In Italië is van paniek over een bankencrisis weinig te merken, schrijft correspondent Eveline Rethmeier. Misschien word je op een gegeven moment ook wel moe van eindeloos dansen op de vulkaan.
Het was weer zover. De beurs werd onrustig, op de cover van The Economist hing een in de tre colori gekleurde bus op het randje van een ravijn en experts waren het er allemaal over eens: Italië wordt de volgende crisis in Europa. We waren Brexit nog maar nauwelijks te boven of we moeten ons er alweer op voorbereiden om de lires uit één van de vier ritsjes van het verstofte valutatasje te trekken.
Het was weer zover, inderdaad. Want de paniek is niet nieuw. Het is al een dikke vijf jaar zo dat eens in de zoveel tijd Italië als probleemkind van de Europa in de hoek wordt gezet en daar klappen van media en aandeelhouders krijgt. En het is heus wel terecht. Het gaat erbarmelijk met Italië. Het land heeft een grote staatsschuld, de banken staan er belabberd voor en met die hervormingen wil het allemaal niet echt opschieten. Ik ga nog even door: de belastingdruk is belachelijk hoog zonder dat daar een goed functionerende verzorgingsstaat tegenover staat, investeren in Italië is riskant en kostbaar, de werkloosheid is hoog en de economie zal volgens het IMF pas in 2025 weer uit de recessie van 2008 klimmen. Redenen tot zorgen zijn er dus genoeg. Maar ik verbaas me vaak over het acute karakter van die zorgen.
Wat gebeurde er vorige week waardoor alle ogen weer op Italië gericht waren? Nadat een brief van de Europese Centrale Bank was uitgelekt waarin de Monte Paschi di Siena, de oudste bank ter wereld, op de vingers werd getikt en dringend het verzoek kreeg om de waardeloze leningen nou eens af te schrijven, ontstond paniek op de beurzen. Het aandeel kelderde, net als dat van de rest van de Italiaanse banken. En paniek werkt paniek in de hand, dus die aandelen kelderden nog wat verder.
Italianen gaan dit jaar in tegenstelling tot voorgaande jaren weer massaal met vakantie.
Maar waarom nu? Er worden constant van dat soort brieven gestuurd en dan wordt er niet direct geroepen dat de Eurozone instort, noch worden er landen op de rand van een ravijn afgebeeld (Economist, kan de beeldspraak niet een tikkeltje origineler?). Hier in Italië is van paniek weinig te merken. Die afgrond zien ze al een decennium, maar ze weten daardoor ook dat erin vallen dus niet zo snel gebeurt. En misschien word je ook wel moe van eindeloos dansen op de vulkaan en ga je op een gegeven moment ook maar eens wat te drinken halen. Of met vakantie, want de Italianen gaan dit jaar in tegenstelling tot voorgaande jaren weer massaal met vakantie.
Het echte probleem ligt politieker. Premier Matteo Renzi zou publiek geld in zijn banken willen pompen en dat mag volgens de nieuwe regels niet meer. De aandeelhouders moeten daar voor opdraaien, maar dat zijn in Italië gepensioneerden, families en kleine bedrijfjes. Renzi vindt het oneerlijk dat het eerst wel mocht toen de andere landen wilden, en nu niet meer, nu Italië wil. Ik kan het helaas niet minder kinderachtig laten klinken. Jeroen Dijsselbloem zei direct dat staatssteun ab-so-luut niet kon en dat ook de Italianen zich gewoon aan de regels moeten houden. De clash tussen Noord- en Zuid-Europa was weer eens compleet.
Wat ik denk? Dat Renzi maar al te goed weet dat hij wel wat kan maken in Europa met de onheilspellende woorden ‘dat hij het anders niet aan zijn bevolking kan verkopen.’ Want waar de rest van Europa echt bang voor is, is politieke onrust in Italië. En die hangt in de lucht. Nu wil ik op mijn beurt niet ook onheilspellend klinken, maar het wordt erop of eronder deze herfst. Renzi heeft de toekomst van zijn regering verbonden aan het slagen van een referendum. Het is weliswaar een referendum over (veelal politieke) hervormingen, maar we weten dat bij referenda in die ene ‘NO’ op het stembiljet uiting wordt gegeven aan iedere mogelijke vorm van onvrede. Renzi vraagt eigenlijk aan de Italianen: ga ik door of niet? Hij heeft zelf al aangegeven te zullen aftreden bij een negatieve uitslag. En dan is de kans groot dat bij nieuwe verkiezingen de Vijfsterrenbeweging van Beppe Grillo aan de macht komt. Als dat gebeurt mag Europa terecht zenuwachtig worden, want een referendum over de euro hier in Italië zal dan een kwestie van tijd zijn.
Dus om nu al randen van ravijnen op de cover te zetten… Ik zou er even mee wachten. Al was het maar omdat de overtreffende trap zo moeilijk te vinden is over een paar maanden.
(Oh ja, en die Italiaanse banken op de beurs: die stonden deze week weer allemaal in de plus.)
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.