Laten we de longkanker van Johan Cruijff niet meteen gaan zien als ‘straf’ voor zijn vroegere rookgedrag. Ziektes zijn willekeurig en oneerlijk.

Johan Cruijff heeft longkanker. Voor velen zal dit droefgeestige bericht aanleiding zijn om herinneringen op te halen aan de tijd dat de stervoetballer tussen zijn onmogelijke doelpunten door doodgemoedereerd een sigaretje opstak, en mensen van onder een vettig jaren 70-kapsel aanraadde om vooral veel ‘verstandige’ Roxy Duals te roken. Ook het anti-rook spotje uit 1991, dat Cruijff (toen 43 jaar oud) maakte nadat zijn hart begon op te spelen en hij op dringend doktersadvies het roken opgaf, duikt nu weer op.

Natuurlijk ligt het voor dat voor de hand dat als een wereldberoemde ex-paffer longkanker krijgt, zijn rookgeschiedenis breed wordt uitgemeten. Cruijff heeft zijn naam met de sigaret verbonden, ook al nam hij daar later afstand van. Stivoro schreef na het verschijnen van de Roxy Dual-reclame een beschuldigende open brief aan Johan, waarin de stichting zich hardop afvroeg of de voetballer wel doorhad hoeveel indirecte sterfgevallen hij wel niet op zijn geweten had, want: ‘Een topsporter van het kaliber Johan Cruijff is een voorbeeld voor jong en oud’.

Net als in de hel van Dante, waar elke zondaar tot in de eeuwigheid gestraft wordt op een manier die op een  sadistische wijze zijn of haar zonde weerspiegelt, wordt Johan nu voor zijn zondes gestraft. Dit lijkt althans de impliciete gedachtegang achter de berichtgeving over zijn ziekte.

Nu zie ik ergens wel het nut van deze denkwijze, voor de algemene gezondheid: met zijn longkanker-diagnose is Johan Cruijff een zeer effectieve anti-rook commercial geworden. Daadwerkelijk een pijnlijke dood sterven na een lang en slepend ziekbed is indrukwekkender dan een pakje sigaretten kapot trappen in een slecht verlichte studio.

Maar we moeten voorzichtig zijn met het onbewust toekennen van dit soort morele eigenschappen aan iets oneerlijks en willekeurigs als ziektes. Voor hetzelfde geld was Johan gespaard gebleven, en zouden oude beelden van de rokende voetballer voor altijd als inspiratie voor enthousiaste verslaafden kunnen dienen: ‘Johan ging er ook niet slechter van voetballen’. Maar weinig mensen krijgen in het leven wat ze verdienen, of dat nou iets goeds of iets slechts is.