Feuilleton

Terwijl ze haar aandacht verdeelt tussen de krant en de kinderen (dat is wat moeders doen, denkt Betty, altijd dingen tegelijk, nooit onverdeelde aandacht) staat haar hoofd maar niet stil. Vinden die kinderen het nog wel leuk dat ik hun nanny ben? Vind ik het nog leuk? Moet ik niet eens iets doen wat betekenisvoller is voor de wereld? Moet ik me dat wel afvragen? Mag ik niet in m’n handen knijpen dat ik werk heb nu iedereen werkloos wordt? Er zitten veel vragen in Betty’s hoofd, en weinig antwoorden. Hoe zou het nu met Anna zijn? Zou Frank echt vreemdgaan, zoals ze denkt? Maar wie wil er nou vreemdgaan met Frank?

‘Hoe maak je een bom van een snelkookpan?’ vraagt Storm.

Ook een vraag. ‘Dat weet ik niet, hoor,’ zegt Betty luchtig. ‘Iets met veel schroeven erin en een mobiele telefoon.’

‘Hoeveel mensen gaan er dood van één bom?’

‘Weet ik niet. Heel veel.’

‘Honderd?’ Gulzig.

‘Als ze in de buurt staan wel.’

‘Gaan hun benen er allemaal af?’

Waar denkt die jongen allemaal aan? Hij is zes! ‘Soms.’ Is hij bang? ‘Maar dat gebeurt hier niet, hoor, lieverd.’

‘O.’ Hij klinkt teleurgesteld.

Kleine terrorist. Betty keert terug naar de krant. Gefascineerd kijkt ze naar een grote foto van de ruïnes van Aleppo, een beeldschoon beeld, als het niet zo gruwelijk was. De fotograaf is er vast trots op, in de jaren negentig zouden ze er een Benetton-advertentie van hebben gemaakt. Ik moet nog iets storten. Waarom schiet ik vol bij de beelden van getroffen Syrische mensen op tv en ben ik een dag later alweer te laks om even een overschrijvinkje te doen op giro 555?

‘Bettyyyyy…’ Vlinder, temerig. Zoals vierjarige meisjes dat kunnen – en vierendertigjarige meisjes zoals haar moeder Roos. ‘Krijgt prinses Máxima een roze trouwjurk?’ Het concept van de inhuldiging is niet aan Vlinders verstand te peuteren; in haar kleuterhoofd zit nu al de Disney-blauwdruk van het romantische huwelijk verankerd, en die verbleekt pas over een jaar of veertig – if ever.

‘Een blauwe,’ gokt Betty – een wild guess, zo na het tv-interview.

‘O.’ Betty stelt vandaag wel veel mensen teleur met haar antwoorden. ‘Mag prinses Britney een roze jurk aan op de bruiloft?’

‘Natuurlijk, schat.’ Prinses Britney is Vlinders imaginary friend. ‘We gaan een mooie roze jurk bedenken. Een heel dure.’ Een denkbeeldige jurk kan niet echt duur zijn. Een paar honderdjes uit de duizenden in de geheime la van haar moeder. Hoe komt Roos daar toch aan? En waarom liggen ze daar? Zou ik er wat van kunnen wegnemen? Nee.

Betty slaat de krant dicht en staat op. Ze wordt gek van de vragen in haar hoofd. Ze wou dat ze een man was. Die hebben een ‘empty box’, hoorde ze laatst een psychologe op de radio vertellen, een lege ruimte in hun hoofd waarin ze zich terugtrekken als ze dat willen, en dan denken ze nergens aan. Vrouwen hebben altijd lijstjes in hun hoofd, en nutteloze bijgedachten, en vragen, vragen, vragen.

‘Sorrysorrysorry! Beetje laat!’ Jonas stuift binnen. ‘De meeting liep uit. Maar de subsidie voor Syria Awareness is rond.’ Hij geeft Vlinder een knuffel en Storm een high five, pakt een biertje uit de koelkast en gaat naast Betty zitten.

‘Syria Awareness?’

‘Groot festival. Coole bandjes. Chille dj’s. Rubber armbandjes met diepe boodschap.’

‘En de opbrengst gaat naar Syrië?’

Jonas kijkt haar meewarig aan. ‘Nee, natuurlijk niet. Charity, dat is zó Bob Geldof 1985. Het gaat niet om geld. Het gaat om awareness. We komen geen zak geld brengen, we werken met elkaar en met het publiek bewust aan een betere wereld.’

‘Maar daar verander je de situatie in Syrië toch niet mee?’

Jonas zucht. ‘Wat wil je nou? Een jihadstrijder sponsoren? Het heeft geen zin om geld te sturen, dat weet je toch. Dan blijft er maar van alles aan de strijkstok hangen. Bewustwording, dat is pas echt belangrijk. Als iedereen zo zou denken als wij, was er geen oorlog. Dit is het begin van wereldvrede. Je bent toch niet tegen vrede?’

Betty denkt aan de ruïnes van Aleppo.

‘We krijgen niet voor niets subsidie. Je moest eens weten hoeveel potjes er zijn voor bewustwording. Als ik niet oppas, houden we er nog veel geld aan over, hahaha!’

‘En jij verdient er niks mee?’

‘God, wat ben jij cynisch. Ik zit niet op nul, nee. Ik moet ook leven. Maar het gaat om social profit, niet om financial profit. De grootste winst voor mij zit ’m in het feit dat ik help de wereld een stukje beter te maken.’ Hij leunt achterover en drinkt in één teug zijn flesje bier leeg. ‘En wat doe jij eigenlijk om Syrië te helpen, Betty? Nou?’

Eh. Ben ik nu ouderwets? Moet ik wel iets storten op 555? Ben ik bewusteloos? Nee. Maar waarom weet ik pas over drie dagen iets snedigs terug te zeggen? Vragen. Een empty box wil ze, om haar hoofd in te steken.

Jonas kijkt om zich heen, klopt op de zakken van zijn jasje.

‘Shit,’ zegt hij. ‘Heb jij m’n telefoon gezien?’