Feuilleton
Betty staat net een sinaasappeltje uit te persen – Zal ik zo wel een beschuitje smeren? Zo kruimelig – als ze haar vader op de ijskast ziet zitten. ‘Een beschuitje met hagelslag,’ zegt hij dromerig, ‘dat zou ik nou nog weleens willen proeven.’
‘Had je maar niet moeten doodgaan,’ zegt Betty.
‘Ja, ja… wrijf het maar in.’ Hij kucht. ‘Zeg,’ zegt hij lijzig, ‘dat kook-tv-programma…Hoelang moet je nou nog naar die studio?’
‘Nog zeven afleveringen, dan loopt mijn contract af.’
‘Hm.’ Hij kijkt verlangend naar de sinaasappels. ‘Je vindt het niet leuk, hè? Die rare jurkjes, die smerige kant-en-klaarproducten van de sponsor. Is ook niet goed. Zo heb ik je niet opgevoed.’
‘Jij hebt me nauwelijks opgevoed, pap. Mamma heeft me opgevoed.’
‘Waar doe je het nou voor? Voor de roem?’
Omdat het me gevraagd werd. Omdat ik werd uitverkoren. ‘Misschien.’
‘Het geld?’
Betty zucht. ‘Ja, pap, ik doe het voor het geld. Ik moet mijn belasting betalen, en mijn zorgpremie en de alimentatie aan Wouter, en…’
‘Als je niet zoveel zou verdienen, zou je niet ook zoveel hoeven betalen. Dat is allemaal naar draagkracht, dat heet solidariteit. Daar ben je toch vóór, solidariteit?’
Eh, ja. ‘Pap, je bent nooit goed geweest in goede raad. Dus begin daar alsjeblieft niet nu ineens mee.’
‘Dan niet. Je hebt me zelf opgeroepen.’
‘Wanneer dan?’
‘Vannacht.’
O ja.
‘Wie is trouwens die man?’
Ed, dus. Toen hij gisteravond laat haar trap op kwam stommelen, gestuurd door Floor om haar te helpen met haar tv-contract, stinkend naar aftershave en whisky en gekleed in zo’n afschuwelijk blauw overhemd met witte kraag, realiseerde ze zich plots dat ze hem kende. Hij had haar gezoend na afloop van Floors oud-en-nieuwfeest, lang geleden, een zoen even opdringerig als zijn aftershave, en ze had, hoewel dronken, de tegenwoordigheid van geest gehad het daarbij te laten. Wist hij het nog? Hij liet het nu niet merken, maar deed wel alsof het heel gewoon was dat ze hem zo laat in een ochtendjas ontving, vroeg joviaal om ‘een drankje voor deze hardwerkende Nederlander’ en plofte op de bank, foeterend op de ‘jaloezietaks’ en ‘kiezersbedrog’, een naadloze voortzetting, zonder twijfel, van de borrelpraat uit Floors stamkroeg, waar hij vandaan kwam. ‘Gewone burgers worden gepakt. Alle zekerheden vallen weg. Mensen met middeninkomens zoals ik vallen in het armoedewak.’
Middeninkomens? Heb jij een middeninkomen? dacht Betty, maar ze zei niets. Ed kwam hier om haar te helpen om van haar tv-contract af te komen. Ze was niet in de positie. Ze schonk hem nog een glas wijn in. Ik kan nou wel kwaad worden, maar ik ben te moe te sloom te afgemat te afgestompt te moe, gewoon te moe, en ik heb hem nodig.
‘Eh… dat contract.’ Ze gaf het hem. ‘Floor zei dat je kon helpen.’
Ed rechtte zijn rug en trok zijn jasje uit. ‘Oké,’ zei hij. ‘Back to business. Je wilt hier vanaf, hè?’ Hij las fronsend en langdurig.
Betty ontspande een beetje. Ze wordt altijd rustig als ze kijkt naar het profiel van een man die geconcentreerd leest, of autorijdt, of pianospeelt. David. Hoe zou het met David zijn? Ze hoopte dat het lang zou duren, dat lezen.
‘Nou,’ zei Ed ten slotte, ‘Dat lukt wel. Er zitten wel wat mazen in.’
‘Verscheuren?’
‘Neuh. Beetje aan de knoppen draaien. Zie het als een regeerakkoord.’
‘Volgens mij wil de regisseur ook wel van mij af.’
Ed legde het contract op tafel. ‘In dat geval,’ zei hij, ‘doe je niets. Je hangt een beetje de diva uit, je zorgt dat ze een hekel aan je krijgen. Easy. Dan komen zij wel over de brug. Speel het spelletje, Betty.’
‘Goed,’ zei ze. ‘Wat ben ik je schuldig voor deze goede raad?’
‘Niets. Ik verdien mijn geld wel aan echt rijke mensen. Zie het als nivelleren.’ Ed lachte. ‘Schenk me nog maar een glas in. En…’ Hij aarzelde. ‘Laat me nog even naar je kijken. Je ziet eruit als een meisje op een schilderij van Breitner, in die kimono, weet je dat? Of als een vrouw op een schilderij van Hopper, een beetje verlaten, net als toen op Oudejaarsavond.’
Fuck, hij weet het nog. Ze wilde het weglachen, maar was te moe. Nivelleren, dacht ze, we zijn aan het nivelleren. Hier zitten we, we slaan een brug, we maken elkaar gelijk, we helpen elkaars lasten dragen. Ik en een verontwaardigde VVD’er. Sorry, pap.
Onder de witte kraag zat een aandoenlijk zachte hals.
Betty staat voor het bed met sinaasappelsap en een beschuitje. Ed opent zijn ogen. Hij kijkt haar aan. Hij kijkt op de klok. Hij zegt: ‘O god, ik ben in slaap gevallen.’ Hij zegt: ‘Ik moet naar huis.’ Hij staat naast het bed, hij trekt zijn overhemd aan.
Alle zekerheden vallen weg, denkt Betty. Ze kijkt naar de ijskast.
Er hangt alleen nog een vage grijns boven.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.