Nerd 101
Het begon met Eliot Higgins, een timide dertiger uit het troosteloze stadje Leicester. Omdat zijn werk als administrateur bij een vluchtelingenorganisatie hem mateloos verveelde en hij ook niet bepaald over een bloeiend sociaal leven beschikte, doodde hij de tijd met het bekijken van YouTube-filmpjes en het lezen van blogs. De Brit raakte al snel gefascineerd door beelden van conflictgebieden in het Midden-Oosten. Zeg maar rustig: geobsedeerd. Vaak zat hij tot diep in de nacht minutieus fragmenten te bestuderen, met elkaar te vergelijken en te linken aan Google Maps. Zo begon hij langzaam maar zeker patronen te ontdekken, kreeg hij door in te zoomen op serienummers steeds meer kennis over wapentuig, en constateerde hij onder meer dat bepaalde raketlanceerders uit Joegoslavië steeds vaker in Syrië opdoken. Over dat laatste tikte hij een stukje op zijn eigen blog. En toen opeens ging de telefoon: een redacteur van The New York Times die wel een coverstory in het onderwerp zag. Lang verhaal kort: Higgins groeide binnen no time uit tot een veelgevraagd terrorisme-expert, werd geconsulteerd door Amnesty International en Human Rights Watch, nam deel aan een geheim project van Google, en vliegt tegenwoordig de hele wereld over om tegen een aanzienlijk tarief te spreken op allerlei conferenties. Vervelen hoeft hij zich voorlopig niet meer.
Big en nog bigger data
Nadat Higgens zijn verhaal in juni 2014 in Vrij Nederland had verteld, ontstond ter redactie het idee om ‘iets’ te doen met handige types zoals hij. Met individuen die complexe problemen wisten op te lossen of nieuwe behoeftes wisten te creëren door slim en creatief gebruik te maken van technologie. De Willie Wortels en Professor Barabassen van deze wereld, zeg maar, maar dan, nou ja, echt. Want dat zij steeds meer aan invloed zouden gaan winnen, in een tijdsgewricht waarin het slechts een kwestie van jaren was voordat de zelfdenkende robots massaal in hun zelfrijdende en door zonne-energie aangedreven auto’s met de snelheid van het licht naar hun werk zouden scheuren om daar stiekem big en nog bigger data over alles en iedereen te verzamelen en die vervolgens in geinige 3D-vormpjes uit te printen, ja, zoveel was inmiddels wel duidelijk.
Goed, ‘iets’ dus. Dat iets groeide uit tot een ranglijst van de interessantste technologen, uitvinders en knutselaars van Nederland. Oftewel: ’s lands belangrijkste nerds. Ooit had die term een nogal negatieve connotatie, maar dat was ooit, toen een Apple nog gewoon een Engelse appel was (zie ook pag. 60). De lijst moest 101 kandidaten tellen, besloten we. Een verwijzing naar de nullen en enen die de basis vormen van elke programmeertaal – en, wie weet, het nummer van de Teletekst-pagina waarop het nieuws over de winnaar bekend zou worden gemaakt. De Nerd 101 (spreek uit: wan o wan) was geboren.
Duct tape en aluminiumfolie
Maar wanneer was iemand nou eigenlijk een nerd? En wanneer niet? We deden een poging enigszins objectieve criteria op te stellen. Onze nerds moesten een technologische oplossing hebben bedacht voor een wezenlijk probleem, of een anderszins interessante technologische vondst op hun naam hebben staan. Die uitvinding/innovatie moest creatief, origineel en redelijk recent van aard zijn, ze moest maatschappelijke impact hebben gehad en/of commerciële potentie hebben. Daarbij moesten onze nerds vooral niet worden verward met de gemiddelde wetenschapper in een laboratorium; hoe meer ze thuis aan hun keukentafel of op hun zolderkamer hadden bedacht, en hoe meer duct tape en aluminiumfolie daaraan te pas was gekomen, hoe beter. Een voorliefde voor sciencefiction leverde bonuspunten op.
Met die criteria in de hand gingen acht redacteuren en medewerkers te rade bij universiteiten, hogescholen, onderzoeksinstituten en andere tech-hubs in heel Nederland. Dat resulteerde in een longlist van een kleine 200 nerds, die we verdeelden over 11 uiteenlopende categorieën; van Big Data tot Techno-dokters, en van Wearables tot Te land, ter zee en in de ruimte. Na een tweede consultatieronde brachten we de lijst terug tot 101 kandidaten, en wezen we bij elke categorie een top-3 aan.
Nu was het aan een deskundige eindjury (zie kader) om uit alle categoriewinnaars een hoofdwinnaar te kiezen. Een monsterklus. Want hoe vergelijk je iemand die een membraan heeft ontwikkeld waarmee je elektriciteit kunt opwekken uit zoet en zout water met iemand die de OV-chipkaart heeft gekraakt, of iemand die een robotjurk heeft ontworpen? En bovendien: impact, hoe meet je dat eigenlijk?
Tromgeroffel
Ja, er werd flink gesoebat in de vergaderzaal van de Dutch Game Garden in Utrecht. Maar ondertussen vielen er ook veel lovende woorden. Want wat liep er een tech-talent rond in dit land! Wat een vindingrijkheid en originaliteit viel er te ontdekken!
Vele plussen, minnen, vinkjes en kruisjes later was dan toch echt het moment aangebroken om tot een eindoordeel te komen. Nog één keer werd er gevloekt en gezucht. En toen rolde er eenstemmig een naam uit. Die luidde… (tromgeroffel)… Wouter Bruins! De winnaar in de categorie Techno-dokters ontwierp met behulp van een schoenendoos, een verwarmingselement uit een föhn en nog een paar tientjes aan materialen van de bouwmarkt, een low budget malaria-detector (zie pag. 34). Zijn uitvinding, die kan bijdragen aan een snellere behandeling van een ziekte die jaarlijks wereldwijd meer dan een half miljoen doden eist, zal binnenkort grootschalig worden getest in het Rotterdamse Havenziekenhuis en in een ziekenhuis in Zambia. De vindingrijkheid, originaliteit én potentiële maatschappelijke impact van deze innovatie, gecombineerd met het hoge keukentafelgehalte, gaven voor de jury de doorslag om Bruins uit te roepen tot hoofdwinnaar van de Nerd 101.
Daarnaast hechtte de jury zeer aan een eervolle vermelding. En wel voor Berndnaut Smilde, winnaar van categorie Tinkerers (zie p. 40). Smilde slaagde erin om binnenshuis wolken te maken, échte wolken. Een uitvinding die getuigt van een enorme verbeeldingskracht. Dat was precies wat de samenleving nodig had, oordeelde de jury, en daarom verdiende Smilde een groot compliment.
Afgelopen dinsdagmiddag werden alle winnaars en kandidaten officieel bekend gemaakt in de TonTon Club, een arcadehal in Amsterdam, en kreeg Wouter Bruins het spreekwoordelijke eremetaal opgespeld.
Op de hierna volgende pagina’s vindt u de weerslag van onze zoektocht naar ’s lands belangrijkste nerds, inclusief een achtergrondartikel over de opkomst van de nerdcultuur, een fotodocument over hobbyknutselaars, en portretten van 5 digitale pioniers van vaderlandse bodem.
De Nerd 101: het was een uitdagend experiment, maar wat ons betreft voor herhaling vatbaar.
Zij kozen de winnaar uit 101 kandidaten en wezen in elke categorie een top 3 aan.
Jaap Haartsen
Uitvinder van Bluetooth. Haartsen werd onlangs in Washington opgenomen in de National Inventors Hall of Fame, waarmee hij in het rijtje belandde van grote uitvinders als Thomas Edison, de gebroeders Wright en Henry Ford.
Oscar Kneppers
Directeur van Rockstart, dat investeringsgeld binnenhaalt voor start-ups in o.a. de technologiesector. Kneppers was ook oprichter en uitgever van de tijdschriften Bright en Emerce en de site webwereld.
Melanie Peters
Directeur van het Rathenau Instituut, dat met onderzoek en publicaties het maatschappelijke debat over technologische en wetenschappelijke vraagstukken stimuleert. Peeters zat hiervoor in adviescommissies van onder meer de SER, de Europese Commissie en de WHO.
Jan-Pieter van Seventer
Directeur van Dutch Game Garden, dat beginnende game-bedrijven helpt opstarten. Van Seventer doceert ook Game Design aan de HKU en adviseert de overheid over de ontwikkeling van de creatieve industrie.
Robert van de Griend
Adjunct-hoofdredacteur van Vrij Nederland. Van de Griend was in zijn jeugd trouw kijker van Chriet Titulaers Wondere Wereld, en zijn allereerste artikel in VN (2004) ging over mensen die chips in hun lijf laten implanteren. Maar verder kan hij, tot zijn spijt, geen 0 van een 1 onderscheiden.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.