Nu de pepernoten weer in de schappen liggen, zien veel mensen op tegen opnieuw een maandenlange discussie over Zwarte Piet. Hoe lossen we het probleem op?

Als de Sint op 14 november in Meppel arriveert, ziet hij een verdeeld land. Op scholen in de provincie blijft Zwarte Piet welkom, maar in de vier grote steden wordt hij geweerd. En terwijl kinderzender Nickelodeon gaat voor ongeschminkte Pieten, houden de marskramers van Blokker onverdroten vast aan zwart. Biedt de wetenschap uitkomst?

Volgens cultuurhistorica Claire Weeda is het herleiden van Zwarte Piet tot Oud-Germaanse tradities van Wodanverering zinloos. ‘Die oerpiet zal je niet vinden,’ voorspelt ze. Zwarte Piet is een invented tradition die pas sinds de negentiende eeuw bestaat en waarin verschillende elementen samenkomen – van de historische strijd tegen de Moren via Zwarte Klazen tot hofslaven. ‘Bovendien is Piet voortdurend geëvolueerd.’ Weeda noemt Zwarte Piet een voorbeeld van ‘contested memory’: de ene groep zegt dat Piet uit een racistisch gebruik voortkomt, terwijl de andere groep beweert dat het een gezellige kindertraditie is. ‘Je kan niet zeggen dat de ene herinnering klopt en de andere niet.’ Weeda denkt dat Zwarte Piet hoe dan ook verdwijnt. ‘Ik geef hem nog tien jaar.’

De Nederlandse commercie heeft Zwarte Piet eind negentiende eeuw omarmd, zegt kunsthistoricus Elmer Kolfin. ‘Zij maakten hem tot reclamefiguur, een logo voor op pakpapier. Hij is grafisch heel dankbaar met zijn zwarte kleur en karikaturaal uiterlijk van grote lippen, platte neus en krullenpruik.’ De commercie heeft nog altijd een belangrijke rol. ‘Hun beleid bepaalt mede de toekomst van Piet.’ Volgens Kolfin biedt het bekende Sinterklaasverhaal waarin Piet roetvegen heeft van de rit door de schoorsteen, het meeste houvast.

Peter Jan Margry, hoogleraar Europese etnologie: ‘Ook als er historisch geen reden is tot afschaffing, past Piet niet meer in de samenleving. Hij is een probleem geworden.’ De overheid hoeft niets te doen: ‘De oplossing is langzame transformatie. De samenleving zoekt zelf een oplossing. Ik heb zelden een actie gezien die meteen zoveel effect had.’ De sleutel in handen van de scholen: ‘Als zij hun pietenbeleid aanpassen, verandert de jeugdherinnering aan Piet vanzelf.’

Hoogleraar bestuurskunde Gjalt de Graaf ziet de Pietendiscussie als een ‘dialogue of the deaf’, waarbij tegenstanders gevangen zitten in hun eigen narratief. In het eerste dominante narratief vrezen voorstanders van het Sintfeest dat hun heerlijk avondje wordt afgepakt, volgens het tweede narratief zijn alle Zwarte Piet-verdedigers racisten. Ofwel: de ene groep is vóór Sinterklaas, de andere tegen Zwarte Piet. De Graaf: ‘Een commissie die over het uiterlijk van Piet nadenkt, heeft geen zin. Eerst moeten mensen zich bewust worden van het narratief waarin ze gevangen zitten.’ Collega-bestuurskundigen Jeroen Rodenberg en Pieter Wagenaar onderscheiden een derde narratief, waarin Sinterklaas vooral gezien wordt als een kinderfeest. ‘Dat wordt gebruikt om bezwaren van tegenstanders te bagatelliseren: het gaat per slot van rekening om een kinderfeestje. Wie zou al die kinderen verdriet willen doen door Zwarte Piet af te schaffen?’ Volgens hen kan dit zo worden aangepast dat het een oplossing biedt. ‘Als Sinterklaas vooral een feest is voor kinderen, ligt het voor de hand Piet zo vorm te geven dat zijn uiterlijk geen enkel kind kwetst.’

Volgens hoogleraar diversiteit en integratie Halleh Ghorashi vormt de Pietendiscussie een strijd om het Nederlanderschap tussen ‘de gevestigden’ en ‘de buitenstaanders’. ‘Wanneer de gevestigde meerderheid geen verandering toelaat, is er sprake van uitsluiting.’ De oplossing komt volgens Ghorashi alleen tot stand als we erkennen dat ‘diverse groepen het Nederlandse burgerschap delen, en dat die groepen zich verschillend verhouden tot de Nederlandse geschiedenis. Het is daarom nodig ons te verdiepen en verplaatsen in elkaars gevoeligheden ten opzichte van de geschiedenis.’

Om dat te bereiken stelt informaticus Tibor Bosse een variant op de ‘virtual reality exposure therapy’ voor: ‘Een game waarmee je iemand letterlijk in de schoenen van de ander plaatst. Zo kan je ervaren hoe het is om racistisch bejegend te worden. Dat kan zeer realistisch zijn. Omgekeerd kunnen anderen ervaren hoe het voelt als een traditie wordt afgepakt.’ Deze therapievorm wordt gebruikt bij patiënten met angststoornissen – met uitstekend resultaat.

Nico van Straalen, hoogleraar ecologie en evolutie, ziet in de Pietendiscussie een typisch voorbeeld van ‘culturele evolutie’, een fenomeen waarbij groepen elkaars gedrag imiteren en daaraan hun identiteit ontlenen. ‘Je ziet het ook bij hooligans. Brave huisvaders trekken een T-shirt aan en nemen ineens de codes van de groep over.’ Culturele evolutie is hardnekkig, zelfs als het gedrag evident schadelijk is. Van Straalen noemt het voorbeeld van het Fore-volk in Nieuw Guinea dat de gewoonte had hersenen van overledenen op te eten. Hierdoor liepen ze de hersenziekte Kuru op. ‘Desondanks viel de traditie nauwelijks uit te bannen.’ Van Straalen ziet twee oplossingen. De eerste is het scheiden van de groepen ‘zoals we bij de harde kernen van Ajax en Feyenoord doen’. De andere is een lange-termijnoplossing: migratie tussen de twee groepen. ‘Om het gechargeerd te zeggen: meer gemengde huwelijken lossen het probleem uiteindelijk ook op.’

Virtual reality-specialist Robert Belleman heeft een iets snellere oplossing waarmee hij de Sinterklaasoptocht met augmented reality in één klap de eenentwintigste eeuw in trekt. ‘We plakken elke Piet in de optocht een QR-code op het voorhoofd. Door de Pieten-app te starten, kun je Piet door je telefoon bekijken in de kleur die jij wilt.’ Bijkomend voordeel: Piet hoeft zich niet meer te schminken, en ook Sinterklaas kan een ander kleurtje krijgen.

De oplossers
In de rubriek De Oplossers presenteert onderzoeksbureau Tertium antwoorden op complexe vragen die zijn voorgelegd aan meer dan 400 wetenschappers van VU en UvA. Kijk op www.deoplossers.nl voor een overzicht van de interessantste bijdragen over de vraag van deze week.