verantwoorde, duurzame producten verkopen. Ergens tussen die demonstratie in de jaren zeventig en nu is kernenergie blijkbaar van de uitvinding van de duivel zelf veranderd in een godgezonden CO2-vrije oplossing voor het broeikaseffect. Ik ben links. Ik ben tegen kernenergie. Toch? Verloochen ik mijn principes als ik teksten schrijf voor een bedrijf dat een kerncentrale wil bouwen? Verkoop ik mijn ziel aan de duivel?
Betty kijkt naar haar stralende ouders, naar het zonnetje op haar T-shirt, naar haar lijstjes ‘Voor’ en ‘Tegen’.
Vóór kernenergie: Barack Obama. Maxime Verhagen. Geert Wilders. Een van de oprichters van Greenpeace. Jonas. Anselm Kiefer.
Tegen: Femke Halsema. Angela Merkel. Mamma. Maar die is zelfs bang voor wekkerradio’s. Greenpeace min die ene oprichter.
‘David, ben jij voor of tegen kernenergie?’
‘Ja god, Betty, dat ligt niet zo eenvoudig…’
Waarom niet? Vroeger was het toch simpel: links, dat waren de good guys en die waren voor het milieu en tegen kernenergie, bij rechts zaten de bad guys en die waren voor kernenergie en het kapitaal. Kunstenaars waren links en tegen. Nu zijn politieke idealen verwaterd als religie in de maand van de spiritualiteit en roept zelfs je meest intieme geliefde: ‘Ja, mits, maar, ik geloof wel in iets, ik ben groen rechts, of liberaal links, je moet dat genuanceerd zien.’ Zelfs Diederik Samsom van de PvdA houdt een slag om de arm als het kernenergie betreft en kunstenaar Kiefer bezingt de ‘mythische kwaliteit’ ervan. Wat is er gebeurd? Word ik ook zo?
Was ze maar gewoon rechts, zoals haar vriendin Floor. (Ook zoiets, vroeger waren je vrienden niet rechts.) Die zei gewoon, toen Betty het haar vroeg: ‘Ach schat, na ons de zondvloed. Verdien je er geld mee? Doen, jij moet ook je hypotheek betalen. Als jij het niet doet, doet iemand anders het. Ja, je prostitueert je een beetje, so what? Loosen up. Ontdek je innerlijke callgirl.’ Misschien heeft ze wel gelijk.
Telefoon. De krantenredactie. ‘Ha Theo.’
‘Zeg, die “Betty serveert” van deze week, die kan niet.’
‘Hoezo? Hij is eco, en bio, en bewust en duurzaam en alles. Dat vind je toch goed?’
‘Ja, maar je fulmineert tegen de kant-en-klaarmaaltijden van een bekende grootgrutter.’
‘En?’
‘Dat is toevallig onze grootste adverteerder. Dat kan niet Betty, niet in deze tijden. Natuurlijk is er de redactionele onafhankelijkheid, maar daar ga ik de grenzen niet van opzoeken in een culinaire rubriek. De krant moet ook bestaan, anders kun je straks die hele rubriek niet meer schrijven. Dus ik schrap die drie zinnen over onze adverteerder, als je het goed vindt.’
‘En als ik het niet goed vind?’
‘Ook.’
Betty kijkt naar de foto. Mini-Betty kijkt haar fronsend aan. Haar vader lacht. Wat zou híj kiezen?
‘Pappa’, schrijft ze onderaan het lijstje ‘Tegen’.
‘Sorry pap,’ zegt ze zacht.
Ze kijkt naar David, die zich liederlijk op haar bank heeft uitgestrekt. Tijd voor sexy lingerie en een zacht, rood lampje.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.