Terwijl Hilversum doet alsof de wereld om televisie draait, bloeien vooral in de culturele niches van radioland tal van nieuwe hoorspelinitiatieven op. ‘Misschien worden we, mede door overvoering, minder beeldgericht.’
Op 1 januari 1996 werd het Omroepfonds voor hoorspelacteurs opgeheven. De jaarlijkse zes ton ging terug naar de omroepen. Die er voortaan mee mochten doen wat zij goed achtten. Een aantal greep meteen de kans te bezuinigen op de sectie hoorspel of kapte ermee. Weg met die ouwe meuk voor bejaarde luisteraars. De Tros, tot dan toe dé hoorspelspecialist van Hilversum, bracht de productie terug tot een vijfde.
Marlies Cordia (1949), hoofd radio van de Grootste Familie van Nederland en onvermoeibaar pleitbezorgster van het hoorspel, meldde zich ziek en ging weg. De dramaturge, in 1988 al onderscheiden met de Zilveren Reissmicrofoon voor haar hele oeuvre, was geen vrouw van stoffige stukken. Nieuw, oorspronkelijk werk wilde ze. Verzorgd radiodrama over literaire figuren, bewerkingen van grote literatuur, spannende hoorspelen over ingrijpende gebeurtenissen. Ze vond nieuw onderdak bij de Humanistische Omroep. Haar jaloezie verbijtend, keek ze naar de BBC, die jaarlijks tweeduizend hoorspelen uitzond. En de Duitsers met hun speciale studio’s waar aan de lopende band radiodrama werd gemaakt.
In Hilversum waren het amper dertig uitzendingen per jaar. De grindbakken, trapjes met stenen, houten en stalen treden, windmachines en bellenborden in de hoorspelstudio’s lagen er stilletjes bij. De hoorspelkern van weleer, met namen als Huib Orizand, Fé Sciarone, Dogi Rugani en Jan Borkus, was geslonken tot een bejaardensoosje met zes leden.
Het Nederlandse hoorspel verdween naar de anonieme speelweiden van Radio 5.
Je reactie wordt geplaatst zodra deze is goedgekeurd. Je reactie is geplaatst.