Op een zondag in oktober verscheen hij in Zuccotti Park, tussen de wolkenkrabbers van Lower Manhattan. Vlassig baardje, het rode T-shirt opzichtig om zijn zestigersbuik knellend. Vanaf de geïmproviseerde verhoging zwaaide hij woest met zijn vuisten en riep wat hij al twintig jaar roept: dat het kapitalistische systeem volstrekt failliet is.
Vergeet Michael Moore, George Soros of Naomi Klein. Als er voor de protestbeweging die Wall Street bezet een messias is, dan heet hij Slavoj Žižek. Formeel is er geen leider of concreet doel van het protest dat zich sinds half september vanuit dit park over de wereld verspreidt. Maar de Sloveense filosoof wordt door de demonstranten gretig omarmd. ‘Wij zijn geen dromers,’ echoden zijn woorden uit tientallen kelen (de ‘human microphone’). ‘De echte dromers zijn degenen die denken dat we oneindig op deze manier kunnen doorgaan.’ Niet hebzucht of corruptie zijn de kern van het probleem, maar het systeem dat mensen ertoe aanzet corrupt en hebberig te zijn,’ fulmineerde Žižek, die zichzelf communist noemt. Het was de hoogste tijd en ook geen misdaad om over alternatieven voor het kapitalisme na te denken.
Media buitelen over elkaar heen om lollige kwalificaties te verzinnen voor de ‘superster van de Occupy-beweging’: van het ‘denkbeest van Ljubljana’ via ‘vintage hippe popfilosoof’ tot ‘filosofische wildeman’. Die tsunami aan adjectieven is niet verwonderlijk: het raadsel Žižek laat zich lastig vangen. Hij ziet eruit alsof hij onder bruggen slaapt, maar heeft een netjes geordend appartement in Ljubljana. In interviews praat hij uitvoerig over zijn gratis Lufthansa-sokken, om aan het einde van het gesprek te klagen dat hij het eigenlijk over Hegel had willen hebben. De liefde vindt hij ‘evil’ – misschien is hij daarom gescheiden van achtereenvolgens een Sloveense filosofe en een Argentijns lingeriemodel.
‘Žižek’s got it,’ juicht een van de bloggers op Occupywallst.org. Driftig worden er leestips voor de werken van de filosoof uitgewisseld. Ook in Nederland is hij een bescheiden hype. In november verschijnt hier zijn boek Eerst als tragedie, dan als klucht, Žižeks begeleidende lezing op de Radboud Universiteit was binnen een dag uitverkocht. Maar wat wil de bebaarde denker uit Ljubljana nu precies, en wat is zijn alternatief voor dat verderfelijke kapitalisme?
Slavoj Žižek werd in 1949 geboren in een kleine kuststad van Slovenië, toen nog onderdeel van Tito’s Joegoslavië. Hij studeerde sociologie en filosofie in Ljubljana, maar zijn proefschrift werd afgekeurd omdat hij zich te kritisch zou hebben uitgelaten over Karl Marx. Na een verblijf in Frankrijk, waar hij zich verdiepte in de psychoanalyse van zijn grote held Jacques Lacan, kwam hij terecht bij een naar eigen zeggen ‘marginaal onderzoeksinstituut’ in zijn vaderland. In de luwte legde hij contact met internationale wetenschappers en publiceerde in 1989 The Sublime Object of Ideology, het boek dat zijn doorbraak zou betekenen. Een jaar later deed hij namens de Liberaal Democratische partij mee aan de eerste democratische verkiezingen voor een vierkoppige presidentiële raad. Hij werd vijfde, en richtte zich weer op de wetenschap. Over al zijn omzwervingen zei hij tegen The Observer: ‘Zonder de communistische onderdrukking was ik vast een suffe lokale professor in Ljubljana gebleven.’
Nee, aan zijn jeugd onder het communistisch regime hield hij geen weerzin over tegen Marx en de zijnen. Toch zijn Žižeks uitspraken over het communisme, zoals wel vaker bij Žižek, niet één-twee-drie met elkaar te rijmen. ‘Ik wil niet terug naar Stalin, ik ben toch geen idioot!’ roept hij regelmatig in interviews, terwijl hij lachend bij diens portret poseert en zegt zijn boekenkast van tijd tot tijd op te ruimen bij wijze van ‘nice Stalinist purge’. Hij kwalificeert zichzelf als een ‘radicale communist’, maar dan wel weer één die een hekel heeft aan het gemoraliseer van links. In Zuccotti Park pleitte hij hartstochtelijk voor een terugkeer naar het communisme. Dat wil zeggen: naar het idee van gezamenlijke zorg voor wat hij de ‘commons’, het gemeengoed, noemt. Want het communisme zoals dat eind jaren tachtig ineenstortte, heeft voor hem afgedaan. ‘Marx had het over land en eigendom, ik heb het over informatie. Waarom moeten wij iemand als Bill Gates huur betalen voor ons intellectuele eigendom?’
De filosoof wil toe naar een ‘eenentwintigste-eeuws communisme’, maar hoe hij dat precies voor zich ziet, blijft vaag, zegt Marc De Kesel. De Žižek-kenner is als onderzoeker verbonden aan de filosofiefaculteit van de Radboud Universiteit. ‘De jongere generatie die nu opkomt tegen het falende systeem ziet in Žižek een soort roerganger. Helaas! Dat is een misvatting. Žižek is filosoof: hij stelt monomaan problemen aan de orde. Maar hij heeft niet de tools om een alternatief voor de kapitalistische economie uit te dokteren.’ Žižek-vertaler Johan Schokker, die met De Kesel aan een bundel over de filosoof werkt, beaamt: ‘De theorie van de daad ontbreekt bij Žižek. Hij zegt wel dat het misgaat met ons kapitalisme, maar niet wat we daaraan moeten doen.’
Žižek verzet zich tegen het idee dat de liberale democratie, gekoppeld aan het kapitalisme, het enig aanvaardbare systeem is. De politiek is verworden tot de beheerder van het kapitalisme: politieke beslissingen worden ten onrechte gepresenteerd als economische noodzaak, we zijn de verbeeldingskracht kwijt om over radicale alternatieven na te denken. Zelfs nu we – in de woorden van Žižek – aan de vooravond staan van een gigantische economische, ecologische, biogenetische en sociale ineenstorting, praten we alleen over kleine aanpassingen binnen het neoliberale model.
‘Hij zit steeds op het hoogste niveau van denken maar zuigt de realiteit mee’
Dat model is volgens Žižek in de afgelopen tien jaar maar liefst twee keer gestorven. In 2001, met de aanslagen van 11 september, stierf het neoliberalisme als politieke theorie: de droom van een nieuw tijdperk van democratische stabiliteit en ideologische integratie stortte in elkaar. En met de kredietcrisis van 2008 stierf het als economisch systeem.
Volgens Marc De Kesel is Žižeks gedachtengoed, waarvan zijn kritiek op het kapitalistisch systeem een belangrijke peiler is, weliswaar wijdvertakt maar toch volstrekt consistent. ‘Hij heeft in essentie maar één gedachte,’ zegt De Kesel. ‘Dat de realiteit gebouwd is op een probleem dat een probleem zal blijven: de werkelijkheid is een illusie die zichzelf aan zijn eigen illusie optrekt. Een samenleving is niet in het “reële”, maar in het “fictieve” gefundeerd: in de betekenis die we er zelf aan geven. Een cultuur stoelt niet op zíjn, maar op schijn.’ En met meewarige blik: ‘Zoiets. Ach, Žižek wordt door te veel mensen gelezen die hem niet goed begrijpen. Om zijn werk te doorgronden, is jaren studie nodig.’
Het wezen van zijn denken mag dan moeilijk te bevatten zijn, Žižeks populariteit is er niet minder om. Om te beginnen maken de vele verwijzingen naar de populaire cultuur en het dagelijks leven zijn ideeën aantrekkelijk. Abstracte theorieën van Lacan of Hegel licht hij toe met referenties naar The Sound of Music, Titanic, liftdeuren of tandpastatubes. Voor hem is er geen onderscheid tussen hoge en lage cultuur: Jurassic Park vergelijkt hij met films van Antonioni en Bergman, en onze samenleving met The Matrix. De Kesel: ‘Hij zit steeds op het hoogste niveau van denken, maar zuigt de concrete realiteit mee. Films en reclames die hij ziet, moppen die hij hoort: ze staan voor hem onmiddellijk in verband met Hegel.’
Maar natuurlijk spreekt vooral zijn excentrieke figuur tot de verbeelding. Žižek praat als een bezetene, hij slist zich met zwaar Oost-Europees accent een weg door het Engels. Zijn haar hangt in zweterige slierten over zijn hoofd terwijl hij dendert van Hegel naar Hitchcock, om midden in een paneldiscussie weg te lopen van het podium. Hij vertelt graag (dezelfde) moppen en heeft een voorliefde voor paradoxen als: ‘De meest antisemitische mensen van deze tijd zijn de zionisten.’ Aan nuances heeft hij een hekel: verdedigers van het kapitalisme zitten er niet een beetje naast, nee, zij zijn ‘obsceen’.
De Kesel en Schokker noemen Žižek een ‘echt denkdier’. ‘Hij is obsessioneel, doet niet anders dan denken en schrijven: hij heeft al meer dan vijftig boeken gepubliceerd. Het leven interesseert hem niet, hij kent geen gezelligheid,’ zegt De Kesel. ‘Als je met hem gaat eten, neemt hij een Coca Cola en een uiensoep, daarna is hij gevlogen. Hij is voortdurend op zoek naar wat er in de werkelijkheid niet klopt.’ En inderdaad, in de ontelbare hoeveelheid Žižek-filmpjes die op internet circuleren, figureert een waanzinnige denker, die praat alsof het zijn laatste telefoongesprek is in een neerstortend vliegtuig. Precies die geestdrift maakt hem zo aantrekkelijk, ook voor de mensen in Zuccotti Park die misschien niet direct verlangen naar een communistische wereldorde.
Žižek zelf zou zich het liefste terugtrekken om eindelijk zijn vuistdikke analyse van Hegel te voltooien, zegt hij in elk interview. Maar kennelijk slaagt hij er vooralsnog niet in zijn eigen circus een halt toe te roepen. Geconfronteerd met de geuzennaam die de Amerikaanse Chronicle of Higher Education voor hem bedacht (‘de Elvis van de cultuurtheorie’) riep hij tegen The Telegraph: ‘Naar de goelag met hen, allemaal!’
Zie ook het Mediagids-filter over Žižek, met daarin de beste bronnen rondom de denker van de protestbeweging.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.