05-02-2005
Door Robert van de Griend en Thijs Niemantsverdriet
Ali B heeft Nederland om zijn vinger gewonden. Iedereen houdt van de gevoelsrapper, die het politiekcorrecte gezicht is geworden van de multiculturele samenleving. Maar een nationale Ali-moeheid dreigt. ‘Hij heeft het stadium bereikt dat hij alleen nog maar op televisie komt omdat hij altijd op televisie komt.’
De nieuwjaarsreceptie van de gemeente Amsterdam in het Concertgebouw is doorgaans een duffe bedoening. De burgemeester houdt een obligaat praatje. Achthonderdvijftig genodigden op leeftijd applaudisseren beleefd voor een strijkkwartet in a mineur. En na afloop nipt de hoofdstedelijke elite aan een glas champagne en waagt zich voorzichtig aan een walsje.
Zo niet op 1 januari 2005. Deze keer benaderde de sfeer in het Concertgebouw die van het Scheveningse Kurhaus in 1964, toen een menigte uitzinnige Rolling Stones-fans de kroonluchters van het plafond rukte. Het in tenue de ville gestoken publiek stond op de stoelen, klapte de handen blauw en schreeuwde de kelen schor. Niet voor Mick Jagger of Keith Richards. Maar voor Ali B (23), de Marokkaanse rapper uit Almere:
Ali Bouali heeft heel Nederland om zijn vinger gewonden. Afgelopen jaar stapelde hij het ene succes op het andere. Zijn debuutalbum Ali B vertelt het leven van de straat verkocht bijna dertigduizend exemplaren. Zijn singles prijkten boven aan de nationale hitlijsten. Hij trok met een cabaretvoorstelling uitverkochte zalen. Hij mocht met Marco Borsato in de Kuip optreden en prinses Máxima een hippe handshake leren. Hij werd onderscheiden met de Essent Award, de MOBO Award, de Mega Award, de Zilveren Harp en de BV Popprijs. Hij kreeg als eerste rapper aller tijden een wassen beeld in Madame Tussauds. Zijn naam levert 173.000 Nederlandse hits op bij internetzoekmachine Google, drie keer zoveel als Wouter Bos. En bij de verkiezing van de Nederlander van het jaar in de Volkskrant gaf Ali B met zijn achtste plaats Jan Peter Balkenende, Peter R. de Vries en Lodewijk de Waal het nakijken.
Je zou bijna gaan denken dat Ali B de grootste vernieuwer in de Nederlandse muziekgeschiedenis is sinds Jan Pieterszoon Sweelinck. En dat hij ook nog eens een uomo universale is die de boel hoogstpersoonlijk bij elkaar houdt. Hoe terecht is de nationale Ali-adoratie nu werkelijk?
Raymond Rensen leerde Ali B zes jaar geleden kennen in Almere. ‘Via zijn broer hoorde ik dat Ali net als ik met hiphop bezig was. Maar toen ik hem ontmoette, bleek hij nauwelijks bekend met de klassiekers uit het genre. Die heb ik hem allemaal laten horen.’ Gaandeweg ontstond een hechte vriendschap tussen de twee. In het najaar van 2002 scoorde Rensen onder de naam Raymzter een enorme hit met het nummer ‘Kutmarokkanen’, geïnspireerd op de inmiddels legendarische woorden van Rob Oudkerk. Als een echte vriend liet hij Ali op de achtergrond meerappen: ‘Zo kon hij ook wat podiumervaring opdoen.’ Hiphopgoeroe Kees de Koning, destijds de platenbaas van Raymzter, herinnert zich nog goed hoe beide jongens op het hoogtepunt van de hype rond ‘Kutmarokkanen’ bij Barend & Van Dorp aan tafel zaten. ‘Alle aandacht ging uiteraard naar Raymond. Ze waren nauwelijks geïnteresseerd in Ali. Die riep toen opeens bijdehand: “Wacht maar, ik kom eraan!—’
Profetische woorden. Twee jaar later viert Ali B triomfen, terwijl Raymond Rensen terug is in de marge van de hiphopscene. Die zegt nu: ‘Naderhand heeft Ali zijn bijdrage aan “Kutmarokkanen— enorm uitvergroot. Hij heeft rondgebazuind dat hij het refrein geschreven zou hebben. Onzin. Hij heeft er alleen een Marokkaanse versie van gemaakt, en die hebben we nooit gebruikt.’ Dat Bouali ten onrechte het coauteurschap claimde, was voor Rensen nog tot daar aan toe. Maar hun relatie bekoelde pas echt toen bleek dat Ali B een carrière voor ogen had die je in de hiphopwereld al snel het predikaat ‘sell out’ oplevert. ‘Ali wilde meer de richting van het entertainment op. Het was maar beter dat we ieder onze eigen weg gingen.’
In discotheek Lucky & Co te Rijssen wordt duidelijk wat Rensen bedoelt. Vanavond is de voltallige puberpopulatie van deze Overijsselse plattelandsgemeente uitgelopen voor een miniconcert van Ali B. Het publiek staat stijf van de breezers en hormonen. Keurig op tijd betreedt de Almeerse rapper om elf uur het podium, als altijd uitgedost in basketbalshirt, wijde broek en schuingedraaid petje – kleding van sponsor Champion, zoals zijn management later vertelt. In no time weet Ali B de jongens en meisjes in de zaal met zijn guitige glimlach en eenvoudig meezingbare refreinen (‘Ik ben je zat. Geloof mij nou. Ik heb het echt gehad. Het leven is geen spel. Nee, het leven is geen Wedden Dat’) aan zijn voeten te krijgen.
Tussen de nummers door maakt hij grapjes, doet hij stemmetjes en vergeet hij ook het stukje publieksparticipatie niet. Ali: ‘Wie is in the house?’ De zaal: ‘Rijssen!’ Om tien voor halftwaalf is het optreden ten einde. Maar niet voordat Ali de nummer-eenhit ‘Wat zou je doen?’ ten gehore heeft gebracht die hij samen met Marco Borsato opnam voor War Child. Op verzoek van enkele aanwezigen in de zaal draagt hij het lied vanavond niet op aan de miljoenen jeugdige oorlogsslachtoffers in de wereld, maar aan een Brabantse fan die op oudejaarsavond een fatale aanvaring had met vuurwerk. Ali: ‘Steek je handen in de lucht! Kom op! Kom op!’ Wanneer de laatste klanken van het nummer zijn weggestorven, verlaat de rapper het podium. ‘Respect voor jullie allemaal! En wel thuis!’
Ali’s boekingsmanager Kevin Bonet van Artiestenbureau Jan Vis, het bedrijf dat ook zanger Albert West, de Band Zonder Banaan en de Tokkies in zijn stal heeft, is lyrisch over de podiumpresentatie van de jonge Marokkaan. ‘De meeste hiphopartiesten komen op, pluggen hun microfoon in en beginnen te rappen. Daar blijft het dan bij. Maar Ali heeft charisma. Hij grijpt je bij de strot.’ Volgens de kenners mag Ali B zich gelukkig prijzen met dat talent. Want, zo menen ze, alleen zijn rapkwaliteiten hadden hem nooit zover gebracht. De Volkskrant mag dan beweren dat Ali er persoonlijk voor gezorgd heeft dat ‘de Nederhop de puberteit voorbij’ is, volgens hiphopdeskundige Kees de Koning is dat larie. ‘Puur technisch vind ik Ali niet geweldig. Hij komt niet in de buurt van een rapper als Extince. Die heeft een veel betere flow, is veel poëtischer en vindingrijker.’
Wie Ali’s teksten leest, zal inderdaad niet kunnen beweren dat het stuk voor stuk toonbeelden van creativiteit zijn. Soms lijkt het wel alsof hij het Prisma Rijmwoordenboek van André Hazes heeft geërfd: ‘Waar gaat dit heen. Waar gaat dit nou toch naar toe. Iedereen doet gemeen. En dat maakt me nou zo moe’ (uit: ‘Waar gaat dit heen?’).
Ook van zijn street credibility moet Ali B het niet echt hebben. Vergeleken met zijn grote voorbeelden NWA (Niggers With Attitude) en Ice T, bekend van het nummer ‘Copkiller’, is Ali Bouali een koorknaapje. Zelf vindt hij overigens wél dat hij een zware jongen is. Niet zomaar heeft hij zijn album Ali B vertelt het leven van de straat, zijn theatershow Ali B vertelt het leven de straat en een van zijn nummers ‘Het leven van de straat’ genoemd. In interviews mag hij graag vertellen dat hij in zijn wilde jaren sigaretten rookte, alcohol dronk en gokverslaafd was. ‘Ik hing hele avonden aan de kast,’ biechtte hij op tegen Het Parool. ‘En ging de tent dicht, dan reserveerde ik dezelfde automaat voor de volgende dag, omdat er zoveel geld van me in zat. Moest ik mijn wekker zetten.’
Andere verwoede pogingen van de rapper om te bewijzen dat hij wel degelijk van de straat is, slaagden ook maar half. Tegenover muziektijdschrift Fret verklaarde Ali weliswaar dat hij vroeger een ‘hosselaar’ was die wiet verkocht, maar eentje die ‘met iedereen kon opschieten’. In het maandblad voor uitkeringsgerechtigden MUG pochte hij ooit twee pitbulls te hebben losgelaten op een paar jongens die hem voor kankerturk uitscholden en een vlindermes trokken. Maar ‘later hebben ze hun excuses aangeboden en werden we vrienden’. En in de Volkskrant beweerde hij dat ‘optreden bij Marco (Borsato – RvdG, TN) nog street is’. Al gaf hij toe dat hij het ‘in de mainstream’ vooral ‘erg gezellig’ had gevonden. Onder hiphoppers staat Ali B inmiddels als doetje te boek. Raymond Rensen ziet zichzelf niet zo snel meer met hem samenwerken: ‘Laatst werd ik gebeld of ik met Ali naar Senegal wilde voor het MTV-programma Rap around the World. Maar dan moest ik wel een nummer met hem doen. Nou, ik dacht het niet.’ Op menig internetforum is Ali B het mikpunt van spot. Niet in de laatste plaats omdat hij nog bij zijn moeder woont, in de Kruidenbuurt in Almere, niet ver van de Sesamstraat.
De Haagse rappers van DHC, vorige week nog veroordeeld tot honderdvijftig uur dienstverlening voor hun ‘Hirsi Ali Diss’, voegden een ‘Ali B Diss’ aan hun oeuvre toe: ‘Ik heb een fucking AKA, ’t heeft geen zin om te bukken. Dit is wel andere koek. Je doet het zwaar in je broek. Want ik maak meer rappers zoek dan de Bermuda-driehoek.’ Ali vond alle aandacht voor de Haagse praatjesmakers maar ‘belachelijk’. In het partijblad van de SP schimpte hij: ‘Geef échte dingen aandacht. Rappers met een boodschap, zoals ik.’
Want dat moet je Ali B meegeven: hij is een jongen met een boodschap. Sterker nog, hij heeft er een tas vol van en moet ze allemaal kwijt. In het Algemeen Dagblad erkende hij zelfs een ‘eigentijdse dominee’ te zijn. Toen tijdens een optreden in het Vondelpark-openluchttheater de regen met bakken uit de hemel kwam, zei hij tegen het publiek: ‘Logisch dat het regent. Wij hebben toch ook schijt aan de natuur? Of gooi jij altijd alles netjes in de prullenbak en scheid je netjes je afval? Nee dus. Verwacht dan ook niet dat de natuur rekening houdt met jou.’ Uiteraard beticht hij ‘de media’ van stigmatisering van Marokkaanse jongeren. ‘Ze vallen de hele groep jongens aan, inclusief degenen die goed bezig zijn,’ brieste hij in MUG. ‘De media hebben totaal geen belang bij integratie of verbetering van de maatschappij.’
Ali speelt graag de rol van bruggenbouwer, getuige ook de drie bandjes die hij om zijn rechterpols draagt: geel tegen kanker, rood tegen geweld en oranje voor respect. Koste wat het kost wil hij verschillende culturen nader tot elkaar brengen. Sinds de aanslagen van 11 september en vooral sinds de moord op Theo van Gogh laat hij maar weinig verbroederingsmanifestaties of multicultidebatten aan zich voorbijgaan. Communicatie-adviseur Cees Wijburg voorziet dat Ali’s zendingsdrift zich nog weleens tegen de rapper kan gaan keren. ‘Je ziet nu al dat hij vooral geliefd is onder mensen die het geloof van Marcel van Dam en Paul Rosenmöller aanhangen,’ zegt hij. ‘Die jongen moet oppassen dat hij niet het boegbeeld wordt van politiek correct Nederland.’
De goede doelen zul je niet horen klagen. Ali loopt de deur bij ze plat. De opbrengsten van zijn allereerste single ‘Waar gaat dit heen’ kwamen ten goede aan Amnesty International. Sindsdien heeft hij de smaak te pakken gekregen: hij maakte de benefietsingle voor War Child met Marco Borsato, hij nam een nummer op voor de slachtoffers van de aardbeving in Marokko, hij steunde een T-shirtactie van Novib, hij liet zijn petten veilen voor het Aids Fonds, hij kwam namens het project Music Mayday op voor bedreigde diersoorten in Tanzania (‘Kijk maar eens een olifant in de ogen, dan weet je pas echt wat het leven waard is’), en hij deed uiteraard zijn rapje in het tsunamilied ‘Als je iets kunt doen’. En dan is er nog zijn ambassadeurschap voor de stichting Bomen Over Leven. Voorzitter Rob Wiewel is dolgelukkig met Ali’s naamsbekendheid: ‘We hopen dat hij veel jongeren enthousiast gaat maken voor onze stichting.’ Navraag bij Ali’s magement leert dat Wiewel nog weleens teleurgesteld zou kunnen worden: ‘Het ambassadeurschap houdt voornamelijk in dat Ali’s foto op de website van Bomen Over Leven staat. Verder doet hij in wezen niets voor de stichting.’
Ali’s strijd tegen het onrecht in de wereld heeft hem geen windeieren gelegd. Hij is het afgelopen jaar uitgegroeid tot Nederlands meest geziene televisie-allochtoon sinds Hakim van Sesamstraat. Hij mocht komen opdraven in chique actualiteitenprogramma’s als Netwerk en Nova. Hij rapte het jaaroverzicht van het Jeugdjournaal aan elkaar, verscheen in het Lagerhuis én het Jongerenlagerhuis en deed mee aan het oecumenische KRO-programma De Wandeling op Kerstavond. ‘Ali is op televisie bij iedere scheet die gelaten wordt,’ zegt platenbaas Kees de Koning. ‘Ik heb hem een keer gebeld toen hij een week lang niet op de buis was. Om te vragen: Ali, jongen, leef je nog?’
Critici vragen zich weleens af of Ali B wel iets te zoeken heeft bij praatprogramma’s. Zijn geestdriftig verkondigde meningen over maatschappelijke problemen doen zijn gesprekspartners vaak glazig kijken. ‘Ik zag Ali laatst weer bij Barend & Van Dorp,’ zegt Raymond Rensen, ‘en ik wou er bijna naar toe gaan om hem te helpen. Hij kwam er niet uit. Hij heeft over veel een mening, maar hij weet niet hoe hij die moet verwoorden.’ Ali B’s optreden bij De zwakste schakel vormde het voorlopige dieptepunt van zijn tv-carrière. Geflankeerd door schnabbelveteranen als Benny Neyman en Imca Marina wist hij welgeteld één correct antwoord te produceren. Een pijnlijke stilte na de vraag ‘In welke maand leggen alle vogels spreekwoordelijk een ei?’ luidde zijn roemloze aftocht in.
‘Tja, toen ik hem bij De zwakste schakel zag staan, dacht ik: moet Ali dat nou wel doen?’ zegt Breghje Kommers. ‘Maar ik ben er niet om Ali tegen zichzelf in bescherming te nemen.’
Kommers (24) is de manager van Ali B, en zijn vrouw. Vanuit een Vinex-straat in Almere-Buiten zet ze met haar bedrijfje Stimulating People to Evolve Culture (SPEC) ‘het product Ali B in de markt’. Geheel in eigen beheer, van de marketing tot de regie van de videoclips. Kommers spreekt de naam Ali B met het grootste ontzag uit: ‘Denk niet dat Ali nu al op zijn hoogtepunt zit. 2006 wordt pas écht het jaar van Ali B.’
Twee weken geleden bezocht de rapper in Amsterdam-Oost de herdenking voor de doodgereden tasjesdief Ali el B. ‘Dat was een oude kennis,’ legt Kommers uit, dus Ali moest en zou erbij zijn’. Het bezoek aan de Derde Oosterparkstraat werd door rechts Nederland geïnterpreteerd als steunbetuiging aan een crimineel en kwam Ali desgevolge op veel kritiek te staan.‘Ik heb me er niet mee bemoeid,’ zegt Kommers. ‘Ali is een gevoelsrapper. Als hij iets in zijn hoofd haalt, dan krijg je het er niet meer uit.’ In de Volkskrant stond de volgende dag prominent een foto van de rouwende Ali B. De Amsterdamse tv-zender AT5 onthulde zelfs dat hij een nummer aan zijn gesneuvelde kompaan zou willen wijden. Kommers was laaiend: ‘Dat bericht was verzonnen. Toen ik het ’s nachts op televisie zag, heb ik meteen AT5 gebeld. Maar er was niemand.’
Daags na de uitreiking van de BV Popprijs wijdde Sylvain Ephimenco zijn column in het dagblad Trouw aan het verschijnsel Ali B. Hij kwam tot de slotsom dat Ali B’s komeetachtige opkomst bovenal te danken was aan de tijdgeest. Ali Bouali is, kortom, de juiste Marokkaan op de juiste plaats op het juiste moment. Ephimenco: ‘Ali B is het omgekeerde evenbeeld van het terroriserende rotjoch dat de buurt onveilig maakt, de auto kraakt en de laptop steelt.’
Ephimenco schrijft wat iedereen denkt, maar niet hardop durft te zeggen. In tijden van voortdurende berichtgeving over boosaardige Marokkaanse jihadisten snakt Nederland naar een beetje ouderwets multicultureel positivisme. Wie zwicht dan niet voor de aanstekelijke vrolijkheid van Ali B? René Boomkens, hoogleraar sociale en cultuurfilosofie in Groningen en voormalig ‘popprofessor’: ‘Ali B is het negatief van Mohammed B. Veel Nederlanders zien ineens dat er ook leuke, ambitieuze jonge Marokkanen zijn. Vind je het gek dat hij zo populair is?’
Over de vraag wat de toekomst voor Ali B in petto heeft, lopen de meningen uiteen. De extatisch klappende notabelen op de nieuwjaarsreceptie in het Concertgebouw zagen duidelijk de opvolger van Job Cohen voor zich. Maar Kees de Koning vreest dat Ali zal bezwijken onder de levensgrote verwachtingen: ‘Hij wordt nu al gezien als een bovennatuurlijk persoon die mensen een hart onder de riem steekt. Straks moet die jongen nog het medicijn tegen aids gaan uitvinden!’
Waarschijnlijker is dat Ali B een heel ander lot beschoren is: nationale Ali-moeheid. Cees Wijburg: ‘Ik waarschuw mijn klanten altijd: overexposure is dodelijk. Je ziet het gebeuren met ijdele kamerleden – het Jeltje van Nieuwenhoven-syndroom noem ik dat. Met Ali zou het ook weleens die kant op kunnen gaan.’ De eerste tekenen van collectieve verzadiging zijn in ieder geval duidelijk zichtbaar. René Boomkens: ‘Hij heeft het stadium bereikt dat hij alleen nog maar op televisie komt omdat hij altijd op televisie komt. Ali B is op zijn drieëntwintigste bijna de Maarten van Rossem van de Nederlandse popmuziek.’ ?
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.