‘Mijn droom was om leraar Engels te worden,’ vertelt de 30-jarige Ismail Alabdullah per telefoon vanaf het platteland in Noord-Syrië. In plaats daarvan werd hij vijfenhalf jaar geleden reddingswerker bij de Syria Civil Defence, dat ook wel bekend staat als de White Helmets. Zijn stem klinkt mat en hapert af en toe. In de nacht van vrijdag 10 augustus was hij urenlang in touw om slachtoffers van een bombardement bij de plaats Urem Al-Kubra ten westen van Aleppo uit het puin te halen. Volgens het Syrian Observatory for Human Rights kwamen 22 burgers om het leven. Op twee andere plaatsen in de omgeving vielen bij luchtaanvallen 12 doden. Op Alabdullahs twitteraccount met beelden van een kindje dat na de luchtaanval tevoorschijn wordt getild staat het motto van de White Helmets: ‘To save one life is to save all of humanity.’
https://twitter.com/ismailSCD/status/1028374513464041474
Eerder die week dwarrelden boven verschillende plaatsen in Noord-Syrië pamfletten uit legerhelikopters naar beneden. De boodschap: de oorlog nadert zijn einde en het is tijd voor verzoening, net als in andere delen van het land. Alabdullah en andere bewoners lazen er een heel wat omineuzere boodschap in: de voorbode van een militair offensief. Op internet circuleerden beelden van militaire konvooien met zware artillerie die oprukten naar Idlib.
De provincie Idlib en het aangrenzende gebied is de laatste grote enclave die nog onder controle van een mengeling aan gewapende oppositiegroepen staat. Er bevinden zich talloze activisten die zich verzetten tegen het bewind. Van de naar schatting 2,5 tot 3,5 miljoen bewoners van Idlib bestaat ongeveer de helft uit ontheemden die de afgelopen jaren vanuit andere delen van Syrië gevlucht of gedeporteerd zijn.
Voor de protesten tegen het bewind van Assad begonnen, was Idlib een traditionele plattelandsprovincie waar de meeste jongeren met ambities hun toekomst in Damascus of Aleppo zagen. In de jaren die vooraf gingen aan de demonstraties, hadden de oogsten zwaar te lijden onder de droogte en raakten boeren in geldnood. Nadat andere delen van Syrië in 2011 in opstand kwamen tegen de armoede en onderdrukking, sloeg ook in Idlib de vlam in de pan.
Al snel wonnen gewapende groepen aan invloed. De protesten, die aanvankelijk voor het overgrote deel vreedzaam waren, ontaardden in een burgeroorlog waarin ook regionale en internationale spelers zich mengden.
Civiele initiatieven
Een beeld van Syrië als een oord van gruwel en vernietiging, met IS-barbaren die hun slachtoffers voor de camera onthoofdden, domineerde vervolgens de media. Het was echter slechts een deel van het verhaal. In werkelijkheid was het speelveld lange tijd kleurrijker en hoopvoller dan het op afstand leek.
Toen gewapende groepen de controle in de provincie Idlib en omgeving kregen, waren ook daar nog altijd plaatsen waar allerlei professionals en activisten zich inzetten om de samenleving draaiende te houden nadat het staatsapparaat verdwenen was. Lokale raden vormden een nieuw bestuur. Al ontbrak het daar evenmin aan voorbeelden van machtsmisbruik, corruptie of religieus conservatisme. Verschillende civiele initiatieven voor onderwijs, gezondheidszorg en media bleven op de been, vaak dankzij persoonlijke relaties met rebellen die uit het gebied afkomstig waren.
Maar hun bewegingsvrijheid kromp de afgelopen jaren. In het scala aan rebellengroepen met wisselende allianties die ook regelmatig met elkaar slaags raken, kregen warlords en extremisten de overhand. Jabhat Fateh al-Sham (voorheen Jabhat al-Nusra, de lokale tak van Al Qaida voordat het zich afsplitste) ontpopte zich tot de machtigste militaire speler in de provincie, mede dankzij duizenden buitenlandse strijders.
Begin 2015 was de stad Idlib de eerste grote plaats die geheel onder controle van rebellengroepen kwam. Activisten kregen er naast IS en het regime van Assad een vijand bij. Inmiddels maakt Jabhat Fateh al-Sham met vier andere groepen deel uit van Hayat Tahrir al-Sham (HTS). Ook HTS aarzelt niet om burgers die hen bekritiseren zwaar te vervolgen. En hoewel het overgrote deel van de burgerdoden in deze oorlog voor rekening van het regime komt, hebben ook de rebellengroepen burgerslachtoffers op hun geweten omdat zij woonwijken onder vuur nemen.
‘We wachten af’
Het militaire tij keerde weer ten gunste van het regime toen Rusland in september 2015 luchtsteun begon te geven met gevechtsvliegtuigen die soms honderd missies per dag uitvoerden.
In mei 2017 werden in onderhandelingen tussen Turkije, Rusland en Iran de gebieden Oost-Ghouta, het zuidwesten van Syrië, Homs en Idlib tot deëscalatie-zones verklaard. De afspraken pakten in de praktijk ongunstiger uit. Ze gaven het regime, dat zijn troepen over verschillende frontlinies had moeten verdelen, de gelegenheid tot hergroeperen. De zones werden regelmatig aangevallen, en inmiddels is Idlib de enige van deze vier gebieden die nog niet onder controle van de regering van president Assad valt.
‘We wachten af,’ verwoordt Alabdullah zijn gedachten over de ongewisse toekomst. Internationaal werd de afgelopen weken druk overlegd over het lot van Idlib en nog steeds gaat de krachtmeting tussen de spelers door. Eerder dit jaar kwamen er met toestemming van Iran en Rusland twaalf Turkse observatieposten in Idlib. Ongeveer duizend Turkse militairen zijn in de provincie gestationeerd. Turkije heeft al ruim 3,5 miljoen vluchtelingen opgenomen en houdt de grenzen sinds 2015 gesloten voor nieuwkomers. De aanwezigheid van het Turkse leger is mede bedoeld om een nieuwe stroom ontheemden in het grensgebied te voorkomen.
Voor president Bashar al-Assad zou de inname van Idlib een begeerde overwinning zijn.
Turkije heeft een aanval op Idlib de ‘rode lijn’ genoemd, maar het is onduidelijk wat die woorden zullen betekenen als het er op aankomt. De Turkse minister van Buitenlandse Zaken Mevlüt Cavusoglu verklaarde afgelopen week dat hij tijdens zijn ontmoeting met zijn Russische collega Sergei Lavrov een oplossing voor de regio Idlib hoopt te vinden. Rusland geeft gemengde signalen af. De Russische gezant voor Syrië liet begin augustus weten dat van een grootschalige operatie geen sprake zal zijn, maar de Russische minister van Buitenlandse Zaken zei dat het nodig is de terroristen in het gebied de definitieve klap toe te brengen.
Het Syrische leger heeft het volste recht om zich te verdedigen tegen militante aanvallen in Idlib en Rusland steunt dergelijke operaties, verklaarde Lavrov afgelopen dinsdag opnieuw. Die woorden zijn ook bedoeld om de eis aan Turkije om extremistische groepen aan te pakken kracht bij te zetten. Voor president Bashar al-Assad zou de inname van Idlib een begeerde overwinning zijn. Volgens lokale en Russische media heeft hij twee weken geleden nog laten weten dat het veroveren van Idlib een militaire prioriteit is.
Volgens Human Rights Watch-directeur Kenneth Roth heeft Rusland geopperd het offensief tegen Idlib te staken als Westerse landen met steun voor de wederopbouw van Syrië komen. Die route komt sowieso steeds meer in het vizier. Het Nederlandse Rode Kruis opende al een gironummer om terugkerende Syriërs te assisteren. Onomstreden zijn dergelijke plannen niet, omdat buitenlandse hulporganisaties onder de Syrische regering niet onafhankelijk en transparant kunnen werken.
Nederlandse steun
Toen eind juli de deëscalatie-zone in Zuid-Syrië werd ingenomen, werd een deel van Alabdullahs collega’s en hun families, ruim 400 in totaal, met behulp van buurland Israël naar Jordanië gebracht. Daar wachten ze vooralsnog op asiel elders. Het ministerie van Veiligheid en Justitie meldt dat Nederland net als enkele enkele andere landen de mogelijkheid onderzoekt om een beperkt aantal reddingswerkers via de Vluchtelingenorganisatie UNHCR op te nemen op voorwaarde dat aan identificatie, registratie en (veiligheids-)screening wordt voldaan. Enkele van deze reddingswerkers maakten zich schuldig aan mishandeling en het verminken van lichamen of hadden persoonlijke banden met extremisten. Volgens de organisatie zijn zij ontslagen.
Nederland steunt de White Helmets al sinds eind 2014 met enkele miljoenen. De Syria Civil Defence, een humanitaire organisatie die met toestemming van de gewapende oppositie reddingswerk verricht, documenteert dankzij de camera’s op hun helmen ook oorlogsmisdaden. Het maakt hen tot een extra doelwit van Syrische en Russische aanvallen. Tientallen reddingswerkers werden gedood doordat gebombardeerde lokaties een tweede keer werden geraakt.
Terwijl het schaakspel over het lot van Idlib en omgeving voortduurt, voelt het voor Alabdullah als een déjà vu. Hij denkt aan zijn leven onder de bommen in Oost-Aleppo en zijn gedwongen vertrek naar het platteland toen in december 2016 na een wekenlange belegering de troepen van Assad binnen trokken. Bewoners lieten afscheidsberichten achter op de restanten van hun huizen. Melancholieke woorden van de overleden Syrische dichter Nizar Qabbani over een vertrek dat als een deportatie voelde: ‘Heb mij lief, weg van het land van verdriet en onderdrukking, weg van onze stad die vol dood is.’ Of strijdlustiger berichten als: ‘We zullen terug keren, Aleppo.’ Zelf postte hij op zijn account: ‘I will always remember you, #Aleppo, with silent tears.’
Maar al komt de situatie hem akelig bekend voor, het scenario is ook uitzichtlozer dan anderhalf jaar geleden. ‘We kunnen straks nergens meer heen,’ zegt hij. Verder wil hij nog niet denken. De komende tijd moet blijken of door nieuwe besprekingen tussen onder andere tussen Rusland, Turkije, Frankrijk en Duitsland bloedvergieten in en rond Idlib te voorkomen valt. Al te hoopvol durft hij niet te zijn. Zijn wens om leraar Engels te worden heeft zich verruild voor een urgentere: ‘Het is mijn droom dit te overleven, met mijn vrouw en ons twee maanden oude dochtertje Leah.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.