Portret / Peter Garrett

Op het podium was Peter Garrett op zijn zachtst gezegd een opmerkelijke verschijning. Een boomlange man met een markante, kale kop maait met zijn armen door de lucht. Met zijn voeten zet hij hoge, bochtige stappen. Een beetje alsof hij zich een weg probeert te banen door een dichtbegroeid bos. Als de zanger echt in zijn element is, zijn de moves moeilijker te omschrijven. Je zou kunnen zeggen dat het dan lijkt of hij een epileptische aanval krijgt waarbij hij (meestal) op beide benen blijft staan.

Garretts grillige danskwaliteiten staan in schril contrast met de duidelijke boodschap die hij sinds de oprichting van Midnight Oil in 1971 verkondigt in zijn songteksten. ‘Denk om je medemens’ en later vooral: ‘Doe voorzichtig met het milieu’. Een eerste megahit had de groep in 1987 met ‘Beds Are Burning’, afkomstig van het conceptalbum Diesel and Dust. Het succesnummer levert verhulde kritiek over de benepen situatie van de Aboriginals in zijn vaderland.

How can we dance when our earth is turning?

How do we sleep while our beds are burning?

The time has come to say fair’s fair

To pay the rent, now to pay our share

Het lot van de Aboriginals heeft Garrett altijd aangegrepen. Dat de oorspronkelijke bevolking nooit een excuus heeft gekregen voor de massamoorden die haar tot in de jaren vijftig troffen, vindt hij ‘belachelijk’. Het maakte hem ‘ziek’ toen hij in 1988 tijdens de viering van de Britse kolonisatie een schip opmerkte dat werd gesponsord door Coca Cola. Terwijl de hele natie er die dag opuit trok om de welvaart van het land te vieren, trok hij rouwend om de verliezen mee met de stoet.

Een ander stokpaardje zou ervoor zorgen dat hij zijn eerste ‘bijbaantje’ in de politiek kreeg: ‘De Australische bevolking is onvoldoende geïnformeerd over het vraagstuk van nucleaire bewapening, waardoor een maatschappelijke discussie onmogelijk is,’ zei Garrett in een interview met Vrij Nederland in 1988. Vier jaar daarvoor was hij al gevraagd zich kandidaat te stellen voor de Nuclear Disarmament Party bij de senaatsverkiezingen in de staat New South Wales. Hij won de stemming niet maar bleef zich inzetten voor de partij.

Ondanks zijn grote politieke betrokkenheid leende Midnight Oil zich nooit voor propaganda. Daarover zei Garrett in hetzelfde interview met VN: ‘Ik mag graag zo nu en dan op een zeepkist klimmen om een waarschuwend vingertje op te heffen tegen politici. Maar dan wel als privépersoon. Oil is geen partijpolitieke band, al was het alleen maar omdat niet iedereen er dezelfde politieke ideeën op nahoudt. We hebben een gemeenschappelijke kijk op een aantal maatschappelijke vraagstukken. We zijn een issues-band. Verder dan dat gaat het niet. Ik wil ook absoluut niet de dominee uithangen als zanger. In die hoedanigheid zie ik mezelf liever als chroniqueur van het dagelijks leven in Australië.’

Naast een visie op het land, had Garrett ook een duidelijke kijk op de muziekindus­trie. Zo weigerde hij op te treden in het programma Countdown, destijds de best bekeken muziekshow van het land, omdat hij werd geacht te playbacken. Ook bedankte Midnight Oil jarenlang iedere keer weer voor een optreden in de populairste club van Melbourne: er was een afgesloten VIP-ruimte en dat werd door de bandleden niet gewaardeerd.

Lange tijd werd Garrett geroemd om zijn loyaliteit en door milieuactivisten op handen gedragen. In 2000 verliet de intellectuele rocker de band om zich te richten op zijn politieke aspiraties. Garretts aanhang stond nog steeds achter hem. Dat veranderde in 2004 plotseling met zijn toetreding tot het parlement voor de Labor-partij, waarna hij werd uitgemaakt voor ‘verrader’. Bij de arbeiderspartij zou hij concessies moeten doen en dat was niet de bedoeling. Senator Bob Brown, partijleider van de Groenen, beëindigde zijn vriendschap met Garrett en Geoff Law van de Wilderness Society vond Garrett een bedreiging voor de oplossing van het Australische milieuprobleem.

In 2004 belandde Garrett ook in een andere politieke rel, toen de conservatieve Australische premier John Howard felle kritiek leverde op Garrett. Hij zou de afgelopen tien jaar niet hebben gestemd, terwijl dat in Australië verplicht is. Volgens Howard moest er getwijfeld worden aan Garretts politieke geloofwaardigheid. Overigens ontkende de voormalige popster de beschuldiging in alle toonaarden.

Het internet lijkt wél het beste voor te hebben met de nieuwbakken minister: op zijn MySpace-pagina heeft Garrett op het moment van schrijven 4566 vrienden. Voormalig rivaal Malcolm Turnbull steekt daar wat mager bij af: hij heeft er maar 279. De band van een andere vrijheidsstrijder, Bono, torent met 147.299 weer mijlenver boven Garrett uit. Maar wat heb je aan zo veel vrienden als je het probleem niet bij de kern kunt aanpakken?

Waar muzikanten als Bono, Sting en Bob Geldof tegen de heersende macht aanschoppen en zich daarmee in zeker zin onkwetsbaar maken voor kritiek, waagt Garrett zich in het hol van de leeuw. Wellicht kan hij van binnenuit voor verandering zorgen.

‘Op een bepaald moment word je publiek bezit, is er niets meer over van je privé­leven en word je een soort wassen beeld,’ zei Garrett midden jaren negentig na een mediastilte van twee jaar: hij had even genoeg gehad van de spotlights. Nu maar hopen dat de faam hem niet weer naar de keel grijpt en de Australische minister van Milieu de volle ambtstermijn weet te doorstaan.