Marjolijn Februari (1963) promoveerde in de filosofie. Ze is schrijver, essayist, jurist, moraalfilosoof, lid van adviescollege Degas ter bevordering van veiligheid in de burgerluchtvaart en columnist van ‘de Volkskrant’. Recentelijk verscheen haar roman ‘De literaire kring’.
‘Het recht is een prachtig exact systeem. Het is jammer dat er een odium omheen hangt dat het een onnozel vakgebied zou zijn, want het is een doortimmerd en doordacht geheel. Ik ben geen praktijkjurist, maar doe aan reflectie op juridische kwesties en beginselen. Dat is belangrijk en nodig, want het valt mij op dat er vaak wordt geargumenteerd op grond van onkunde van het rechtelijk systeem. Zo ook over vrijheid van meningsuiting. Veel mensen hebben verkeerde ideeën over wat grondrechten zijn. Belediging gaan ze daarom te lijf met argumenten uit de grondwet. Maar kwesties tussen burgers los je op met civiel recht, of, desnoods, als het uit de hand loopt, met strafrecht. De grondwet gaat allereerst over de verhouding tussen burger en staat. De staat heeft macht, maar die macht is niet onbeperkt: ze is gebonden aan de wet, dat is de kernboodschap van de grondwet. De grondwet geeft burgers recht tegenover de macht. Deze wetgeving is dus niet direct toe te passen op bijvoorbeeld een beledigende passage in een roman. Dan is iemand privé beledigd, dat is vooral een civiele zaak. Het is de taak van filosofen om voortdurend dit soort dingen uit te leggen, analyses en begripsanalyses te maken.
Discussie is “in”, de laatste tijd, maar je moet goed opletten dat je precies weet waar je het over hebt. Zo werd er laatst bij de verjaardag van de herziene Grondwet een enquête gehouden met de vraag: wat vind je ervan dat de rechter de wet niet aan de grondwet mag toetsen? Als je dat mensen voorlegt, zeggen ze allemaal: wat raar, dat zou wel mogelijk moeten zijn. Maar als je uitlegt dat het volk, vertegenwoordigd door het parlement, deel uitmaakt van de wetgevende macht, en je zegt: het volk mag de wet wel aan de grondwet toetsen, dan zouden ze juist heel tevreden zijn. De kwestie is namelijk niet of een rechter de grondwet niet mag toepassen, dat mag hij zeker wel, hij mag alleen geen wetten terzijde schuiven. Het is belangrijk dat meningen en beslissingen genomen kunnen worden op grond van kennis. Er wordt veel door elkaar geklutst. En het is de taak van de filosoof om te ontklutsen en te ontwarren.
In mijn positie als columnist ben ik onafhankelijk. Ik heb de universiteit verlaten, maar ik heb nog steeds een academische aanpak. Argumenten en kennis dien je op orde te hebben, en je moet niet vanuit bepaalde belangen redeneren. Ik spreek gelukkig niet namens een partij of instelling. Dat is het voordeel van eigen baas zijn en geen vaste baan hebben. Een filosoof die zich met het publieke debat bemoeit, moet dat zo onafhankelijk mogelijk doen, anders heb je er niets aan.’
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.