Freke Vuijst, onze correspondent in Amerika, liep zaterdag mee met de Women’s March in Washington D.C.. Dit is haar verslag: ‘We voelden ons één, ook al liepen we achter spandoeken en borden met hele verschillende teksten.’
We waren goed voorbereid. We waren zes vrouwen – drie dertigers, drie zestigers – reizend van Massachusetts naar Washington D.C. voor de Women’s March. De jongere generatie had de trip georganiseerd: de grote auto, het hotel in Rockville, Maryland, het beginpunt van de rode metrolijn naar D.C.. We hadden spandoeken gemaakt, en plastic tasjes bij ons met sandwiches, energierepen en flessen water. We hadden zelfs onze metrokaarten de avond voor de demonstratie al gekocht. Toen we ’s ochtends vroeg bij het metrostation arriveerden, realiseerden we ons dat deze demonstratie wel eens veel groter kon zijn dan verwacht. De rij voor het station was eindeloos. De organisatoren hadden op 250.000 mensen gerekend. Het bleken er een half miljoen te zijn (3,7 miljoen Amerikanen in meer dan 500 steden demonstreerden afgelopen zaterdag).
Cea, de ongeduldige in onze groep, was al aan het bellen met een taxibedrijf, toen een jonge zwarte vrouw naast ons waarschuwde dat de toegangswegen naar D.C. verstopt zaten. ‘Wacht maar,’ stelde ze ons gerust, ‘het gaat snel’. Ze had gelijk, want demonstranten in bezit van een metrokaart kregen voorrang. ‘Follow me, Massachusetts’ riep de vrouw naar onze groep, en we renden achter haar aan naar de voorste wagon, waar we opgelucht en dankbaar op een bank ploften.
‘Follow me, Massachusetts’ riep ze naar onze groep.
We waren beleefd
Eenmaal in DC bleek het internet zo overbelast dat we vriendinnen met wie we hadden afgesproken niet konden bereiken. Bij het podium waar de rally plaatsvond en celebrities zoals Madonna, Ashley Judd en Michael Moore de menigte toespraken, kwamen we niet in de buurt. In plaats daarvan schuifelden we doelloos rond, mee met de menigte. Het deed er niet toe. We scandeerden slogans. ‘Show us what democracy looks like!’ riep een zwarte man met een enorme basstem. ‘This is what democracy looks like!’ antwoordden we.
We zongen ‘We shall overcome’ en ‘This land is my land’. We wezen elkaar op geestige borden, kleine kinderen, oude vrouwen in rolstoelen, mannen – heel veel mannen – met roze pussy hats op. We waren, zoals iedereen, beleefd. We lachten veel naar elkaar en naar totale vreemden. We spraken vrouwen en mannen uit Ohio, Wisconsin en Pennsylvania. We stonden heel lang stil, omdat we geen kant op konden, te midden van Amerikanen van alle leeftijden en alle kleuren. We voelden ons één, ook al liepen we achter spandoeken en borden met hele verschillende teksten. We waren op dat moment allemaal immigrant, man, vrouw, LGBT, klimaatactivist, pleiter voor hogere minimumlonen, voor vrouwenrechten, voor mensenrechten, voor Black Lives Matter. We waren allemaal vóór waar Donald Trump tegen is.
Geen sprint, een marathon
Toen we terugliepen naar de metro, kwamen we langs het Trump-hotel. Ik maakte een foto van dochter Samara met haar bord: Not my president. We stonden tegen elkaar gepropt in de trein. Niemand klaagde, iedereen lachte om de geestige opmerkingen van onze treinbestuurder, wiens taak het was om de deuren van de trein te sluiten.
In de auto op weg naar huis spraken we over wat we nu gaan doen. ‘Dit is geen sprint, het is een marathon,’ stond er op een spandoek. Terecht. We zijn ons daarvan bewust. Sceptische journalisten schrijven nu al dat de oppositie zal doodbloeden, of uiteen zal vallen in sektarisch gebekvecht. Dat een beweging zonder leiders geen toekomst heeft en massademonstraties per definitie zinloos zijn.
We waren allemaal vóór dat waar Donald Trump tegen is.
Voor ons, de zes vrouwen in de auto en ongetwijfeld voor honderdduizenden andere vrouwen en mannen, klinkt dat op dit moment als heiligschennis. We zijn nog vol van de energie, de passie, de saamhorigheid, de belofte ook, van zoveel mensen tezamen op één plek. Annie zegt dat ze, zo nodig elke dag, Congresleden in Washington zal bellen. Cea gaat zich aanmelden bij de organisatie die een nieuwe groep Syrische vluchtelingen opvangt. Samara heeft zich al aangemeld bij een organisatie die mentors koppelt aan immigranten en laagopgeleiden die hulp nodig hebben met taalvaardigheid. Ik wil me aanmelden bij een lokale organisatie die zich inzet voor gedetineerden en werkt aan hervorming van de schandelijke penitentiaire massa-opsluiting. Zo hebben we allemaal onze eigen expertise die we willen gebruiken om de gaten te dichten die de regering-Trump zal slaan in het toch al gebrekkige sociale vangnet.
Op zondag mailt Samara dat ze de hele ochtend hardop chant: ‘Show me what democracy looks like! This is what democracy looks like!’ Haar dochter, mijn kleinkind, kent het inmiddels uit haar hoofd. ‘This is what democracy looks like’, zingt Eliana voor haar knuffels. ‘Bij de volgende demonstratie nemen we de knuffels mee’, mail ik terug.

Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.