Feuilleton

Het perron op het Centraal Station is leeg. Opgelucht ziet Betty de trein naar Alkmaar een geel stipje aan de horizon worden. Doodmoe is ze, en van wat nou helemaal? Eén ochtend haar moeder op bezoek. Die had onwennig op haar bank gezeten en onder het mom van geïnteresseerde vragen een spervuur van opmerkingen haar richting op geschoten waarop Betty de reactie alleen maar mocht dénken. ‘Kind, word je niet te dik?’ Dat maak ik zelf wel uit. ‘Verdien je wel genoeg?’ Ik red het, zeur niet. ‘Word je niet moe van de stad, zou je niet eens in een echt huis willen wonen?’ Ik woon in een echt huis! ‘Wat zonde, al dat zevenblad op je dakterras. Zullen we een keer samen gezellig naar het tuincentrum?’ Nee! ‘Zal ik je huis eens lekker komen schoonmaken?’ Misschien moet ik toch in een bos gaan wonen. Daar klaagt niemand over rondslingerende naalden en takken. Hangmatje. Klaar. ‘Lust je mijn bonbons niet?’ Jawel, maar ik word te dik. ‘Kind, ben je niet...