Man, wat is er toch een hoop mis met zijn collega’s. ING-commissaris Henk Breukink windt zich, graag en plein public, op over hun zorgwekkende gebrek aan zelfreflectie. Zeg Henk, kijk als je wilt eens in de spiegel.

Het is geen slechte score: de honderdzesentwintigste plek in De Volkskrant-Top 200 bestuurlijke elite. En dus mocht beroepscommissaris Henk Breukink afgelopen weekend in een interview even helemaal los gaan over de sociale gebreken van zijn collegacommissarissen. Volgens hem tonen de meesten van hen namelijk veel te weinig zelfreflectie en laten ze zich überhaupt nauwelijks uit over hun beweegredenen. Zelf staat Breukink relatief vaak de media te woord, maar ook hem heb ik nog nooit kunnen betrappen op een gezonde dosis zelfkritiek.

Man, man, man, wat wordt er toch een potje afgeklaagd in het old-boys-network, verzuchtte Breukink, die met commissariaten als die bij ING, Hogeschool InHolland en Brink Groep prima thuishoort in dat statige gezelschap. De hoge heren mopperen vaak over de politiek en de media, die bij een crisis altijd weer met een beschuldigend vingertje naar hen wijzen. Op elk puntje van kritiek reageren ze defensief, aldus Breukink die een aantal van hen regelmatig ontvangt in zijn eigen coachingpraktijk. Volgens hem weerhoudt vooral angst voor rechtszaken ze van het geven van een écht kijkje in hun zielenroerselen. Dat geldt bijvoorbeeld voor de financiële sector, waar zoals bekend de afgelopen jaren veel is misgegaan en toezichthouders daarbij niet of nauwelijks hebben ingegrepen.

Zelf is Breukink al sinds 2007, dus voor de crisis, commissaris bij ING. Ook bij die bank stegen de beloningen aan de top tot grote hoogten en werden risicovolle beslissingen genomen. Toen wereldwijd de financiële malaise uitbrak, hing de toekomst van de bank aan een zijden draadje. Dankzij een forse staatsinjectie bleef ING overeind. Toch vindt Breukink dat de toezichthouders weinig te verwijten viel. Zo had oud-minister van Financiën Wouter Bos volgens hem onterecht het beeld geschetst dat raden van commissarissen te weinig toezicht houden. ‘Een paar slechte voorbeelden zorgen voor dat beeld, maar je moet niet iedereen over één kam scheren’, zei Breukink in 2009 in Spits. Ook bestreed hij het idee dat ING zo massaal in Amerikaanse ‘rommelhypotheken’ zou hebben geïnvesteerd. Een aparte stelling, omdat de staat toch echt genoodzaakt was met een miljardensteun de risico’s daarvan over te nemen.

Laat de commissarissen nou toch verdorie zelf hun werk doen, was zijn boodschap. Dat doen ze immers prima.

Ook alle maatschappelijke ophef over de hoge beloningen lijkt Breukink overdreven te vinden. ‘Ik denk dat het in Nederland relatief nog wel meevalt met de excessen’, zei hij in 2009 in het Financieele Dagblad. Twee jaar later haalden hij en de andere ING-commissarissen zich de woede van het volk op de hals vanwege het voornemen om een flinke bonus aan de raad van bestuur uit te keren, ondanks dat de bank nog steeds aan het staatsinfuus hing. Natuurlijk snapt hij de maatschappelijke kritiek, zei hij in een later gesprek met het FD. Maar hij moest toch ook constateren dat ‘er nu wel erg de neiging is als het verkeerd loopt direct naar het toezicht te wijzen’.

Ook in zijn recente interviews is geen spoortje zelfkritiek te bespeuren. Dat het zo misging in de sector, was de schuld van ‘een kleine groep mensen’, zei hij begin dit jaar in het FD. En waar hij nu zijn collega-commissarissen beschuldigt van oeverloos gezever over de kritische houding van de politiek en media, doet hij zelf toch ook een behoorlijke duit in dat zakje. ‘Veel politici beleven nu hun finest hour door zich af te zetten tegen de financiële sector. Steeds maar weer gaat het over beloningen en de bonussen.’ Door die vermaledijde nieuwe beloningsbeperkingen kan hij niet eens meer goede topbankiers meer vinden, bromde Breukink in april bij een rondetafelgesprek in de Tweede Kamer. Sterker, vervolgde hij op dreigende toon, een aantal van de hoge managers is om die reden al vertrokken naar het buitenland. Ook toezichthouder DNB moet het regelmatig ontgelden in interviews met Breukink. Nog dit najaar deelde hij een fikse sneer uit aan de financiële waakhond. Die zit tegenwoordig veel te veel op de stoel van de commissaris, zei hij in het NRC Handelsblad. ‘De verhoudingen groeien scheef.’ Laat de commissarissen nou toch verdorie zelf hun werk doen, was zijn boodschap. Dat doen ze immers prima.

Soms zeggen bestuurders in zijn coachingpraktijk moeite te hebben met naar buiten te treden uit angst voor de ‘boze bevolking’, vertelde Breukink zaterdag aan De Volkskant. Try harder, is dan zijn boodschap. ‘Door te duiken maak je het alleen naar erger.’

Dat hangt ervan af. In Breukinks geval lijkt af en toe duiken mij eigenlijk geen slecht idee.