Aframmelingen, bijna-verdrinkingen en gevangenen die urenlang in een positie met de lugubere naam ‘roast chicken’ zijn geplaatst. Het zijn een paar van de meest schokkende voorbeelden uit een vandaag gepubliceerd rapport over martelingen in Marokko. En pijnlijk genoeg doen ze denken aan een tien jaar geleden gepubliceerde roman over de zwarte geschiedenis van de Marokkaanse martelgevangenissen.

Amnesty International signaleerde in de afgelopen vier jaar 173 incidenten waarbij fysiek of psychologisch geweld is uitgeoefend tegen gevangenen. Het rapport toont volgens Amnesty het ware verhaal achter het liberale beeld dat Marokko na de demonstraties in de Arabische Lente in 2011 heeft proberen uit te dragen. De regering beloofde destijds progressieve hervormingen en een grondwettelijk verbod op martelingen. De door Amnesty gesignaleerde incidenten tonen een ander verhaal.

En dat terwijl Marokko er juist alles aan wilde doen haar imago op te vijzelen. Het land heeft een ijzingwekkende reputatie als het gaat om martelingen in gevangenissen. Vooral Tazmamart, een gevangenis voor politieke gevangenen die tussen 1972 en 1991 in het diepste geheim werd gerund, stond bekend om zijn gruwelijke omstandigheden. Na sluiting kwamen in de jaren negentig de details daarover mondjesmaat naar boven. Maar ex-gevangenen werden door de Marokkaanse regering onder zware druk gezet hun mond te houden. Lange tijd bleef veel onduidelijk.

Inmiddels is er meer bekend over en aandacht voor Tazmamart. En dat is voornamelijk te danken aan het boek Cette aveuglante absence de lumière van de in het Frans schrijvende Marokkaanse auteur Tahar Ben Jelloun dat in 2001 verscheen. Maar pas in 2004, toen het in de Engelse vertaling The Blinding Absence of Light verscheen, kreeg het boek wereldwijd veel aandacht. In datzelfde jaar won het de IMPAC Literary Award.

Het werk gaat uit van de getuigenis van een overlevende van de gevangenis, maar vermijdt de valkuil van een al te gedetailleerd horrorverhaal. In plaats daarvan gaat het over pogingen menselijkheid te laten overleven in de meest letterlijk duisternis. ‘It makes revelations of grave importance, but never gravely. It is, despite its dark materials, a joy to read,’ schreef The Guardian destijds in haar recensie.

Door de populariteit van het boek kwamen de gruwelen uit het verleden plotseling in het volle licht te staan, tot ongenoegen van de Marokkaanse autoriteiten. Maar ondertussen veranderde er wel degelijk iets, vertelde Ben Jellounde in 2006 in een interview met Vrij Nederland. ‘De verzoeningscommissie die door koning Mohammed VI is ingesteld, waar slachtoffers konden getuigen over de schendingen van de mensenrechten, de martelingen en de verdwijningen ten tijde van Hassan II, is uniek in de Arabische of de islamitische wereld. Er is een soort collectieve psychotherapie gaande. Ik denk inderdaad dat Mohammed VI de man is die Marokko het tijdperk van de moderniteit kan binnenvoeren.’

In 2011 probeerden hij via de nieuwe wetgeving definitief af te rekenen met de reputatie van de Marokkaanse gevangenissen. Het vandaag verschenen rapport van Amnesty is wat dat betreft een flinke slag terug in de tijd.