Carol van Dyk (49)

Bettie Serveert bestaat twintig jaar. Wat doet zo’n lange periode met een band?

‘We hebben vooral leren spelen! Dat merken we nu bij het repeteren voor de komende optredens, waar we onze debuut-cd Palomine integraal gaan spelen in de oorspronkelijke bezetting met drummer Berend Dubbe. Dat brengt veel herinneringen naar boven en het mooie is: de partijen vallen als kwartjes in elkaar. Alles klopt. Het verschil is dat we nu bewust kiezen om zo te spelen als we toen onbewust deden. Na al die jaren gaat het als vanzelf, meteen. Dat is het spiergeheugen: als je je brein uitschakelt, weten je handen nog precies wat ze moeten doen.’

Hoe verloopt tijd op tournee?

‘Er is continu tijdsdruk want je móét elke avond op tijd zijn voor het optreden. Vooral in de VS, waar we vaak touren, zijn de afstanden zo groot dat je vaak de hele dag onderweg bent. Het is een paar uur slapen in een goedkoop motel, ontbijt to go scoren, naar de volgende stad rijden, spullen uitladen, opbouwen en soundchecken. En na het optreden meteen de bus inpakken en een motel zoeken. Er is dan weinig tijd voor een sociaal leven naast de band, maar gelukkig zijn de bandleden als broertjes voor me. Je moet er lol in hebben als je voor het bandleven kiest. Ik kijk alweer uit naar de volgende tournee.’

Wat was uw naarste tijd?

‘De jaren nadat mijn ouders zijn gescheiden. Ik was zeven, we woonden in Canada en mijn moeder, zusje en ik bleven na een bezoek in Nederland opeens hier wonen. Het was een complete ommekeer, van een bos in Vancouver naar een rijtjeshuis in Deventer. Niemand had de moeite genomen om mij Nederlands te leren en op de lagere school sprak zelfs de juf geen Engels. Van een vrolijk kind werd ik een verlegen meisje, op het mensenschuwe af. Het heeft jaren geduurd voor ik goed Nederlands sprak.’

Hoe doorstaat u de tand des tijds?

‘Volgend jaar ga ik, hoe noem je dat, Sarah zien? Ik verheug me erop en ga een groot feest geven. Van mijn ouders, die jonger lijken qua uiterlijk en geest dan het getal dat naast hun naam staat, heb ik geleerd dat leeftijd een relatief begrip is. Mijn jonge uiterlijk is niet mijn eigen verdienste, het zijn mijn genen. Ik zie geen nadelen aan het ouder worden. Dat geworstel met “wie ben ik, en waarom zijn wij hier” houdt op, er is meer tijd voor echt belangrijke dingen. Ik heb nu meer plezier in het leven.’