Nerd 101

Wie ooit een foto van het werk van Berndnaut Smilde heeft gezien, vergeet dat nooit meer. Hij maakt wolken: cumulonimbi, oftewel regenwolken. Hij doet dat niet buiten, maar binnenshuis. De kunstenaar schiep zijn indoor-wolken de afgelopen jaren in bijzondere en fotogenieke ruimtes zoals een leegstaande kerk, een fabriekshal of in het Parijse Grand Palais, waar hij een regenwolk creëerde naast mode-icoon Karl Lagerfeld die voor de gelegenheid op de trappen poseerde.

Het maken van een goede wolk kost Smilde vaak enkele dagen, waarin hij urenlang prutst met een rookmachine, een plantenspuit, verschillende ventilatoren en lampen op statief. Zijn procedé leidt tot kleine, bijna perfecte witte wolken. Ze bestaan slechts een seconde of acht, net voldoende om ze op foto of film vast te leggen. De beelden die dat oplevert, gaan de hele wereld over. Net als Smilde zelf overigens.

omgekeerde regenboog

De kunstenaar ontvangt ons in zijn sobere atelier in Amsterdam. Aan de muur hangen printjes van zijn werk. In een hoek staan statieven en ligt wat hout. Smilde is net terug van een reis naar onder meer São Paulo, waar hij aan een nieuw project heeft gewerkt: het maken van regenbogen. Dat doet hij door middel van een enorm prisma en een grote lamp. ‘We hebben een omgekeerde regenboog over de skyline van de stad geprojecteerd,’ zegt hij.
De fascinatie van Smilde voor het nabootsen en in een andere context plaatsen van natuurverschijnselen begon in 2010. Hij kwam in contact met Project Probe, een miniatuur tentoonstellingsruimte in Arnhem waar telkens andere kunstenaars een ruimte met een oppervlak van 6 m2 en 1.10 meter hoog inrichten alsof het een normale expositieruimte is. Probe maakt van elke opstelling foto’s die online worden gezet. Smilde: ‘Ik dacht: stel dat iemand een museum binnenwandelt in de veronderstelling klassieke kunst te gaan bekijken. Wat zou dan het meest teleurstellende zijn wat hij daar kan aantreffen?’ Het antwoord: ‘Een zaal met lege muren waar in de hoek een regenwolk hangt.’ Smilde ging aan de slag om zo’n wolk te maken. Via een theaterbedrijf leende hij een rookmachine. ‘Hoe kouder en hoe vochtiger de ruimte, hoe beter het lukte om wolken na te maken,’ zegt hij. ‘Eigenlijk moet je een soort muur van waterdruppels in de lucht spuiten waar de rook uit de machine tegenaan botst en blijft hangen.’ Na een kleine twee weken experimenteren in het minimuseum lukte het hem daadwerkelijk een wolk te maken. ‘Toen ik de eerste foto’s zag, schrok ik. Dat zag er behoorlijk realistisch uit! Ineens kwam het idee echt tot leven.’

gevoelige snaar

Toch bleef het project na die eerste poging lange tijd rusten. Pas in 2012 benaderde hij Hotel Mariakapel, een artist residency in Hoorn, voor een volgende stap. Hij vroeg zich af of het ook zou lukken in een grotere ruimte. De omstandigheden in de prachtige, lege en enigszins vervallen kapel waren ideaal: ‘Het was er vooral heel erg koud.’ Na een paar dagen slaagde Smilde erin zijn eerste grote wolk te maken. De foto daarvan ging in no time de hele wereld over. De mailtjes stroomden binnen. ‘Het beeld verspreidde zich snel via allerlei online design magazines. Elke dag leek een ander deel van de wereld aan de beurt. Op maandag kreeg ik allemaal mailtjes uit Azië, op dinsdag uit de VS en op woensdag uit Zuid-Amerika.’ Het overviel hem. ‘Het was echt geweldig. Mensen aan de andere kant van de wereld schreven: dankjewel, wat geweldig dat ik dit heb mogen zien.’
Kennelijk raakt zijn werk een gevoelige snaar. ‘Een wolk in een lege ruimte heeft iets heel dubbels,’ zegt hij. ‘Aan de ene kant heeft het iets dreigends en onheilspellends, maar aan de andere kant straalt het een soort van sereniteit uit. Een wolk is heel ongrijpbaar.’ Ook de algemene nieuwsmedia ontdekten hem. Time Magazine riep de indoor-wolken van Smilde uit tot ‘beste uitvinding van 2012’.

Lego-knutselaar

Al heel jong was Smilde, zoals hij zegt, een ‘Lego-knutselaar’. ‘Ik bouwde vooral ruimtes. Hutten en huisjes.’ Een carrière als architect lag voor de hand, maar hij vond bouwkunde bij nader inzien te technisch. ‘Ik ben helemaal geen techneut, zoals mijn broer, die altijd bezig was met brommers.’ Hij koos daarom voor een opleiding aan de kunstacademie in Groningen, waarmee hij in de voetsporen trad van zijn moeder, eveneens beeldend kunstenaar.
Inmiddels wil de hele wereld de wolken van Smilde. Hij krijgt de ene na de andere uitnodiging. In 2013 mocht hij voor modeblad Harper’s Bazaar vier foto’s maken van iconen uit de modewereld, die naast (of onder) zijn wolk poseerden. ‘Dat was gekkenwerk. Ik kreeg maar een paar uur de tijd om alles klaar te zetten, en dan moest de foto snel worden genomen.’ Met name het management van Dolce & Gabbana formuleerde een pakket aan eisen: zoveel procent van hun gezichten moest zichtbaar zijn, de twee ontwerpers moesten beiden even groot op de afbeelding komen, et cetera. Al met al een mooi project, maar hij zal het niet snel weer doen. ‘Dat begon op reclame te lijken. Natuurlijk zou ik daar goed mee kunnen verdienen, maar ik wil mijn eigen werk blijven maken.’
Het feit dat zijn wolken zo kort bestaan, maakt dat hij ook mensen moet teleurstellen. ‘In Kentucky had ik een tentoonstelling. Een vrouw die lang had gereisd om mijn wolken te zien, reageerde boos en teleurgesteld toen bleek dat ze alleen de foto kon zien.’ In theorie moet het mogelijk zijn om wolken te maken die veel langer bestaan. ‘Bij een temperatuur van min zestig graden moet dat gaan. Aan de andere kant: ik vind het ook mooi dat mijn werk zo vluchtig is.’
Smilde heeft wel nagedacht over een installatie die geheel geautomatiseerd een wolk kan produceren. ‘Ik stel me het zo voor dat je een ruimte binnenloopt en dat het dan eerst gaat regenen om vocht te creëren, dat er dan licht schijnt en een wolk ontstaat, die vervolgens weer oplost.’ Hij heeft ook al een geschikte locatie voor de opstelling in gedachten. Lachend: ‘Misschien dat het iets is voor het Tate Modern.’ Of nog preciezer: in de Turbine Hall, de gigantische entree van het museum.

Ultimaker
innovatie Een open source 3D-printer

Werktuigbouwkundige Wijnia is bedenker van de Ultimaker, een bijzondere open source 3D-printer. Veel techneuten uit deze lijst maken graag en vaak gebruik van zijn apparaten. Tijdens zijn werk voor het Utrechtse Protospace Fablab kwam Wijnia voor het eerst in contact met het fenomeen 3D-printer. Hij wilde er zelf ook wel een hebben, maar de prijs schrok hem af: een slordige 40.000 euro. Zoekend naar een alternatief stuitte hij op de RepRap, een printer waarvan de bouwtekeningen online te vinden waren en die je voor nog geen 500 euro zelf in elkaar kon zetten. Hij bouwde met wat vrienden in zijn garage acht printers. Om te vieren dat ze klaar waren, printten ze wat shotglaasjes uit voor een eerste toost. Klein nadeel: slechts twee van de acht printers bleken naar behoren te werken. Dus besloot Wijnia een printer naar eigen ontwerp in elkaar te zetten – de eerste Ultimaker. Hij deelde zijn ideeën op conferenties en zo ontstond het idee de Ultimaker als bouwpakket te gaan leveren. Het bleek een meesterzet. Inmiddels telt het bedrijf meer dan vijftig medewerkers. De printers van Ultimaker zijn nog steeds open source, waarbij de bouwtekeningen gratis online staan en door iedereen aangepast en becommentarieerd kunnen worden. Dat mag klinken als gewaagd businessmodel, het gaat volgens Wijnia om een weloverwogen keuze: ‘Hoe meer handen eraan werken, hoe sneller we vooruitgang boeken. Wij zien onze klanten echt als onderdeel van onze onderneming.’

innovatie zelfgebouwde laserprojectors en lasercutters

Als kind al bouwde Modderman zijn eigen beveiligingssystemen (knipperende lampjes, sirenes, z’n kamerdeur onder stroom). Na een opleiding aan de MTS kreeg hij een baan in de ICT en verdween het knutselen even naar de achtergrond. Tot hij op internet een van de eerste groene diode lasers tegenkwam, die hij direct aanschafte. Vanaf dat moment was ‘Hobbybob’ niet meer te stoppen. Hij fabriceerde zijn eigen laserprojectoren waarmee hij indrukwekkende shows gaf. In de Amersfoortse hackerspace Bitlair bouwde hij met mede-hackers zelfs een twee meter lange lasercutter, een computergestuurde laser die hout en kunststof snijdt met een laserbundel. Die gebruikt hij nu om onderdelen te maken voor zijn 3D-printers en laserprojectors. ‘Ik heb een grote schoorsteen aan mijn huis moeten bouwen zodat er geen giftige stoffen blijven hangen in mijn werkkamer.’ Hobbybob is tevens de drijvende kracht achter het evenement HackerHotel, een evenement voor hackers, beveiligers en journalisten uit de hele wereld.

wie Pieter van Boheemen, Waag Society
innovatie Open Wetlab

Pieter Van Boheemen is een van de drie oprichters van Amplino (zie Wouter Bruins).
Hij leerde zichzelf elektronica en programmeren aan en studeerde biotechnologie.
Met het Open Wetlab creëerde Van Boheemen een bio-lab voor hackers bij de Waag Society in Amsterdam waar iedereen spelenderwijs van alles met DNA, eiwitten en bioreactors kan uitproberen.

wie Micha Hernandez van Leuffen (34), Wercker
innovatie Een toegankelijk bouwplatform voor software

Met Wercker bouwde Hernandez van Leuffen een webplatform waarop bedrijven hun softwarecodes kunnen bouwen en snel en in real life hun werk kunnen testen op fouten en lekken. Hij veroorzaakte daarmee in Silicon Valley een ware hype en wist 3,4 miljoen dollar aan investeringsgeld op te halen.

wie Kars Veling, Q42
innovatie De interactieve website van het Rijksmuseum

Veling is medeoprichter van ‘strategisch technisch internetbureau’ Q42 met als motto ‘computers zijn pas interessant met mensen erbij’. Hij is het brein achter de website van het Rijksmuseum, waar bezoekers zelf kunnen knutselen met schilderijen uit de collectie, en de applicatie waarmee bezitters van een HUE-lamp de kleur en intensiteit van hun verlichting op afstand kunnen regelen.

wie Maarten Lamers (47), Lasermaxx Lasergames
innovatie Krekels die Packman kunnen spelen

Maarten Lamers is medeoprichter van LaserMaxx, mondiaal marktleider in lasergame-systemen met vestigingen in veertig landen. Aan de Universiteit Leiden bouwde hij samen met onderzoeker Wim van Eck een opstelling waarbij ze levende krekels de spookjes in Packman lieten besturen. Dat lukte door ze in een labyrint te plaatsen en ze met camera’s te volgen.

wie Jan van Erp, TNO
innovatie Computer-brain interfaces

Jan van Erp bouwt aan sciencefictionachtige toepassingen zoals computerspellen die met gedachten bestuurd kunnen worden. Hij is wereldwijd toonaangevend onderzoeker op het gebied van deze computer-brain interfaces. Van Erp zette schrijver Arnon Grunberg aan het werk met een elektrodehelm op het hoofd om zijn emotionele hersenactiviteit te meten en vergelijkt de resultaten nu met die van lezers.

wie Elger Jonker (31), ethisch hacker
innovatie Ethisch hacken

Jonker is als ‘ethisch hacker’ werkzaam bij Centric Netherlands in de strijd tegen cybercriminaliteit. Hij heeft meegedaan aan ‘Hack me please’, waarbij geprobeerd werd de site van de gemeente Eindhoven te hacken om eventuele lekken op te sporen.
Met zijn eigen non-profit bedrijf Awesome Retro knapt hij oude spelcomputers op, die gebruikt kunnen worden om oude games te spelen, maar ook om te leren programmeren en hacken.

Tinkerers