Feuilleton

Oké. Nu niet denken: ik zit in een soap. De jongen kijkt Betty aan. Hij wacht geduldig op de drempel tot ze iets zegt, maar ze zegt niks. Hij zegt het nog een keer, zijn stem slaat over. ‘Is mijn vader niet thuis?’ Ook niet: ik zit in de verkeerde film. Dat zeggen vrouwen die geen controle hebben over zichzelf. De jongen maakt een gebaar dat ze vagelijk herkent.

Een vader. ‘Mijn vader.’ David is de vader. Dit is de zoon. Ze heeft hem vaker gezien. De laatste tijd, na optredens van David, een wat schutterige jongen die beleefd een handje kwam geven. Ruben, een pianoleerling van David.Geen leerling, een zoon. David heeft een zoon. Davids zoon.

De licht opgetrokken schouders. David als hij nerveus is.’Nee,’ zegt Betty. ‘Nee.’

Colin Firth. Ze zei het net nog tegen Anna, aan de telefoon: als het leven van David verfilmd wordt, speelt Colin Firth de hoofdrol. Verkrampt. Imploderend. Hoofd vol geheimen.

Als dit een film is, krijgt-ie slechte recensies. Slap verhaal, een klucht, alleen gered door de briljante cast. Colin Firth in de rol van David, de man-met-een-geheim. De plots opduikende zoon (briljant vertolkt, een bijna-volwassen Harry Potter, een belofte voor de toekomst): Daniel Radcliffe. En wie is toch die onbekende actrice die Betty speelt, de geliefde-met-bord-voor-de-kop? Haar telefoon gaat. Ze kan een telefoon nooit laten rinkelen.

‘Betty, met Theo.’

Oké, dit is geen film. In de film worden mensen nooit gebeld door hun chef. Of hun moeder. Zoals ze ook nooit naar de wc hoeven. Of een nette afscheidszin moeten formuleren aan het eind van een telefoongesprek.

Betty gebaart Ruben dat hij binnen mag komen. Ze glimlacht geruststellend naar hem. Als ze in de spiegel naast de voordeur kijkt, ziet ze de grijns van een angstige chimpansee.

‘Schat, je moet echt iets schrijven over Noma, nu, je bent de enige culinair journalist die nog nooit over Noma heeft geschreven.’

Eh… zee-egels? ‘Nu niet. Nu even niet, Theo.’

‘En moestuinen. Moestuinen zijn in. Schrijf eens over je moestuin.’

‘Ik heb geen moestuin, Theo. Ik heb rode vingers. Alles gaat dood onder mijn handen.’

‘Ik wil een afspraak met je. De krant wil een kookboek van je uitgeven!’

‘Eh, ja leuk. Theo, het komt nu niet zo goed ui…”Je hebt trouwens vandaag nog niks getwitterd. Het gaat toch wel goed met je?’

‘Nu je het vraagt, Theo, ik…”Twitter nog maar wat. Die Haagse bluf-tweet was briljant. Doe maar iets over je moestuin. Zie ik je morgen op de vergadering?’

‘Ja, nou, misschien ben ik wel verhinderd, ik weet niet, ik ben nogal…”Dan zie ik je morgen.’

Hij hangt op. Zonder afscheidszin. Dit gaat steeds meer op een film lijken.

‘Je vader komt zo terug, hij is even sigaretten halen,’ zegt Betty luchtig als ze de kamer inloopt.

Je vader.

Ruben heeft een spaatje ingeschonken. De fles staat open op het aanrecht. Zijn jack ligt op de bank. Hij speelt zacht iets op de piano. Hij is hier thuis. Hij ziet er een beetje nerdy uit, hij draagt zo’n Jonathan Franzen-bril met een zwaar montuur. Maar dat is geloof ik nu juist hip. Wat dragen zestienjarigen? Is hij zestien? Zoiets. Betty is blij dat hij piano speelt, ze weet niet wat ze moet zeggen. Ze weet eigenlijk ook niet wat ze moet denken.

Ze denkt aan de dingen die je weleens leest, over mannen die er twintig jaar lang twee gezinnen op na houden die van elkaars bestaan niet weten. Het kwam haar altijd aantrekkelijk exotisch voor. Het idee dat er meer in een mensenhoofd omgaat dan je zo zou vermoeden. Het avontuur van het dubbelleven, de geheimzinnigheid, de fantasie die nodig is om op het scherp van de snede twee luchtkastelen in de lucht te houden. Niets saaier dan de waarheid en niets dan de waarheid. Niets leuker dan tegenover de Wahrheit de Dichtung te zetten, de poëzie, alles wat het leven iets mooier maakt, wat raadselachtiger, een beetje mysterieuzer, spannender, fantasievoller. Leugentjes om schoonheid. Maar dit is nou ook weer niet de bedoeling. Ruben verkracht een stukje Chopin. Niet het talent van zijn vader. In de slaapkamer, waar Betty de afgelopen dagen kantoor hield, staat nog zachtjes de radio aan. Een Marokkaanse moeder roept haar voortvluchtige zoon op naar huis terug te keren na de moord op een juwelier: ‘Ik weet dat hij het niet gedaan heeft. Hij is een lieve jongen, rustig, hij heeft respect voor iedereen.’ Het zit vast anders. Hij bedoelt het ironisch: ‘mijn vader’.

Gerommel aan de voordeur.

Colin Firth staat in de kamer. Hij kijkt naar Betty. Hij kijkt naar Daniel Radcliffe. Hij trekt zijn schouders een beetje op. Hij zegt: ‘Chopin moet je anders spelen, Ruben. Langzamer.’