Feuilleton
Betty’s nieuwe vrijgezellenstaat leidt tot zulke grote opwinding bij haar vriendinnen, dat ze in de derde persoon over haar praten waar ze bij zit.
‘Ze moet gaan internetdaten,’ zegt Floor.
‘Ze moet op tangoles,’ zegt Anna. ‘Daar zijn leuke mannen. Schijnt.’
‘Welnee, ze moet lekker aan de zwier, naar alle places to be, eerst maar eens de beest uithangen, nu ze weer in de markt is.’
‘Geen kinderen, geen relatie… ze heeft zeeën van tijd om fantastische dingen te doen,’ zegt Anna dromerig. ‘Carrièreswitch. Iets nieuws leren. Reizen. Ontwikkelingshulp. Een boek schrijven.’
‘Een kookboek,’ zegt Floor. ‘Of nee: een literaire thriller.’
‘Ja!’ zegt Anna. ‘Of een zelfhulpboek, dat is ook een soort ontwikkelingshulp. Zelfhulpboeken verkopen goed, stond vorige week in Vrij Nederland. Als ze maar over eudaemonisch welzijn gaan.’
‘Toch niet zo’n positivo-boek, hè? Daar kan ik niet tegen, hoor. “Mijn man is homo en ik ben verkracht door de hond van mijn buurman, maar ik ben er een beter mens van geworden.”‘
‘Nee, maar er moet wel wat Lebensbejahung in. En eigen ervaring. Handboek voor de verse vrijgezelle?’
Bedenk dat je nu kunt doen wat je wilt. Bedenk daarna dat je eigenlijk altijd al kon doen wat je wou, en dat je tot nu toe weinig gedaan hebt. Overweeg tangoles. Overweeg vioolles. Verwerp het – te veel moeite, te oud.
Zoek troost. Bij vriendinnen, in de nieuwe Ian McEwan, in een oude Cézanne in de Hermitage, in de chocolate chip cookies van Nigella, in drank, in soep. Denk na een week: toch maar niet in drank.
Gluur in de supermarkt in andermans karretjes. Vraag je af wat voor leven deze mensen hebben, als ze drie diepvrieshamburgers, vijf blikken exportbier en een fles currysaus inladen. Kijk in je eigen karretje. Verberg de Saroma onder de biologische broccoli.
Vraag je af of je moet meedoen met de mode, nu je weer in de markt bent. Of je toch maar leggings moet gaan dragen. Vraag je af of je je schaamhaar in bijzondere figuurtjes moet scheren, nu je weer in de markt bent. Vraag je af wat voor figuurtjes dan. Vraag je af voor wie.
Vraag je af of je naar the places to be moet. Vraag je af waar die places to be zijn. Kijk uit het raam, constateer dat dit de place to be niet kan zijn. Ga uit, alleen, omdat je weer in de markt bent. Voel je belachelijk en bejaard als je de muziek te lelijk en te hard vindt. Wees gevleid als je wordt aangesproken door een aantrekkelijke jongeman. Voel je belachelijk en bejaard als blijkt dat hij pilletjes aan je wil verkopen. Zie hoe een vader die zijn dochter komt halen je goedkeurend opneemt; lach tegen hem. Zie hem schrikken als je je gezicht naar het licht draait. Denk: dit is niet the place to be. Denk: ik ben nog maar even niet in de markt.
Probeer te bedenken op wie je straks moet stemmen. Stel vast dat je de gezinsman Samsom aantrekkelijker vindt dan de vrijgezel Rutte. Denk: hij is niet voor niets vrijgezel. Denk: ik ook niet.
Denk aan de babyboomer met het zwart manchester communistenjasje. Vraag je af wat hij in zijn supermarktkarretje legt. Bedenk dat mannen van zijn leeftijd niet verwachten dat je je schaamhaar in bijzondere figuurtjes scheert. Neem je voor om bij de volgende ontmoeting te vragen hoe hij heet. Fantaseer dat je hem tegenkomt, dat hij een keer niet verdwijnt naar een nieuwe internetdate, hoe hij kust, hoe jullie gaan samenwonen, hoe je je na een jaar gaat ergeren aan de kleur van zijn sokken en zijn vieze nagels, hoe jullie langzaam verzuren, hoe je hem op een dag betrapt op nieuwe internetdates. Neem je voor om niet te vragen hoe hij heet, als je hem weer tegenkomt. Vraag je af of je hem ooit weer tegenkomt.
Bel David niet. Bel je moeder. Mopper, maar zeur niet. Zeg overal ja op: ja, je gaat naar dat feest, ja, je past op de kinderen van Jonas, ja, je geeft een verrassingsetentje voor Anna’s verjaardag, nee, je hebt geen zin om je in te schrijven op die datingsite, maar je zegt ja. Als de telefoon gaat, neem dan op. Met uitzondering van David: wie het ook is, wat ze ook voorstellen, je neemt op en zegt ja.
‘Betty, schat, luister, ik weet dat je weer gaat tegensputteren en nee gaat zeggen, maar…’
‘Ja, Theo.’
‘Dat bedoel ik. Maar je moet toch even luisteren.’
‘Ja.’
‘Over twee weken heb ik een screentest voor je geregeld, maar Herman heeft nu al het volste vertrouwen in je kookprogramma.’
‘Ja.’
‘Ze gaan je keuken nabouwen in de studio, ze willen je pannen zien.’
‘Ja.’
‘Er komt een styliste langs die je gaat aankleden.’
‘Ja.’
‘En je moet wel koken met de spullen van de sponsor.’
‘Ja, Theo.’
‘Ik weet dat je het niet wilt, maar echt, Betty… Wat zei je nou?’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.