Toen het in Stockholm weer niet was gelukt moest Bas Eickhout huilen van frustratie. De invloedrijkste klimaatexpert van het Europarlement windt zich ook op over hoezeer Nederland achterblijft met duurzame energie. ‘Rutte zit in een loopgravenoorlog met Wilders. Hij denk dat hij niks over duurzaamheid kan zeggen zonder afgestraft te worden.’

Als jochie op de basisschool in Tilburg hield Bas Eickhout zijn allereerste spreekbeurt over bedreigde diersoorten. Daar stond-ie met zijn brilletje en donkere piekhaar, te oreren over de neushoorn, de panda en de walvis. En nu staat hij bekend als de invloedrijkste klimaatexpert van het Europees Parlement en houdt hij spreekbeurten in zalen over de halve wereld. Namens de Groenen is hij ook bij de grote klimaattop in Parijs, waar twee weken lang duizenden vertegenwoordigers van parlementen, regeringen, milieuorganisaties en multinationals uit alle landen samenkomen. De top moet de langverwachte doorbraak brengen in het bedwingen van de klimaatcrisis: de opwarming van de aarde moet met bindende afspraken worden beperkt tot twee graden Celsius om toekomstige rampen te voorkomen.

Dat werd ook al gezegd van de klimaattop van Kopenhagen in 2009. Maar die bijeenkomst werd voor de meeste betrokkenen een grote deceptie. Bas Eickhout, toen nog maar net in het Europarlement, was erbij in Denemarken als vertegenwoordiger van de Groenen. In zijn boek Klimaatmores. Radicaal naar een andere norm, dat eind februari bij Lemniscaat verschijnt en dat Vrij Nederland alvast mocht inzien, beschrijft Eickhout hoe hij na tien dagen vruchteloos onderhandelen tegen het ochtendgloren in zijn hotelkamer in Malmö aankwam. De tranen biggelden hem over de wangen van woede en frustratie omdat het wéér niks was geworden.

‘Misschien was ik naïef,’ zegt Eickhout achteraf. ‘Ik had veel te hoge verwachtingen. Ik dacht tot op het laatst dat Obama de doorbraak zou brengen. Hij was net president geworden, iedereen was helemaal vol van hem, en ik ook. Maar hij kwam het podium op, las een verhaaltje voor over China en vertrok weer via de zijdeur. Letterlijk. Vanaf het vliegveld maakte hij die avond bekend dat Amerika een deal had gesloten met de Chinezen. Hij zette ons allemaal voor een voldongen feit. En erger nog: die deal stelde helemaal niks voor.’

Later begreep Eickhout pas dat Obama als beginnend president al forse tegenwerking kreeg in het Congres, en dat hij er helemaal geen belang bij had zijn nek uit te steken voor zo’n omstreden onderwerp. ‘Maar dat wist ik toen nog niet.’

Toen ik Samsom tegenkwam, heb ik daar knallende ruzie over gemaakt. Alles waar hij voor had gevochten, was op die top te grabbel gegooid.

Eickhout wond zich bijna nog meer op over Diederik Samsom, toen nog portefeuillehouder milieu- en energiebeleid in de PvdA-fractie, die vanuit Kopenhagen inbelde naar Pauw & Witteman en zonder blikken of blozen verkondigde dat er een heel goede deal was gesloten. ‘Toen ik Samsom ’s nachts tegenkwam in de wandelgangen heb ik daar knallende ruzie met hem over gemaakt. Alles waar hij jarenlang voor had gevochten, ook al toen hij nog bij Greenpeace zat, was op die top te grabbel gegooid. Ik had hem hoog zitten, maar uitgerekend hij stond daar te beweren dat er een goede deal lag, alleen maar omdat zijn minister, Jacqueline Cramer, een succesje nodig had. Het was misschien naïef, maar dat had ik nooit van hem verwacht.’

Als PvdA-leider krijgt Diederik Samsom nu het verwijt dat zijn kabinet met de VVD veel te weinig doet voor het milieu. Klopt dat?
‘Ja. Dit kabinet heeft duurzaamheid tot nu toe volledig laten liggen.’

Samsom wijst er zelf op dat het Energieakkoord in 2013 door het kabinet mogelijk is gemaakt.
‘Dat is gelul. Het kabinet is daar pas heel laat bij aangeschoven. Als het al een succes was, komt dat door de maatschappelijke organisaties die in de SER de koppen bij elkaar hebben gestoken. In Nederland was dat akkoord best belangrijk omdat er eindelijk iets gebeurde na jaren van stilstand, maar in feite was het niet veel meer dan een uitwerking van Europese afspraken die er allang lagen. Aan de echte oplossing– de beprijzing van fossiele energie – heeft het kabinet geen flikker gedaan. Als je het zo bekijkt, is het gerommel in de marge. En dat weet Samsom best.’

Politiek is de kunst van het haalbare. Misschien zat er gewoon niet meer in.
‘Samsom is de politiek in gegaan voor het milieu. Maar bij de PvdA worden politici altijd helemaal kapot geformatteerd tot iets waarvan ze denken dat het publiek het wil. Toen Samsom in de race was voor het partijleiderschap, hebben ze hem al geadviseerd afstand te nemen van zijn activistische imago, van de krullenbol in zijn Greenpeace-bootje, want zo word je geen premier. Tijdens de verkiezingscampagne met het “eerlijke verhaal” mocht duurzaamheid ook niet worden genoemd. En in de ministerploeg hebben ze het milieu overgelaten aan Wilma Mansveld, die het moest opnemen tegen Henk Kamp op Economische Zaken, een van de zwaarste VVD’ers. Even touwtrekken tussen Mansveld en Kamp: dan weet je wel wie er wint. Ik kon alleen maar denken: Diederik, waarom ga je hierin mee?’

Onlangs kondigde Samsom met GroenLinks-leider Jesse Klaver aan dat ze samen gaan werken aan een klimaatwet, waarschijnlijk voor na de verkiezingen. Alle energie moet duurzaam zijn in 2050 en kabinetten moeten jaarlijks een klimaatbegroting presenteren. Waar komt die wending van Samsom opeens vandaan?
‘Half oktober vertelde Jesse me dat hij dit van plan was. Ik zei: daar gaat Samsom nooit aan meewerken omdat hij de ruimte niet krijgt van de VVD. Maar Jesse zei: ik kan het toch proberen? En Samsom deed mee. Misschien denkt hij: de dood of de gladiolen, het einde van de kabinetsperiode komt langzaam in zicht, ik móét me een keer laten gelden.’

De vraag is alleen of het gaat lukken met die klimaatwet. VVD, PVV en CDA zitten er niet op te wachten. En na de verkiezingen zou het nog veel moeilijker kunnen worden.
‘Dat is waar. Maar Samsom steekt eindelijk zijn nek uit, dat vind ik zeer voor hem pleiten.’

Borrelende parlementariërs en lobbyisten op het plein voor het Europarlement. |Foto: Peter Hil / HH
Bruine beren en wilde honden

In zijn vrije tijd gaat Bas Eickhout graag wandelen in de bergen: de Pyreneeën, de Picos de Europa in Noord-Spanje, de Karpaten in Roemenië, waar nog bruine beren en wilde honden rondlopen. Daar ervaart hij dan hoe nietig de mens eigenlijk is, en tegelijkertijd hoe kwetsbaar de natuur: als het klimaat verder opwarmt, kunnen de gemzen, steenbokken en bergmarmotten straks nergens meer naartoe.

De liefde voor de ecologie liet Eickhout als schooljongen al niet los. Rond zijn zeventiende overwoog hij zich bij Greenpeace te melden: stoer met zo’n rubberbootje achter de walvisvaarders aan. ‘Maar zo’n held was ik nou ook weer niet.’ Het werd een studie chemie en een studie milieukunde in Nijmegen, specialisatie: klimaat. Hij ging werken als klimaatonderzoeker bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in Bilthoven en werd actief voor het landelijk bureau van GroenLinks. Rond het referendum over de Europese Grondwet in 2005 reisde Eickhout – met de trein – het hele land door om de grondwet te verdedigen, van Limburg tot Groningen. Toen ontdekte hij, naar eigen zeggen, dat het hem best aardig afging mensen te overtuigen. Intussen groeide de frustratie over zijn werk als klimaatonderzoeker: het ene na het nadere rapport verdween in de la. In 2008 besloot hij de sprong in het diepe te wagen en zich verkiesbaar te stellen voor het Europees Parlement, waar over het klimaat echte beslissingen worden genomen. Binnen de kortste keren was hij leider van het GroenLinks-smaldeel en vicefractievoorzitter van de Groenen.

Nederland staat bekend als de vieze man van Europa. De Europese Commissie becijferde van de zomer dat Nederland met vier procent duurzame energie ver achterblijft. Hoe komt dat?
‘Het probleem is dat het debat over duurzaamheid in de Nederlandse politiek al jaren geleden is gepolariseerd. Mark Rutte heeft ooit nog gepleit voor Groen Rechts. Maar dat idee liet hij meteen vallen toen hij in 2006 in het strijdperk trad tegen Rita Verdonk. Bij de VVD dachten ze: met duurzaamheid kan je geen stemmen winnen. Daar kwamen de klimaatontkenners van de PVV nog eens overheen. Rutte zit in een loopgravenoorlog met Geert Wilders, hij denkt dat hij niks meer over duurzaamheid kan zeggen zonder afgestraft te worden. En bij de PvdA zijn ze zo bang voor de SP dat ze al hun zwaarste ministers hebben ingezet aan de sociale kant, zoals Lodewijk Asscher op Sociale Zaken. Ook bij de PvdA hebben ze het milieu volledig laten lopen.’

Dat kan niet de enige verklaring zijn. Kennelijk vinden Nederlanders duurzaamheid niet belangrijk genoeg.
‘Nederland is lui in het ontwikkelen van duurzame energie omdat we meer dan een halve eeuw plezier hebben gehad van de gasbel. En Nederland heeft veel zware industrie en veel multinationals. We hebben chemiebedrijven als Akzo, DSM en Dow Chemicals, we hebben Tata Steel, we hebben Shell, en Rotterdam is een belangrijke doorvoerhaven van fossiele brandstoffen. De Nederlandse polder wordt gedomineerd door de grote bedrijven. Het is een teken aan de wand dat MKB is ingetrokken bij VNO-NCW, de lobbyorganisatie van de multinationals. Die hebben belang bij goedkope grondstoffen en weinig bemoeienis van de overheid. Dat zet een duidelijk stempel op ons duurzaamheidsbeleid en zorgt ervoor dat het nieuwe geluid niet wordt gehoord.’

Rutte zit in een loopgravenoorlog met Wilders. Hij denk dat hij niks over duurzaamheid kan zeggen zonder afgestraft te worden.

Het nieuwe geluid?
‘De afgelopen jaren is van onderop een heel sterke ontwikkeling richting duurzaamheid op gang gekomen. Talloze startups, kleine energie-coöperaties en platforms als Urgenda zijn ermee bezig. Er zijn zelfs veel lokale VVD’ers die zien dat het business is. Maar dat dringt nauwelijks door in de Haagse werkelijkheid. Daar zitten ze vast in hun loopgravenoorlog tegen de populistische partijen en luisteren ze vooral naar VNO-NCW. Dat is precies waarom ook veel progressieve mensen zo teleurgesteld zijn in de politiek: ze zien dat Den Haag alleen maar met zichzelf bezig is. Dat is zonde, want van onderop gebeurt er heel veel goeds.’

Als de grote bedrijven worden gedwongen te verduurzamen kost dat veel geld en werkgelegenheid, zeker op korte termijn.
‘Nee hoor, dat hoeft helemaal niet zo te zijn. Unilever heeft bijvoorbeeld al jaren geleden het belang van duurzaamheid ontdekt vanuit een keiharde economische analyse. Bij Unilever moeten ze de grondstoffen voor hun soepen, ijsjes en shampoos importeren van over de hele wereld. Dat is kwetsbaar en wordt steeds duurder. Daarom zetten ze in op de circulaire economie, op duurzame productie en het hergebruik van grondstoffen. Dat incorporeren ze in de hele bedrijfsvoering. Bij DSM hebben ze ingezien dat de kansen niet zitten in de bulkchemie, daarmee kan Nederland niet op tegen China en andere opkomende economieën. We zullen het moeten hebben van de innovatieve, fijnzinnige chemie. Daarom is DSM nu de biobased economy aan het ontwikkelen, met biologische grondstoffen. En Philips heeft in Brussel intensief gelobbyd voor een verbod op hun eigen gloeilampen, omdat ze doorkregen dat ze daar toch niet meer mee konden concurreren, maar wél met innovatieve ledverlichting. Zulke bedrijven lopen voorop in duurzame ontwikkeling omdat ze weten dat juist daar de economische kansen liggen.’

Shell is een heel ander verhaal. Hoe kunnen ze daar in de toekomst het hoofd boven water houden?
‘In de jaren negentig is Shell ook bezig geweest met zon en wind, maar op een gegeven moment hebben ze duurzame energie afgestoten omdat ze dachten dat het niet zou werken. Ze hebben ervoor gekozen de laatste gasvelden te gaan ontginnen, dus moesten ze naar de Noordpool. Dat was geen succes. Ze zitten in extreem vervuilende teerzandvelden in Canada, daar hebben ze ook problemen mee. En nu proberen ze zaken te doen met Poetin in Rusland. Shell heeft zich vastgebeten in een strategie waarvan je je kan afvragen hoe lang het nog duurt. Intussen is duurzame energie enorm gegroeid. Ik denk dat er bij Shell wel eens mensen zwetend wakker worden van de keuze die ze hebben gemaakt. Het zal steeds lastiger voor ze worden om alsnog over te schakelen. Hun voorsprong zijn ze allang kwijt. Maar dat hebben ze aan zichzelf te wijten.’

Obama sloot een deal met China. Wordt doorbraak in Parijs zijn laatste overwinning? | Foto: HH

VNO-NCW heeft al in 2012 duurzaamheid tot topprioriteit verklaard. En laatst moedigden ze het kabinet nog aan om met duurzaam, innovatief beleid te komen. Zitten ze niet op het goede spoor?
‘Duurzaamheid is net zoiets als wereldvrede: daar is iedereen voor. Maar als VNO-NCW praat over duurzame innovatie, dan bedoelen ze: een groen strikje om de initiatieven die toch al lopen. Bindend mag het beleid nooit zijn, de overheid mag alleen maar faciliteren. Dan gaat het dus niet hard genoeg. Als we echt van fossiele energie af willen, hebben we een activistische, krachtige overheid nodig. Zoals in Duitsland, waar ze de kerncentrales hebben gesloten en enorm hebben geïnvesteerd in duurzame energie.’

De Energiewende kost de Duitse burger handenvol geld. Moeten wij dat offer ook brengen?
‘Wel als we voorop willen lopen, zoals de Duitsers doen. Daar profiteren we uiteindelijk allemaal van. En als de Energiewende inderdaad zo verschrikkelijk en zo duur is als de sceptici zeggen, zou er in Duitsland wel groot verzet zijn. Maar dat is niet zo. Als de overheid moedige stappen zet, werkt dat als een vliegwiel: dan krijg je de publieke opinie ook mee. In Nederland kijkt de overheid de kat uit de boom. Dan blijf je doormodderen.’

Als we echt van fossiele energie af willen, hebben we een activistische, krachtige overheid nodig. Zoals in Duitsland.

Snelle babbeltjes

In zijn boek beschrijft Bas Eickhout hoe het Place de Luxembourg, pal voor het Europees Parlement in Brussel, op zomerse donderdagmiddagen verandert in een lobbyfestijn. Het door terrassen omringde pleintje staat dan aan het eind van de Brusselse werkweek zo vol met borrelende Europarlementariërs dat de stadsbussen moeten worden omgeleid. Door de menigte zie je honderden lobbyisten schuiven, glaasje in de hand, getraind in snelle babbeltjes, op zoek naar politici die ze nog éven willen spreken.

Vooral rond klimaat en energie is de laatste jaren een reusachtige lobby gaande. Bijvoorbeeld door het organiseren van ontbijtbijeenkomsten, tentoonstellingen en borrels rondom ‘clean coal’ in het Europarlement, gesponsord door de Poolse kolenindustrie of de energiegiganten Vattenfall en RWE. Pikant zijn ook de e-mails die binnenkomen. Laatst kreeg Eickhout er nog een van een christendemocratische Europarlementariër die pleitte voor de belangen van de auto-industrie, met een bijbehorend amendement. Een snelle blik op de verborgen digitale eigenschappen van het Word-document leerde dat het was geschreven door een medewerker van Volkswagen. Toen de Groenen aan de bel trokken, kwam er per mail een nieuw amendement. De tekst bleek aangeleverd door Daimler.

‘In Brussel lopen meer lobbyisten rond dan Europarlementariërs,’ zegt Eickhout. ‘Op zich hoeft daar niks mis mee te zijn. Ik praat ook regelmatig met lobbyisten. Zo blijf je op de hoogte als politicus en kan je je eigen afweging maken. Maar soms gaan ze wel heel ver. Bij het Energieakkoord wist VNO-NCW een belasting op kolen terug te draaien die in 2016 zou ingaan. In ruil daarvoor beloofden alle ondertekenaars om te investeren in duurzame energie. Maar een paar dagen na de presentatie van het akkoord vond ik een persoonlijke brief van VNO-NCW in mijn postvakje: of ik tegen een voorstel wilde stemmen voor beprijzing van de CO2-uitstoot! Zo taai is de werkgeverslobby. Mooie woorden in Nederland, maar intussen keihard lobbyen tegen het klimaatbeleid.’

Man in een jurk

Ook bij de top in Parijs zijn meer lobbyisten dan politici. Ze organiseren side events om nieuwe technologie te presenteren en dwalen door de gangen op zoek naar ambtenaren en politici, in de hoop de besluitvorming op het laatste moment nog te beïnvloeden. ‘Juist de grote, gevestigde bedrijven hebben de goede ingangen om hun belangen te verdedigen,’ zegt Eickhout. ‘Maar de nieuwe, duurzame bedrijfjes hebben niet de middelen om eigen lobbyisten naar Brussel of Parijs te sturen. Dat trekt de verhoudingen scheef. Business as usual is in het voordeel van de huidige industrie. En dat is net wat we niet willen.’

Waarom zou de top in Parijs na de eerdere mislukkingen wél een doorbraak brengen?
‘In de eerste plaats door de inzet van Obama. Tijdens de top in Kopenhagen moest hij zich nog bewijzen en had hij heel weinig speelruimte in het Congres. Maar nu heeft hij zijn handen vrij. Hij heeft al veel voor elkaar gekregen en hoeft geen rekening meer te houden met zijn herverkiezing. Tekenend is dat hij deze zomer naar de poolcirkel in Alaska is gereisd om de aandacht te vestigen op het klimaatprobleem. Volgens het blad Rolling Stone, dat hem interviewde, beschouwt Obama een doorbraak in Parijs als de laatste overwinning die hij in zijn presidentschap wil binnenhalen. Door een uitspraak van het Hooggerechtshof kan hij de vervuiling door kolencentrales aanpakken onder de Clean Air Act, buiten het Congres om. Het Pentagon ziet klimaatverandering tegenwoordig als een van de belangrijkste bedreigingen van de veiligheid. En de publieke opinie in Amerika is gekanteld ten gunste van het klimaat, mede door de orkaan Sandy die een ravage aanrichtte in New York en New Jersey. Chris Christie, de Republikeinse gouverneur van New Jersey en presidentskandidaat, is zelfs zijn eigen partij afgevallen door te erkennen dat opwarming van de aarde door mensen wordt veroorzaakt. Kortom: Obama heeft de ruimte om van Parijs een succes te maken.’

Maar dat kan hij niet alleen.
‘China speelt ook een belangrijke rol. De afgelopen jaren hebben de Chinezen enorm geïnvesteerd in duurzame energie, ze hebben ontdekt dat het business is. Bovendien hebben ze een gigantisch probleem met de luchtverontreiniging in de grote steden door de kolencentrales. Dat begint een grote maatschappelijke kwestie te worden. En als de communistische partij érgens voor beducht is, is het wel maatschappelijke onrust. Ze móeten er echt iets aan doen. Mede daarom hebben de Chinezen in de aanloop naar Parijs voor het eerst beloofd dat ze de CO2-uitstoot omlaag gaan brengen.’

Nu de ontwikkelingslanden nog. Daar groeit de bevolking explosief, en ook de vervuiling.
‘Sinds het Kyotoprotocol in 1997 hebben de arme landen altijd naar de rijke landen gekeken: die moesten het doen. Maar voor Afrika en Zuid-Amerika is het klimaatprobleem de afgelopen jaren steeds reëler geworden: zij worden er het eerst door getroffen. Je moet ook de invloed van de paus niet onderschatten. Van de zomer heeft Franciscus een Encycliek uitgebracht waarin hij pleit voor een integrale ecologie: zorg voor de armen en zorg voor de schepping. In Nederland denken mensen misschien: die man in een jurk, dat zal wel. Maar wat hij zegt heeft grote invloed in de ontwikkelingslanden. Die zetten zich nu ook in voor het klimaatbeleid. Dat is eigenlijk wel een ironisch gegeven. Europa is heel lang de voortrekker geweest in de discussie over het klimaat, maar nu worden we ingehaald door de rest van de wereld.’

Foto: An-Sofie Kesteleyn

Bas Eickhout (1976)

Bekend van

Het Europarlement, waar hij leider is van het GroenLinks-smaldeel en vicefractievoorzitter van de Groenen. In Brussel geldt hij als dé klimaatexpert. Regelmatig treedt hij op in de Nederlandse media, vooral als hij zich boos maakt over kwesties als voedselveiligheid en het milieu.

Waarom

Hij vertegenwoordigt de Europese Groenen bij de grote klimaattop in Parijs, die deze weken plaatsvindt. Als onderzoeker was hij betrokken bij de klimaatrapporten van het IPCC, het klimaatbureau van de VN. Het is de tiende klimaattop die hij meemaakt, waarvan de laatste zeven als politicus.

Enz

In Brussel en Straatsburg bewegen de meeste Europarlementariërs zich over straat in een van de vele auto’s-met-chauffeur van het parlement. Zo niet Bas Eickhout: hij stapt steevast op de fiets. In het debat over het omstreden vrijhandelsverdrag TTIP staat hij bekend als ‘Mister Chloorkip’, omdat hij herrie maakte over met chloor gewassen kippen uit Amerika die door het vrijhandelsverdrag op de Europese markt zouden komen.