Interview / Richard Korver, advocaat van de ouders

Vooraan links in de bunker zit Richard Korver, de advocaat die de ouders vertegenwoordigt in de zaak tegen Roberts M. Hij kijkt ernstig, gewichtig bijna.Gewoonlijk is een advocaat van slachtoffers niet zo prominent aanwezig in de rechtszaal, maar Korver vindt dat nodig. Hij is dan ook voorzitter van Lanzs, het ‘landelijk advocaten netwerk zeden slachtoffers’.

Van de zevenentachtig kinderen die Roberts M. zou hebben misbruikt, zijn er achtenveertig die zich via hun ouders door Korver laten bijstaan. Inmiddels zijn er twintig zaken geseponeerd omdat er onvoldoende bewijs was of omdat ouders hun zaak absoluut niet behandeld wilden hebben vanwege hun privacy.

De vaders en moeders, die vandaag niet lijfelijk bij de zitting in de speciaal beveiligde bunker in Osdorp aanwezig zijn, kunnen het verloop van de zaak volgen in een aparte ruimte elders in de stad. Zo ontlopen ze de nieuwsgierige blikken van publiek en pers.

Tijdens deze pro-formazitting in september wordt besproken hoe het onderzoek ervoor staat. De zaak van Richard O., de echtgenoot van Roberts M., wordt eerst behandeld. O. is een gedrongen, onopvallende verschijning die tijdens de zitting strak voor zich uit blijft kijken. Hij gaf Roberts M. altijd plastic zakjes met glijmiddel mee als die op pad ging naar zijn slachtoffertjes. O. wordt beschuldigd van medeplichtigheid. Na een korte schorsing komt Roberts M. de rechtszaal binnen, gekleed in een zwart capuchonvest met smalle, rode streepjes. Zijn gezicht is bleek en uitdrukkingsloos, als hij gaat zitten schudt zijn raadsman hem de hand. In de drie kwartier die volgen, fluisteren ze af en toe met elkaar.

Stuitend

De aanwezige journalisten vinden de details van de zaak zo stuitend dat ze zich tot nu toe terughoudend hebben opgesteld in het publiceren ervan. Ze vragen zich wel af hoelang ze die discretie kunnen volhouden: wanneer zal hun hoofdredactie hun vragen om hun gereserveerdheid te laten varen?

Rechter Frans Bauduin legt die ochtend uit waarom er naast de camera van de rechtbank met zijn instemming ook een NCRV-ploeg aan het filmen is. Zij volgen de verdedigers van Roberts M. en daar heeft de rechtbank mee ingestemd. Korver beent verontwaardigd naar de microfoon om namens de ouders bezwaar te maken tegen de filmopnames. ‘Pas gisteren kreeg ik een telefoontje van de rechtbank, maar toen was de beslissing al genomen. De ouders zijn bang dat deze aandacht voor Roberts M. binnen de pedowereld averechts zal werken. Ze vrezen dat Roberts M. door zo’n film een cultstatus krijgt.’

Aan de toon waarop de rechter antwoordt, merk je dat hij vertrouwen wil wekken – ík bepaal wanneer de camera’s draaien – maar dat vertrouwen is Korver op dit punt al kwijt. De NCRV staat tenslotte al met camera en al midden in de rechtszaal.

Het Journaal, Nieuwsuur en andere televisieprogramma’s hebben ook verontwaardigd gereageerd: zíj moeten gebruikmaken van het beeldmateriaal dat de rechtbank ter beschikking stelt. Dit is rechtsongelijkheid.

Later zal een van de documentairemakers in NRC Handelsblad zeggen dat ze de angst van de ouders misplaatst vindt. Dat valt niet goed bij Korver. Op zijn kantoor legt hij uit waarom. ‘Die uitlating van de documentairemaker vind ik onbehoorlijk. De bewering dat de angst van mijn cliënten misplaatst is, zie ik als een grote miskenning van hun beoordelingsvermogen.’

Rare angsten

Vorige week besloot de rechtbank wat Korver zo graag wilde, namelijk dat de NCRV geen filmopnamen meer mag maken in de rechtbank. Niet vanwege de bezwaren van de ouders, maar door de onrust die bij andere media is ontstaan. Korver blijft zich tegen de documentaire verzetten.

De makers van de film zeggen dat ze de advocaten van het kantoor Anker volgen, de ouders hoeven zich geen zorgen te maken.

‘Dat is niet zo, ze volgen de zaak Roberts M. Ze maakten eerder een film over het kantoor van de broers Anker. Ik kan ze niet verbieden een film te maken. Maar ik kan wel mijn grote verontrusting uitspreken. Mijn cliënten willen op geen enkele manier met Roberts M. worden geconfronteerd en die wens mogen ze op alle manieren kenbaar maken. De filmmakers moeten het fair spelen. Als ze hadden gezegd: we begrijpen dat het vervelend is voor de ouders, maar wij hebben een andere afweging gemaakt, was dat beter geweest. Nu zetten ze mijn cliënten weg als domme mensen met rare angsten.’

Wat vindt u zelf?

‘Ik vind het getuigen van slechte smaak. Ze zeggen dat ze de film pas zullen uitzenden als de rechtszaak voorbij is. Hij is aangemeld voor het IDFA documentairefestival van volgend jaar. Maar het ligt zeer voor de hand dat er een hoger beroep komt en dat zal pas na 2012 zijn. Waar ik me over opwind, is dat de verdediging is gevraagd of zij gefilmd wilde worden, het Openbaar Ministerie heeft zich erover uitgelaten, maar aan mij is het niet voorgelegd.’

Omdat u toch niet helemaal meetelt?

‘Precies, dat wordt schrijnend duidelijk op dat soort kleine momenten.’

Stoornis

Richard Korver houdt kantoor aan een van de Amsterdamse grachten. In zijn kamer een grote antieke open haard en lederen fauteuils. In de boekenkast staan flessen sterke drank, achter zijn bureau een kleine ijskast met daarop een koffiezetapparaat.

Sinds bekend werd dat hij de ouders vertegenwoordigt in de zaak-Roberts M. wil de pers voortdurend met hem praten. Hij is al bijna een Bekende Nederlander, maar toch probeert hij zo secuur en zuinig mogelijk naar buiten te treden. Dat verwachten zijn cliënten van hem.

Tijdens de regiezitting volgende week moet worden bepaald hoe de zaak straks inhoudelijk wordt behandeld: moeten alle zevenenzestig zaken worden besproken, of wordt er een selectie gemaakt? Ook al heeft Korver ervoor gezorgd dat de zaken niet onder naam maar onder nummer zullen worden behandeld, toch willen niet alle ouders dat hetgeen hun kind is overkomen punt voor punt wordt doorgenomen. Dat vooruitzicht vinden ze te pijnlijk en te confronterend.

De afgelopen weken heeft Roberts M. in het Pieter Baan Centrum doorgebracht, waar deskundigen zijn psyche en zijn leven hebben geprobeerd te observeren en te beschrijven. Er is met familieleden, vroegere vrienden en leraren gesproken. Het zou Korver niet verbazen wanneer rapporteurs van het Pieter Baan Centrum ook naar Riga zijn afgereisd, de hoofdstad van Letland waar Roberts M. opgroeide.

Het rapport mogen de ouders niet lezen. Ten onrechte, vindt Korver. ‘Daar hebben ze naar mijn idee recht op. Dat de privacy van Roberts M. op die manier zou worden geschonden, vind ik geen afdoende argument. We hebben te maken met iemand die de privacy van de meest kwetsbaren in grove mate heeft geschonden en dat niet alleen op film heeft vastgelegd maar ook over de hele wereld heeft verspreid. Je kunt je afvragen of je daarmee niet je eigen recht op privacy opgeeft. De officier van justitie en advocaat Anker schreeuwden moord en brand toen ik mijn verzoek deed. De rechtbank zal terughoudend zijn, maar tot mijn grote vreugde hebben ze niet meteen gezegd: u krijgt dat rapport niet.

Een deel van mijn cliënten wil dat rapport lezen om te begrijpen hoe deze man tot zijn daden is gekomen. Ze willen weten wie hij is, om welke reden hij uit Riga is weggegaan en waarom hij in Nederland terechtkwam. Ze zijn heel benieuwd of hij een duidelijke, benoembare stoornis heeft. Dat kan belangrijk zijn om te weten voor het geval hun kind later in de problemen komt. Voor zover ik weet wilde Roberts M. niet meewerken aan het onderzoek, maar dat wil niet zeggen dat hij niet geobserveerd is. Zijn partner was ook in het Pieter Baan Centrum toen hij daar zat. Ze zijn elkaar dus tegengekomen en daar zal over worden gerapporteerd. Roberts M. is in het verleden al eens onderzocht, in Duitsland, ook na een zedenkwestie. Justitie in Duitsland heeft van die gegevens gebruikgemaakt in hun strafzaak. Eerdere psychiatrische rapportages die erop wijzen dat Roberts M. een psychiatrische stoornis heeft, kunnen helpen bij het opleggen van tbs. Die maatregel geeft de grootste garantie dat de man heel lang gevangen zal blijven, iets waar de ouders vanzelfsprekend op hopen.’

Houden de ouders er rekening mee dat hij nog vrijkomt?

‘De voorzitter van deze rechtbank heeft eerder een andere spraakmakende zaak gedaan. Bij Volkert van der G. dacht iedereen dat hij levenslang zou krijgen en dat gebeurde niet.

Bauduin is een goede rechter en een genuanceerd man. Hij zal geen tbs opleggen omdat het volk dat wil. Hij zal dat alleen doen op basis van de bevindingen van deskundigen.

Een aantal ouders wil heel precies weten wat Roberts M. mankeert. Ze zijn bang dat hun kind zich in de toekomst seksueel of anderszins niet goed zal ontwikkelen. Als hun angst bewaarheid wordt, willen ze de gegevens over Roberts M. aan een therapeut kunnen geven.’

Wat heeft een therapeut eraan om dat allemaal te weten?

‘Het maakt denk ik uit of het misbruik om puur commerciële redenen gebeurde of alleen voor zijn eigen bevrediging. Deed het hem genoegen om anderen pijn te doen? Er zijn nuances die mogelijk de behandeling van het slachtoffer anders maakt.

Als je de gemiddelde therapeut vraagt of het uitmaakt of er een sadist bezig is geweest of iemand die meteen ophield bij het minste teken van pijn, dan denk ik dat je te horen krijgt dat dat zeker een verschil maakt.’

Hebt u de beelden gezien?

‘Nee, misschien komt dat nog. De politie raadt de ouders af om de beelden van het misbruik te bekijken, dat is iets wat je je hele leven bijblijft en het zou hun relatie met hun kind kunnen verstoren. Er zijn ouders die mij in hun plaats willen sturen omdat ze de politierapportage niet helemaal vertrouwen.’

Hebben de ouders nog meer eisen?

‘Sommige ouders willen heel graag spreken in de rechtbank. Maar Anker wil dat niet. In de wet staat dat het kind mag spreken als het tenminste twaalf jaar is. Maar in de wet staat ook dat iemand die direct nadeel ondervindt van enig misdrijf slachtoffer is. Daarmee is de ouder ook slachtoffer. In het internationaal verdrag van de rechten van het kind staat bovendien dat een kind moet kunnen participeren in een procedure die over zijn of haar belangen gaan.

Ik verwacht minstens een uur nodig te hebben om al mijn argumenten op tafel te kunnen leggen. Ik wil niet dat mijn verzoek wordt afgewezen omdat het onvoldoende is onderbouwd.’

Een extra tafel

Korver noemt het Nederlands rechtssysteem ‘old school’ waar het gaat om de behandeling van slachtoffers. Er wordt veel te weinig rekening met ze gehouden, vindt hij. Dat de ouders in deze zaak mogelijk geen spreekrecht hebben, is daarvan een goed voorbeeld. Overigens vindt hij Bauduin, voorzitter van deze rechtbank, wél behoorlijk bij de tijd. Behalve met het incident rond de filmploeg houdt hij telkens rekening met Korver. Hij heeft voor in de zaal, op dezelfde hoogte als de advocaten van Roberts M., een extra tafel laten neerzetten waar Korver kan zitten. Zo krijgt de aanwezigheid van de advocaat van de ouders ook iets formeels.

Maar het hele strafdossier van Roberts M. krijgt Richard Korver niet te zien. Slachtoffers zijn nu eenmaal geen partij in een strafzaak.

Stel dat Korver zijn zin krijgt en de ouders het woord voeren, dan moet worden bedacht hoe. Ze willen namelijk onherkenbaar blijven. Een mogelijkheid zou zijn, zegt Korver, om de getuigenbox te gebruiken waar de kroongetuige in het liquidatieproces, Peter La Serpe, zijn dagen in doorbracht.

Korver ziet het als zijn missie om benadeelden een betere positie te bezorgen in het strafproces. ‘Deze week trad ik op voor een slachtoffer in een andere zedenzaak. Ik mocht alleen vooraan aan een tafel zitten als ik mijn cliënt naar de publieke tribune zou sturen. Omdat ik dat niet wilde, eindigden we daar samen. Als ik de voorzitter van de Raad voor de rechtspraak of het College van procureurs-generaal vertel dat ik elke keer weer op de tribune wordt gezet, zeggen ze: welnee meneer Korver, dat gebeurt niet. Maar het gebeurt wél, elke week. Veel rechters vinden het lastig en verwarrend: een slachtoffer in de zaal en dan ook nog samen met zijn advocaat. Zittingen draaien om de verdachte terwijl het ook hoort te gaan over de schade, het leed dat iemand heeft aangericht. Je kunt in het huidige tijdsgewricht niet volhouden dat het slachtoffer buiten de rechtszaal moet blijven.’

Hoezo in het huidige tijdsgewricht?

‘Dertig jaar geleden had het slachtoffer geen enkele positie in strafrecht. In de jaren zestig en zeventig was het strafrecht gericht op de verdachte en zijn resocialisatie. Pas sinds kort worden er ook studies gemaakt van slachtoffers. Als je iets verschrikkelijks hebt meegemaakt, krijg je het gevoel dat je de controle over je leven bent kwijtgeraakt. Dat geldt zeker voor een zedenmisdrijf.’

Dat zag je ook in deze zaak, vertelt Korver. Toen de zaak losbarstte, gingen politieagenten langs de ouders om hun het slechte nieuws te vertellen. Ze vroegen meteen of ze alsjeblieft aangifte wilden doen. ‘Natuurlijk zeg je dan ja, want je kind is iets vreselijks aangedaan. Hun werd niet verteld wat de gevolgen zijn van het doen van aangifte. Dat je hele hebben en houden in een dossier komt, dat je je aangifte niet kunt terugtrekken. Sommigen hadden er later spijt van.’

De les die psychiaters en psychologen Korver hebben geleerd, is dat slachtoffers van een zedenmisdrijf hun zelfvertrouwen moeten hervinden. Als je ze het gevoel geeft dat hun stem tijdens een zitting meetelt, kan ze dat helpen.

Gruwelijke details

Tijdens de regiezitting op 25 november zal Korver de rechtbank vragen delen van het proces achter gesloten deuren te voeren. ‘Het gaat ook hier weer om de privacy van de kinderen, die moet zo veel mogelijk gewaarborgd zijn. Misschien dat de delen die gaan over de kinderen die op ’t Hofnarretje zijn misbruikt openbaar kunnen blijven. Die plek is tenslotte bekend. Maar als er wordt gesproken over de keren dat Roberts M. thuis kwam oppassen en er bijvoorbeeld wordt gezegd dat hij naar Amsterdam-Noord reed, of naar de Pijp, wordt het al anders. Ik vraag me af of de advocaat van Roberts M. bezwaar tegen mijn verzoek zal hebben. Misschien zit hij er ook niet op te wachten dat al die gruwelijke details openbaar worden.’

Korver is er nog niet uit of hij de gemeente Amsterdam aansprakelijk gaat stellen. Er waren al in 2006 en in 2008 meldingen over misbruik bij ’t Hofnarretje binnengekomen bij de GGD, maar met die aanwijzingen is toen niets gedaan. ‘Sommige ouders willen om die reden ook de politie aansprakelijk stellen.’

Hoe gaat het eigenlijk met ze?

‘Redelijk wel, ze worden goed begeleid als ze daar behoefte aan hebben.’

Waarom zou u namens de ouders een schadeclaim indienen? Geld heeft Roberts M. waarschijnlijk niet en zo blijven de ouders ermee bezig.

‘Het strafrecht kent ook vergelding. Eerst voelden ouders weinig voor zo’n civiele procedure, maar inmiddels willen ze dat Roberts M. zo lang mogelijk voor zijn daden zal boeten. Ze hebben zelf ook schade geleden. Vergeet niet, er waren ouders die vanwege deze zaak in de ziektewet terecht kwamen. Maar hoe je de schade voor het kind moet becijferen, daar ben ik nog niet over uitgedacht. Anker zal mogelijk keihard verweer voeren en zeggen dat een baby van vier maanden zich later niets van het misbruik zal herinneren.’

Zo’n conversatie in de rechtszaal zal voor de ouders niet prettig zijn.

‘Nee, Tjalling van der Goot van het verdedigingsteam zei bij Pauw & Witteman dat wat Roberts M. had gedaan volgens het wetboek geen verkrachting heet, maar seksueel binnendringen. Juist omdat de kinderen zo klein waren, wordt het wettelijk geen verkrachting genoemd. Dat was voor ouders pijnlijk om te horen. Burgemeester Van der Laan zei toen de zaak net begon dat er een monster door Amsterdam was getrokken. Toen vroeg ik me af of die opmerking wel handig was. Inmiddels denk ik dat zijn opmerking heel adequaat was. Roberts M. was geobsedeerd door seks met kleine kinderen, hij was met niets anders bezig. Veel ouders hopen dat de deskundigen een flinke storing bij Roberts M. vinden zodat hij tot in lengte van dagen achter slot en grendel kan blijven.’

Victimologie

Vroeger was er weinig belangstelling voor het slachtoffer van een misdrijf. De dader hoefde zich niet te verantwoorden tegenover de gedupeerde. Hij kreeg zijn straf en mocht zich in de gevangenis richten op zijn terugkeer in de maatschappij. Het slachtoffer moest zelf maar zien hoe hij er weer bovenop kwam.

Criminologen die in de jaren zeventig zeiden dat de dader eigenlijk een slachtoffer was – van de druk van de maatschappij, zijn jeugd of andere akelige omstandigheden – waren in de mode. Niet de mens, maar het systeem moest worden veranderd.

In 1974 onderzocht Jan van Dijk in het Arnhemse Spijkerkwartier de gevolgen van geweldsmisdrijven. Dat promotieonderzoek deed hem beseffen hoe groot de impact van lichamelijk geweld was. Hij vond dat slachtoffers een betere positie in het strafproces moesten krijgen, maar politiek gezien had hij in die tijd de wind niet mee.

De scheve verhouding tussen dader en slachtoffer liet hem niet los en Van Dijk richtte in 1974 Slachtofferhulp op, een organisatie die tot op de dag van vandaag slachtoffers met raad en daad terzijde staat. Inmiddels is Van Dijk als hoogleraar verbonden aan het Instituut voor Victimologie (Intervict) in Tilburg, dat zich uitsluitend met het onderzoek naar slachtoffers bezighoudt.

De afgelopen dertig jaar kwam er steeds meer oog voor de gevolgen van ernstige misdrijven, al hebben slachtoffers in de ogen van Van Dijk nog steeds onvoldoende rechten. Dat de rechtbank Amsterdam akkoord ging met de wens van de ouders in de zaak-Roberts M. om anoniem te blijven, is volgens de wet een gunst en geen recht. Met andere rechters had die beslissing net zo goed anders kunnen uitpakken. Raar en onnodig, vindt Van Dijk: ‘Waarom zouden we de personalia van die peuters moeten weten? Dat over zoiets moet worden gevochten, toont de onbalans.’

Advocaat Anker, die Roberts M. verdedigt, kan als hij zou willen dit besluit zo onderuithalen. ‘Door te zeggen dat het niet in de wet staat en dat op deze manier geen eerlijk proces mogelijk is. Ons recht is gebaseerd op het Angelsaksisch model. Het idee is dat je degene die je beschuldigt in de ogen moet kunnen kijken. In dit geval is dat een peuter, belachelijk.’

Van Dijk wil al jaren dat het slachtoffer en zijn/haar advocaat niet alleen een eigen plaats in de rechtszaal heeft, maar ook een eigen wachtkamer. ‘In het proces tegen de terroristen die een aanslag pleegden op een trein in Madrid ging de familie van de daders op de vuist met de slachtoffers. In sharialanden is het beter geregeld, daar zijn woorden als wraak en vergelding helemaal niet taboe. Ons rechtssysteem is typisch christelijk en daarom vooral gericht op vergeving en verzoening.’

Dat slachtoffers een favoriet onderwerp zouden worden bij rechtse populisten, had Van Dijk dertig jaar geleden niet kunnen bedenken. ‘Wraak moet niet de overhand krijgen, maar feit is dat er eindelijk iets gebeurt. Toen Boris Dittrich in 2004 een initiatiefwet indiende om slachtoffers spreekrecht te geven, was het establishment tegen. Juristen waren bang voor toestanden en hevige emoties. Het spreekrecht is daarom ingeperkt tot tien minuten. In die tijd moet het gaan over de betekenis van het misdrijf voor het slachtoffer. Over de dader mag het slachtoffer zich volgens de wet niet uitlaten.’ Staatssecretaris Fred Teeven diende onlangs een wetsontwerp in om ouders van minderjarigen spreekrecht te geven, zodat situaties zoals nu bij Roberts M. niet meer voor kunnen komen. Teeven wil ook de zogenaamde slachtoffertax invoeren. Die komt erop neer dat iedere dader in de toekomst tien euro ten behoeve van slachtoffers moet betalen. Dat geld komt dan in de pot van Slachtofferhulp.

Wat Korver doet is het marginaal oprekken van de rechtspositie van het slachtoffer. Heel belangrijk, vindt Van Dijk, want ons rechtssysteem is veel te dadergericht. Hij zou willen dat meer advocaten zich voor de benadeelde partij zouden inzetten. Tot nog toe was die rol vooral weggelegd voor advocaten die slachtoffers van vrouwenhandel of seksueel geweld bijstonden.

In Duitsland hebben benadeelden wel volledig spreekrecht. Een mooi voorbeeld daarvan was het optreden van de Nederlandse medeaanklagers in het proces tegen de Oekraïense oorlogsmisdadiger John Demjanjuk, medeplichtig aan het vermoorden van duizenden Joden in het Poolse concentratiekamp Sobibor. De overlevenden en nabestaanden mochten allemaal hun verhaal en dat van hun vermoorde ouders doen. En stuk voor stuk vinden ze dat ze er beter zijn uitgekomen.

Slachtoffers moeten we vooral niet zien als weerloze zieligerds, zegt Van Dijk. Door ze een volwaardige positie in het strafproces te geven, voelen ze zich serieus genomen. De ervaring leert dat slachtoffers die tijdens het strafproces een duidelijke rol hebben, er moreel sterker uitkomen. Hun zelfvertrouwen groeit en ze krijgen weer grip op hun leven.