Reportage / Talent van de straat

Er verdwijnen wel eens wat computers, maar opleidingsinstituut Ish zal geen camera’s ophangen en de deur blijft wijd open staan. En binnenlopen doen ze. Het is druk in de tot ‘Het Onderpand’ omgedoopte voormalige Academie voor Lichamelijke Opvoeding in Amsterdam-Osdorp. Uit alle lokalen klinkt muziek en het gepiep van sportschoenen op een stroeve vloer. Jongeren leren elkaar breakdancemoves, saltosprongen en trucs met een basketbal, en in een klein studiootje achterin het gebouw wordt onder leiding van de zeventienjarige Edje elektronische muziek gecomponeerd voor rapbattles. De geuren uit de kantine, waar net als iedere dinsdagavond weer ruim honderd jongeren een warme maaltijd hebben gegeten, worden langzaam verdreven door de geur van zweet. In alle zalen wordt getraind, door eigen studenten en alles wat verder is komen aanwaaien, uit de wijk en van veel verder. Iedereen is welkom. Alleen Abdel even niet. ‘Wat doe je hier nog Abdel?’ vraagt mentor Honey Sas. ‘Je bent ziek. Je moet je bed in.’ ‘Nog even iets doornemen voor zondag,’ antwoordt een drijfnatte Abdel. ‘Nog drie kwartier, goed?’

Ook in de broeierige weken van juni maken de studenten van Ish lange dagen. Op vrijdagochtend is er van tien uur ’s morgens tot de lunch om één uur les in unarmed stage & screen combat. Een groepje atletisch gebouwde jongens speelt een scène waarin een slachtoffer wordt vastgehouden door drie bruten die een lange stok onder zijn armen hebben gestoken om hem in bedwang te houden. Een vierde belager dreigt hem met een mes te steken. Hoezo unarmed? Dan komt het slachtoffer in opstand en overmeestert met veel geweld zijn vier belagers. De vier lafaards vliegen na harde trappen in de maag hoog door de lucht en ontvangen rake klappen in het gezicht. Het ziet er overtuigend uit.

De eerste gedachte is dat dit instructeurs moeten zijn, maar dat blijken de twee niet veel oudere jongens achterin. Het zijn de talentvolle tweedejaars studenten van Ish. De op de judomatten onderuitgezakte toeschouwers zijn ook geen ongeïnteresseerde, sufgeblowde probleemjongeren, maar blijken collega-studenten die nog uitpuffen van hun eigen combat-exercities. Vooroordelen over ‘weer zo’n bloedeloos project voor kansarme jongeren’ verdwijnen snel in Het Onderpand.

De naam Ish, de Engelse vertaling van het achtervoegsel –achtig, is goed gekozen. Geen enkele activiteit van het opleidingsinstituut is eenvoudig te benoemen en ook de jongeren die er hun plek vinden zijn niet gemakkelijk te plaatsen. Het zijn de allochtone en autochtone schoolverlaters die medewerkers van de Dienst Werk en Inkomen tot wanhoop drijven met uitspraken als: ‘ik wil iets doen in de muziek’ of ‘iets met dans’, waarna hen toch weer gewoon wordt aangeraden te solliciteren als vakkenvuller bij de plaatselijke Dirk van den Broek. Maar wat als ze nou echt talent hebben voor dans of muziek? Ish neemt hun ambities serieus en geeft ze de kans hun dromen waar te maken.

Drijvende kracht

‘Mijn laptop is weg en we missen nog wat computers en tv’s,’ zegt salesmedewerker Benten Cornelisse tijdens de lunch. ‘Dat krijg je als je te veel mensen een sleutel geeft.’ Niemand lijkt lang bij de diefstal stil te staan. ‘De negatieve effecten van onze openheid wegen niet op tegen de positieve,’ zegt later Bentens vader Gerard Cornelisse, drijvende kracht achter Ish en ‘soort van’ directeur. De ervaren theaterproducent van onder andere de musical Turks Fruit en manager van cabaretier Marc-Marie Huijbregts, koestert de vrolijke chaos die Ish kenmerkt. Hij loopt door het pand als de trotse triomfator die tegen alle verwachtingen in geslaagd is in zijn missie om voorstellingen van – door anderen kansloos geachte – jongeren te verkopen aan theaters in binnen- en buitenland. Hij kent de meeste jongeren bij naam en roept een groepje gespeeld boos tot de orde. ‘Doe nou toch eens rustig jullie!’ De aangesproken jongens genieten zichtbaar van de plotselinge aandacht van de allesbehalve autoritaire grote baas en roepen vrolijk terug: ‘Nee, jij dan!’

Hoge heren

Voor de tweedejaars Ish’ers is de lunchpauze weer kort. Na de screen combat-training is er nog net genoeg tijd voor een boterham, een hap aardappelsalade en een glas melk voor ze aan de bak moeten voor een delegatie uit Den Haag. Ook ‘pakken’ lopen de deur plat bij Ish. Succesvolle particuliere initiatieven als deze, die de moeilijk te bemiddelen groep van voortijdige schoolverlaters weten te bereiken én motiveren, mogen zich verheugen op de volle aandacht van de overheid. Iedereen wil weten wat het geheim is van Ish. Vandaag is PvdA-fractievoorzitter Jacques Tichelaar met een groot gevolg op bezoek. Hij krijgt een demonstratie te zien van de kunsten van de tweedejaars en schuift daarna aan bij de uitgebreide lunch die dagelijks wordt verzorgd door de Filipijnse kok René en zijn twee zonen en dochter. ‘René had heel lief de tafels voor de pakken gedekt met tafelkleden en alles, maar ik heb hem gevraagd ze weer af te ruimen,’ zegt Benten Cornelisse. ‘Iedereen is gelijk hier. We gaan geen onderscheid maken tussen de jongeren van hier en een stel hoge heren uit Den Haag. Ze moeten juist met elkaar in contact komen.’

‘You’ve got big dreams? You want fame? Well, fame costs. And right here is where you start paying … in sweat.’ Met deze strenge woorden van choreograaf en actrice Debbie Allen begon in de jaren tachtig iedere aflevering van de tv-serie Fame. In de populaire serie draaide het om de levens van Leroy, Bruno, Coco, Doris en al die andere studenten met zeer uiteenlopende en vaak problematische achtergronden aan een school voor de performing arts in hartje New York. Een vergelijking met Ish is snel gemaakt. Ook hier zie je jonge gedreven koppies in alle kleuren van de regenboog door de gangen rennen en ook hier vloeit het zweet rijkelijk. De disciplines van Ish zijn met skates, hiphop en streetdance, beatbox, breakdance en martial arts misschien iets anders, maar ook hier zijn de leerlingen aangenomen op één specifieke kwaliteit – of skill zoals ze bij Ish zeggen – die ze in ruwe vorm beheersen, en ook hier moeten ze al die verschillende kwaliteiten zelf zien samen te smeden tot coherente voorstellingen.

‘Je moet meer de tijd nemen Shirish. De vertwijfeling echt voelbaar maken. Je zoekt naar je identiteit.’ Voor de groep staat geestelijk vader en artistiek leider van Ish, Marco Gerris, een kleine, atletische jongen met Filipijnse roots en een Vlaamse tongval. Negen jaar geleden kwam de nu 32-jarige Gerris met het idee voor Ish. Zijn droom over een theatershow met disciplines als inlineskates, hiphop en streetdance, maakte hij binnen twee jaar na de ontmoeting met producent Gerard Cornelisse al waar, maar daarna droomde hij vrolijk verder. ‘Wat loopt jij er nou ineens tussendoor te banjeren Melanie!’ Gerris heeft de muziek stopgezet. ‘Opnieuw allemaal, vanaf het begin!’ Het is het enige moment van verslapping van de negen jongens en vier meisjes in een zware trainingssessie van ruim tweeënhalf uur. Het zweet gutst van de lijven. Stijn, een klein lefgozertje met een piercing door zijn lip, gooit zijn doorweekte shirt aan de kant en gaat verder in zijn blote bast. Er is nauwelijks nog zuurstof in het oude gymlokaal, maar geklaagd of zelfs maar gezucht wordt er niet één keer. De ogen blijven geconcentreerd gericht op de spiegel en de kritische blik van Gerris. De groep is een interessante mix van kleuren, karakters en talenten. Sommigen zijn afgetraind, anderen mollig. Allen hebben gezichten die verraden dat ze mindere tijden hebben gekend en allen hebben ogen vol ambitie.

Bedrijfsfeest van Nissan

‘Normaal zijn ze met veertien, maar een van de jongens is vanmorgen vader geworden,’ zegt Nynke, de zakelijk leider van Ish. Het zijn dit soort privé-situaties waarmee de begeleiders van deze jongeren tussen de 17 en 23 jaar te maken krijgen. De dertien overgebleven junior-Ish’ers doen na een volle dag trainen nog een doorloop van de show die zij zondagmiddag opvoeren op een bedrijfsfeest van Nissan. Zo’n dertig jongeren komen uit alle hoeken en gaten van het pand te voorschijn om de doorloop te zien. Ze nemen plaats met hun rug naar de spiegel terwijl de junior-Ish’ers hun posities innemen. ‘Als je hier nu zit, blijf je zitten tot het einde,’ zegt een wederom strenge Gerris. ‘Je staat niet na een half uur op om weg te gaan. Als je dat niet kunt opbrengen, kan je beter nu gaan.’ Iedereen blijft.

Wat de families van Nissan-medewerkers later dat weekend te zien krijgen, is een dik uur durende dynamische mix van breakdance, streetdance, hiphop, beatbox, slapstick, acrobatiek en flarden toneel. Djino speelt een autobiografische scène waarin hij enthousiast thuiskomt van een dag dansen bij Ish en zijn vader, gespeeld door zijn acht mannelijke collega’s, hem duidelijk maakt dat dansen voor homo’s is. Shirish speelt een scène waarin hij zijn huidskleur vergelijkt met die van alle anderen en zich afvraagt waar híj dan vandaan komt. Indiase muziek klinkt en hij wordt omringd door de meiden die hem een oosterse buikdans tonen. De jongens springen in en Shirish weet niet goed of ze hem nu uit- of toelachen, maar uiteindelijk neemt de groep hem weer op. In de finale wordt nog even alles uit de kast gegooid op dansgebied en dan eindigt de show met een collectief acrobatisch bouwwerk. De toeschouwers klappen en fluiten. ‘Echt vet man!’ Het is inmiddels vrijdagavond, maar nog altijd heeft niemand erg veel haast om naar huis te gaan.

Marco Gerris heeft van zijn school een plek weten te maken waar jongeren niet graag worden weggestuurd. ‘Ik doe het voor al die jongens en meisjes die heel veel talent hebben, maar nergens aan de bak komen,’ aldus Gerris. ‘Omdat ze niet de juiste techniek hebben, omdat ze niet op ballet hebben gezeten, of omdat ze geen havo-diploma hebben.’ Zelf had hij het geluk op driejarige leeftijd vanuit de Filipijnen geadopteerd te worden door Vlaamse ouders die hem steunden in wat hij maar wilde. ‘Vanaf mijn zesde jaar heb ik alles uitgeprobeerd; wel tien of twaalf sporten en wel vijf of zes muziekinstrumenten. Ik had talent om dingen snel op te pikken, maar zodra ik de techniek voldoende beheerste om zelf te kunnen improviseren, was ik het weer zat. Mijn ouders vonden dat niet zo’n probleem. Ik had een viool, een saxofoon, een drumstel.’ Hij ging naar de Rudolf Steinerschool, een elitaire vrije school in Antwerpen, waar men weliswaar zeer streng was, maar veel ruimte liet voor zelfontplooiing. En na de middelbare school ging hij achtereenvolgens naar de pabo, de toneelschool, het Herman Teirlinck Conservatorium en het Hoger Instituut voor Dans en Danspedagogie. Ook daar was hij steeds snel klaar mee. ‘Ik vind de mentaliteit op al die scholen zo hypocriet. Ze hebben heel zware selecties, maar van degenen die er doorheen komen, krijgen nog alleen de besten iets mee. De rest wordt als stront behandeld.’

Tien jaar geleden verhuisde hij naar Amsterdam. ‘Ik voelde in heel mijn lijf dat ik thuiskwam. Dat gevoel van wereldburgerschap, het openstaan voor iedereen.’ Hij vond emplooi bij de musical Eindeloos, met onder andere Liesbeth List, Najib Amhali en Lottie Hellingman. ‘Ze zochten een donkere jongen die alles kon.’ Als hij vrij was, was hij te vinden tussen de stuntende inlineskaters in het Vondelpark. Hij begon te brainstormen met Eindeloos-producent Gerard Cornelisse over een voorstelling met skaters en andere straatdisciplines die nog niet eerder in het theater te zien waren. ‘We hebben er twee jaar over gedaan om het voor elkaar te krijgen,’ aldus Gerris. Ish, toen nog alleen de naam van de eerste show, was een succes. Ish toerde twee seizoenen met een halfpipe door Nederland en werd ook enthousiast ontvangen in de VS en Canada. ‘Ik was altijd een loner en ben dat eigenlijk nog steeds, maar ik heb in Gerard iemand gevonden die hetzelfde denkt als ik.’ De kleine, verlegen atleet Gerris en de grote, uitbundige netwerker Cornelisse vormen een wonderlijk duo, maar op een of andere manier klopt het. In de jaren die volgden groeide Ish uit van een professioneel dansgezelschap met optredens in China, Japan, Brazilië en de VS (afgelopen jaar zelfs Broadway), tot een compleet opleidingsinstituut met een geheel eigen onderwijsstructuur en filosofie.

Bling bling en lapdances

Gerris herkent veel van zichzelf in de jongens en meisjes die nu aankloppen bij Ish. ‘Ik ben een rebel, pas ook niet in het systeem. Ik weet hoe het voelt als niemand in je gelooft.’ Gerris heeft niets met traditionele, autoritaire onderwijssystemen. Bij Ish draait alles om ‘doorgeven’, het doorgeven van skills en kennis aan elkaar, van de professionele cast aan de junioren, van tweedejaars aan jongeren die binnenkomen via de Dienst Werk en Inkomen, en van alle Ish’ers aan jongeren die komen binnenwaaien uit de buurt en leerlingen van vmbo-scholen voor wie ze in de weekenden educatieve projecten organiseren. ‘Hier leer je open te staan voor anderen. Als je geen respect hebt voor de jongen die hier voor het eerst binnenkomt en er nog weinig van bakt, heb je hier niets te zoeken.’

Maar hoe krijg je een tough guy van de straat zover dat hij zich openstelt voor zwakkeren, voor anderen in het algemeen? ‘Ik heb veel met hiphop, maar niets met die hele mentaliteit die daar tegenwoordig omheen hangt. Al die bling bling en lapdances, het is een achterlijke façade. De kern van hiphop was en ís maatschappijkritiek, het vertellen van een eigen, persoonlijk verhaal. Als ik met een nieuwe groep begin, haal ik de stoerste van het stel met al zijn yo’s en ho’s en andere blabla als eerste naar voren en dan dwing ik hem te vertellen hoe kut hij het thuis heeft. Dat is even eng, maar één voor één ploppen de verhalen in zo’n groep er dan vanzelf uit. Zo’n attitude komt voort uit onzekerheid. Het is een beschermingsmechanisme. Ik laat ze inzien dat onzekerheid niet erg is, maar faken wel. Ik laat ze voelen dat ze hier veilig zijn en ik ze sowieso wel leuk vind.’ Bij de mentoren en ook bij Gerris kan iedereen op rustige momenten zijn of haar verhaal kwijt en wordt er ook samen gezocht naar oplossingen, maar tijdens trainingen houdt Gerris geen rekening met moeilijke privésituaties. ‘Niemand wordt hier zielig gevonden.’

Zaterdagmiddag staan Melanie, Djino, Wahid en Shirish voor een groep scholieren uit Zaandam. De junior-Ish’ers staan een week later op een festival in Zaandam en zoals gebruikelijk wordt er een lokale school gezocht waarvan de leerlingen het voorprogramma kunnen verzorgen. Meestal wordt gekozen voor een vmbo-school, maar deze keer zijn het MBO-scholieren van het Regio College Zaandam. Ze lijken niet erg gemotiveerd, al schijnen ze via audities te zijn geselecteerd uit zo’n honderd belangstellenden en loopt er een vrouw rond met een camera die een vijfdelige realitysoap over ze maakt voor BNN. Ze lopen het lokaal in en uit met hun mobieltjes en de meiden weten bij de opdracht ‘even een stukje freestyle!’ die Melanie ze geeft, niks anders te bedenken dan een treurige lapdance.

Het is de laatste keer dat ze met elkaar kunnen repeteren en Melanie (21), die de dag ervoor nog streng werd toegesproken door Gerris, wordt nu boos op haar eigen pupillen. ‘Je gaat pas wat eten en neemt pas pauze als ik het zeg. Een beetje professioneel zijn alsjeblieft.’

Achter de schermen wordt niet alleen gevochten tegen de vooroordelen over deze jongeren, maar ook tegen de vooroordelen over Ish zelf. De meeste mensen nemen aan dat een instituut als Ish volledig afhankelijk is van overheidssubsidie, maar dat blijkt niet het geval. ‘Absoluut niet!’, zegt projectmanager van Het Onderpand Mounir Dadi, die er een dagtaak aan heeft alle organisaties en particulieren aan te horen die iets met of van Ish willen. ‘Hoe moet je jongeren leren dat ze op eigen benen moeten staan, als je dat zelf niet doet? We moeten een product leveren waar vraag naar is. Theaterstukken maken waarvoor mensen willen betalen. We ontvangen subsidie voor het opzetten van de opleiding en het opvangen van jongeren die we doorgestuurd krijgen van de Dienst Werk en Inkomen, maar bij het maken van onze voorstellingen komt zeventig procent van de kosten terug uit de kaartverkoop en dertig procent uit fondsen. Daarmee doen we het beter dan de meeste andere theatergezelschappen.’

Probleemouders

Dat ze het binnen Ish redden, omringd door ervaren producers en verkopers, is één ding, maar hoe leer je jongeren die alleen willen dansen of muziek maken ook daarbuiten op eigen benen te staan? ‘Het draait om drie dingen,’ zegt Dadi. ‘Identiteit, geschiedenis en netwerk. Om als kunstenaar je boodschap over te kunnen brengen, moet je weten wie je bent, waar je vandaan komt en hoe je daar geld mee kunt verdienen. Voor dat laatste heb je een netwerk nodig.’ Ook de laatste stap om jongeren succesvol de arbeidsmarkt op te krijgen, wordt niet vergeten. ‘Wij geloven niet in probleemjongeren, maar wel in probleemouders,’ zegt Dadi. ‘Met die jongeren is echt niet zoveel mis, maar ze zijn net als ieder ander afhankelijk van de situatie waar ze zich in bevinden. Het netwerk om deze jongeren reikt door hun probleemouders vaak niet verder dan de leraar en de wijkagent. Ze hebben een nieuw netwerk nodig.’

Dat netwerk wordt zoveel mogelijk spelenderwijs binnengehaald. Zo verhuurt Ish kantoorruimte in het gebouw aan de organisaties van het WK Amsterdam, een soort Olympische Spelen voor de Amsterdamse jeugd. Dadi: ‘En ik neem de talentvolle zeventienjarige muziekproducer Edje af en toe mee naar vergaderingen buiten de deur. Dan draag ik hem op aan iedereen te vragen wie ze zijn en wat ze doen of om met minimaal vijf visitekaartjes terug te komen. Je lacht je dood, maar het werkt.’ Als er mannen in pak op bezoek zijn, van een ministerie of een culturele instelling, dan wordt de jongeren uitgelegd wat die mensen doen en wat ze voor elkaar zouden kunnen betekenen. Bij voorkeur worden de pakken uitgenodigd op dinsdagavond, zodat ze tijdens het eten door de jongeren kunnen worden aangesproken. En het gekke is, dat doen ze nog ook! ‘Ja, het verbaast iedereen hoe ontwapenend ze zijn,’ zegt Dadi. ‘Dat komt omdat ze hier kunnen laten zien waar ze echt goed in zijn. Als ze eenmaal ontdekken dat anderen geld kunnen verdienen door hen in te huren, dan groeien ze en weten ze de volgende keer dat ze zich nergens voor hoeven te schamen.’

Zo graag blijven

Daarmee is de toekomst van de jonge Ish’ers echter nog niet zorgeloos. Junior-Ish’ers Melanie (21) en Djino (22) hebben al hun dromen waargemaakt sinds ze een kans kregen in Het Onderpand. ‘Ik heb opgetreden in Afrika en Miami,’ zegt Melanie. ‘Ik ben in Amerika geweest, heb op het podium gestaan van de mooiste zalen van Nederland,’ zegt Djino. Maar het einde van het traject is voor beiden in zicht. ‘Ik heb net contractbesprekingen gehad,’ zegt Melanie. ‘Ik kan helaas nog niet doorstromen naar de professionele cast. Ze houden me liever nog een jaartje als teamleider bij junior-Ish.’ Djino heeft geen idee hoe zijn leven er na december uit zal zien als zijn tweejarige opleiding erop zit. ‘Ik wil zo graag blijven. Ik doe nu iedere dag wat ik altijd heb willen doen: dansen. Ook als ik straks weg moet en schoenen moet gaan verkopen bij de Footlocker, zal ik hier blijven komen. Ik zal blijven trainen en audities doen voor de professionele cast.’

Djino en Melanie wonen in huizen die door Ish worden gehuurd van woningbouwcoöperatie FarWest. Mentor Honey Sas leidt het huisvestingsproject. ‘Er waren zoveel leerlingen die problemen hadden thuis of van ver moesten komen. Het liefst had Gerard ze allemaal in één groot huis gestopt, maar dat is niet gelukt. We huren nu vijftien huizen hier verderop in flats die gesloopt gaan worden en waar mensen langzaam uit wegtrekken. Een hospita houdt de boel een beetje in de gaten. Het gaat geweldig goed,’ aldus Sas. Djino en Melanie krijgen net als alle andere junior-Ish’ers les in toekomstoriëntatie, waarbij hun cv wordt bijgewerkt en ze sollicitatietips krijgen, maar het liefst gaan ze helemaal nooit meer weg.

Het viel de mannen achter Ish de afgelopen jaren zwaar om jongeren weg te moeten sturen omdat junior-Ish vol zat. Ook het zonder erkend diploma laten gaan van junior-Ish’ers die niet konden doorstromen naar de professionele cast, was niet gemakkelijk. Uit die frustratie ontstond het idee voor Fame-Ish. In september moet er een structuur zijn opgetuigd waarin elk jaar honderd studenten beginnen aan een tweejarige praktijkopleiding in zeven disciplines: Balls (Voetbal en Streetball), Wheels (BMX en trialbike), Martial Arts, Dance, Words, Beeld & Geluid en Horeca. Voor iedere richting wordt een ‘excellent rolmodel’ aangetrokken, zoals de veel geroemde jeugdtrainer Mike Kolf van voetbalclub Zeeburgia voor de voetbalschool en acteur en regisseur Titus Muizelaar van Toneelgroep Amsterdam voor de afdeling Words. Het is de bedoeling dat alle studierichtingen samen voortdurend werken aan de productie van voorstellingen waarmee ze door het land zullen trekken. Een door studenten gerund productiehuis wordt ook onderdeel van de opleiding. Daarnaast komt er een horecaopleiding waarvoor de huidige kantine zal worden omgebouwd tot een professioneel restaurant.

Leerlingen kunnen alleen de Fame-Ish opleiding volgen of een vierjarig combinatietraject ingaan waarbij ook lessen worden gevolgd van een ROC-opleiding, dat uiteindelijk resulteert in een MBO-diploma. Ish gaat hiervoor banden aan met het ROC van Amsterdam en het Montessori College Oost. ‘Iedereen zal dan tot een uur of drie, vier les hebben,’ vertelt Dadi. ‘En vanaf vier uur tot het eten om zes uur naschoolse activiteiten begeleiden voor jongeren uit de buurt. Na het eten is er dan nog tot tien uur ruimte voor de vrije trainingen zoals we die nu ook organiseren.’

Irrationele dromen

Het zijn grootse plannen en niemand binnen Ish ontkent dat het ook wel een beetje eng is om zo snel zoveel groter te worden. ‘Natuurlijk is dat eng,’ zegt Marco Gerris. ‘Maar je wilt zoveel mogelijk jongeren een kans bieden. Bij duizend leerlingen word je een fabriek, maar met tweehonderd, honderd per jaargang, moet het nog lukken onze manier van werken vast te houden.’ Hij realiseert zich dat hij zich niet meer met alles zal kunnen bemoeien, maar hij heeft veel vertrouwen in de mensen die worden aangetrokken. ‘De voetbalschool kan ik volledig aan Mike Kolf toevertrouwen,’ zegt Gerris. ‘Hij denkt precies hetzelfde als wij. Zijn idee is dat je een voetbalteam alleen beter kunt maken door je te concentreren op de nummers 12, 13, 14 en 15, de jongens die net tekort komen voor de basis. Omdat je dan niet alleen betere voetballers creëert, maar ook betere mensen. En Titus, die de Words afdeling onder zijn hoede zal nemen, is precies zo.’

Is er behoefte aan tientallen afgestudeerde streetdancers en beatboxers? Misschien niet, maar hoe zit dat met studenten aan de Hogescholen voor de Kunst, Toneelscholen en Kunstacademies? Jongeren op die scholen krijgen ook de kans hun irrationele dromen na te jagen. En ook zij krijgen tijdens hun studie genoeg andere lessen mee om zich later – ook buiten hun gekozen professie – staande te houden in de maatschappij. Het succes van de voorstellingen van Ish in binnen- en buitenland toont aan dat er een markt is voor de top in deze nieuwe kunstvormen. In Amsterdam-Osdorp staat vanaf september de school die deze top wil voortbrengen. Of het huidige instituut de schaalvergroting overleeft, zal moeten blijken. Aan het enthousiasme van de mensen in Het Onderpand zal het in ieder geval niet liggen. ‘Waarom worden deze jongeren altijd zo negatief benaderd?’, vraagt Marco Gerris. ‘Als je ze een kans geeft hun passie te volgen, kunnen ze hun leven 180 graden omdraaien.’