Feuilleton

Hoe houd je een knipoog vast? Betty probeert het uit alle macht, maar na een tijdje begint haar ooglid vreemd te trillen. ‘Hou nog even vast, Betty, niet bewegen, zo is-ie goed, jaaah, en… we zijn gestopt! Dank je, Betty. Je zag er fantastisch uit.’

Zo. Aflevering tien van haar tv-kookprogramma Betty’s bluf staat erop, inclusief de verplichte knipoog – ‘Niet verklappen hoe u het gemaakt hebt!’ – aan het eind. Regisseur Mike beent weg. Betty schopt haar hoge pumps uit en ontspant haar mondhoeken, moe van het glimlachen. Misselijk wendt ze zich af van de taart op het aanrecht. Ze weet dat-ie een extra oppepper met kleurstof heeft gehad, dat-ie is bespoten met een soort lak die ’m beschermt tegen de hete lampen en verleidelijk doet glanzen, dat-ie vastgekit zit op het bord omdat-ie er de hele tijd af gleed, ze heeft, toen de camera liep, haar vinger in die vieze gefixeerde slagroom gestoken en ’m sensueel afgelikt alsof ze Nigella zelf was. Nu hoeft ze niet meer.

Klaar voor vandaag. Nog vijf afleveringen, denkt ze en ze woelt lekker door haar haar, dat de hele dag al is vastgezet met een laag haarlak. Producer Herman, die haar heeft gecontracteerd voor dit programma, geeft haar een vriendelijke knipoog.

‘Hoho!’ roept regisseur Mike. ‘Niet doen! We zijn nog niet klaar. Nog even de seconden voor de sponsor. Demi, Kim, Sanne, hoe heet je, doe iets aan Betty’s haar, verdomme!’ Hij komt aanbenen met een kartonnen doosje in zijn hand.

Fuck. De sponsor.

‘Betty, als jij nou straks dat pak kant-en-klaar-alles-in-een-bakpakket rechts van je gezicht houdt en dan…’

‘Mike…’

‘… knipoog je naar de camera en dan zeg je…’

Nee! Niet nog een knipoog! ‘Herman…’

‘Betty.’

‘Moet dit echt? Ik vind het rotzooi, die pakjes, ik kook er niet mee, het is voer voor SonjaBakkerlijders, ik kan dat toch niet gaan aanprijzen?’

Herman lacht. ‘Je bent zo authentiek. Jij kunt dat, het is je op het lijf geschreven, de mensen geloven je. En je ziet er fantastisch uit.’

‘Maar ik wil niet dat ze me geloven!’

Herman verstrakt. ‘Luister, het staat in je contract, Betty. Het contract is heilig. Je kunt er niet onderuit, je zit hieraan vast.’

Waarom kreeg ik nou uitgerekend dat contract op de dag dat ik overal ja op wou zeggen? Het lijkt inmiddels een bespottelijk idee, die positivo-zelfhulpingreep nadat ze haar relatie met David had verbroken, weken geleden. Overal ja tegen zeggen om wat beweging in haar leven te brengen. Ha! Niks beweging. Ik zit vast. Muurvast.

Ze moet lachen. Tenminste, ze denkt dat ze moet lachen, maar ineens zit ze midden in een onbegrijpelijke huilbui.

Mike klapt in z’n handen. ‘Jongens, we stoppen, Betty kan even niet meer tegen het leven. Morgen verder, extra lange dag.’ Hij draait zich om en loopt weg. ‘Diva,’ hoort Betty hem nog net mompelen.

Jaren geleden had Betty zich eens, geleid door goede voornemens, ingeschreven bij een sportschool. Met tegenzin had ze zich op de fiets-, steps- en loopapparaten begeven. Eigenlijk zag ze het nut er niet van in. Waarom zou je je een ongeluk trappen op een fiets die vastgenageld is aan de grond, als je nergens héén fietst? Waarom hardlopen op een band als je de trein niet hoeft te halen? Maar na een aantal sessies kreeg het sportschoolvirus haar kortstondig te pakken. Het kwam door de metertjes. Minutieus gaven die aan wat voor afstand ze had gereden, hoeveel calorieën ze had verbrand, hoeveel denkbeeldige traptreden ze al had genomen (‘u bent nu op de twaalfde verdieping!’). En toen ze op een middag van de sportschool naar huis had gefietst, ergerde ze zich ineens aan het feit dat er geen metertjes op haar stuur zaten, het was alsof ze stilstond, alsof er niets gebeurde, alsof haar daadwerkelijke fietstochtje naar huis minder betekenis had dan de vijftien calorieën die ze met dezelfde afstand daarbinnen aantoonbaar zou hebben verbrand. Ze was zo geschrokken van die gedachte dat ze nooit meer naar de sportschool was gegaan.

Nu staat ze in haar eigen keuken thuis. Niemand snijdt haar uien, niemand doet haar haar, niemand bakt haar taart. Niemand zegt wat ze aan moet. Niemand schenkt haar wijn in, en dat doet ze dan maar zelf. En nog eens. Ze pakt een mes. Ze snijdt een ui. Ze voelt zich onhandig, ze kan het niet zo mooi als de Kim of Kevin of Demi of Sanne die dat in de studio voor haar doen. Het ziet er niet uit als echt gesneden ui. Ze weet ook eigenlijk niet wat ze ermee gaat doen. Ze kan er net zo goed mee stoppen.

‘Nee,’ zegt ze. ‘Nee.’ Het klinkt goed.

Ze gaat op de bank liggen en pakt de telefoon. Ze kiest een nummer. Ze doet haar ogen dicht. Ze stelt zich voor dat de studiolichten op haar gericht zijn, de camera loopt, Mike roept ‘Actie!’, ze hoort de tune van Betty’s Bluf, ze denkt: zo moet het, dit moeten ze filmen, dit is authentiek, houd dit even vast, ik zie er fantastisch uit.

Ze zegt: ‘Eén pizza quattro stagioni graag, en een insalata caprese.’