‘Als ik ’s nachts helemaal uitgeteld in bed lig, klaarwakker, met een brein dat op volle toeren draait, lijkt het voor anderen alsof ik slaap. Voor mijn man, maar ook voor de meetapparatuur van slaaponderzoekers.’ Alexandra Ellis (36), communicatieadviseur, hoort bij de ongeveer vier procent van de (volwassen) bevolking die last heeft van ernstige slapeloosheid. Ongeveer één op de tien volwassenen (ouderen meer dan jongeren) lijdt aan chronische slapeloosheid: ze slapen drie keer per week slecht gedurende minstens drie maanden, en dat heeft gevolgen voor hun functioneren overdag.
Het zijn mensen die om verschillende redenen moeilijk inslapen, doorslapen, of te vroeg wakker worden. Mensen tegen wie hun omgeving zegt: ‘Ga dan effe liggen, joh,’ of: ‘Ja, ik ken dat, ik slaap ook weleens slecht.’ Het eerste moet je vooral niet doen (zie kader tips & tricks), het tweede is een onderschatting van de chronische moeheid waar veel slapelozen mee kampen.
‘Het lijkt erop dat ik volledig bij bewustzijn blijf terwijl ik slaap, want ik hoor echt alles,’ zegt Ellis. ‘Mijn collega’s waren stomverbaasd toen ik na een vliegreis precies kon navertellen wat zij met elkaar hadden besproken, terwijl ze me toch echt hadden zien slapen. Mijn hoofd kan de rust maar niet vinden om in slaap te vallen; en als het wel lukt, duurt het maar kort.’ Ellis gaat om elf uur naar bed en is om één uur alweer ‘hartstikke klaarwakker’. ‘De rest van de nacht lig ik uitgeteld in bed, zo moe ben ik.’ Toch is ze niet opstandig of slechtgehumeurd: ‘Het vraagt veel van mezelf om de dingen te doen die ik wil, maar ik geniet echt van het leven. Ik heb een tweeling van bijna drie jaar, ik werk drie dagen per week. Dat is zwaar, maar ik kan als het moet zelfs nog energie uit mijn kleine teen halen. Het is wel zo dat mijn avonden en weekenden niet meer vol zitten met sociale afspraken. Dat lukt me echt niet meer.’
Echt iets aan de hand
Slapen is een raadsel. Subjectief rusten we ervan uit, maar waarom is slapen belangrijk voor het functioneren van de hersenen? Psychofysioloog en slaapdeskundige Eus van Someren, hoofd van het slaaponderzoeksteam van het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen (NIN) in Amsterdam, weet het nog steeds niet. Hij ziet dat de elektrische activiteit in het brein zorgt voor ‘prachtige langzame golfbewegingen’ tijdens de slaap, maar hij kan niet verklaren hoe het kan dat Ellis volgens EEG-metingen slaapt, maar volgens haarzelf wakker ligt. ‘Vroeger werd dat sleep state misperception genoemd,’ zegt hij. ‘Slechte slapers kregen te horen dat de meetapparatuur een normale slaap liet zien, en dat ze dus niet moesten zeuren. Maar in ons team vragen we ons juist af waarom wij niets vinden bij zulke mensen. Waarschijnlijk moeten we anders zoeken.’
Van Someren heeft inmiddels uitgevonden dat de juiste huidtemperatuur ’s nachts en lichttherapie overdag bepaalde slechte slapers dieper en langer doen slapen. Hij wil nog meer basaal onderzoek doen, en helemaal opnieuw beginnen met het classificeren van slapeloosheid.
‘Slapeloosheid heeft veel te lang in de psychologische hoek gezeten,’ zegt hij. ‘Het zou allemaal stress zijn. Maar er zijn ook stresskippen die fantastisch slapen. We moeten daarom bij het begin beginnen. Op grond van welke signalen besluit het brein eigenlijk dat de situatie goed is om te gaan slapen? Is het warm genoeg, is het lichaam in een liggende positie, dreigt er geen gevaar? Worden die signalen wel goed verwerkt door de hersenen van slechte slapers? Dat lijkt niet altijd het geval. Zulk onderzoek ziet er heel anders uit dan het afnemen van alweer een stresstest. We leggen mensen bijvoorbeeld op een tiltafel en kijken wat er gebeurt met hun bloeddruk, hartslag en EEG wanneer je ze langzaam van een staande naar een liggende positie brengt.’
Van Someren denkt dat vatbaarheid voor slecht slapen een combinatie is van genetische aanleg en omgevingsinvloeden zoals levensgebeurtenissen, ziekte en bepaalde omstandigheden die zo’n vatbaarheid versterken. ‘Er is echt iets aan de hand met mensen die slecht slapen. We vinden veranderingen in hun brein.’
Het gevoel van lakens
In de polikliniek van het VUmc, waar een deel van Eus van Somerens onderzoekgroep huist om slaaponderzoek te doen, spreidt Eus’ collega Ysbrand van der Werf grote, glanzende vellen papier uit op een aantal tegen elkaar geschoven tafels. Ingekleurde hersenscans maken de verschillen zichtbaar tussen de zestien goede en de vijfentwintig slechte slapers die Van der Werf samen met zijn collega Ellemarije Altena heeft onderzocht.
Omdat mensen met insomnie altijd klagen over geheugen- en concentratieproblemen, werd in een MRI-scanner de hersenactiviteit van goede en slechte slapers gemeten terwijl ze concentratie- en geheugentaken uitvoerden. En wat bleek: op de geheugentaak scoorden slechte slapers even goed als goede slapers, de concentratietaken deden ze zelfs beter. Van der Werf: ‘We zagen dat de slechte slapers de linker prefrontale cortex (LPC, de voorste hersengebieden) minder activeren dan de goede slapers. De insomniepatiënten gebruikten vooral de mediale pariëtale cortex (gebieden achterin de hersenen) om een vergelijkbaar of zelfs beter resultaat te behalen.’
De LPC van slechte slapers bevat minder grijze stof (lees: zenuwcellen). Omdat de LPC ook betrokken is bij het signaleren van prettige gewaarwordingen, zou het kunnen dat door die verminderde hoeveelheid grijze stof slaapstimuli als een zacht bed, het gevoel van lakens tegen je huid, een aangename slaaptemperatuur, enzovoorts, minder goed worden verwerkt. Hersenen die weinig gevoelig zijn voor slaapsignalen en intussen maar gedachten blijven produceren, zorgen voor gepieker en slapeloze nachten. Van der Werf denkt dat slapeloosheid wellicht een karaktertrek is – want hoewel je bij slapeloosheid niet automatisch naar psychologische factoren moet wijzen, spelen die bij sommige slechte slapers wel degelijk een rol. ‘Bij een subtype van slechte slapers gaat het waarschijnlijk om mensen die heel erg graag heel erg goed willen presteren. Mensen die beter dan gemiddeld presteren, maar last hebben van slapeloosheid omdat hun perfectionisme hen aanzet tot piekeren. Ze presteren door hun slapeloosheid slechter dan ze zouden kunnen, en dat zit hen dwars. Ze leggen de lat hoog; hoger dan de goede slapers, die geen klachten hebben over hun concentratie en geheugen.’
De slechte slapers van het onderzoek kregen cognitieve gedragstherapie en lichttherapie. Van der Werf: ‘Ze vonden dat hun slaap verbeterd was, en dat was ook zo: hun hersenactiviteit normaliseerde. En hun eigen indruk dat ze cognitief beter presteerden, klopte ook.’
Plakken van het brein
Dertig jaar lang zijn in het slaaponderzoek slechts twee elektroden gebruikt om ’s nachts de hersenactiviteit van slechte slapers te onderzoeken. ‘Dat kan écht niet meer,’ zegt Eus van Someren. Zijn slaaponderzoekers zetten hun proefpersonen daarom een elektrodencap op waar vierenzestig elektroden op zitten. Zo kan de elektrische activiteit van verschillende hersengebieden tijdens de slaap worden vastgelegd: gaan ze tegelijk in slaap of om de beurt, en hoe zijn ze gekoppeld?
Student cognitieve neurowetenschappen en – gezonde – proefpersoon Dafna Windhorst (23) heeft de hele nacht in het slaapappartement van het NIN doorgebracht, met zo’n elektrodencap op haar hoofd. Slaaponderzoeker Jennifer Ramautar was er ook. Zij heeft zichzelf de hele nacht wakker gehouden om te controleren of alles wel goed ging. Ze is inmiddels zesendertig uur in touw, met nog een hele avond te gaan. Dafna heeft prima geslapen, zegt ze zelf.
Het is zes uur ’s avonds. Terwijl Dafna in een scanruimte van het VUmc in een groen operatiehemd kruipt en al het metaal van haar lichaam verwijdert voor het onderzoek in de MRI-scanner, worstelt Jennifers collega Diederick Stoffers met de kabels en filters van de apparatuur.
Dafna moet simpele taakjes kunnen doen in de scanner: piepjes van elkaar onderscheiden, reageren op lucht’pufjes’ die via ringetjes om haar wijs- en middelvinger lichte druk uitoefenen op haar bovenste vingerkootjes (de tactiele meting). En ze moet de onderzoekers kunnen verstaan wanneer die haar instructies geven en vragen stellen.
Dafna krijgt een band om haar lichaam geplaatst die haar ademhaling meet, en een hulsje om de duim voor haar hartslag. Na een klein uurtje lijkt alles te werken en krijgt ze een panic-button in haar rechterhand gedrukt voordat ze met haar hoofd in de scanner verdwijnt.
We kruipen achter de computers in de belendende ruimte, waar Stoffers uitlegt wat we zien terwijl Dafna verschillende tests en taakjes uitvoert.
‘Er worden eerst zogenaamde functionele (fMRI) opnamen gemaakt van het brein. Met deze techniek kunnen we veranderingen in de doorbloeding van het brein meten. Elke 2,1 seconden worden er in totaal veertig foto’s van verschillende plakken van het brein gemaakt. Al die gestapelde plakken vormen samen een zogenaamd driedimensionaal volume. In zes minuten worden honderdzeventig volumes gemaakt. Als je daar de taakuitvoering naastlegt en je kijkt naar de verandering in die volumes over de tijd, dan kun je bepalen welke gebieden wanneer actief zijn.’
Het brein van Dafna Windhorst wordt ook nog op een andere manier in kaart gebracht. Een zeven minuten durende structurele opname met een resolutie van 1 bij 1 bij 1 millimeter laat driedimensionaal in detail zien hoe het brein is opgebouwd. ‘Van boven naar onder, van links naar rechts, wat je maar wilt,’ zegt Stoffers. Daarna wordt er ook nog een DTI-scan gemaakt, waarbij de structuur van de witte stofbanen (die zorgen voor de informatie-overdracht in het brein) in kaart wordt gebracht.
Stoffers en Ramautar verwachten bij mensen die zeggen dat ze wakker liggen, maar volgens de meetapparatuur in slaap zijn, structurele en functionele veranderingen in de hersenen te vinden, die een aanwijzing kunnen geven hoe hun klachten eigenlijk worden veroorzaakt.
In een hut bij het vuur
Eus van Someren denkt dat slapeloosheid mogelijk evolutionair-biologische wortels heeft. ‘Toen de mensen nog in hutten bij een vuur tegen elkaar aan lagen te slapen, was het zeker niet gunstig als iedereen diep sliep. Daarvoor was de omgeving veel te gevaarlijk. Je kon onderkoeld raken, of juist oververhit. Je kon aangevallen worden door wilde dieren. Het zou best kunnen dat het voor de overleving van een volk gunstig was als tien procent van de groepsleden ’s nachts geen behoefte had om te slapen. Dat waren de mensen die de wacht hielden en elkaar verhalen vertelden.’ Vergelijk het met de opslag van vet in het lichaam, zegt hij. ‘Vroeger een heel nuttig mechanisme, tegenwoordig niet meer.’
Hanneke Botzen-de Wind (57), die aan slapeloosheid lijdt en ooit wanhopig bij Eus van Someren aanklopte, lacht wanneer ze dat hoort. ‘Doordat ik niet of misschien heel oppervlakkig slaap, heb ik al eens een poging tot inbraak bij de buren gehoord en kunnen voorkomen. Wie weet hoor ik wel bij die tien procent!’
De klassieke tweedeling tussen goede en slechte slapers is veel te simpel, zegt Van Someren. ‘Je hebt allerlei soorten slechte slapers. De een heeft koude voeten en is overdag helemaal hyper, de ander is juist bekaf en ligt ’s nachts te malen. Heb je het dan over hetzelfde? Dat geloof ik niet. Maar tot nu toe worden al die slechte slapers wel over een kam geschoren. Met behulp van het Nederlands Slaap Register (zie kader) hopen we verschillende typen op het spoor te komen. Ik verwacht dat we vijf of zes slaapprofielen zullen vinden. Bij die mensen kunnen we vervolgens met moderne meetapparatuur gaan zoeken wat er in hun hersenen gebeurt.’
Uiteindelijk hebben alle tests en metingen het doel slechte slapers te kunnen helpen. Niet met medicijnen, zegt Van Someren. ‘Van de huidige slaapmedicatie raak je buiten westen, maar je slaapt er niet van. Medicijnen vind ik sowieso vaak veel te grof.’
Hij hoopt een mogelijkheid te vinden waardoor de hoeveelheid grijze stof in de linker prefrontale cortex toeneemt. ‘Als je zes maanden lang intensief gaat jongleren, wordt je motorcortex dikker. Misschien zou je met een specifieke training voor de linker prefrontale cortex een vergelijkbaar effect kunnen krijgen. Het zou mooi zijn als we dat type slechte slapers op zo’n manier zouden kunnen helpen.’
Nederlands Slaap Register
Deze maand gaat het Nederlands Slaap Register de lucht in, een initiatief van de aan het Nederlands Instituut voor Neurowetenschappen (NIN) verbonden slaaponderzoeker Eus van Someren. Hij hoopt dat tienduizenden mensen op https://www.slaapregister.nl vragenlijsten zullen invullen over slaap, gezondheid, stemming, gevoelens, kwaliteit van leven en life-events als geboorte, scheiding en dood. Ook een persoonlijkheidstest en geheugentaken maken onderdeel uit van het grootste slaaponderzoek dat ooit in Nederland is gedaan.
Van Someren: ‘Nu worden alle verschillende soorten slechte slaap en mogelijke oorzaken daarvoor op één grote hoop gegooid. Als veel mensen meedoen, wordt het gemakkelijker subtypen te onderscheiden en ook genetische verbanden op het spoor te komen.’ Dat brengt een mogelijke behandeling van slapeloosheid weer een stap dichterbij.
Slaapadviezen van Eus van Someren
n zorg voor rust & regelmaat: ga op vaste tijden naar bed en sta op vaste tijden op, óók in het weekend
n drink geen cafeïnehoudende drank (koffie, cola en zwarte thee) na twee uur ’s middags
n blijf overdag in beweging: wandelen, fietsen, tuinieren
n ban de computer en de tv uit de slaapkamer
n ga vanaf twee uur voor het slapen niet roken, alcohol drinken, sporten, flink eten, of in een warm bad (sporten of een warm bad 2 tot 3 uur voor het slapen helpen juist wel)
n zorg voor een donkere slaapkamer, die niet te warm of te koud is
n ga uit bed wanneer u langer dan een half uur wakker ligt, en kom terug als u moe bent; maar sta wel altijd op een vaste tijd op
n doe geen dutjes overdag; de powernap is voor goede slapers
n draai de wijzerplaat naar achteren en zet de wekker
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.