Tijd van leven

Voor wie zou u meer tijd willen maken?

‘Ik zou elke dag wel even naar mijn moeder toe willen, maar dat kan gewoon niet. Ze zit in een tehuis en is aan het dementeren. Het is altijd erg als ik weer bij haar wegga. Dan denk ik: jeetje joh, wat heb ik eigenlijk weinig tijd voor je. Ik ga een keer per week naar haar toe, dat is weinig.’

In wat voor tijd leven we?

‘In een heel gevaarlijke tijd, een heel idiote tijd. Het kan zomaar afgelopen zijn op tien manieren. Er is nog nooit zo veel dierenmishandeling geweest, en nog nooit zo veel oorlog. Het is een moeilijke tijd om in te leven en het is eng dat er allemaal idiote wapens op de wereld zijn. Het is echt een rottijd. En toch ook weer niet, omdat er heel veel vrijheid is in dit land, waarin iedereen toch een beetje kan zijn wie-ie is.’

Hoe doorstaat u de tand des tijds?

‘Met hangen en wurgen. Ik kijk minder in de spiegel en niet meer zo uitgebreid als vroeger. En ik loop gewoon snel langs winkeletalages die spiegelen. Als je hard loopt, dan zien ze het niet goed.’

Hadden uw ouders genoeg tijd voor u?

‘Ja, dat heeft mijn moeder op een heel prettige manier gedaan. Mijn moeder had heel veel vertrouwen in me en ik was vroeg zelfstandig. Ik fietste al op mijn zevende zelf vijf kilometer naar school. Ik ben blij dat ik niet van die moderne tutouders heb gehad die elke dag bij school stonden te wachten.’

Wat zou u met een zee van tijd doen?

‘Het is lastig dat het leven zo snel gaat. Je bent dertig, je zucht twee keer en je bent vijftig. Het was als de dag van gisteren dat mijn oma dement werd, nu is het mijn moeder en straks ben ik het. Dat vind ik heel moeilijk. Ik vraag ook wel eens aan mijn moeder: “Gaat het leven snel?” “Ja,” zegt ze, “het gaat echt onwijs snel, het is zo voorbij.” Al lijkt het van niet, hè. Voordat je eraan gewend raakt dat je vijftig bent, word je alweer zestig. Of zeventig misschien. Dat geeft de burger weer moed.’

Wat was uw beste tijd?

‘Naarmate ik ouder word, wordt de tijd steeds beter. Omdat ik dingen niet meer zo moeilijk maak als vroeger. Vorig jaar was een heel fijne tijd, toen Anita Janssen en ik de Camino in Spanje liepen. Geen zorgen aan je hoofd en elke dag vijfentwintig kilometer lopen. Dat is de enige periode in mijn leven geweest waarin ik me onafgebroken heel erg gelukkig heb gevoeld.’