In 2004 nam Jaco Alberts een kijkje in het leven van een topdirigent. Ze zijn de Messi’s van de klassieke muziek. Of een Ronaldo, zoals Jaap van Zweden, de nieuwe chefdirigent van het New York Philharmonic Orchestra.

Het is hem toch maar gelukt. Jaap van Zweden wordt de nieuwe chefdirigent van het New York Philharmonic Orchestra, een van ’s werelds toporkesten. Ook voor wie het leven van de ‘eenvoudige Amsterdamse volksjongen’ alleen volgde via de roddelbladen, kan het nu weten: ‘Yahp van ZVAY-den’ geldt echt als een van de beste dirigenten ter wereld.

Ooit mocht ik een kijkje nemen in het leven van zo’n topdirigent. In 2004 volgde ik Mariss Jansons – toen net benoemd tot nieuwe chef van het Koninklijk Concertgebouworkest – van München tot Pittsburg, van Amsterdam tot Sint Petersburg, waar ik bij hem thuis door een bediende wodka en kaviaar kreeg geserveerd. Grote dirigenten zijn de Ronaldo’s en Messi’s van de klassieke muziek. Ze verdienen miljoenen, reizen de hele wereld over en logeren in de duurste hotels: in Amsterdam had Jansons een vaste suite in het Okura, de service in het Amstel Hotel beviel hem niet. En dan is de Let nog een van de meest bescheiden maestro’s die er rondloopt.

Ook de transfermarkt is vergelijkbaar met die in het voetbal. De grootste orkesten azen allemaal op de beste dirigenten.

Ook de transfermarkt is vergelijkbaar met die in het voetbal. De grootste orkesten azen allemaal op de beste dirigenten. Met dit verschil: een hele goeie dirigent kan chef zijn van verschillende orkesten tegelijk. Jansons combineerde Amsterdam met München. ‘Vergis je niet, hij is zo ambitieus!’ vertelde zijn goede vriend Andrés Cárdenes me. Cárdenas was concertmeester van het Pittsburg Symphony Orchestra waar Jansons toen afzwaaide: ‘Als hij zou kunnen, zou hij chef willen zijn van Wenen, New York, Sint Petersburg, Londen, het Concertgebouworkest, van allemaal tegelijk. Zelf zal je het hem niet horen zeggen, maar hij wil de beste dirigent zijn van allemaal. Zo wil hij worden geëerd, zo wil hij worden betaald.’

Mariss Jansons wordt in september in Amsterdam opgevolgd door de 55-jarige Italiaan Daniele Gatti, die nog niet eerder chef van een toporkest was. Gatti was de favoriet van de musici. Maar een deel van het publiek en vooral de internationale muziekpers begreep daar weinig van. Die Welt bijvoorbeeld vond Gatti een ‘höchstens mittelmäßiger Italiener’.

Jaap van Zweden schijnt nooit een serieuze kandidaat te zijn geweest om als Nederlander in de voetsporen te staan van Willem Mengelberg en Bernard Haitink. Terwijl hij toch voortkwam uit dat orkest en misschien de uitgelezen figuur is om in Nederland een brug te slaan tussen klassieke muziek en een breder en jonger publiek.

Mogelijk heeft Van Zweden het in Amerika te zeer naar zijn zin, zoals werd gezegd. Maar er werden ook meer twijfelachtige argumenten genoemd: de musici zouden hem niet pruimen omdat ze slechte herinneringen aan hem hebben als jonge concertmeester, meer dan twintig jaar geleden. Hij krijgt ook zelden of nooit een uitnodiging om als gastdirigent voor het orkest te staan. Misschien dat het ook voor het Concertgebouworkest tijd wordt Jaap van Zweden als dirigent serieus te nemen.