Regelmatig duikt Raed Fares via mijn Facebook op.‘Hallo. Hier alles goed. En met jou?’ Of: ‘Ik zit op zestig sigaretten per dag, dus met mijn gezondheid gaat het prima. Ha ha ha.’ Het klinkt alsof Fares in een comfortabele bureaustoel zit te tikken. Maar die luchtige toon is bedrieglijk. Het dorp Kafranbel in Noord-Syrië waar Fares woont, ligt in een oorlogszone.

Alleen wie flink inzoomt, zal het weten te vinden op de kaart. Met dag in dag uit dezelfde treurige berichten haalt het lot van Kafranbel allang het nieuws niet meer. Maar Fares en zijn team bedachten een manier om de buitenwereld te laten weten dat ze er nog zijn. Het idee is even simpel als effectief. Elke vrijdag of zaterdag filmt en fotografeert Fares een ploegje inwoners dat poseert met spandoeken en posters waarop door hem en zijn team bedachte teksten en cartoons prijken. De materialen bestaan uit niet veel meer dan beddenlakens, bordkarton en een pak viltstiften maar via social media gaat hun Engelstalige boodschap de wereld over. Satire is daarbij hun handelsmerk.

In de week van 15 maart, toen op diverse plaatsen binnen en buiten Syrië het begin van de opstand in 2011 werd herdacht, luidde hun commentaar: ‘Obama! Niets doen is moeilijk. Je weet nooit wanneer je klaar bent.’ De vrijdag daarop kwam het team met een variatie op Martin Luther King: ‘Wij hebben een droom. Een no-fly zone. Wij willen leven.’

Vaak richt hun bijtende spot zich op het bewind van Assad, maar ook alle andere spelers in het conflict krijgen ervan langs. De gewapende oppositiegroepen, de extremistische strijders van de Islamitische Staat (IS), de buurlanden en de leden van de Veiligheidsraad. Zo inspireerde het conflict in de Oekraïne hen tot een cartoon van Poetin die dobberend in een bootje zonder motor een lek probeert te dichten met zijn handen. ‘Syrië’ wijst een pijltje naar het opspattende water. Achter zijn rug spuit een straal ‘Oekraïne’ omhoog.

Een van de meest gewaagde stunts was een afbeelding die Aliens heet. Uit de borst van een buitenaards wezen dat Syrië voorstelt, breekt een slangachtig monster los dat ISIS heet. Het was de reactie op een aanval van IS waarbij het kantoor van het team totaal vernield werd. Voor het eerst hadden de demonstranten hun gezicht bedekt terwijl ze de poster toonden. IS opereerde nog steeds in de directe omgeving van Kafranbel en wraak zou vast niet uitblijven.

Foto: Kafranbel Syrian Revolution
Foto: Kafranbel Syrian Revolution

‘Ja, het is een wonder dat ik nog leef,’ lachte Fares toen ik hem kort na die stoutmoedige actie begin 2014 leerde kennen. Met zijn makkelijke grijns onder een forse neus leek hij op een ondeugend jongetje. Die indruk van een enfant terrible werd versterkt doordat hij met opgetrokken knieën ongedurig over de bank heen en weer schoof. Zijn rechterarm rustte in een mitella en terwijl hij zijn relaas deed vertrok zijn gezicht af en toe van de pijn.

Het was kort na middernacht toen Fares op 29 januari besloot bijtijds naar huis te gaan, en niet, zoals zo vaak, pas tegen het ochtendgloren. De straat was uitgestorven. Alleen van de gevel van de buren kwam een beetje licht dankzij een tl-buis die op de accu van een auto aangesloten was. Terwijl hij in het duister met zijn autosleutels morrelde, kwamen voetstappen dichterbij. ‘Daar zul je ze hebben,’ dacht hij meteen. Nu pas besefte hij dat hij zijn pistool thuis had laten liggen. Een man met een zwarte bivakmuts opende als eerste van de twee het vuur. ‘Zijn ogen staan voor altijd op mijn netvlies,’ zei Fares. Een regen van kogels trof de auto en de muur. Fares kreeg twee inslagen te incasseren. De ene kogel verbrijzelde zeven botten in zijn schouder en ribben, de andere ging rakelings langs zijn hart en doorboorde zijn long. Creperend in een plas bloed kon hij alleen maar denken: ik ga dood. Uit alle macht stiet hij de woorden uit waarvan hij dacht dat die zijn laatste zouden zijn: ‘Er is geen God dan alleen God en Mohammed is zijn profeet.’

Foto: Kafranbel Syrian Revolution
Foto: Kafranbel Syrian Revolution

Zijn broer, die de schoten vanuit zijn huis gehoord had, sleurde Fares de auto in. Terwijl hij over het gehavende wegdek naar het ziekenhuis jakkerde, telden achterblijvers verbijsterd zo’n veertig kogelgaten. Ze dachten dat Fares geen schijn van kans zou maken.

Na de operatie zakte hij weg in morfinedromen. Maar als hij af en toe bij kennis was, trof hij teamgenoten aan zijn bed. ‘Wat moet er deze week op de spandoeken komen?’ wilden ze weten. Zo sleutelden ze ook die week een spandoek in elkaar.

Wie de twee daders waren, wist hij niet. Het was aannemelijk dat de aanslag uit de gelederen van IS kwam. Maar als onafhankelijke kritische denker had Fares vele vijanden in het Syrië van nu.

Bestookte holbewoners

Kort na de aanslag liet hij zich fotograferen tussen de kapotgeschoten gevels van Kafranbel met zijn gebruikelijke grijns. Slechts de draagdoek om zijn arm duidde op het persoonlijke drama. Maar de werkelijkheid was grimmiger. Hij werd continu bewaakt door gewapende familieleden. Voor zijn vrouw en drie tienerzoons werd de spanning ondraaglijk. Om hen te sparen, vertrok hij met het gezin tijdelijk naar de Turkse grensplaats Reyhanli.

Ook daar was hij niet veilig en hij verbleef met zijn gezin zo onopvallend mogelijk in een appartement. Op de grond in de vrijwel lege woonkamer, naast de matrassen waarop hij eigenlijk zou moeten rusten, stonden twee zilverkleurige Apple laptops. Dat was het zenuwcentrum waarmee hij met Kafranbel communiceerde. Oude en nieuwe plannen kwamen op het scherm voorbij. Hij had een galgenhumor die bijna masochistisch aandeed. Een van zijn favoriete producties heette: Kafranbel, de Syrische Revolutie in drie minuten. De film is een parodie op de onverschilligheid van de internationale gemeenschap waarbij Syriërs als met gifgas bestookte holbewoners uit het stenen tijdperk worden neergezet. Tijdens de opnames bij de grotten even buiten Kafranbel keken enkele nietsvermoedende voorbijgangers in opperste verbijstering toe hoe bebaarde, halfnaakte acteurs in dierenvellen rondrenden. De video werd sinds 2013 tienduizenden keren bekeken op YouTube.

Op de vraag of hij niet verbitterd raakte over dat toekijken van de wereld, schudde hij zijn hoofd. Vanaf het eerste moment van de protesten had hij zich mentaal voorbereid op tegenslag.

Foto: Kafranbel Syrian Revolution
Foto: Kafranbel Syrian Revolution

Een ander geesteskind waarop hij trots was, maakte het team na de bomaanslag tijdens de marathon in Boston. De tekst op het spandoek luidde: ‘De Boston bomaanslag laat een treurige scène zien zoals die elke dag in Syrië plaatsvindt. Aanvaard vooral onze condoleances.’ De foto werd ruim 17.000 keer gedeeld op Facebook en de familieleden van een van de Amerikaanse slachtoffers stuurden een foto terug van een spandoek met condoleances voor de omgekomen Syriërs. ‘We blijven een beroep doen op iedereen om Syrië niet te vergeten en empathie te tonen,’ zei Fares.

Al pratend stak hij weer een sigaret op. Vanwege de wond in zijn long had de arts hem op een rantsoen van tien per dag gezet. Het was duidelijk dat hij zich niet aan dat quotum hield. Met een kwinkslag wuifde hij het negeren van dat medische advies weg: ‘Die beschadigde long moet geen probleem zijn voor mijn ademhaling, want mijn neus is groot genoeg.’

Ooit zal er toch verandering moeten komen

Er stond een bezoek aan Washington DC op de agenda. Fares was uitgenodigd om mee te doen aan het oplezen van de namen van zo’n honderdduizend Syrische slachtoffers voor het Witte Huis. Maar het was duidelijk dat hij met zijn gedachten meer bij het lot van zijn dorp dan bij de reis naar de Verenigde Staten was. ‘Natuurlijk ga ik zo snel mogelijk terug naar Kafranbel,’ zei hij. Ondanks de pijn was hij rechtop gaan zitten. Hij staarde een tijdje langs zijn blote voeten naar de vloer en zei toen koppig: ‘We zijn nog steeds bezig met een revolutie en die zal heel lang gaan duren.’

Hij verwoordde een ergernis die veel Syriërs parten speelt. ‘Wij gingen de straat op voor waardigheid en vrijheid. Maar de wereld denkt dat wij een land van radicale vechtersbazen en terroristen zijn. Die visie op mijn land komt het regime goed van pas.’ Fares wil dat beeld bestrijden met zijn wekelijkse berichten.

Foto: Kafranbel Syrian Revolution
Foto: Kafranbel Syrian Revolution

De naam Kafranbel (Kafr Nabl) betekent in klassiek Arabisch zoiets als Grond van Edelen. Het dorp ligt tussen velden met olijf- en vijgenbomen en is omgeven door restanten van nederzettingen uit de periode van de late oudheid en het Byzantijnse Rijk. Het is niet toevallig dat het de plek is waar tegendraadse stemmen als die van Raed Fares zich roeren. Er ging een geschiedenis vooraf aan die geluiden. Fares was een jochie van zeven toen hij meemaakte hoe in de straat voor zijn huis een man door regeringstroepen werd vermoord. De opstand van de Moslim Broederschap die aan het eind van de jaren zeventig verhevigde, was ook naar Kafranbel overgeslagen. De represailles voor de rebellie waren nietsontziend. Duizenden mensen, voor het merendeel burgers, werden afgeslacht door het leger van Hafez al-Assad, de vader van de huidige president.

Talloze anderen kwamen achter de tralies en hele wijken werden met de grond gelijk gemaakt. Daarna werd de omgeving beschouwd als vijandig gebied waar behalve voor enkele trouwe aanhangers van het bewind geen toekomst was. Veel jongeren, onder wie ook Fareds broer, raakten aan de drugs in het repressieve, uitzichtloze klimaat. Vooral diazepam was populair, een verslavend kalmeringsmiddel. Enkele jaren later slikte ook Fares de pillen en het duurde niet lang of hij begon heroïne te gebruiken. Nadat het wonder boven wonder lukte cold turkey af te kicken, begon een carrièrepad van twaalf ambachten, dertien ongelukken.

Om zijn vader te plezieren, ging hij geneeskunde studeren, maar al snel verliet hij de collegebanken om in Libanon werk te zoeken. In 2009 keerde hij terug naar Kafranbel om aan de slag te gaan als makelaar. Toen hij probeerde een vriend die zijn land terug eiste te helpen met een vervalst document, belandde hij vanwege fraude in de cel. Daar hoorde hij voor het eerst met eigen oren hoe politieke gevangenen gemarteld werden. Die kreten bleven hem achtervolgen toen hij vrijgelaten werd. ‘Ooit zal er toch verandering moeten komen,’ zei hij tegen zichzelf, al zou hij niet weten hoe.

Foto: Kafranbel Syrian Revolution
Foto: Kafranbel Syrian Revolution

Toen stak op 17 december 2010 een 26-jarige straatverkoper in Tunesië zichzelf in brand. Met een mengeling van ongeloof en hoop zagen Fares en zijn vrienden hoe de bevolking van Tunesië en nabijgelegen landen in beweging kwam. Ze beraamden plannen om dat voorbeeld te volgen, maar niemand durfde het nog aan. Er gingen weken voorbij eer in april 2011 een jonge man in Kafranbel tijdens het vrijdaggebed zijn stem verhief: ‘God, Syrië, vrijheid.’

De daarop volgende maanden golfden honderden en vervolgens duizenden demonstranten door de straten van Kafranbel. Verslaggevers lieten zich nauwelijks zien. Als de media niet naar ons toe komen, komen wij naar hen, dacht Fares. Hij filmde de protesten met zijn mobiele telefoon en stuurde de beelden naar een vriend in Saoedi-Arabië. Die zond ze door naar Arabische tv-stations. Het bewind van Assad verklaarde dat de demonstranten geen Syriërs maar buitenlandse soennitische oproerkraaiers waren. Zo kwamen Fares en zijn vrienden op het idee om hun woonplaats en de datum op de spandoeken en posters te vermelden. Daarmee was een traditie geboren die tot de dag van vandaag in ere wordt ge-houden.

De reactie van het regime bleef niet uit. In juli vielen de troepen van Assad het dorp binnen. Toch slaagden Fares en zijn collega’s erin via YouTube en social media de communicatie met de wereld gaande te houden, al waren het meestal korte of verborgen manifestaties.

Foto: Kafranbel Syrian Revolution
Foto: Kafranbel Syrian Revolution

Ruim een jaar later trok het Vrije Syrische Leger met hulp van de inwoners van Kafranbel het dorp binnen. Een opgewonden Fares rende naar de moskee en schreeuwde door de luidsprekers: ‘Kafranbel is vrij!’ Dat vrij was maar betrekkelijk, want de luchtaanvallen verhevigden nadat de plaats onder controle van de inwoners en rebellen stond.

Heerszuchtige optreden

Het bestaan in Kafranbel is ontwricht. De bevolking groeide van vijftienduizend naar zo’n dertigduizend doordat ontheemden uit de omgeving in het dorp aanspoelden. De nieuwe inwoners bivakkeren her en der. Scholen zijn vaak het doelwit van bombardementen en veel kinderen zitten thuis. De prijzen zijn geëxplodeerd.

Om de samenleving toch zo veel mogelijk draaiende te houden, zetten Fares en collega’s een organisatie op, de Unie van Revolutionaire Bureaus, die bijna vierhonderd mensen in dienst heeft en betaald wordt door een aantal buitenlandse ngo’s. Ze runnen bijvoorbeeld een mediacentrum, een centrum voor vrouwen en enkele crèches en ze voorzien zo goed en kwaad als dat gaat in stromend water voor Kafranbel en omgeving.

Raed Fares: 'Het zal heel lang gaan duren.' Foto: Kafranbel Syrian Revolution
Raed Fares: ‘Het zal heel lang gaan duren.’ Foto: Kafranbel Syrian Revolution

Een lokaal radiostation zendt behalve muziek en nieuws ook allerlei praktische tips uit om te overleven in een oorlogszone. Een spotter meldt wanneer er bommenwerpers onderweg zijn, er wordt verteld welke locaties gevaarlijk zijn, en hoe je warm kunt blijven in de winter als de kou door de stukgesprongen ramen naar binnen dringt.

Maar het dorp moet balanceren in een krachtenveld dat steeds ingewikkelder is geworden. Fares heeft goede relaties met enkele commandanten van het Vrije Syrische Leger FSA die oude bekenden van hem zijn. Zij steunen de civiele projecten in het dorp. Maar andere FSA-commandanten wantrouwt hij, laat hij via Facebook weten. ‘Het FSA is zwaar verdeeld en veel van de goede mensen zijn dood of vertrokken.’ Ook extremistische groepen als Jabhat al-Nusra die hun invloed in de provincie uitbreidden, laten zich in Kafranbel meer gelden dan hem lief is. Uit protest tegen hun starre leer vinden de demonstraties van Fares en zijn team niet meer plaats op vrijdag na het bezoek aan de moskee, maar een dag later. Ook op andere rebellengroepen heeft hij kritiek vanwege hun heerszuchtige optreden en de corruptie. Hij komt terug op een mening die hij vaker uit als de toekomst ter sprake komt, die nu nog onmogelijk ver weg lijkt. ‘Na vijftig jaar creëerde het regime van Assad een kleine Assad in ieder van ons. Die verwijderen wordt onze volgende taak.’