Dit gaat niet over #MeToo, identiteit, social media, Netflixen, hiphopmuziek, digitalisering, lachgas of festivalisering, maar over de grote geopolitieke gebeurtenissen van het afgelopen decennium. Er is vast een relatie tussen al het eerstgenoemde en het tweede, maar ik heb geen verstand van dat eerste en eerlijk gezegd laat ik dat ook liever aan anderen over. High politics governs low, denk ik.

Tien jaar geleden was het woord ‘geopolitiek’ nauwelijks in zwang. Ooit was het zelfs een verdachte term uit het denken van de Duitse geleerde en generaal Karl Haushofer (1869-1946), die gretig gehoor vond bij de nazi-ideologie van Lebensraum van Adolf Hitler en Rudolf Hess. Nu is het woord an sich geen vloek. Het is tegenwoordig in de wereldpolitiek misschien wel de meest gangbare term geworden om aan te geven hoe de beweging van ‘rule based’ naar ‘machtspolitiek’ zich voltrekt.

Die verandering is merkbaar in zo ongeveer alles wat zich tien jaar geleden nog vaag aftekende, en nu genormaliseerd lijkt: culturele verwarring, economische ongelijkheid, binnenlandse politieke politisering en versnippering, Europese verdeeldheid, ruziënde organisaties en maatschappelijke ontrafeling. Dat klinkt pessimistisch maar is het misschien niet: het kan zijn dat het de ruis is die hoort bij de overgang van de ene Pax (Americana) naar de andere (Pax Sinica). Dan is het allemaal maar tijdelijke turbulentie. Gevaarlijk maar onvermijdelijk, zou Henry Kissinger zeggen, het is een kwestie van overleven en beheersing.

take back control

Wat waren volgens mij de markantste momenten van die overgang de afgelopen tien jaar?

Mijn eerste (sombere) vaststelling is dat we definitief beland zijn in een multipolaire wereld, een arena die door de VS anderhalf jaar geleden is bestempeld als de great power competition. Ieder voor zich, God voor ons allen, America First, take back control, en de ‘last chance Commission’, het tragische motto van de vorige voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker.

Het overeind houden van de euro was een succes, maar maskeert vooral het Europese verval. De brexit is in dat proces een ongelukkige demonstratie van masochisme en zelfmutilatie. De economische macht van China is groter geworden dan die van Amerika, Rusland bleek militair nog in staat de oude politiek van invloedssferen te bedrijven en India – grootmacht in wording – probeert op de valreep de nieuw verworven assertiviteit om te zetten in exclusieve hindu power.

Een positieve kanttekening is dat in de afgelopen tien jaar het aantal oorlogen in de wereld nauwelijks toenam – de defensiebudgetten en wapenhandel overigens wel – en dat de grootmachten onderling nog niet naar de wapens grepen. Vooralsnog blijkt de great power competition voornamelijk uit de spectaculair toegenomen populariteit van de handelsoorlog en het sanctiewapen.

De annexatie van de Krim door Poetin in 2014, de interventie van Rusland in Oost-Oekraïne, het sinds vijftig jaar aanbreken van een totaal wapenbeheersingsloos tijdperk, het onverantwoordelijke gedrag van figuren als Trump en avontuurlijke strongmen een niveau lager: het is alles wat tien jaar geleden denkbaar maar onwerkelijk was, en tegenwoordig realiteit is.

de grote vraag

De grote vraag is wat je met militaire superioriteit nog kunt doen, als je economisch en diplomatiek de lakens niet meer uitdeelt (of doelbewust verwaarloost). Puur militair zijn de Verenigde Staten nog ontegenzeggelijk overal de baas. Ik schreef een tijdje geleden al: de Russen, de Fransen en de Britten kunnen in de verste verte niet tippen aan de honderden overzeese bases die de VS hebben (zij hebben er respectievelijk acht, vijf en zeven). 95 procent van de militaire steunpunten ter wereld is Amerikaans.

Daar hoor je doorgaans minder over dan over die ene Russische basis in Syrië, en dat ene steunpunt van China in Afrika. Dit jaar opende Africom (de United States Africa Command) een dronebasis in Niger waarmee het de hele Sahel kan bestrijken. Na de koude oorlog is het patroon weliswaar drastisch aangepast: toen had de VS nog 1.600 bases in veertig landen. Nu is het netwerk verdund tot ‘slechts’ 800 bases en steunpunten, maar uitgebreid tot tachtig landen ter wereld en daarbovenop nog eens tachtig andere plekken buiten de VS.

Alleen dit netwerk al kost de Amerikaanse belastingbetaler 85 miljard dollar per jaar, tel je Afghanistan en Irak daarbij op dan is de rekening ongeveer het dubbele.

Er is geen kans meer op een fatsoenlijke oplossing voor het Israelisch-Palestijns conflict en kans op ongebreidelde proliferatie van kernwapens in de regio.

Voeg daar dan nog de mobiele elite-eenheid, de onzichtbare special forces, aan toe. Dagelijks zijn 7.500 van hen in tachtig à negentig landen ter wereld actief. Tot nu toe opereerden ze al in 135 landen. 3.800 commando’s en Navy SEALs staan voortdurend op ‘forward positions’ ergens ter wereld, klaar om in actie te komen. Dat gebeurt als onderdeel van contraterrorisme of ‘training’ met het gastland, niet zelden met en in landen die zuchten onder repressie en dictatuur. Het aantal ‘special forces’, waar we zelden iets van horen, is in de eenentwintigste eeuw ongeveer verdrievoudigd. De hoeveelheid drones is verzevenvoudigd. Onzichtbaar, overal en dodelijk.

nog een sombere observatie

Mijn tweede observatie: de Arabische Lente die in 2010 vol optimisme begon met een verrassend protest op een marktplein in Tunesië, de hoop deed oplaaien dat in de MENA-regio (Middle East and North Africa) – relatief de meest conflictrijke ter wereld – een fase van democratie en liberalisering kon aanbreken, eindigde tien jaar later in een deceptie. Een verschrikkelijke oorlog in Syrië, een contrarevolutie in Egypte, een verwoest en chaotisch Libië, de consolidatie van autocratische systemen van Turkije tot Saoedi-Arabië, een met oliegeld gefinancierde oorlog tegen Jemen, de onmogelijkheid om een eind te maken aan het fiasco Irak, en de bemoeienis van Rusland en Iran in wespennesten waar Europa en de VS hun gezag hebben verloren.

En bovendien: geen kans meer op een fatsoenlijke oplossing voor het Israelisch-Palestijns conflict, en na de eenzijdige terugtrekking van de VS uit de Iran-deal (het nucleaire akkoord van 2015) is er kans op ongebreidelde proliferatie van kernwapens in de regio.

Nog een sombere observatie: in de jaarlijkse Global Democracy Index van de Economist Intelligence Unit uit 2018 halen de Verenigde Staten al een paar jaar niet eens meer de top-twintig. Ze zijn vergeleken bij het jaar ervoor zelfs nog verder gezakt van plek 21 naar 25, en vallen in de categorie ‘flawed democracies’.

Er zijn oorlogen begonnen die ons en passant van dictaturen zouden verlossen die Al Qaida faciliteerden, maar zij bleken vals en eindeloos.

De index is een soort rapportcijfer dat op maar liefst zestig criteria is gebaseerd, gegroepeerd rond thema’s als politieke cultuur, vrijheid, verkiezingen, politiek participatie en het functioneren van de publieke sector. Bovenaan staan steevast altijd fijne Scandinavische landen, Nederland staat op 11, en ver onderaan bungelen landen als Syrië en Noord-Korea. En of je nu de Freedom Index of de Human Development Index of een ander lijstje erbij pakt, de conclusie is onvermijdelijk dat vrijheid, voorspoed en democratie dit decennium er stelselmatig op achteruit gegaan zijn, zelfs in een land als het onze.

de statistieken liegen niet

Wat met de aanslag op de Twin Towers en het Pentagon begon, is ook dit decennium nog steeds niet afgelopen: het terrorisme en de bestrijding daarvan. Het is verleidelijk om hier een exposé te geven van de mislukkingen en successen op dat gebied. Er zijn oorlogen begonnen (Irak, Afghanistan) die ons en passant van dictaturen zouden verlossen die Al Qaida faciliteerden, maar zij bleken vals en eindeloos.

Het uitschakelen van Osama Bin Laden op 2 mei 2011 deed even de hoop opleven dat de nieuwe vijand was verslagen, maar de wereld kreeg de Islamitische Staat ervoor terug en Al Qaida bleef actief (in Jemen, Sahel, Zuid-Azië). De Global War on Terror kostte miljarden dollars, eiste duizenden slachtoffers, verschafte dictators wereldwijd een gemakkelijk excuus om onder het mom van terrorismebestrijding lokale repressie te bedrijven en op te voeren en conflicten te verwaarlozen die juist wel aandacht verdienden en op hun beurt een nieuwe lichting terroristen inspireerden.

Sinds de traumatische aanslagen op onder andere de Bataclan, Nice, en vliegveld Zaventem is duidelijk geworden dat iedereen het willekeurige slachtoffer van terreur kan zijn.

Europa en de VS kenden in deze decade zeker hun dramatische aanslagen (Parijs, Brussel, Berlijn), maar zijn qua aantallen slachtoffers en incidenten (altijd minder dan 3 procent) veel leed – in elk geval het tien jaar eerder door deskundigen voorspelde nucleaire ,catastrofale en bioterrorisme – bespaard gebleven.

Dat is misschien ook het enige ‘positieve’ dat er te melden is, want sinds de traumatische aanslagen op onder andere de Bataclan, Nice, en vliegveld Zaventem is duidelijk geworden dat iedereen het willekeurige slachtoffer van terreur kan zijn en verijdeling méér vergt dan state-of-the-art-contraterrorisme en preventieve maatregelen. Niettemin is er enige hoop: de statistieken liegen niet en er zijn aan het eind van deze tien jaar minder terreuraanslagen en slachtoffers dan aan het begin.

de grootste dreiging

Het tweede decennium van deze eeuw is ook getekend door zaken die nooit hebben ontbroken op de agenda, en acuter zijn dan ooit: massamigratie en vluchtelingen. Deels door klimaat en oorlogen kwamen vluchtelingen en migranten naar de werelddelen die nog het minst door deze fenomenen worden getroffen (Europa en Noord-Amerika). Continenten die politiek, bestuurlijk en cultureel totaal niet voorbereid bleken op een rechtvaardige oplossing voor migratie en vluchtelingen.

Gemakkelijke constateringen, zeker, maar het weren van vluchtelingen en migranten met het tegenhouden van bootjes uit Libië, of door middel van afspraken met Erdogan, of door het bouwen van muren en detentiekampen langs de Rio Grande maakten we tien jaar geleden nog niet mee. En belangrijker: wijzen niet op structureel vernuft van Europa en de Verenigde Staten. Dit zien we over tien jaar weer prominent terug op een overzichtje.

Als laatste en somberste: de grootste bedreiging voor de mensheid is niet geopolitiek maar existentieel, en helaas voor sommigen nog altijd controversieel. Klimaatrampen en opwarming van de aarde werden ook tien jaar geleden voorspeld, maar niet in de huidige mate, niet op basis van wetenschap, en werden toen nauwelijks erkend.

Pas vanaf 2014, toen Barack Obama klimaat de grootste bedreiging noemde (meer dan IS, de bezetting van de Krim of het uitbreken van pandemieën) en zijn militairen de stijging van de zeespiegel als een ‘clear and present danger’ (een erkend militair noodsignaal) bestempelden, is het issue wereldwijd op de agenda gekomen. Too little too late desondanks, ‘Parijs’ gaat mislukken en Trump en de klimaatontkenners wimpelen de dreiging weg. Maar bij een overzicht van het derde decennium zal het onderwerp niet ontbreken.